1973/12 onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake Oltmans tegen De Telegraaf

De heer W.L. Oltmans, journalist te Amsterdam, hierna te noemen klager, heeft zich bij een brief van 28 januari 1972 tot de Raad gewend met een klacht tegen P. Zonneveld, fotojournalist, en H. Goeman Borgesius, hoofdredacteur van De Telegraaf, beiden te Amsterdam, hierna te noemen betrokkenen.

DE KLACHT

De klacht omvat, zakelijk weergegeven, het volgende. Op 18 januari 1972 had klager 's avonds in zijn woning een ontvangst georganiseerd voor drie Sowjet-diplomaten. De door klager hiervoor eveneens uitgenodigde gast H.J.A. Hofland heeft daarbij toegang verschaft aan betrokkene P. Zonneveld, als fotograaf medewerker van De Telegraaf. Gewaarschuwd door een der andere bezoekers heeft klager - die voordien niet op da hoogte was van identiteit en functie van betrokkene - deze uitdrukkelijk verboden in zijn huis te fotograferen. Desondanks verscheen in De Telegraaf van 20 januari 1972 een foto, tijdens genoemde ontvangst naar klager veronderstelt heimelijk door betrokkene Zonneveld genomen, waarop twee der Sowjet-diplomaten en een der andere gasten zichtbaar zijn. Op 19 en 20 januari 1972 publiceerde De Telegraaf onder verantwoordelijkheid van betrokkene Goeman Borgesius artikelen onder de titels "Mengen Russen zich in acties tegen Luns? Drie attachés bij Oltmans" en "Onderhoud van Russen met Oltmans. Haagse kringen op hoogte van inhoud gesprek. Moskou wil Mr Luns uit de NATO". Beide stukken wemelen volgens klager van insinuaties en onwaarheden waaruit zou moeten blijken dat hij voor het Sowjet-karretje zou zijn gespannen. Klager acht zich in zijn eer en goede naam als journalist geschaad. Hij verzoekt de Raad beide betrokkenen te veroordelen wegens het handelen in strijd met de journalistieke erecode.

HET VOORLOPIG ONDERZOEK

Tijdens het voorlopig onderzoek heeft betrokkene Goeman Borgesius aan de Raad bericht: "Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 3 februari j.l. deel ik u mede dat onzerzijds geen enkele behoefte bestaat om te reageren op klachten van de heer Oltmans." Betrokkene Zonneveld heeft niet gereageerd op het verzoek, een verweerschrift in te dienen. Vervolgens heeft de voorzitter met bijstand van de secretaris een drietal personen gehoord, die aan zijn uitnodiging om hem in te lichten over het op 18 januari 1972 ten huize van klager voorgevallene gevolg hadden gegeven. Daarna heeft de voorzitter het voorlopig onderzoek gesloten en de zaak naar de Raad verwezen.

DE ZITTING

De Raad heeft de zaak behandeld ter zitting van 3 mei 1973, waar klager is verschenen. Tegen beide betrokkenen, die niet zijn verschenen, heeft de Raad verstek verleend. Ter toelichting op zijn klacht zegt klager, dat het zwaartepunt ervan ligt in het feit, dat betrokkene Goeman Borgesius, nadat hem op 19 januari, als reactie op het eerste in de klacht genoemde artikel, door een der bij de ontvangst aanwezige gasten was meegedeeld dat dit artikel op tal van onjuistheden berustte, desondanks vervolgens in de editie van 20 januari van De Telegraaf een artikel heeft doen publiceren, berustend op dezelfde onjuistheden en nu vergezeld van de tegen klagers uitdrukkelijk verbod in te zijnen huize gemaakte foto. Vervolgens heeft klager een aantal passages in de artikelen aangegeven, die volgens hem onjuist en insinuerend ten aanzien van hem zijn.

BESLISSING

Nu betrokkene Goeman Borgesius geweigerd heeft medewerking te verlenen aan de behandeling van de klacht en betrokkene Zonneveld geen gevolg heeft gegeven aan de oproep voor de zitting heeft de Raad niet tot het inzicht kunnen komen dat aan de verdediging van de belangen van de betrokkenen voldoende recht kon wedervaren. De Raad onthoudt zich derhalve van het geven van een oordeel inzake de klacht.

De Raad besluit inzake de weigering van betrokkene Goeman Borgesius om medewerking aan de behandeling van de klacht te verlenen en het niet verschijnen van betrokkene Zonneveld ter zitting de volgende verklaring ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten "De Journalist":

"De heer W.L. Oltmans te Amsterdam heeft zich in januari 1972 tot de Raad voor de Journalistiek gewend met een klacht tegen de heer P. Zonneveld, fotojournalist te Amsterdam, wegens het tegen het uitdrukkelijk verbod van klager in vervaardigen van een foto tijdens een ontvangst ten huize van klager, welke foto is gepubliceerd in De Telegraaf van 20 januari 1972 en tegen de heer H. Goeman Borgesius, hoofdredacteur van De Telegraaf, wegens het (doen) publiceren in de edities van 19 en 20 januari 1972 van dit blad van enige artikelen die volgens klager wemelen van onjuistheden en insinuaties betreffende de te zijnen huize op 18 januari gehouden ontvangst voor een drietal Sowjet-diplomaten, waardoor klager zich in zijn eer en goede naam als journalist geschaad acht. Betrokkene Goeman Borgesius heeft geweigerd zijn medewerking aan de behandeling van deze klacht te verlenen; beide betrokkenen hebben aan de oproep om voor de Raad te verschijnen geen gevolg gegeven. De Raad heeft zich in verband daarmede van het geven van een oordeel inzake de klacht onthouden. Deze mededeling is verstrekt conform artikel 36 lid 2 en 3 van het Reglement voor de Raad."

Aldus vastgesteld ter zitting van 3 mei 1973 door prof.mr Ch.J. Enschedé, voorzitter, mevr.mr F. Klaver, drs J.M.M. van der Pluijm, drs H.W.M. van Run en drs A.A.V. Tummers, leden, in tegenwoordigheid van mr K. Helder als secretaris.

RvdJ 1973, 12.