Forse stijging klachten in 2016

6 januari 2017

In 2016 heeft de Raad voor de Journalistiek 122 klachten ontvangen. Dit is zestig procent meer dan in 2015, waarin de Raad 76 klachten ontving.
Van alle binnengekomen klachten zijn er inmiddels 63 in behandeling genomen (40 procent meer dan in 2015) en zijn er 27 door de klager uiteindelijk niet doorgezet. Bij de overige 32 klachten die zijn aangemeld, zijn de klagers erop geattendeerd dat zij hun bezwaren eerst nog aan het medium moesten voorleggen. Overigens hebben 25 van deze klachten betrekking op dezelfde reeks tv-uitzendingen. Verder ontving de Raad 6 herzieningsverzoeken.

De Raad heeft in 48 zaken conclusies getrokken over de journalistieke zorgvuldigheid, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2015 (25 conclusies). Daarbij steeg het percentage waarin de journalistieke handelwijze (deels) onzorgvuldig werd bevonden van 27 naar 37 procent, terwijl het percentage zorgvuldig bevonden journalistieke gedragingen daalde van 38 naar 25 procent. In de overige gevallen onthield de Raad zich van een oordeel, is de klacht niet inhoudelijk behandeld, achtte de Raad zich onbevoegd of betrof het een afgewezen verzoek tot herziening. Daarnaast werden 19 klachten afgehandeld middels een beslissing van de voorzitter en secretaris.


 

 

 

 

 

 

 


Nadat de Raad in november 2013 zijn procedure had aangepast en sindsdien alleen klachten in behandeling neemt, als het medium eerst de kans heeft gekregen zich er zelf over uit te spreken, daalde het aantal zaken in 2014 aanzienlijk.
De stijging die in 2015 is ingezet – bijna 25 procent ten opzichte van het jaar ervoor – is afgelopen jaar duidelijk gecontinueerd. Dit kan onder meer worden verklaard doordat de klachttermijnen in 2015 zijn versoepeld.

Net als voorgaande jaren betreft het grootste deel van de uitspraken publicaties van dagbladen. In vergelijking tot vorig jaar is opvallend dat het percentage klachten tegen regionale dagbladen aanmerkelijk toenam, terwijl het aandeel van de landelijke dagbladen daalde. Bij de publieke omroep steeg juist het percentage klachten tegen de landelijke omroepen, terwijl het aandeel van de regionale omroep afnam.









 



In de meeste gevallen werd geklaagd over onjuiste c.q. tendentieuze berichtgeving, het niet (goed) toepassen van wederhoor en schending van de privacy.
Ook liet de Raad zich acht keer uit over de wijze waarop klachten in eerste instantie door de betrokken media zijn afgehandeld. De nieuwe werkwijze – waarover de mediasector vooraf uitvoerig is geconsulteerd – biedt partijen de mogelijkheid om tot een minnelijke oplossing van het probleem te kunnen komen. Naar het oordeel van de Raad hebben (hoofd)redacties diverse keren klachten niet zorgvuldig afgehandeld. (RvdJ 2016/5, 2016/25, 2016/28, 2016/30 en 2016/42)


De Raad meent dat elk medium zelf verantwoordelijk is voor de inrichting van zijn interne klachtprocedure en daarover duidelijk met zijn publiek dient te communiceren. Het is voor de hand liggend dat een klacht via de betreffende journalist aan het medium wordt voorgelegd. Klagers mogen ervan uitgaan dat de journalist de klacht intern doorstuurt. Doet hij dit niet, dan dient de journalist een klager uitdrukkelijk te informeren dat de klacht elders (bijvoorbeeld bij de hoofdredactie) moet worden ingediend. Hoe dit intern is geregeld, is aan het betreffende medium. (RvdJ 2016/24)

Meer berichten