Jaarverslag 2014

29 mei 2015

Op de jaarvergadering van 27 mei jl. heeft de Raad voor de Journalistiek zijn jaarverslag over 2014 vastgesteld.

Eind 2013 heeft de Raad voor de Journalistiek zijn werkwijze en procedures aangepast. Klachten worden sindsdien alleen in behandeling genomen als het medium eerst de kans had zich er zelf over uit te spreken. Ook beoordeelt de Raad in beginsel geen klachten meer over media die herhaaldelijk hebben laten weten niet mee te werken aan procedures van de Raad. Binnen de nieuwe werkwijze past niet langer dat vanuit de Raad wordt bemiddeld; de bemiddelingsprocedure is dan ook komen te vervallen. Deze wijzigingen hebben gezorgd voor een aanmerkelijke daling van het aantal zaken.

In het verslagjaar ontving de Raad 35 klachten die in behandeling zijn genomen en daarnaast nog eens 27 klachten die door de klager uiteindelijk niet zijn doorgezet. Verder ontving de Raad 4 herzieningsverzoeken.

De Raad nam 51 conclusies, waarvan in 16 gevallen de journalistieke handelwijze (gedeeltelijk) onzorgvuldig werd bevonden en in 23 zaken zorgvuldig. In de overige gevallen onthield de Raad zich van een oordeel, is de klacht niet inhoudelijk behandeld of betrof het een toe- dan wel afgewezen verzoek tot herziening. Daarnaast werden 14 klachten in eerste instantie afgedaan middels een beslissing van de voorzitter en secretaris.

De conclusies hebben betrekking op 41 verschillende media en 1 individuele journalist. Net als in 2013 steeg het percentage klachten over regionale dagbladen: in 2013 was dit 31% van het totaal, in 2014 ruim 37%. Ook de percentages klachten tegen de landelijke en regionale/lokale publieke omroepen stegen: van 10 naar 15,5% respectievelijk van 1,5 naar bijna 10% van het totaal. De klachten tegen de landelijke dagbladen en de tijdschriften laten een omgekeerde beweging zien en daalden van 21 naar 16% respectievelijk van 14 naar 6%. De klachten tegen internetpublicaties zijn procentueel gezien ongeveer gelijk gebleven: ongeveer 8% van het totaal.

In verreweg de meeste gevallen werd geklaagd over onjuiste c.q. tendentieuze berichtgeving, het niet (goed) toepassen van wederhoor en schending van de privacy. Daarnaast had een belangrijk deel van de zaken betrekking op rectificaties.

Vanaf 2014 zijn de uitspraken van de Raad journalistieker opgesteld en heten deze voortaan ‘conclusies’. De essentie bij het beoordelen van een klacht is niet langer wat ‘maatschappelijk (on)aanvaardbaar’ is, maar wat ‘journalistiek (on)zorgvuldig' is. Daarbij spelen de begrippenparen waarheidsgetrouw/nauwgezet, onpartijdig/fair en controleerbaar/integer een belangrijke rol.

In het jaarverslag zijn de samenvattingen van de uitspraken gerubriceerd naar onderwerp. Daarnaast bevat het jaarverslag voorwoorden van Folkert Jensma (voorzitter Stichting Raad voor de Journalistiek) en Hans Laroes (voorzitter van de Raad), en een overzicht van publicaties en bijeenkomsten waaraan medewerkers van de Raad hebben meegewerkt en deelgenomen.

Het jaarverslag is gepubliceerd op de website van de Raad, zie Jaarverslag. Een schriftelijk exemplaar kan worden aangevraagd bij het secretariaat.

Meer berichten