1973/10 ongegrond

Mevr. E. Pach contra H. F. van Loon

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake mevrouw E. Pach tegen H. F. van Loon.

Mevrouw E. Pach te Amsterdam, hierna te noemen klaagster, heeft zich bij een brief van 15 januari 1973 tot de Raad gewend met een klacht tegen de heer H. F. van Loon te Amsterdam, redacteur van De Telegraaf, hierna te noemen betrokkene.

KLACHT

In haar klaagschrift, nader aangevuld in een brief van 15 februari 1973, stelt klaagster, zakelijk samengevat, het volgende.

a. Betrokkene heeft zich op 9 januari 1973, volgens klaagster onder het mom van onbekendheid met de feiten, bij haar toegang verschaft voor inlichtingen over een buurtactie tegen de aanwezigheid van een opslagplaats van jachtkruit achter een wapenhandel aan de Middenweg te Amsterdam. Drie weken tevoren was via het ANP een bericht verspreid over het aanspannen van een civiele procedure door het actiecomité. Betrokkene wendde zich echter tot klaagster, en hoewel zij hem verwees naar het comité bleef hij aandringen op een onderhoud met haar, waarin zij tenslotte heeft toegestemd. Het interview had diezelfde avond plaats in aanwezigheid van twee buurtgenoten.

b. In De Telegraaf van 12 januari 1973 verscheen vervolgens onder signatuur van betrokkene over deze zaak een artikel getiteld Vaatje buskruit zaait onrust in de Watergraafsmeer. Klaagster stelt dat betrokkene hierin opzettelijk een vertekend beeld geeft van de situatie ten voordele van de wapenhandelaar en ten nadele van de actievoerders en haarzelf. Betrokkene zou niet hebben gewenst kennis te nemen van officiële stukken (o.a. de dagvaarding voor het proces) en tijdens het gesprek klaagster herhaaldelijk hebben toegevoegd: 'Wat bent u toch wantrouwend'. In het stuk worden klaagster en de wapenhandelaar als volgt geïntroduceerd: 'De eerste is de zelf opgeworpen Jeanne d'Arc van de Pasteurstraat en staat aan het hoofd van het buurtprotest, de tweede een man die, in plaats van meel en grutterswaren toevallig geweren, hengels en jachtkleren verkoopt en nu geconfronteerd wordt met het risico dat hij het huis waar hij woont en waarin al zijn spaarcentjes zitten, zal moeten ontruimen.' Over klaagster legt betrokkene voorts een anonymus het volgende in de mond: 'Actie voeren is haar lust en leven- ze heeft nu geloof ik, al vijf processen in deze buurt gevoerd. Hoewel ze Kees Kersten (de wapenhandelaar) nog nooit heeft ontmoet, spreekt ze over hem als over 'die onderwereldfiguur', die 'gangster'. Ze geniet kennelijk van de belangstelling die dit alles voor haar verwekt. Ze betaalt het ook allemaal zelf, want hoewel 60 buurtbewoners haar eis hebben medeondertekend, is zij alleen financieel aansprakelijk'. Dit hoewel zij betrokkene uitdrukkelijk de juiste gegevens heeft verstrekt.

c. Betrokkene legt volgens klaagster in het stuk haar voortdurend woorden in de mond die niet zijn gebezigd en hij heeft datgene wat is geuit, uit zijn verband gehaald.

d. Betrokkene is in gebreke gebleven gehoor te geven aan het verzoek van een der bij het gesprek aanwezige buurtgenoten om inlichtingen in te winnen bij een eveneens in de buurt wonende kruitdeskundige, tevens lid van het actiecomité, hoewel hij zou hebben toegezegd dit te doen.

e. Betrokkene heeft door klaagster verstrekte en door haar relevant geachte informatie weggelaten, o.a. dat de vestiging van dit bedrijf in strijd is met het bestemmingsplan voor dit stadsdeel en dat de wapenhandelaar de actievoerenden via zijn advocaat bedreigd had met gerechtelijke stappen als de actie zou worden voortgezet.

VOORLOPIG ONDERZOEK

Betrokkene heeft op deze klacht gereageerd met een brief waarin hij o.m. het volgende stelt:
'Bij het schrijven van het artikel (...) ben ik uitgegaan van het meest-letterlijke principe van hoor-en-wederhoor. Er waren twee protagonisten in het spel, ik heb beiden aan het woord gelaten en hun woorden letterlijk weergegeven. Ik heb ook een buurtbewoner aan het woord gelaten, die mij vroeg hem niet met name te noemen, aangezien hij, naar hij mij zei, 'zich niet de
woede van mevrouw Pach op de hals wilde halen'.
Mijn persoonlijke indruk van mevrouw Pach was, dat ik te maken had met een meer dan normaal geëmotioneerde vrouw, die, als gevolg daarvan, de redelijkheid nogal eens uit het oog verloor. Haar bewoordingen wezen daarop. Bij herhaling kreet zij tegen mij uit, dat burgemeester, wethouders en gemeenteraadsleden van Amsterdam 'één grote corrupte troep' zijn, die allemaal onder één hoedje zouden spelen om het de heer K. mogelijk te maken zijn winkel aan de Middenweg te kunnen drijven.
Ook de termen van de 'klacht' die zij u zond komen op mij over als sterk-emotioneel en weinig-objectief. Een enkel voorbeeld: (...) Mevrouw Pach beticht mij ervan mij 'toegang te hebben verschaft onder het mom van onbekend zijn met de feiten'. Ik was inderdaad niet op de hoogte van de feiten, daarom wilde ik mevrouw Pach spreken en van haar ging tijdens een telefoongesprek, het verzoek uit, bij haar thuis de hele toedracht aan te horen.'

ZITTING

Nadat de voorzitter het voorlopig onderzoek had gesloten en de zaak naar de Raad had verwezen, heeft deze de zaak behandeld ter zitting van 2 mei 1973, waar alleen klaagster is verschenen. Tegen betrokkene heeft de Raad verstek verleend. Klaagster licht haar klacht als volgt toe.
a. Nadat het actiecomité ter gelegenheid van het instellen van een civiel geding tegen de wapenhandelaar en de gemeente een mededeling had verstrekt aan het ANP, heeft een aantal kranten op 20 december 1972 daarover een bericht gepubliceerd, echter niet De Telegraaf. Ondanks de bewering van betrokkene dat hij niet op de hoogte was van de zaak, bleek volgens klaagster tijdens het gesprek dat hij er wel van afwist.
b. Behalve door bepaalde formuleringen geeft het artikel ook door onvolledigheid een vertekend beeld.
c. Klaagster heeft wel het woord 'onderwereldfiguur' gebezigd maar het woord 'gangster' is haar ten onrechte in de mond gelegd omdat zij deze uitdrukking nooit gebruikt. Verder heeft zij wel zoals geciteerd gezegd: 'dit is een duidelijk geval van corruptie', maar niet de volgende woorden: 'het stadsbestuur is totaal corrupt' die betrokkene haar laat zeggen in zijn stuk.
d. Betrokkene heeft klaagster en haar buurtgenoten in de waan gelaten, de door hen genoemde kruitdeskundige om informatie te zullen vragen.
e. Betrokkene is - hoewel erop attent gemaakt - niet aanwezig geweest op de openbare zitting ten stadhuize op 11 januari 1973 betreffende de hinderwetvergunning voor de bewaarplaats voor buskruit en patronen aan de Middenweg, waar hij belangrijke gegevens had kunnen verzamelen voor zijn artikel.

OVERWEGINGEN

Door het niet verschijnen van betrokkene is de Raad op een aantal punten belemmerd in zijn oordeelsvorming, in het bijzonder waar het betreft de relevantie van de meegedeelde feiten. Ofschoon de Raad begrip heeft voor de reactie van klaagster op de publikatie, overweegt hij anderzijds, dat deze reactie - althans in ruime mate - kan rusten op een tussen klaagster en betrokkene bestaand verschil in waardering van de feiten in casu.
Voor zover de Raad wel aan een oordeel heeft kunnen toekomen aan de hand van het betwiste artikel en de daaromtrent door partijen verstrekte inlichtingen heeft dit niet tot de slotsom kunnen leiden dat betrokkene in zijn optreden en in hetgeen hij heeft gepubliceerd, maatschappelijk onaanvaardbaar heeft gehandeld, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid.

BESLISSING

De Raad wijst de klacht af.

De Raad besluit dit oordeel ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, De Journalist.

Aldus vastgesteld in de zitting van 2 mei 1973 door mr A. Stempels, plaatsvervangend voorzitter, H. ten Brink, drs H. W. M. van Run, H. A. Uilenbroek en mr J. J. Waltheer, leden, in aanwezigheid van mr K. Helder, secretaris.

RvdJ 1973, 10.