1970/2 ongegrond

L. C. Geleijnse contra P. K. Jellema

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake L. C. Geleijnse tegen P. K. Jellema.

De heer L. C. Geleijnse, wonende te Veendam, hierna te noemen klager, heeft zich bij brief van 17 september 1969 tot de Raad voor de Journalistiek gewend met een klacht tegen de heer P. K. Jellema journalist te Veendam, hoofdredacteur van het maandblad Regio, hierna te noemen betrokkene.
Na een voorlopig onderzoek, ter gelegenheid waarvan betrokkene een verweerschrift heeft ingediend, heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen. De Raad heeft de zaak behandeld ter zitting van 8 januari 1970, waar beide partijen in persoon zijn verschenen.

FEITEN

Eind juli 1969 hebben partijen op verzoek van betrokkene een gesprek met elkaar gehad over nudisme en naturisme, waarover betrokkene in zijn blad wilde schrijven. Dat gesprek was van vertrouwelijke aard; tussen partijen stond vast, dat klager in het door betrokkene te schrijven stuk niet genoemd mocht worden.
Betrokkene heeft in het augustus-nummer 1969 van Regio zijn stuk gepubliceerd. Dat stuk was geïllustreerd. De illustratie was ontleend aan een door klager aan betrokkene daartoe geleend nummer van het blad Naturisme. Betrokkene heeft daartoe uit dat nummer enkele foto's geknipt, en het aldus geschonden exemplaar aan klager teruggegeven. Er is over een en ander nog telefonisch contact geweest tussen de vrouw van klager en betrokkene; bovendien heeft betrokkene een brief aan de vrouw van klager geschreven onder datum 30 augustus 1969.

KLACHT

Klager heeft zijn bezwaren, zoals hij die ter zitting nader heeft besproken, toegespitst op drie punten.

Ten eerste: betrokkene heeft zich niet gehouden aan het vertrouwelijke karakter van het gesprek; hij heeft immers in zijn stuk als zijn zegsman genoemd 'de Veendammer Gerard L., (de naam is om begrijpelijke redenen veranderd) 41, gehuwd, twee kinderen.' Klager is Veendammer, 41, gehuwd, twee kinderen- zijn voorletters zijn L. G. terwijl in het stuk als voorletters G. L. gegeven worden, en dan nog Ge(rard) L., zijnde dit de eerste drie letters van de achternaam Geleijnse.

Ten tweede: betrokkene had in het nummer van Naturisme niet mogen knippen.

Ten derde: de brief van betrokkene aan klager's vrouw was onheus.

In zijn verweerschrift heeft betrokkene de klachten weersproken- op dat verweer wordt hieronder zo nodig verder ingegaan.

Klager en betrokkene hebben beiden bij de ingenomen standpunten volhard.

OVERWEGINGEN

Voor wat het eerste deel van de klacht betreft: betrokkene zegt daarover in zijn verweerschrift, zakelijk samengevat: er is een vrij veel voorkomende voornaam gebruikt en een letter voor een achternaam die niets zegt. Een leeftijd heeft betrokkene alleen maar geschat. Twee kinderen is al het gewoonste. Uitgaande van het feit, dat de gemeente Veendam ongeveer 19.000 inwoners telt, was er niet gezegd.
De Raad verwerpt dit verweer. De Raad gaat er vanuit, dat betrokkene bij het kiezen van de gegevens die ertoe moesten dienen de identiteit van zijn zegsman te verhullen te goeder trouw tewerk is gegaan; het tegendeel is niet komen vast te staan. Dat neemt echter niet weg, dat hij onzorgvuldig is geweest. De gekozen gegevens staan objectief zo dicht bij die van klager, dat een lezer - de toevoeging 'dat de naam om begrijpelijke redenen is veranderd' wekt de gedachte 'wie zou dat wel wezen?' - in die gegevens een richtsnoer kon vinden, waar te zoeken.
De beide andere delen van de klacht treffen geen doel. Het betreft hier handelingen of gedragingen, die naar hun aard niet vallen onder de omschrijving van art. 1 lid 2 van het Reglement voor de Raad.

BESLISSING

Het is te betreuren, dat betrokkene onzorgvuldig is geweest bij de keuze van de mystificerende persoonsgegevens in zijn stuk- een handeling of gedraging die schadelijk is voor de waardigheid van de stand der Nederlandse journalisten levert dit echter naar het oordeel van de Raad niet op.
Voor het overige wordt de klacht afgewezen.

De Raad besluit dit oordeel ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 8 januari 1970 door prof. mr Ch. J. Ensched├ę, voorzitter, J. H. Boom, prof. dr G. C. van Niftrik, drs J. M. M. van der Pluym en N. G. Schrama, leden. in tegenwoordigheid van mr K. Helder als secretaris.

RvdJ 1970, 2.