Fotomoment Koninklijk Huis – zijn media gebonden aan de Mediacode?

18 juli 2013

Geen enkele journalist of journalistieke uiting is gebonden aan de Mediacode van de Rijksvoorlichtingsdienst. De code is eenzijdig door de RVD vastgesteld en is geen afspraak tussen twee partijen.
 
De code is erop gericht leden van het Koninklijk Huis in hun privéleven te beschermen en te voorkomen dat ‘papparazi’ jacht op hen maken. In de code is specifiek aandacht voor kinderen, de prinsesjes die relatief ongestoord naar school moeten kunnen gaan en relatief ongestoord moeten kunnen opgroeien. De code is geïnspireerd door een vergelijkbare code die in het Verenigd Koninkrijk wordt/werd gehanteerd, om William en Harry een relatief rustige jeugd te bieden. Hij was in zekere zin een reactie op de ‘jacht op Diana’.

Uitspraken van het Europese Hof (aangezwengeld door Caroline van Monaco) beschermen de privacy van leden van Koninklijke Families eveneens: een fotojacht alleen maar gericht op het in beeld brengen van leden van Koninklijke families dient geen enkel journalistiek belang. Privacybescherming is doorslaggevend in dit geval, de uitingsvrijheid van de journalist/publicatie van ondergeschikt belang. Ergo: de afweging laat de balans naar privacybescherming doorslaan.
 
De Raad voor de Journalistiek hanteert vergelijkbare opvattingen aangaande privacybescherming. Overigens zijn ook Nederlandse media/journalisten/uitingen relatief terughoudend. In een aantal gevallen heeft de rechter de grenzen van de privacy nader vastgesteld (met name in het geval van de zgn. ‘roddelbladen’).
 
De mediacode van de RVD is geformuleerd als ware hij ‘wet’ of een koninklijk besluit. Dat wekt misschien de indruk dat er hier sprake is van een bindende code. Dat is onjuist. In feite beschrijft hij de interne handelwijze van de RVD ten aanzien van de media. Gebaseerd op deze interne opvatting organiseert de RVD geregelde ‘mediamomenten’ waar journalisten opnames maken van de leden van de Koninklijke Familie (waarbij al die journalisten voornamelijk dezelfde opnames maken). Participeren in dit soort mediamomenten betekent geen impliciete instemming met de letter van de code; handelen in de geest van de code is conform de opvattingen van de Raad voor de Journalistiek.
 
Het is de verantwoordelijkheid van iedere individuele hoofdredacteur de nieuwswaardigheid van ieder verhaal en iedere gebeurtenis te bepalen, en vast te stellen of foto’s of andere vormen van opnames van leden van de Koninklijke Familie journalistieke relevantie bezitten. Met andere woorden, om de afweging te maken tussen privacybescherming en het belang van publicatie/informatie. De Raad gaat ervan uit dat hoofdredacteuren op puur journalistieke gronden zorgvuldig met die afweging omgaan. Ergo: het is niet aan de RVD om de nieuwswaardigheid van een journalistieke uiting te bepalen en haar onwelgevallig gedrag te ‘bestraffen’, op eigen gezag. Vanzelfsprekend staat het iedereen vrij, zoals in het verleden ook is gebeurd en ongetwijfeld vaker zal voorkomen, naar de rechter of de Raad te stappen om de relevantie en/of juistheid van een publicatie te laten toetsen, achteraf. Het zou onjuist zijn media die, op eigen gezag, de mediacode zelf volgen, te bevoordelen tegenover andere die de code ter kennisgeving aannemen en hem beschouwen als wat hij de facto is: een interne richtlijn.
 
In de dagelijkse journalistieke praktijk in Nederland doen zich geen excessen voor die een andere benadering dan door de Raad voorgestaan rechtvaardigen. Privacybescherming is een zeer serieus element in de journalistieke afwegingen die onder de verantwoordelijkheid van de diverse hoofdredacteuren wordt gemaakt. De weg naar rechter en Raad ligt sowieso open.
 
Amsterdam, 18 juli 2013
 
Nadere informatie: Hans Laroes, voorzitter Raad voor de Journalistiek
  
Raad voor de Journalistiek
Postbus 12040, 1100 AA Amsterdam-Zuidoost
Hogehilweg 6, 1101 CC Amsterdam-Zuidoost
Tel: 020 – 31 23 930 / Fax: 020 – 31 23 934
E-mail: raad@rvdj.nl – Website: www.rvdj.nl – Twitter: www.twitter.com/RVDJ_NL

Meer berichten