1973/15 gegrond

Nederlandse Omroep Stichting contra De Telegraaf

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de Nederlandse Omroep Stichting tegen De Telegraaf.

De heer E. A. Schüttenhelm, voorzitter van de Nederlandse Omroep Stichting NOS te Hilversum, hierna te noemen klager, heeft zich bij een brief van 11 januari 1973 tot de Raad gewend met een klacht tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf en de redacteur van dit blad de heer Henk E. Janszen, beiden te Amsterdam, hierna te noemer betrokkenen.
De Raad heeft de zaak behandeld ter zitting van 15 november 1973 waar verschenen zijn de heren drs C. E. van de Ploeg en mr J. van Santbrink, resp. financieel-economisch commissaris en juridisch adviseur van de NOS, bijgestaan door mr M. G. Rood, advocaat te Amsterdam.
De heer H. Goeman Borgesius, hoofdredacteur van De Telegraaf. heeft op de oproeping voor de zitting geantwoord niet aanwezig te zullen zijn. Tegen hem verleent de Raad verstek. De heer Janszen, die op het verzoek om een verweerschrift niet heeft gereageerd, is niet aanwezig: daar de heer Goeman Borgesius schriftelijk heeft meegedeeld dat de heer Janszen ernstig ziek is en alleen daarom al aan de oproep voor de zitting geen gehoor zal kunnen geven, wordt de zaak tegen deze betrokkene aangehouden.

Aan het indienen van het klaagschrift is het volgende voorafgegaan.

Op 5 juli 1972 hebben de accountants Klynveld Kraayenhof en Co een rapport uitgebracht aan het bestuur van de NOS inzake de controle van de jaarrekening 1971 van deze stichting. Dit rapport is vervolgens door de regering ter vertrouwelijke kennisneming neergelegd ter inzage voor de leden van de Tweede Kamer.
In augustus en september 1972 heeft De Telegraaf een reeks artikelen gepubliceerd waarin het financieel beleid van de NOS aan de kaak werd gesteld.
Op 9 november 1972 publiceert De Telegraaf het door klager betwiste artikel Vernietigend rapport over NOS-controle betreffende het accountantsrapport.
Op 10 november houdt de voorzitter van de NOS hierover een persconferentie, waarbij het rapport ter openbare kennisneming beschikbaar wordt gesteld.
Op 11 november publiceert De Telegraaf een artikel NOS doet accountantsboekje nu toch open.
Op 17 november zendt de voorzitter van de NOS een brief aan de hoofdredactie van De Telegraaf waarin op een aantal punten rectificatie wordt verlangd. Hieraan wordt, nadat de hoofdredacteur op zijn verzoek een exemplaar van het rapport heeft toegezonden gekregen, op enkele punten voldaan in een artikel van 28 november. Op de overige punten gaat de heer Goeman Borgesius in b brief van 6 december 1972 aan de voorzitter van de NOS.
Op 11 januari 1973 volgt de indiening van de klacht bij de Raad voor de Journalistiek .

VERDERE BEHANDELING

Nadat betrokkene Goeman Borgesius in een brief aan de Raad heeft verwezen naar het verweer, gevoerd in zijn brief aan klager van 6 december 1972, heeft de voorzitter het voorlopig onderzoek gesloten en de zaak naar de Raad verwezen.
Ter zitting heeft klager's raadsman de klacht toegelicht. Op de klacht, het verweer en de toelichting op de klacht wordt hieronder verder ingegaan.

HET GESCHIL

In het navolgende wordt het klaagschrift puntsgewijs besproken tezamen met het bij elk punt behorende verweer en de daarop weer gegeven toelichting van klager.
Het betwiste artikel van 9 november 1972, voor zover hier van belang, luidt als volgt:

'Onaanvaardbaar, onvoldoende' VERNIETIGEND RAPPORT OVER NOS-CONTROLE door Henk E. Janszen

Den Haag, donderdag.

'Onaanvaardbaar, onvoldoende en dus - in de huidige vorm - ongewenst'.

Dit is de niet mis te verstane veroordeling door een groep van externe accountants betreffende de interne controle op het financieel beheer bij de NOS. Hun vernietigend oordeel is met name een slag in het gezicht van de Interne Accountants Dienst (IAD) van de NOS, die op haar beurt later door externe - niet tot deze omroeporganisatie behorende - accountants wordt gecontroleerd.
Het nu uitgebrachte rapport van de externe accountants heeft betrekking op het jaar 1971. Het ligt alléén voor Tweede-Kamerleden ter inzage en wordt met de grootst mogelijke geheimzinnigheid omgeven; (men mag er slechts kennis van nemen onder het wakend oog van de bibliothecaresse van de Tweede Kamer). Drs F. B. Verwoert (DS '70) wilde wegens zijn geheimhoudingsplicht niet meer tegenover ons kwijt dan: 'Er staat zoveel ontstellends in, dat ik minister Engels met klem zal verzoeken het rapport openbaar te maken. Aan deze misstanden moet een eind komen'.
Drs Verwoert verklaarde, dat hij bij het lezen van het rapport veel bevestigd had gekregen van wat reeds door De Telegraaf/De Courant Nieuws van de Dag in de serie 'Holle Bolle NOS' is gepubliceerd.
De accountants beklagen zich in het rapport erover, dat in veel gevallen de bewijsstukken van uitgaven ontbreken.
'Het aantal vermissingen, onder meer van registratie-apparatuur uit de studio's, neemt eveneens door gebrek aan voldoende controle toe', schrijven de externe accountants, die de controle op de voorraden als een 'rommeltje' zouden kenschetsen.
De goedkeuring van de staat van uitgaven blijkt door de accountants slechts schoorvoetend te zijn gegeven: 'Er ontbreken te veel documenten voor doeltreffende controle'.
De klachten van de accountants betreffen ook het inefficiënt gebruik van de studio's door de NOS, die per week 20 1/2 uur radio- en televisiezendtijd verzorgt.

UITGAVEN

Bij de uitgaven die niet ten volle door bewijsstukken worden gedekt, staan onder meer de posten:
autovergoedingen: f 865 000.
huur van auto's: f 58 000.
taxigebruik: f 83 000.
representatie NOS-bestuur: f 101 000.
maaltijdenverstrekking: f 178 000.
jubileumvieringen: f 63 000.
Het tekort op de NOS-kantines bedroeg vorig jaar f 2 miljoen.

Punt 1. Het rapport is in genen dele een vernietigend oordeel over de NOS-controle, zodat reeds de kop 'Vernietigend oordeel over NOScontrole' de lezer misleidt, zo stelt klager. Betrokkene schrijft daarover: 'Inderdaad is een accountants-rapport vernietigend te noemen, als daar in koele accountantsbewoordingen op pagina 9 onder 6.2 staat: 'Het totaal der verrichte controlehandelingen heeft derhalve niet omvat: de balans per 31 december 1971, de rekeningen van baten en lasten over 1971 en de op deze documenten betrekking hebbende toelichtingen, zoals deze zijn opgenomen in het financieel jaarverslag. Wij achten het ontbreken van controle op de jaarstukken een leemte omdat deze het sluitstuk vormen van de financiële administratie'.

Klager antwoordt daarop, dat dit geen vernietigend oordeel is, zeker met wanneer men op dezelfde bladzijde van het rapport de reden voor dit ontbreken van de controle kan lezen, n.l. de kwantitatieve onderbezetting bezetting van de Interne Accountants-dienst IAD. Par. 6.2 van het rapport begint aldus: 'In 1971 is de IAD belast geweest met de interne accountants-controle op de financiële administratie. Bij onze werkzaamheden hebben wij gebruik gemaakt van de resultaten van de interne accountantscontrole. Opnieuw stellen wij vast dat de bemanning van IAD ontoereikend is geweest voor het verrichten van de interne accountantscontrole op de jaarstukken in hun volle omvang. Wel zijn een aantal belangrijke onderdelen van deze verantwoordingsdocumenten aan een afgeronde accountants-controle onderworpen geweest, zoals (volgt een opsomming van verrichte controles).'
Misleidend is het dat betrokkene alleen de daarop volgende zin betreffende de niet verrichte controles als argument aanhaalt voor zijn oordeel zonder de reden te citeren.

Punt 2 en 3. De aanhef van het stuk 'Onaanvaardbaar, onvoldoende' suggereert volstrekt ten onrechte dat het rapport het financiële beleid van de NOS dan wel de interne controle daarop in zijn geheel diskwalificeert, temeer nu deze woorden tussen aanhalingstekens zijn geplaatst en daarmee suggereren een citaat uit het rapport te zijn. Door daaraan toe te voegen 'Dit is de niet mis te verstane veroordeling ... betreffende de interne controle op het financiële beheer bij de NOS' suggereert het artikel wederom dat de aangehaalde passage een over-all afkeurend oordeel van de accountants zou bevatten. In werkelijkheid kwalificeert het rapport noch beleid, noch de interne controle daarop als geheel, in bewoordingen als vermeld, en komen die woorden in het rapport niet voor.
Het stuk begint dan met de zin 'Onaanvaardbaar, onvoldoende en dus in de huidige vorm - ongewenst'. De zin is - net als hiervoor - tussen aanhalingstekens geplaatst, daarmee wederom in strijd met de waarheid suggererend dat zij ergens in het rapport voorkomt. Noch de zin noch een dergelijke klacht echter komt in het rapport voor, zo stelt klager.

Betrokkene schrijft: 'De woorden "onaanvaardbaar'' en "ongewenst" zijn wel degelijk letterlijk in het rapport terug te vinden, en wel op pagina 8.'

Klager acht het misleidend dat deze woorden zijn gebruikt zonder beperking, terwijl niet vermeld wordt dat het rapport ze slechts bezigt voor één onderdeel, n.l. de onregelmatigheden bij de toepassing van de regeling voor maaltijdverstrekking, waarbij betalingen zijn verricht op grond van ondeugdelijke bewijsstukken, waarover het rapport zegt: 'Hoewel het financiële belang gerelateerd aan de totale NOS-uitgaven ter zake niet van materiële betekenis lijkt te zijn, achten wij een voortduren van deze situatie uit hoofde van ordelijk beheer ongewenst, zo niet onaanvaardbaar.'

Punt 4. Klager stelt dat er niet alleen geen 'niet mis te verstane veroordeling' van de interne controle in het rapport is te lezen, maar dat de volgende zin 'Hun vernietigend oordeel is met name een slag in het gezicht van de Interne Accountants Dienst (IAD) van de NOS' evenzeer een misleidende suggestie bevat. Betrokkene schrijft hierover: 'Het rapport moge dan misschien geen slag in het gezicht van uw Interne Accountants dienst zijn, een flinke klap is het toch wel als men op pagina 8, onder 6.1 leest: 'Reeds enkele jaren spreken wij onze teleurstelling uit over het feit dat de Interne Accountants Dienst beide vorengenoemde functies (bedoeld zijn de controle-functie en de advies-functie) onvoldoende vervult. Ook in 1971 is hierin geen verandering gekomen. Het veel langer voortduren van de huidige situatie achten wij in hoge mate ongewenst.'
Klager stelt daartegenover dat deze zinsneden aldus moeten worden verstaan: als de NOS een interne accountantsdienst instelt moet zij deze dienst voldoende personeel geven om de aan deze dienst toegewezen controle opdrachten behoorlijk te vervullen, aangezien
anders de externe accountants deze werkzaamheden - evenals dit voorheen geschiedde - volledig moeten verrichten. De totale controle is uiteraard geschied, doch naar de mening van de externe accountants voor een te klein deel door de IAD tengevolge van personeelstekort. Misleidend is weer dat betrokkene deze redengeving heeft weggelaten.

Punt 5. 'De accountants beklagen zich in het rapport erover, dat in veel gevallen de bewijsstukken van uitgaven ontbreken', aldus De Telegraaf .
Klager stelt dat die klacht niet in het rapport voorkomt. Op blz .8 wordt een opmerking gemaakt over de controle op de bonnen voor maaltijden, onder aantekening dat de zaak niet van materiële betekenis lijkt te zijn (zie boven onder punt 2 en 3).
Betrokkene schrijft: 'Voor wat betreft het ontbreken van bewijsstukken, moge ik u bijvoorbeeld wijzen op hetgeen onder 5.8 ten aanzien van de Dienst Algemene Zaken staat. 'De Dienst Algemene Zaken heeft geen administratie gevoerd van gedrukte brochures, teksten en representatie-artikelen noch van de bij verkoop van brochures e.d. verkregen opbrengsten'.
'Klager meent dat men hiermee nog niet van 'veel gevallen' mag spreken en zo de suggestie wekken van 'bij de NOS doet men maar'.

Punt 6. Het ernstigste bezwaar heeft klager tegen de uitlating: 'De goedkeuring van de staat van uitgaven blijkt door de accountants slechts schoorvoetend te zijn gegeven: 'Er ontbreken te veel documenten voor doeltreffende controle ' . ' In werkelijkheid is de goedkeurende accountantsverklaring zonder enig voorbehoud gegeven. De plaatsing van de laatste zin tussen aanhalingstekens suggereert een citaat; de zin staat echter nergens in het rapport.
Betrokkene schrijft: 'Dat de goedkeuring inderdaad schoorvoetend verleend moet zijn, blijkt wel uit het rapport zelf, waar de externe accountants onder 2.3 ('Door het niet opnemen van bedoelde verplichtingen ontstaat de mogelijkheid, dat in enig jaar de jaarstukken een onjuist beeld vertonen.'); 5.3 (Vooral bij de FED-TV ontbreekt het kader aan voldoende tijd voor beoordeling van - belangrijke financiële mutaties, - de afsluitposten bij het opstellen van de jaarrekening'): 5.8 ten aanzien van de administratie van de Dienst Programma-faciliteiten Televisie: 'Later in 1971 en 1972 door ons en IAD genomen steekproeven tonen aan dat thans opnieuw omvangrijke verschillen in het artikelenbestand voorkomen. Pogingen van FED- en lAD-zijde om in overleg met medewerkers van de Dienst verbeteringen tot stand te brengen hebben nog niet veel resultaat gehad. Het is noodzakelijk dat het gehele administratieve proces rond de voorraadadministratie, de ontvangsten en afgiftenverantwoording, retouren en de communicatie tussen de betrokken diensten grondig wordt onderzocht. Een voorraadadministratie met een dergelijk groot aantal verschillen verliest elke waarde als informatiebron en controlemiddel.' Verder blijkt het 'schoorvoetend verlenen' uit het reeds opgemerkte over uw Interne Accountants Dienst, en met name het reeds door ons onder punt 6.2 geciteerde, met betrekking tot het ontbreken van controle op de jaarstukken. En tot slot, uit punt 5, op pagina 12, waar staat dat een aantal verplichtingen per 31 december 1971 niet in de balans zijn verwerkt, die een latente claim op het vermogen van de omroep blijven vormen.

Klager stelt hier tegenover dat de jaarstukken door de accountants zonder enige voorbehoud zijn goedgekeurd; ware dat anders, dan zouden zij dat zeker te kennen hebben gegeven. Het eerste argument van betrokkene voor 'schoorvoetend' is ongelooflijk, immers betrokkene licht een zin uit de paragraaf waarin het rapport vermeldt dat door de Regeringscommissaris voor de omroep wijziging in de jaarstukken over 1970 is gebracht, welke wijziging genoemd kritisch commentaar van de accountants uitlokt. Dat dit kritiek op de Regeringscommissaris en niet op de NOS is vermeldt betrokkene niet.
Klager stelt dat de argumenten die betrokkene uit de paragrafen 5.3 en 5.8 aanvoert, terug te voeren zijn op de door de accountants gesignaleerde onderbezetting en vacatures bij de FED en IAD, hetgeen ook geldt voor hetgeen de accountants onder 6.2 opmerken over de controle op de jaarstukken door de IAD, zoals aan het begin van die paragraaf ook is uitgesproken (zie onder punt 1). De kritiek die betrokkene op blz. 12 meent te kunnen lezen, is in feite gericht op balanstechnische voorschriften van de regeringscommissaris voor de NOS.

Punt 7. Onder het hoofd 'Uitgaven' vermeldt het artikel: 'Bij de uitgaven die niet ten volle door bewijsstukken worden gedekt, staan onder meer de posten. . . (volgt een opsomming van zes posten en bedragen)' . Ook deze vermelding is zeer misleidend. Immers de posten staan wel onder de uitgaven, doch behalve de post maaltijdverstrekkingen (zie onder punt 5) wordt van geen enkele vermelde post zelfs maar een opmerking gemaakt over ontbreken van bewijsstukken.
Betrokkene schrijft: 'Voor wat betreft punt 9 (nu punt 7) van uw schrijven, is het juist, dat niet absoluut is geconstateerd dat de betrokken uitgaven niet ten volle door bewijsstukken worden gedekt.'

Klager acht dit verweer een nog sterkere verdachtmaking dan in het artikel is geuit.

ZITTING

Naar aanleiding van hetgeen betrokkene in zijn brief aan de NOS stelt:
'Mochten er al onjuiste citaten of interpreteringen in ons artikel van 9 november j.l., met betrekking tot het accountants-rapport staan, dan zijn die op de eerste plaats te wijten aan het volslagen gebrek aan openheid, die de NOS op dit punt betrachtte. Ondanks eerder gedane verzoeken onzerzijds, die dateren van voor 9 november j.l., heeft de NOS noch dit rapport, noch vorige accountants-rapporten willen laten inzien. Dat dit vrijdag 10 november 1972 ineens wél kon, is des te opmerkelijker.'
zegt klager desgevraagd, dat de NOS zijn jaarstukken bij de regering indient en geen vrijheid heeft deze te laten inzien. De regering heeft na overleg met de NOS de stukken ter vertrouwelijke inzage voor de leden van de Tweede Kamer neergelegd.
Betrokkene heeft de NOS verzocht om inzage van het rapport, aan welk verzoek niet kon worden voldaan. Klager zegt dat betrokkene verder geen enkele poging heeft gedaan de gegevens waarover hij beschikte, te verifiëren bij klager en zonder toepassing van hoor en wederhoor is overgegaan tot publikatie. Hoewel deze een aantal onwaarheden bevat, heeft betrokkene deze niet willen rectificeren.

OVERWEGINGEN

Aan de hand van het rapport kan worden vastgesteld dat de woorden 'onaanvaardbaar', 'onvoldoende' en 'ongewenst' inderdaad te vinden zijn op blz. 8. Die woorden worden gebruikt in het verband van kritische beschouwingen op de daarbij vermelde punten. Evenwel komen noch de zin 'Onaanvaardbaar, onvoldoende en dus - min de huidige vorm - ongewenst', noch de zin 'Er ontbreken teveel documenten voor doeltreffende controle', die door de toepassing van aanhalingstekens de indruk wekken citaten te zijn, in het rapport voor.
De aan de externe accountants uitdrukkelijk toegeschreven zin 'Het aantal vermissingen, onder meer van registratieapparatuur uit de studio's, neemt eveneens door gebrek aan voldoende controle toe' en het woord 'rommeltje' komen in het rapport niet voor.
'De klachten van de accountants betreffen ook het inefficiënt gebruik van studio's door de NOS' staat in het artikel; maar die klachten zijn in het rapport nergens te vinden.
Uit de reeks posten genoemd in verband met 'uitgaven die niet ten volle door bewijsstukken worden gedekt', blijkt alleen over de post maaltijdverstrekkingen in het rapport een opmerking van deze strekking te zijn gemaakt en niet ten aanzien van de andere vijf genoemde uitgavenposten.
Indien men, zoals betrokkene doet, een zo negatief getinte beschouwing wijdt aan de controle van de NOS, en zich daarbij bedient van de termen 'vernietigend rapport', 'niet mis te verstane veroordeling', 'slag in het gezicht', dan ware het gewenst deze mening te staven met deugdelijke argumenten. Het gebruik van zinnen, die niet steunen op enig gegeven in het rapport, of die door de plaatsing tussen aanhalingstekens de schijn wekken uit het rapport geciteerd te zijn, doch m feite uit de pen van de artikelschrijver zijn gevloeid, is daarvoor niet alleen onvoldoende doch tevens journalistiek en maatschappelijk onaanvaardbaar.

BESLISSING

Met de door klager gewraakte publikatie heeft betrokkene Goeman Borgesius, die zich daarvoor als hoofdredacteur aansprakelijk heeft gesteld, de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

De Raad besluit dit oordeel ter publikatie te verstrekken aan het ANP en aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van 15 november 1973 door prof. mr Ch. J. Enschedé, voorzitter, H. ten Brink, mevr. H. van der Horst-de Both, mr F. Kuitenbrouwer en drs L. F. Tijmstra, leden, in aanwezigheid van mr K. Helder, secretaris.

RvdJ 1973, 15.