1969/3 gegrond onthouding oordeel

Plaatsing van foto in Panorama betreurd

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake een klacht van de heer en mevrouw Van Doorne-Van de Wetering tegen H. Smulders en de hoofdredactie van het weekblad Panorama.

De heer en mevrouw Van Doorne-Van de Wetering, hierna te noemen klagers, hebben zich bij brief van 3 januari 1969 tot de Raad voor de Journalistiek gewend met een klacht tegen de heer H. Smulders, journalist bij het weekblad Panorama, en de verantwoordelijke hoofdredacteur van dit weekblad, als hoedanig in deze zaak is opgetreden de heer G. J. Vermeulen, hierna te noemen betrokkene(n).

Na een voorlopig onderzoek ter gelegenheid waarvan de betrokkenen een verweerschrift indienden heeft de voorzitter de zaak naar de Raad verwezen. De Raad heeft deze zaak behandeld op de zitting van 17 juni 1969. Ter zitting zijn verschenen de beide betrokkenen, bijgestaan door mr. R. W. Baron de Vos van Steenwijk advocaat te 's Gravenhage. Klagers zijn opgeroepen bij aangetekend schrijven, dat op 5 juni 1969 ter post is bezorgd. Klagers zijn niet ter zitting verschenen. Bij de Raad is op 16 juni een aangetekende brief binnengekomen, gedateerd 11 juni 1969, blijkens poststempel verzonden op 13 juni, luidende als volgt: 'Uw schrijven van 5 juni ontvangen. Het spijt ons zeer, doch wij kunnen 17 juni a.s. niet aanwezig zijn, daar wij 12 juni a.s. met vakantie gaan en dat kunnen wij onmogelijk veranderen, daar dit al besproken was. Hoogachtend, mevrouw H. L. v. Doorne-v. d. Wetering.'

De klacht heeft betrekking op de volgende feiten:

In het weekblad Panorama van 14-21 december 1968 verscheen van de hand van de betrokkene Smulders een artikel onder de kop 'De dodelijke opkicker van Henk High Joy', handelende over de plotselinge dood van de zoon van klagers.
Het artikel legt verband tussen de plotselinge dood van de zoon van klagers en het gebruik van verdovende middelen en gaat uitvoerig in op de achtergronden van het overlijden- het is onder meer met een fotografisch portret van 20 bij 25 cm van de overledene geïllustreerd.

 

BEZWAREN

Tegen dit artikel formuleerden klagers in hun klaagschrift een aantal bezwaren, die in hoofdzaak neerkomen op de volgende drie punten: In het artikel wordt de indruk gewekt, dat de schrijver een onderhoud heeft gehad met beide klagers, hetgeen volgens klagers niet het geval is geweest.
In het artikel komen een aantal feitelijke onjuistheden voor.
De bij het artikel afgedrukte foto van de zoon van klagers is geplaatst zonder hun toestemming.
In hun verweerschrift wijzen de betrokkenen de klacht af op de volgende gronden:
De betrokkene Smulders heeft omstreeks 18 november 1968 een onderhoud van ongeveer twee uur gehad met de beide klagers, ten bewijze waarvan hij een copie van zijn notities van het gesprek overlegt. De beweerde feitelijke onjuistheden zijn alle uit betrouwbare bronnen opgetekend.
Aan de publikatie van de foto heeft betrokkene Smulders geen deel gehad Gelet op doel en strekking van het artikel oordeelde de redactie van het weekblad Panorama de publikatie van de pasfoto noodzakelijk. Zonder publikatie van de foto zou het artikel niet hetzelfde gezochte effect hebben gehad.

Ter zitting hebben verweerders aangevoerd: De betrokkene Smulders heeft in de namiddag van 18 november een ongeveer twee uur durend gesprek gehad met beide klagers. Hij heeft zich bij het begin van het gesprek voorgesteld als journalist en het doel van zijn bezoek, het verzamelen van informatie voor een artikel naar aanleiding van de dood van de zoon van klagers, aan klagers bekend gemaakt. Hij heeft voornamelijk een gesprek gevoerd met de moeder en aan het slot van dit gesprek zijn notities nog eens met haar doorgenomen. Hij heeft verzocht om een foto ter publikatie bij het artikel. De ouders hebben zich echter niet bereid verklaard hem een foto ter hand te stellen. Tegen publikatie van een foto van hun zoon bestonden bij hen bezwaren.
De fotograaf van Panorama heeft later, buiten de ouders om, bij fotograaf een afdruk van een pasfoto van de zoon van klagers bemachtigd. De redactie van Panorama heeft tot publikatie van deze foto besloten zonder daartoe tevoren overleg te hebben gepleegd met de betrokkene Smulders.
Van de bezwaren van klagers wist de redactie niet. Wellicht zouden de bezwaren van klagers, indien bij de redactie bekend, medegewogen hebben bij de beslissing tot al dan niet publiceren. Tot publikatie van de foto werd besloten, omdat dit de indruk van betrouwbaarheid en de indringende werking van het artikel sterk zou verhogen. Mede in verband met de journalistieke formule van Panorama, waarin foto's een zeer belangrijke plaats innemen, was publikatie van juist deze pasfoto uit journalistiek oogpunt noodzakelijk. Deze overwegingen wogen tenslotte zwaarder dan het eventuele effect, dat publikatie van de pasfoto op klagers zou kunnen hebben. Soortgelijke journalistieke overwegingen bracht de redactie er ook toe in het artikel de naam van de zoon van klagers voluit te vermelden.

 

OVERWEGINGEN

De Raad overweegt het volgende:

Op klagers rust de plicht, tegen de gemotiveerde ontkenning van de kant van de betrokkene in, de stelling aannemelijk te maken, dat er geen onderhoud met betrokkene Smulders heeft plaats gehad. Zij zijn daarin niet geslaagd. Hetzelfde geldt voor hun bewering, dat het artikel feitelijke onjuistheden bevatte.
Nu klagers zich niet beklaagd hebben tegen het gebruik van de volledige naam van hun zoon in het artikel, onthoudt de Raad zich van een oordeel op dit punt.

Ten aanzien van de publikatie van de pasfoto van de zoon van klagers overweegt de Raad het navolgende:

De Raad gaat ervan uit, dat de formule van Panorama illustratie van een artikel als het onderhavige met afbeeldingen van sterk persoonlijke en individualiserende strekking meebrengt. Maar dat betekent niet, dat voor dit journalistieke belang andere overwegingen steeds mogen wijken, en dat in het onderhavige geval nu juist een foto van de overledene geplaatst moest worden. Betrokkene Smulders wist, dat klagers bezwaar hadden tegen publikatie van een foto van hun overleden zoon. Verder is het aannemelijk geworden, dat de redactie op onregelmatige wijze in het bezit van de afdruk is gekomen; het staat immers een fotograaf in het algemeen niet vrij, aan derden afdrukken te verschaffen.
Naar het oordeel van de Raad dient onder die omstandigheden het plaatsen van de foto te worden betreurd. De heer Smulders had de bezwaren van de ouders moeten doorgeven in de redactie; de redactie had zich rekenschap behoren te geven, dat het ontoelaatbaar was een foto van de jongen te plaatsen, nu de ouders geweigerd hadden een foto te verstrekken, en de afdruk dus op onregelmatige manier was verkregen.

De Raad besluit dit oordeel ter publikatie te verstrekken aan het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten De Journalist.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad op 17 juni 1969 door Prof. Mr. Ch. Enschedé, voorzitter; Mr. H. Dikkers, Prof. Dr. G. C. van Niftrik, Drs. J. M. M. van der Pluym en N. G. Schrama, leden; in tegenwoordigheid van de waarnemend-secretaris Mr. K. Helder.

 

RvdJ 1969, 3