1963/1 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek van 8 januari 1963 inzake de klacht van de N.V. Haagsche Bouwmaatschappij (de "Habo") tegen de redacties van Het Vaderland, de Nieuwe Haagsche Courant en De Telegraaf.

Het is de Raad het meest juist en doelmatig voorgekomen de drie klachten afzonderlijk onder de ogen te zien, doch in één gezamenlijke uitspraak samen te vatten. Bij de behandeling van de klacht zijn als verweerders voor de redacties van de eerste twee genoemde dagbladen opgetreden Dr W. van Wijk, hoofdredacteur van Het Vaderland, en Dr. E. Diemer, hoofdredacteur van de Nieuwe Haagsche Courant. Zij zijn, alsmede de door hen medegebrachte getuigen, gelijk de woordvoerders van klaagster, ter zitting van 20 december 1962 gehoord. De hoofdredactie van De Telegraaf, eveneens tot indiening van een verweer aangezocht, verklaarde zich er van te onthouden aan deze behandeling van de klacht mede te werken. De Raad heeft derhalve de klacht voor zover deze De Telegraaf betrof op grond van artikel 35 van het Reglement voor de Raad bij verstek behandeld. Dienovereenkomstig is deze klacht slechts beoordeeld, voor zover naar 's Raads overtuiging zulks kon geschieden met de vereiste grondigheid en met voldoende inachtneming van de rechten van de betrokken redactie.

De Habo heeft zich in haar klacht gericht tegen artikelen in de drie genoemde dagbladen over een project bij deze maatschappij in uitvoering, nl. de bouw van een viertal torenflats, in opdracht van de woningbouwvereniging " 's-Gravenhage". Bijzondere aanleiding tot deze artikelen was het systeem der z. "glijbekisting", bij de bouw toegepast. Als eerste publiceerde Het Vaderland op 10 juli een artikel (pagina 3), op 11 juli gevolgd door de Nieuwe Haagsche Courant, waarbij tevens een redactioneel commentaar was toegevoegd (3e pagina),terwijl De Telegraaf op 12 juli op de voorpagina driekwart kolom wijdde aan het bouwproject. Het systeem der "glijbekisting" en de wijze waarop de Habo dit voor de woningbouw in Nederland als nieuw aangemerkte procédé heeft toegepast, zouden scheuren en wel fatale, hebben medegebracht. Voorts werd in verband hiermede in de artikelen te kennen gegeven, dat het bouwproject een aanzienlijk financieel verlies voor de Habo zou opleveren, waardoor uiteindelijk ook de gemeenschap zou zijn gedupeerd, daar de aandelen van deze N.V. in handen zijn van de Gemeente Den Haag.

De klacht verwijt de redacties, elk voor zich, bij publikatie van haar artikelen niet in voldoende mate de objectiviteit in acht te hebben genomen, noch bij de voorbereiding daarvan de nodige zorgvuldigheid van informatie te hebben betracht. Daarbij werden in het bijzonder ook bezwaren aangevoerd tegen de koppen van de artikelen, daar deze naar het oordeel der Habo-directie tendentieus zijn gesteld en op zichzelf reeds de indruk moesten wekken, dat de door de Habo gebouwde flats - die overigens nog niet worden bewoond - onvolwaardig waren.

De Raad heeft uit het gezichtspunt van het bijzondere belang der "koppen" bij de voorlichting van het publiek, deze onderscheiden van de artikelen, afzonderlijk, willen behandelen.

De artikelen

Het Vaderland

Ten aanzien van het artikel in Het Vaderland houdt de klacht geen stand. Van de zijde der redactie zijn, toen geruchten werden vernomen, dat de bijna voltooid zijnde torenflats wegens scheurvorming in de fundamenten zouden moeten worden afgebroken, naar verschillende kanten inlichtingen ingewonnen: bij de Haagse bouwpolitie van het gemeentelijk bouw- en woningtoezicht, bij de toenmalige directeur van de Habo, de heer Joustra, en bij de bouwheer, de eerdergenoemde woningbouwvereniging " 's-Gravenhage". Deze inlichtingen zijn tot een artikel uitgewerkt. Het artikel geeft in alle hoofdzaken de verworven informaties juist weer: het gerucht werd tevens weersproken; de mening van de Haagse bouwpolitie "dat er goed is gebouwd" blijft niet onvermeld, evenmin als de tevredenheid over de torenflats van de bouwheer. Dat de glijbekisting voorlopig in de woningbouw door de Habo niet verder zal worden toegepast - zij het niet wegens technische bezwaren - is een correcte weergave gebleken van het gesprek met de directeur van de Habo. De mededeling aan het slot van het artikel dat het object financieel een tegenvaller is geworden, waarbij "gedacht wordt aan een strop van ca. 12 miljoen" is gebaseerd op informaties van ingewijden ten stadhuize. Het bestaan van een verlies is door klaagster niet weersproken; alhoewel met toevoeging -dat het belangrijk minder zal ZiJn . Van enige vooringenomenheid is niet gebleken; hetgeen zijn bevestiging vindt in een artikel in Het Vaderland op 13 juli gepubliceerd, waarin de op die dag gehouden persconferentie, belegd door de Habodirecteur, wordt verslagen. Klaagster zelf verklaarde ter zitting dat de kop boven déze publikatie: "In Habo torenflats geen gevaarlijke scheuren" en daaronder "Experiment glijbekisting technisch geslaagd" genoegdoening heeft verschaft.

De Nieuwe Haagsche Courant

Ten aanzien van het geschrevene in de Nieuwe Haagsche Courant is het oordeel van de Raad, dat de redactie geen verwijt kan treffen wat betreft de zorgvuldigheid bij het zich verschaffen van inlichtingen omtrent de te harer kennis gekomen geruchten. Wel is zulks het geval wat betreft de wijze, waarop de berichten tenslotte tot een berichtgevend artikel zijn verwerkt en gepubliceerd. Hierbij is aan de vereiste objectiviteit niet voldoende recht gedaan. Wat de nieuwsgaring betreft heeft de redacteur-schrijver in gezelschap van twee mederedacteuren een hun bekend deskundige inzake glijbekisting, directeur van een particuliere aannemingsmaatschappij, om diens mening gevraagd betreffende de publikatie in Het Vaderland. Deze heeft uiteengezet, dat hij zijn pessimistische verwachtingen omtrent de bouw bevestigd zag. Op zijn technische gegevens zijn de journalisten afgegaan. Deze deskundige heeft weliswaar later aan de directeur van de Habo zijn leedwezen uitgesproken, omdat hij zich de doorwerking van de door hem verstrekte informaties niet had gerealiseerd, doch hij heeft daarbij uitdrukkelijk gesteld, dat zij door de journalisten juist zijn weergegeven. Van de zijde der redactie is ook getracht de reactie van de directeur van de Habo te vernemen, en nadat zij hem niet konden bereiken, diens mening verkregen via de Afdeling Publiciteit van de Gemeente Den Haag, en vervolgens woordelijk afgedrukt. Op grond van bij "insiders" ingewonnen verklaringen, is ook melding gemaakt van een strop van f 2.000.000. Hieromtrent is de ter zitting gebleken toedracht analoog aan die reeds bij "Het Vaderland" vermeld.

Na de conclusie, dat de bij de voorbereidende nieuwsgaring betrokken journalisten voldoende zorgvuldig te werk zijn gegaan, is verder te beoordelen of het geschrevene, zoals het is gepubliceerd, in zijn geheel voldoet aan de eisen te stellen aan een objectieve berichtgeving.

Naar 's Raads oordeel is dit niet het geval (al valt hierbij niet aan kwade toeleg bij de redactie te denken). De berichtgeving omtrent de situatie met de torenflats is bij deze redactie blijkbaar beheerst door een scherp kritische instelling tegenover een semi-openbaar bouwbedrijf als de Habo en haar werkzaamheid. Van deze opvatting is de redactie van de Nieuwe Haagsche Courant zéér sterk doordrongen, zij heeft hiervan ook reeds bij vorige gelegenheden blijk gegeven. Het is ter zitting van de Raad nog met nadruk uitgesproken. Het goed recht van een dagblad, om met kracht in zijn commentaren en oordeelvellingen voor zulk een overtuiging uit te komen, wordt ten volle erkend. Dit is persvrijheid. De redactie van de Nieuwe Haagsche Courant heeft daarvan gebruik kunnen maken, o.a. in haar artikel "Tweede Hawoma schandaal", hetgeen als commentaar buiten beoordeling blijve. Al is de uitdrukking "schandaal" zeer vérgaand, zij is als een retorische stijlwending te aanvaarden. Daarnaast staat echter, dat bij wat een dagblad als berichtgeving biedt, objectieve wedergave der feiten voorop behoort te staan, vrij van eenzijdige, tendentieuze voorstelling. Anders wordt het courantenlezend publiek verkeerd voorgelicht. Dit heeft ditmaal plaats gehad doordat geheel eenzijdig een aantal ingewonnen ongunstige beoordelingen omtrent de technische uitvoering zijn opgesomd, toegespitst en als het ware voor eigen rekening --genomen, zulks zonder dat daarbij ook tegenspraak of weerlegging voldoende tot hun recht komen. De gehele sfeer, waarin het artikel is gesteld, geeft een ten ongunste van de Habo overtrokken beeld, zowel van de toestand waarin de torenflats verkeren, als van de gevolgde bouwwijze.

De Raad ziet deze indruk bevestigd in de tweede publikatie op 13 juli, waarin een op zichzelf juist verslag van de persconferentie, bijeengeroepen door Ir. Joustra, wordt gegeven. De hierin zo klaarblijkelijke tegenspraak tegenover het artikel, de dag daarvoor in het blad geplaatst, wordt voor de lezers in het geheel niet duidelijk gemaakt of als zodanig belicht, maar veeleer in onbeduidendheid gelaten.

De Telegraaf

Wat betreft het geschrevene in De Telegraaf kan de Raad navolgende conclusies uitspreken. De wijze waarop de feiten, in het artikel verwerkt, zijn verzameld, onttrekt zich aan de waarneming en beoordeling van de Raad, nu De Telegraaf niet gewenst heeft zich ter zitting van de Raad te doen vertegenwoordigen. De directeur van de Habo heeft verklaard, dat hij telefonisch door een redacteur van De Telegraaf om inlichtingen is benaderd. Hij zou daarop hebben medegedeeld, dat zich geen scheurvorming heeft voorgedaan. In het artikel wordt evenwel gesteld, dat de scheuronkosten aan het skelet en de gevolgen daarvan worden geschat op ca. f 1.000.000. De inhoud van het artikel van 12 juli is naar 's Raads oordeel feitelijk en niet-sensationeel gesteld, met vermelding ook van voor Habo gunstige gezichtspunten. Een aantal tegen Habo gerichte opmerkingen zijn, naar de Raad is gebleken, spoedig na de verschijning van het artikel, in het nummer van 13 juli duidelijk in objectievere zin belicht, namelijk door weergave van de persconferentie van Ir. Joustra. De bezwaren tegenover De Telegraaf richten zich dan ook in het bijzonder tegen de kop van het artikel van 12 juli. Dienaangaande wordt het oordeel van de Raad verderoP uitgesproken.

De koppen

De belangrijke rol bij de voorlichting, die aan "koppen", mede door de opmaak van vele kranten, in toenemende mate moet worden toegekend, geeft aanleiding daaromtrent met nadruk een oordeel uit te spreken. Terdege dient door redacties te worden beseft, dat de koppen niet alleen een eerste indruk van het artikel geven, maar voor een groot deel van het lezerspubliek tevens de blijvende indruk van het nieuws bepalen. Wanneer een kop meer sensatie wekt dan met de inhoud van het artikel overeenstemt, en een overdreven of onjuiste voorstelling bevat, wordt een groot deel van het publiek op een dwaalspoor gebracht en is er valse voorlichting. Het gaat voor redacties niet aan zich er op te beroepen, dat zulks door de verdere inhoud van het artikel wel weer wordt rechtgezet. Bij de vele min of meer oppervlakkige lezers is dit juist niet het geval en de pers werkt mee tot vertroebeling van de publieke opinie. Vooral bij gewichtige actuele onderwerpen van openbaar belang is dit van grote betekenis. De flatbouw in Den Haag door de Habo is zulk een geval. Van elk der betrokken dagbladen is de redactie naar 's Raads oordeel op dit punt te kort geschoten, zodat een ernstige aanmaning van pas is. Deze strekke tevens voor het algemenere veld der Journalistiek.

De kop in Het Vaderland luidt:

VIER TORENELATS nieuw, nog niet bewoond staan niet op instorten maar glijbekistingbouw voorlopig toch taboe.

Een zekere dubbelzinnigheid komt hierin tot uiting. De aankondiging "staan niet op instorten" kan desnoods worden opgevat als een louter feitelijke constatering, vooruitlopend op de in het begin van het artikel vervatte tegenspraak van een gerucht. Bij oppervlakkige lezing echter wekt de bewuste zinsnede de sterke suggestie - ook door het daarop volgende - dat de torenflats allerminst solide zijn gebouwd en instorting bepaaldelijk tot de mogelijkheden behoort,

Boven het artikel in de Nieuwe Haagsche Courant staat de kop:

Opnieuw drama bij Haagse Woningbouw Woonpalen aan Dedemsvaartweg vertonen (ernstige?) gebreken Glijbekisting van Habo ook financieel een debâcle geworden.

Gesuggereerd wordt, dat de woonpalen meer dan de normale, bij elke bouw optredende,gebreken vertonen. Het woord "drama" versterkt deze suggestie nog. De toegevoegde onderkop, dat de glijbekisting ook financieel een debâcle is geworden, brengt juist door haar verhullende vorm tot uiting, dat het gevolgde bouwsysteem ook in andere opzichten (zoals: het technische aspect) een volslagen mislukking is gebleken. Zodoende wordt bij lezing noodzakelijkerwijs een indruk gewekt, die niet door de feiten wordt gedekt.

In de kop van het Telegraaf-artikel doet zich het euvel eveneens in zekere mate voor. Hier staat:

Scheuren in Haagse flats: Miljoen schade.

Deze kop is veel positiever dan het daaropvolgende bericht. Als onbetwistbaar en vaststaand feit wordt een miljoen schade gesteld, welke in het artikel zelf slechts als een schatting kan worden vermeld. Bovendien worden de "scheuren" in een belangrijk onheilspellender daglicht gesteld, dan het artikel aanduidt.

Samenvatting

Ten allen overvloede zijn bevindingen resumerende, stelt de Raad onder verwijzing naar de motiveringen en conclusies hierboven opgenomen zijn oordeel als volgt vast:

1e. dat ten aanzien van de zorgvuldigheid in de vergaring van inlichtingen ten behoeve van de berichtgeving naar aanleiding van de geruchten omtrent de torenflatbouw door Habo géén gegronde verwijten tegen de betrokken redacties van Het Vaderland en de Nieuwe Haagsche Courant zijn te maken; eenzelfde conclusie geldt, voor zover de Raad vermag te oordelen, ten aanzien van De Telegraaf;
2e.wat de klacht betreffende de inhoud der berichtgeving en de redactionele commentaren betreft, moet wat deze laatste aangaat de vrijheid der redacties om een oordeel uit te spreken, voorop staan en is de klacht niet gegrond. De berichtgeving evenwel behoort hiertegenover duidelijk, volledig en zo objectief mogelijk te zijn. Op dit laatste punt heeft de Nieuwe Haagsche Courant de vereiste objectiviteit niet doorlopend voldoende in acht genomen, zulks tengevolge van een diepgewortelde kritische instelling tegenover een ondernemingsvorm zoals klaagster. Van zulk een instelling kan een redactie ten volle doen blijken in de door haar neergeschreven commentaren, doch bij de berichtgeving behoort die te worden vermeden;
3e. wat de door de drie redacties boven hun respectieve artikelen gestelde koppen betreft, is in alle drie gevallen de klacht gegrond, dat niet voldoende rekening is gehouden met de eis: dat koppen niet onjuiste of overdreven, méér sensatie wekkende voorstellingen moeten bevatten dan aan de inhoud van de daarbij behorende tekst beantwoordt. Mede ter algemene journalistieke waarschuwing wordt dit door de Raad hier met grote nadruk herhaald.

Volgens de beslissing van de Raad zal deze uitspraak ter publikatie aan de pers worden verstrekt.

Aldus vastgesteld 8 januari 1963 door Prof.Dr. J.A. van Hamel, voorzitter, Mevrouw Mr. J. Brans-Woltering, Mr. H. Dikkers, Th M, Eerdmans en S.H.A.M. Zoetmulder, leden; in tegenwoordigheid van de secretaris, Mr. M.W.H. de Leeuw.

RvdJ 1963, 1.