Reglement

Op 1 augustus 2015 zijn de klachttermijnen gewijzigd. Hieronder is de nieuwe tekst gepubliceerd. Het Reglement voor de werkwijze van de Raad is tevens de downloaden als pdf-bestand.

Het oude reglement - zoals dat luidde sinds november 2013 - is ook nog als pdf-bestand beschikbaar.

Zie ook de statuten van de Stichting en het protocol voor het maken van beeld- en geluidsopnamen.

Artikel 1

1.      De Raad voor de Journalistiek, verder te noemen de Raad, behandelt een zaak met een Kamer bestaande uit vijf leden (hierna: de Kamer), te weten:
·         de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter;
·         twee leden die journalist zijn;
·         twee leden die geen journalist zijn, met dien verstande dat bij voorkeur van deze leden één afkomstig is uit de categorie bedoeld in artikel 5 lid 5 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek en één uit de categorie bedoeld in artikel 5 lid 6 van die Statuten.
2.      De voorzitter of secretaris bepaalt voor de behandeling van elke zaak de samenstelling van de Kamer.
3.      De samenstelling van de Kamer blijft van de eerste behandeling af tot de conclusie onveranderd.
4.      In afwijking van de voorgaande leden van dit artikel kan bij afwezigheid van een van de leden van de Kamer, de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter meegerekend, een zaak behandeld worden of de al aangevangen behandeling van een zaak worden voortgezet door vier leden, tenzij de op de zitting verschenen partijen daartegen overwegende bezwaren hebben.
Indien de afwezigheid de voorzitter van de Kamer betreft, wordt uit de aanwezige leden een fungerend voorzitter aangewezen.
5.      De secretaris van de Raad of zijn plaatsvervanger woont de zittingen van de Raad bij met adviserende stem.

Artikel 2

1.      Een zaak wordt bij de Raad aangemeld door indiening van een klacht bij de secretaris door een ter beoordeling van de Raad rechtstreeks belanghebbende.
Als rechtstreeks belanghebbende wordt tevens beschouwd een organisatie die door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in geding zijnde belang.
2.      De klager moet de klacht voorzien van een datum en ondertekenen. Verder moet de klacht de volgende informatie bevatten:
a.       de naam en het adres van de klager;
b.      de concrete bezwaren van de klager tegen de journalistieke gedraging;
c.       een aanduiding van de journalist(en) en/of het medium waarop de klacht betrekking heeft. In het laatste geval wordt de klacht opgevat als te zijn gericht tegen de hoofdredacteur van dat medium;
d.      een aanduiding van het rechtstreeks belang dat klager heeft bij een oordeel van de Raad;
e.       het resultaat van de afhandeling van de klacht door het medium of de journalist.
3.      In de verdere artikelen van dit reglement wordt de indiener van de klacht aangeduid als de klager.

Artikel 2a

1.      a.    Voordat de klager zich tot de Raad kan wenden moet hij zijn bezwaren eerst voorleggen aan het medium. Dit dient te gebeuren binnen drie maanden na het plaatsvinden van de journalistieke gedraging waartegen klager bezwaar heeft.
b.    Daarna heeft het medium maximaal één maand de gelegenheid om de klacht af te handelen.
c.    Als de klacht niet naar tevredenheid van klager is afgehandeld óf het medium niet op de klacht heeft gereageerd, kan de klager zijn klacht bij de Raad indienen. Dit dient te gebeuren uiterlijk binnen zes maanden na het plaatsvinden van de journalistieke gedraging waartegen hij bezwaar heeft.
2.      Een klacht is tijdig ingediend indien deze voor het einde van de termijn als bedoeld in lid 1c. door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.
3.      Indien een klacht niet tijdig is ingediend wordt deze niet inhoudelijk behandeld maar wordt volstaan met de constatering van de niet tijdige indiening van de klacht.
4.      Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediende klacht blijft de in het derde lid bedoelde constatering achterwege indien redelijkerwijs moet worden geconcludeerd dat de niet tijdige indiening van de klacht niet voor rekening van de klager behoort te komen.

Artikel 3

1.      De secretaris tekent de dag van ontvangst op het origineel van de klacht aan.
2.      De secretaris bevestigt klager de ontvangst van de klacht onder vermelding van de verdere procedure.
3.      De secretaris beoordeelt of de klacht voldoet aan het bepaalde in artikel 2 lid 2 en stelt klager, indien nodig, in de gelegenheid eventuele onvolkomenheden binnen een bepaalde termijn te herstellen.
4.      Niet-ondertekende en onvolledige niet-aangevulde klachten kunnen door de Raad als niet voor behandeling vatbaar zijnde terzijde worden gelegd. De klager blijft in dat geval bevoegd op grond van dezelfde feiten een nieuwe klacht in te dienen.

Artikel 4

1.      Na aanmelding van een klacht wijst de secretaris zo nodig de klager op de verplichting zijn bezwaren eerst rechtstreeks kenbaar te maken aan de eindverantwoordelijke van het betrokken medium en afhandeling daarvan af te wachten voordat hij de klacht ter beoordeling aan de Raad voorlegt.
2.      Voordat een klacht in behandeling wordt genomen, vormen voorzitter en secretaris zich een oordeel over de bevoegdheid van de Raad, de tijdigheid van de indiening van de klacht, de vraag of klager een rechtstreeks belang heeft en de gegrondheid van de klacht.
3.      Indien voorzitter en secretaris concluderen tot:
·         evidente onbevoegdheid van de Raad,
·         evidente niet-tijdigheid van de indiening van de klacht,
·         evident ontbreken van een rechtstreeks belang,
·         en/of evidente ongegrondheid van de klacht,
wordt de klacht afgedaan op de conclusie van voorzitter en secretaris en wordt de klacht niet in behandeling genomen door de Raad.
4.      De conclusie van voorzitter en secretaris wordt uiterlijk vier weken na indiening van de klacht schriftelijk ter kennis gebracht van de klager en het medium of de journalist.
5.      Gedurende veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving van de conclusie van voorzitter en secretaris kan klager bij de Raad tegen deze conclusie schriftelijk en gemotiveerd beroep aantekenen.
6.      Het beroep van klager wordt beoordeeld door een Kamer als bedoeld in artikel 1 op basis van de schriftelijke stukken.
7.      Indien de Raad het beroep van klager tegen de conclusie van voorzitter en secretaris gegrond verklaart, wordt de klacht alsnog conform de normale procedure in behandeling genomen. De ten aanzien van de normale procedure geldende termijnen beginnen eerst dan te lopen.
8.      Indien de Raad het beroep van klager tegen de conclusie van voorzitter en secretaris ongegrond verklaart, blijft de conclusie van voorzitter en secretaris van kracht en wordt de klacht niet door de Raad in behandeling genomen.
9.      De conclusie van de Raad wordt uiterlijk vier weken na de behandeling van het beroep schriftelijk ter kennis gebracht van de klager en het medium of de journalist. 

Artikel 5

1.      Wanneer een klacht in behandeling wordt genomen, zendt de secretaris een kopie naar het medium of de journalist met het verzoek binnen drie weken een schriftelijke reactie in te zenden.
2.      In het geval dat een uitgebreidere voorbereiding van de zaak nodig is, kan aan klager, al dan niet aan de hand van concrete vragen, een schriftelijke reactie worden gevraagd op de reactie van het medium of de journalist en aan het medium of de journalist worden verzocht op zijn beurt weer schriftelijk te reageren.
3.      De voorzitter is bevoegd ter voorbereiding van een zitting klager en/of het medium of de journalist uit te nodigen voor een voorlopig onderzoek. In dat geval maakt de secretaris een schriftelijk verslag van het gesprek met klager en/of het medium of de journalist.

Artikel 6

1.      De voorzitter of secretaris bepaalt de samenstelling van de Kamer als bedoeld in artikel 1 lid 1 en stelt datum en tijdstip voor de zitting vast. De leden worden voor de zitting uitgenodigd onder toezending van het volledige dossier dat op de zaak betrekking heeft.
2.      Als het vanwege de aard van de zaak niet nodig wordt geacht klager en het medium of de journalist voor een mondelinge toelichting tegenover de Raad uit te nodigen, kan de Raad, tenzij bij de klager of bij het medium of de journalist daartegen overwegende bezwaren bestaan, zijn conclusie trekken op basis van de schriftelijke stukken. De Raad kan echter besluiten dat het voordat hij tot een conclusie komt gewenst is alsnog klager en het medium of de journalist uit te nodigen.
3.      Klager en het medium of de journalist worden door de secretaris per brief, fax of e-mail-bericht uitgenodigd voor de behandeling van de zaak op de zitting om hun standpunten toe te lichten en eventuele vragen van de Raad te beantwoorden, tenzij de Raad in overeenstemming met lid 2 zijn oordeel vormt op basis van de schriftelijke stukken.
Indien daartoe volgens de voorzitter aanleiding bestaat, kan aan partijen worden verzocht zich te legitimeren, hetzij op de zitting dan wel door toezending aan het secretariaat van een kopie van een legitimatiebewijs.
4.      De secretaris draagt er tevens zorg voor dat klager en het medium of de journalist in het bezit zijn van schriftelijk gewisselde stukken, van verslagen als bedoeld in artikel 5 lid 3 en van andere bescheiden, voor zover de hier genoemde stukken inhoudelijk op de klacht betrekking hebben en ter kennis zijn gebracht hetzij door een van de partijen aan de Raad, dan wel door de Raad aan een van de partijen.
5.      Klager en het medium of de journalist zijn bevoegd om zich bij de Raad te laten bijstaan mits zij dit de secretaris van de Raad tijdig hebben laten weten.
6.      De secretaris deelt klager en het medium of de journalist de samenstelling van de Kamer mee en verzoekt hen hem schriftelijk te laten weten of zij aan de uitnodiging gehoor zullen geven en of zij zich laten bijstaan dan wel zich, bijvoorbeeld door een getuige of deskundige, willen laten vergezellen, een en ander met vermelding van namen en adressen van de desbetreffende personen.
7.      De voorzitter is bevoegd, al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van klager of het medium of de journalist getuigen en deskundigen uit te nodigen op de zitting te verschijnen om te worden gehoord. De voorzitter willigt een dergelijk verzoek van klager of het medium of de journalist in, wanneer het hem voor een goede behandeling van de zaak nuttig voorkomt. Indien hij meent dat dit laatste niet het geval is, legt hij het verzoek aan de Raad ter beslissing voor.
8.      Datum en tijdstip van de zitting worden bepaald op een termijn van ten minste drie weken nadat de uitnodiging wordt verzonden, tenzij klager en het medium of de journalist instemmen met een kortere termijn.
9.      De behandeling van een zaak op een zitting wordt vooraf openbaar aangekondigd. De aankondiging bevat een korte omschrijving van de aard van de zaak. Van de aankondiging kan worden afgezien als al tevoren vaststaat dat de zitting op grond van artikel 7 lid 3 niet openbaar zal zijn.

Artikel 7

1.      De voorzitter van de Kamer leidt de zitting.
2.      Hij beslist over de op de zitting voorkomende geschillen over de wijze van behandeling.
3.      Dat deel van de zitting waarbij klager en/of het medium of de journalist aanwezig zijn, is openbaar tenzij de voorzitter in het belang van de zaak van klager of van het medium of de journalist anders beslist.
4.      Klager en het medium of de journalist zijn bevoegd elk lid van de Kamer die de zaak behandelt, te wraken op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van de Raad schade kan lijden. Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden en uiterlijk op de zitting. Het verzoek geschiedt schriftelijk en gemotiveerd. Onmiddellijk bij aanvang van de zitting kan het ook mondeling geschieden.
5.      Over de wraking wordt zo spoedig mogelijk beslist door de niet-gewraakte leden.
6.      Bij staking van stemmen wordt de wraking geacht te zijn toegewezen.
7.      Indien zich feiten of omstandigheden voordoen als bedoeld in lid 4 van dit artikel, op grond waarvan kan worden getwijfeld aan de onpartijdigheid van een lid van de Raad, moet dit lid zich verschonen.
8.      Na toewijzing van de wraking van c.q. na de verschoning door een van de leden van de Kamer, wordt de behandeling van de zaak voortgezet door de overige leden van de Kamer, met inachtneming van wat is bepaald in artikel 1 lid 4.

Artikel 8

1.      De leden en de secretaris van de Raad zijn tot geheimhouding met betrekking tot ingediende of behandelde zaken gehouden, met uitzondering van wat is bepaald in artikel 6 lid 9 en artikel 10.
2.      Zij mogen zich over klachten die bij de Raad zijn ingediend, dan wel naar zij weten of vermoeden ingediend zullen worden, niet inlaten in enig bijzonder onderhoud of gesprek met klager of het medium of de journalist of hun bijstand, noch van hen enig geschrift aannemen anders dan ten behoeve van de Raad.

Artikel 9

1.      Over het al dan niet uitspreken van een conclusie alsook over de inhoud van een uit te spreken conclusie beslist de betrokken Kamer van de Raad bij meerderheid van stemmen na besloten beraadslaging. De secretaris heeft een adviserende stem.
2.      Indien en voor zover de Raad concludeert dat een klacht is ingediend door een niet rechtstreeks belanghebbende, dan spreekt de Raad daarover uit dat hij de klacht niet inhoudelijk zal behandelen.
3.      Indien en voor zover de Raad concludeert dat de klacht geen betrekking heeft op een journalistieke gedraging als bedoeld in artikel 4 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek, dan verklaart de Raad zich onbevoegd om over de klacht c.q. het desbetreffende klachtonderdeel te oordelen.
4.      Indien en voor zover de Raad bij zijn beraadslaging niet tot het inzicht kan komen dat de behandeling van de klacht met de vereiste grondigheid kan geschieden en dat de Raad daarbij aan de verdediging van de belangen van het medium of de journalist voldoende recht kan doen wedervaren, zal de Raad zich om die reden van het uitspreken van een conclusie daarover onthouden.
5.      Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.
6.      Tenzij de Raad bij met redenen omklede beslissing een nader onderzoek nodig acht, geeft hij binnen acht weken nadat de klacht ter zitting is behandeld zijn conclusie. Indien de bijzondere aard van het onderzoek hiertoe aanleiding geeft, kan de Raad deze termijn met drie weken verlengen.
7.      Een beslissing van de Raad dient te bevatten:
a.       de naam en woonplaats van de klager;
b.      de naam van het medium of de journalist;
c.       een omschrijving van de feiten en omstandigheden die tot de klacht aanleiding hebben gegeven en naar aanleiding daarvan zijn onderzocht;
d.      de overwegingen van de Raad;
e.       de conclusie van de Raad, dan wel de redenen, als bedoeld in de leden 2, 3 en/of 4 van dit artikel die ertoe hebben geleid dat de Raad geen inhoudelijk oordeel over de klacht uitspreekt;
f.       de namen van de leden van de Kamer die aan de totstandkoming van de conclusie hebben meegewerkt, alsook van de secretaris;
g.       de ondertekening door de voorzitter van de Kamer en de secretaris;
h.      indien de journalistieke gedraging (gedeeltelijk) journalistiek onzorgvuldig is bevonden een verzoek aan het medium of de journalist de conclusie van de Raad integraal of in samenvatting te publiceren c.q. uit te zenden, bij voorkeur in het publiciteitsmedium naar aanleiding waarvan de klacht werd ingediend dan wel in een ander daartoe geschikt medium. Een dergelijk verzoek kan achterwege blijven als klager heeft laten weten dat hij geen prijs stelt op publicatie van de conclusie door het medium of de journalist.

Artikel 10

1.      Van de door de Raad getrokken conclusie zendt de secretaris afschriften aan klager en het medium of de journalist.
2.      Indien naar het inzicht van de Raad belangrijke redenen hiertoe aanwezig zijn, zal de Raad al dan niet op verzoek van klager, besluiten de door hem getrokken conclusie geheel of ten dele niet voor publicatie vrij te geven.
3.      Klager wordt geacht zijn toestemming te hebben verleend voor de publicatie van (een samenvatting van) de conclusie door de Raad. Indien klager bezwaar heeft tegen de vermelding van zijn naam in die publicaties, dan kan hij verzoeken om anonimisering van de conclusie.
4.      Met uitzondering van het bepaalde in lid 2 en lid 3 van dit artikel neemt de secretaris de passende maatregelen opdat aan de door de Raad getrokken conclusie een zo ruim mogelijke bekendheid wordt gegeven.

Artikel 10a

1.      Een conclusie van de Raad die is gegeven naar aanleiding van een klacht, kan door de Raad geheel of gedeeltelijk worden herzien op verzoek van de klager dan wel op verzoek van het medium dat of de journalist die daadwerkelijk op de klacht heeft gereageerd.
Herziening is slechts mogelijk indien degene die herziening verzoekt (hierna: de verzoeker) aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten.
Het verzoek tot herziening van een beslissing wordt aangemeld door indiening van een verzoekschrift bij de secretaris binnen vier weken nadat de conclusie aan partijen is toegezonden. Ten aanzien van deze termijn zijn de leden 2-4 van artikel 2a van overeenkomstige toepassing.
2.      Het verzoekschrift tot herziening moet zijn voorzien van een datum en ondertekend. Daarnaast moet het verzoekschrift de volgende gegevens bevatten:
a.       de naam en het adres van de verzoeker;
b.      de aanduiding van de conclusie, met volgnummer, waarop het herzieningsverzoek betrekking heeft;
c.       de aanduiding van de feiten die volgens verzoeker ten onrechte als vaststaand of aannemelijk zijn geacht, alsook de argumenten en/of (meegezonden) bewijsstukken waaruit die onjuistheid volgens verzoeker blijkt.
3.      De secretaris bevestigt verzoeker de ontvangst van het verzoekschrift onder vermelding van de verdere procedure, en stelt de verzoeker zo nodig in de gelegenheid onvolkomenheden in het verzoekschrift binnen een bepaalde termijn te herstellen.
4.      Wanneer het verzoekschrift in behandeling kan worden genomen, zendt de secretaris een kopie naar degene die in de klachtzaak de andere partij was, met het verzoek binnen drie weken een schriftelijke reactie op het verzoek tot herziening in te zenden. Uiterlijk na afloop van deze termijn deelt de secretaris aan de verzoeker mee of al dan niet een schriftelijke reactie is ontvangen, in het eerste geval met toezending van een afschrift daarvan aan de verzoeker.
5.      De secretaris doet vervolgens het verzoekschrift en de eventueel ontvangen schriftelijke reactie, samen met de stukken van de aanvankelijke klachtzaak, toekomen aan een nieuwe Kamer (hierna: herzieningskamer), om een beslissing op het herzieningsverzoek te geven. Artikel 1 is van overeenkomstige toepassing, onder de voorwaarde dat de herzieningskamer niet uit leden mag bestaan die de conclusie in de klachtzaak hebben gegeven.
6.      De herzieningskamer spreekt zich over het herzieningsverzoek uit in beginsel zonder dat partijen nog ter zitting worden gehoord. Indien de herzieningskamer dat nodig vindt kan de kamer, voordat hij tot een conclusie komt, de verzoeker en de andere partij nog gelegenheid geven voor nadere schriftelijke reacties, voor het overleggen van (nadere) bewijsstukken, dan wel voor het geven van een toelichting ter zitting.
7.      Indien de herzieningskamer in zijn conclusie over het herzieningsverzoek vindt dat de conclusie in de klachtzaak berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten, bepaalt de herzieningskamer daarbij tevens of en in welk opzicht dat leidt tot een andere conclusie in de klachtzaak.
8.      Indien de herzieningskamer vindt dat de verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat de conclusie in de klachtzaak berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten, wordt het herzieningsverzoek afgewezen.
9.      De herzieningskamer stelt zijn conclusie vast binnen acht weken na afloop van de termijn als bedoeld in lid 5 dan wel na afloop van een nader onderzoek als bedoeld in lid 7. Indien de bijzondere aard van het onderzoek hiertoe aanleiding geeft, kan de herzieningskamer deze termijn met drie weken verlengen.
10.  Met betrekking tot de verzending en bekendmaking van de conclusie over het herzieningsverzoek is artikel 10 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11

De algemene bevoegdheden van de voorzitter – niet zijnde de bevoegdheden als voorzitter van een Kamer als bedoeld in artikel 1 lid 1 – worden bij zijn afwezigheid door een van de plaatsvervangend voorzitters uitgeoefend. Bij afwezigheid ook van deze laatsten kan de Raad uit zijn midden voor de duur van de afwezigheid een fungerend voorzitter aanwijzen.

Artikel 12

1.      De Raad kan ook uit eigen hoofde, dus anders dan naar aanleiding van een klacht, een conclusie opstellen over zaken betreffende journalistieke gedragingen die van algemene strekking en van principieel belang zijn.
2.      Een conclusie als bedoeld in het vorige lid wordt opgesteld door de voltallige Raad op voorstel van een of meer leden van de Raad of op verzoek van een van de aan de Stichting Raad voor de Journalistiek deelnemende organisaties.
3.      De voorbereiding van een dergelijke conclusie geschiedt op een wijze als door de voorzitter bepaald.
4.      Het bepaalde in artikel 10 leden 2 en 4 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13

1.      De Raad komt ten minste eenmaal per jaar bijeen in een vergadering waartoe alle leden door de secretaris worden opgeroepen.
2.      De Raad bespreekt in deze vergadering de algemene gang van zaken en stelt een jaarverslag vast dat hij aan het bestuur van de Stichting toezendt.

Artikel 14

1.      Dit reglement kan worden gewijzigd door een besluit van het bestuur van de Stichting.
2.      Het bestuur neemt een dergelijk besluit niet dan na de Raad in voltallige vergadering alsook de besturen van de organisaties, genoemd in artikel 10 lid 2 van de Statuten, in de gelegenheid te hebben gesteld een advies over de voorgenomen wijziging uit te brengen.
3.      De Raad is bevoegd uit eigen beweging voorstellen tot wijziging bij het bestuur van de Stichting in te dienen.
 
Goedgekeurd door het bestuur van de Stichting Raad voor de Journalistiek d.d. 1 augustus 2015.