Raad praat met NOVA

16 september 2008

Naar aanleiding van twee recente uitspraken van de Raad voor de Journalistiek (RvdJ 2008/10 en 2008/23) heeft NOVA onlangs te kennen gegeven haar medewerking aan procedures bij de Raad op te schorten. De Raad betreurt deze stap van NOVA ten zeerste en heeft daarom afgelopen woensdag de kwestie met de hoofdredactie besproken.

De media moeten zich steeds meer publiek verantwoorden voor hun gedragingen. Daarmee wordt ook het belang van een goed werkende Raad – als orgaan voor zelfregulering binnen de media, met een laagdrempelige klachtenprocedure – groter. De Raad werkt daarom al geruime tijd achter de schermen aan plannen tot verbetering van zijn klachtenprocedure. Zo kan op dit moment een uitbehandelde zaak niet worden heropend. Een uitspraak kan alleen worden toegelicht, niet gewijzigd. Naar verwachting zullen de hiervoor bedoelde plannen, die onder meer voorzien in meer bemiddeling en de mogelijkheid tot herziening, nog dit jaar hun beslag krijgen.

Nadat het voorgaande aan NOVA is kenbaar gemaakt, heeft de Raad geprobeerd door verduidelijking van de uitspraken, de onvrede daarover zoveel mogelijk weg te nemen.

Gebleken is dat bij de overwegingen in de uitspraak RvdJ 2008/10 helaas een ongelukkige formulering is opgenomen, met betrekking tot stukken die dateren van ná de gewraakte uitzending. Dit doet echter geen afbreuk aan de essentie van de uitspraak, die betrekking heeft op het niet toepassen van wederhoor en schending van de privacy.

Ten aanzien van de uitspraak RvdJ 2008/23 zijn, en blijven, de Raad en NOVA – kort gezegd – verdeeld over de vraag of voor één van de gewraakte uitzendingen voldoende bronnenonderzoek was verricht. NOVA meent bovendien dat de Raad, door de wijze van berichtgeving te veroordelen, het principe van hoor en wederhoor heeft uitgehold. NOVA begrijpt niet dat de Raad de klacht inzake het niet juist toepassen van wederhoor ongegrond heeft verklaard, maar het verwijt van eenzijdige berichtgeving wél gegrond heeft verklaard. NOVA stelt zich op het standpunt dat deze oordelen tegenstrijdig zijn en dat het dus ‘van tweeën een’ is. Dat standpunt wordt echter niet door de Raad gedeeld, want bij de beoordeling van klachten over beschuldigende berichtgeving stelt de Raad doorgaans twee vragen: 1) is sprake van voldoende grondslag voor de beschuldigingen? en 2) is wederhoor toegepast? Dat de vervulling van de ene journalistieke plicht niet automatisch de vervulling van de andere ‘dekt’, volgt overigens ook uit de leidraad van de Raad (punten 2.3.1. en 2.3.3). Het is dus zeer wel mogelijk, dat de Raad – zoals in dit geval – concludeert dat aan de ene journalistieke plicht wél is voldaan, maar aan de andere níet.

Het staat een medium uiteraard vrij een bepaalde uitspraak van de Raad ter discussie te stellen. Dat neemt niet weg dat voor het functioneren van de Raad een groot draagvlak vanuit de sector noodzakelijk is. Wordt dat draagvlak te klein, dan dreigt mogelijk ingrijpen door de overheid. De Raad spreekt dan ook de hoop uit dat NOVA, gelet op het voorgaande, haar besluit in heroverweging neemt en daarop zal terugkomen.

Meer berichten