1971/10 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake S.A. van der Laan tegen de hoofdredacteur van de Haagsche Courant

De heer S.A. van der Laan te 's-Gravenhage, hierna te noemen klager, heeft zich bij een brief van 12 mei 1971 tot de Raad voor de Journalistiek gewend met een klacht tegen de hoofdredacteur van de Haagsche Courant, hierna te noemen betrokkene.

Tijdens het voorlopig onderzoek, naar deze klacht ingesteld, heeft betrokkene een verweerschrift ingediend. Daarna heeft de Raad de zaak naar de zitting verwezen en deze behandeld ter zitting van 28 oktober 1971, waar zijn verschenen klager, bijgestaan door Mr. E. de Jong Swemer, advocaat te Amsterdam, en als gemachtigde voor betrokkene de heer A.J. IJdens, vergezeld van de heer H. Huigen, respectievelijk chef van de stadsredactie en verslaggever van de Haagsche Courant.

KLACHT

Klager stelt, zakelijk weergegeven, de volgende feiten. Op 15 april 1971 heeft zijn hond, een vierjarige bastaard-dalmatier, toen deze 's middags door klager's schoonvader werd uitgelaten een tweejarig buurmeisje in het gezicht gebeten. De beet had ernstig letsel ten gevolge, waarvoor het kind na chirurgisch ingrijpen tot 28 april in het ziekenhuis heeft verbleven. Klager was zeer ontsteld door het gebeurde; hij heeft diezelfde avond nog contact gehad met de moeder van het meisje, terwijl zijn schoonvader haar herhaaldelijk in het ziekenhuis heeft opgezocht. Op 19 april hoorde klager 's middags van zijn dochter dat twee heren van de Haagsche Courant in de straat bij de mensen aanbelden. Omstreeks 17.30 uur kreeg hij zelf bezoek van hen, die hem vroegen om informatie over het op 15 april gebeurde en die een foto van de hond wilden maken. Klager weigerde hierop in te gaan, zeggende dat dit waarschijnlijk wel een sensatieverhaaltje in de H.C. zou worden. Zij vertrokken na hem te hebben gezegd dat het verhaal nu wel langer zou worden. Op 20 april verscheen in de Haagsche Courant een artikel van de hand van H. Huigen onder de kop "Afgerichte hond scheurt gezicht van kleuter open", geïllustreerd met een foto van het slachtoffertje in verband, en een foto van een dalmatiër. Klager acht zich in eer en goede naam aangetast door dit artikel en de daarin volgens hem voorkomende onjuistheden. Hij heeft op 28 april een brief gezonden aan de hoofdredacteur van de Haagsche Courant, waarin hij verzocht zijn zienswijze op een aantal door hem betwiste punten van het artikel te publiceren. Na een aanvullend artikel "Muilkorf voor agressieve hond" op 21 april publiceerde de Haagsche Courant op 6 mei een stuk met de kop "Gebeten kleuter is weer thuis", waarin enige punten uit de brief van klager worden vermeld doch niet in volle omvang aan zijn verzoek wordt voldaan. De volgende dag ontving klager een brief d.d. 6 mei van betrokkene hierover. Hij neemt hiermee geen genoegen en wendt zich daarom tot de Raad. Hij is na de publikatie van 20 april enige dagen lastig gevallen met anonieme telefoontjes en brieven die zeer grievend voor hem en zijn gezin waren; voorts heeft hij als zelfstandig woninginrichter een nog voortdurende zakelijke schade geleden.

De bezwaren van klager tegen het artikel betreffen vooral de volgende punten.
1. Het herhaalde gebruik van het woord "afgericht" in combinatie met de zin "De hond is agressief, zo hebben we hem gemaakt," aldus woninginrichter Van der Laan." De hond is noch afgericht noch agressief en klager heeft dit ook niet zo verklaard.
2. "Tot gisteravond heeft hij de ouders van het meisje nog geen bezoek gebracht. De ouders Dijkman hebben hem nu opgezocht en hebben hem verteld wat zijn hond heeft gedaan. "Dan heb je pech gehad," was alles wat de eigenaar ons te zeggen had," aldus de moeder van het gewonde meisje." Klager stelt niets van dien aard gezegd te hebben. Tijdens het bezoek dat de moeder 's avonds na het gebeurde aan hem bracht, is afgesproken dat klager na vier dagen contact met haar zou opnemen als de dokter nader uitsluitsel zou hebben gegeven over de kans op herstel.
3. "Hij weigerde overigens de ouders van het meisje mede te delen of hij tegen wettelijke aansprakelijkheid is verzekerd." Dit punt is niet ter sprake gekomen tijdens het gesprek met de moeder; er was dus geen weigering.
4. "De hond vloog het meisje naar de keel, en trok daarbij zijn begeleider omver." De hond is volgens klager het meisje niet naar de keel gevlogen doch heeft ter hoogte van zijn kop gehapt in het gezicht van het kind, toen dit de hond van achteren trachtte te aaien. Klager's schoonvader werd daarbij niet omver getrokken.
5. "Al eerder beet de afgerichte Dalmatiër een buurjongen in de arm.- De bejaarde overbuurman (...) verklaarde ook al eens door de hond te zijn aangevallen." Hier wordt gedoeld op gebeurtenissen van drie jaar geleden bij klager thuis bij pogingen, de hond te aaien. De jongen werd licht gebeten, de buurman in het geheel niet.
6. De foto beeldt niet klager's hond af. Het onderschrift:"De Dalmatiër is een vrolijke hond, met een wat onstuimig karakter. Net als elke andere hond kan hij door africhten echter ook vals worden gemaakt." wekt de suggestie dat dit laatste met klager's hond is gebeurd.
7. Klager vraagt zich af waarom zijn volledige naam, beroep en adres is gepubliceerd.

VERWEER

Betrokkene stelt dat in de berichtgeving over de bijtende hond de journalistieke zorgvuldigheid is betracht. Betrokken partijen zijn door de verslaggever gehoord en voor zover nodig, geciteerd. De door klager gezonden brief was door aard en vormgeving ongeschikt voor publikatie. Voorts werden enkele stellingen daarin, gezien de eerdere getuigenverklaringen, aan twijfel onderhevig geacht. Daarom is aan de reportage van 6 mei over de toestand van het gebeten meisje een excerpt toegevoegd van de essentiële punten uit klager's brief. Een ingezonden stuk van een vriend of buurtgenoot van klager is in extenso naast deze reportage opgenomen met een redactioneel onderschrift, juist om elke misvatting te vermijden dat de krant schuldig zou willen zijn aan zakelijk nadelige gevolgen voor klager. De uitdrukking "Dan heb je pech gehad" is gebezigd door de moeder van het kind, zoals ook in het eerste bericht tot uitdrukking kwam tijdens het gesprek met klager verklaarde deze dat de hond niet vals was maar wel agressief voor vreemden, omdat hem geleerd was op de winkel te passen.

ZITTING

Ter zitting blijft klager bij zijn standpunt dat betrokkene in de krant van 6 mei onvoldoende is tegemoetgekomen aan zijn bezwaren: slechts drie van zijn punten worden vermeld. Betrokkene stelt dat tegenover de andere punten de door de verslaggever verzamelde verklaringen stonden, deze zijn betrouwbaar weergegeven.
Over punt 1 blijven de meningen uiteenlopen: klager ontkent de woorden "afgericht" en "agressief" te hebben gebruikt 9 terwijl betrokkene stelt dat daarover wel door klager is gesproken tijdens de korte ontmoeting van de verslaggever met klager.
Klager ontkent wat punt 2 betreft ten stelligste te hebben gezegd "Dan heb je pech gehad". De heer Huigen zegt dit van de moeder van het kind te hebben gehoord; hij heeft getracht deze uitlating bij klager te verifiëren doch deze heeft daarop abrupt het gesprek beëindigd. In zijn stuk heeft hij deze woorden daarom voor de rekening van de zegsvrouw gelaten.
De in punt 3 genoemde uitlating over de verzekering doet klager - die overigens verzekerd is - vragen waarom dit in het artikel is opgenomen, nu hij nooit geweigerd heeft hierover een mededeling te doen; de formulering werpt een blaam op hem. Betrokkene zegt dat deze informatie afkomstig is van de moeder van het kind, die verontwaardigd was hierover.
Bij punt 4 heeft klager vooral bezwaar tegen de wijze waarop het gebeurde is weergegeven, in "naar de keel vliegen" wordt niet alleen agressiviteit maar zelfs bloeddorstigheid gesuggereerd, terwijl de begeleider niet is omvergetrokken; dit had bij de man zelf kunnen worden nagevraagd. Betrokkene zegt ook die woorden van de moeder te hebben vernomen; door klager's houding heeft hij die bij hem niet kunnen verifiëren. Hij heeft dit ook niet bij diens schoonvader gedaan; de uitlating is een eigen leven gaan leiden, waardoor de formulering van de vrouw werd overgenomen in het stuk.
Over de onder punt 5 vermelde gebeurtenissen bestaat slechts verschil van mening over de ernst ervan. Klager zegt dat het niet ging om aanvallen op de genoemde personen maar om de reactie van een jonge hond die hapt naar mensen die hem aanraken. Betrokkene zegt slechts de mededelingen van de genoemden zelf te hebben weergegeven.
Omtrent punt 6 zegt klager dat de foto als informatie onjuist is omdat zijn bastaard-dalmatiër kleiner is dan de afgebeelde hond, terwijl de tweede zin van het onderschrift de van het gehele stuk uitgaande suggestie dat hij de hond agressief gemaakt heeft - hetgeen hij bestrijdt - versterkt. Betrokkene zegt klager te hebben voorgesteld een foto van hem met zijn hond te maken voor het artikel; klager heeft dit echter geweigerd. Hij geeft toe dat het onderschrift beter duidelijk had kunnen aangeven dat de foto een willekeurige dalmatiër afbeeldde.
Door de volledige vermelding van zijn personalia, waarop punt 7 betrekking heeft, hebben klager en zijn gezin zich talrijke onaangename bejegeningen per brief en telefoon moeten laten welgevallen, terwijl zijn bedrijf, waarvoor het juist de drukste tijd was, grote zakelijke schade heeft geleden. Betrokkene stelt dat deze vermelding steunt op vaste journalistieke beginselen, die slechts uitzondering kennen wanneer het gaat om personen, verdacht van een strafbaar feit. Er dient geen misverstand te kunnen ontstaan omtrent de identiteit van de genoemde persoon.

Dat klager schade en onaangenaamheden heeft ondervonden door de publikatie wordt door betrokkene betreurd die dit niet bedoeld heeft. Dit heeft hij ook doen uitkomen in het onderschrift bij de op 6 mei gepubliceerde ingezonden brief over deze zaak. Zijn bezwaren samenvattend zegt klager dat betrokkene niet nauwkeurig heeft nagegaan wat er gebeurd is, hetgeen heeft geleid tot een aantal voor hem zeer nadelige onjuistheden in de publikatie van 20 april. Door het vermelden van de volledige gegevens over zijn identiteit heeft betrokkene, wetend dat hij een zelfstandig ondernemer is, extra verantwoordelijkheid op zich geladen voor de uiterste zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid der weergegeven feiten. Met een snelle rectificatie zou veel schade nog vermeden kunnen zijn, maar betrokkene reageerde pas op 6 mei op klager's verzoek daartoe, zonder nader onderzoek en slechts op enkele punten. Betrokkene zegt de aan klager berokkende schade zeer te betreuren. Hij had die niet voorzien, doch ook al was die te voorzien, dan zou dat hem niet in zijn berichtgeving kunnen belemmeren. Hij acht klager's onvrede begrijpelijk, maar deze mag die niet afwentelen op de krant nu hij zelf het de verslaggever door zijn houding onmogelijk heeft gemaakt, zijn visie op het gebeurde weer te geven en zo eventuele onjuistheden recht te zetten. Voor een weerwoord - zij het wellicht bekort - wordt in zijn krant altijd plaats ingeruimd, hetgeen ook in dit geval is gebeurd door het overnemen van de essentiële punten uit klager's overigens voor publikatie ongeschikte brief.

OVERWEGINGEN

De behandeling heeft niet geleid tot een overeenstemming over de feiten- op bijna alle punten houden partijen vast aan hun van elkaar afwijkende standpunten. De visie van klager staat tegenover die van betrokkene's verslaggever die stelt betrouwbaar te hebben weergegeven hetgeen zijn zegslieden - klager incluis - hem hebben meegedeeld. Uit de behandeling is echter wel duidelijk geworden dat de in de eerste publikatie gebezigde woordkeus op verschillende plaatsen in voor de klager nadelige zin gekleurd is. Het woord " afgericht" dat meermalen is gebruikt zonder dat daaraan is toegevoegd waarop de hond eventueel was afgericht, wekt, in verband met het aan klager toegeschreven doch door hem betwiste citaat "De hond is agressief, zo hebben we het gemaakt", de suggestie dat het dier op agressiviteit zou zijn afgericht. Deze suggestie wordt versterkt door de kop van het stuk "Afgerichte hond scheurt gezicht van kleuter open" en de zin uit het onderschrift bij de foto "Net als elke andere hond kan hij echter door africhten ook vals worden gemaakt". Het bezwaar van gekleurd woordgebruik geldt vervolgens ook voor de zin "De hond vloog het meisje naar de keel en trok daarbij zijn begeleider omver". In het eerste deel ervan wordt het beeld van een verscheurend dier opgeroepen terwijl uit de feiten slechts valt af te leiden dat de hond in het gezicht en niet in de hals van het kind heeft gebeten. Door het tweede gedeelte wordt de van het eerste deel van de zin uitgaande suggestie nog versterkt. Tegen het eerste deel richt zich voorts het bezwaar dat hierin iets als feit wordt weergegeven dat blijkens betrokkene's verklaring ter zitting slechts berust op een zegswijze van de moeder, die de verslaggever zonder de vereiste kritische weging heeft overgenomen.
Vooral het gekleurde woordgebruik heeft het voor klager pijnlijk en nadelig gemaakt, dat hij met volledige personalia in het stuk werd genoemd. Het gebrek schuilt echter in dat woordgebruik, niet in het feit dat de personalia - zoals niet ongebruikelijk in zulke gevallen - in het stuk voorkwamen.

BESLISSING

Afgezien van een mogelijk onjuiste weergave van enige feiten, tot een vaststelling waarvan de Raad niet heeft kunnen komen, kan de schrijver van het betwiste stuk onzorgvuldigheid worden verweten; er is hier sprake van een voor klager nadelig gekleurd woordgebruik.

De Raad besluit dit oordeel ter publikatie ter verstrekken aan het orgaan van het Nederlandse Vereniging van Journalisten "De Journalist".

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 28 oktober 1971 door Prof.Mr.Ch.J. Enschede, voorzitter, Mr. J. Brans-Woltering, Dr.E. Diemer, Prof.Dr.G.C. van Niftrik en N.G. Schrama, leden, in tegenwoordigheid van Mr.K. Helder, secretaris.

RvdJ 1971, 10.