Ambtshalve uitspraak Vliegramp Tripoli

4 augustus 2010

Op 12 mei 2010 verongelukte een vliegtuig op het vliegveld van Tripoli. De openbaarmaking van beelden van de enige overlevende en vooral de publicatie van het telefonische vraaggesprek met Ruben leidden tot een stroom van verontwaardigde en afkeurende reacties. Binnen de journalistieke beroepsgroep ontstond discussie over waar de grens ligt tussen enerzijds de onmiskenbare journalistieke plicht om over maatschappelijk relevante feiten te informeren en anderzijds de journalistieke verantwoordelijkheid voor de privacy van individuen.

Naar aanleiding van deze actualiteiten heeft de Raad besloten om over een aantal facetten van de berichtgeving een ambtshalve uitspraak te doen. Een ambtshalve uitspraak houdt in dat de Raad uit eigen beweging, zonder een daaraan ten grondslag liggende klacht van een direct belanghebbende, een oordeel geeft. Het is voor de vierde keer in zijn bestaan dat de Raad een dergelijke uitspraak doet.

Voor de volledige uitspraak wordt u verwezen naar de website: www.rvdj.nl/2010/35.

In de uitspraak oordeelt de Raad over een vijftal aspecten, kort samengevat:

1. Het publiceren van foto’s en televisiebeelden van de enige overlevende van de ramp
De Raad is van mening dat publicatie van de beelden van Ruben in het ziekenhuisbed, hoezeer ook gemaakt in een besloten ruimte en gepubliceerd zonder toestemming, in dit geval is gerechtvaardigd door de uitzonderlijk grote nieuwswaarde en zeggingskracht van het beeld van de enige overlevende van de vliegramp bij Tripoli. Het beeld van de kleine jongen Ruben symboliseert niet alleen de uitzonderlijke tragedie, maar tegelijk de hoop van het overleven. Daarbij speelt ook een rol dat deze beelden via internet al wereldwijd verspreid waren.

2. Het publiceren van foto’s van omgekomen personen van websites
De Raad gaat ervan uit dat door nabestaanden geen toestemming is gegeven om de foto’s bij de berichtgeving over de vliegramp te publiceren. Het publiceren van foto’s van de slachtoffers is niet noodzakelijk om de ernst van het ongeluk te tonen. Enkel door de plaatsing van hun foto op een website zijn deze personen geen ‘bekende Nederlander’ geworden, zodat de journalist terughoudendheid moet betrachten bij het ongevraagd en zonder toestemming publiceren daarvan in een ander medium en voor een ander doel.
De Raad is derhalve van oordeel dat door het plaatsen van foto’s van slachtoffers, die niet voor dat doel zijn afgestaan, grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

3. Het publiceren van foto’s van nabestaanden van de slachtoffers
Door het (verondersteld wordt: ongevraagd) publiceren van foto’s van de nabestaanden van de vliegramp wordt hen extra leed aangedaan. De te beantwoorden vraag is of deze inbreuk op de privacy in redelijke verhouding staat tot het belang van de publicatie. De Raad oordeelt dat het belang van de privacy van de betrokkenen zwaarder moet wegen, temeer omdat de foto’s niet noodzakelijk zijn om de aard en ernst van de vliegtuigramp weer te geven.

4. Het publiceren van een weergave van het telefoongesprek met Ruben
De journalist die in de gegeven situatie het slachtoffer van een ramp actief kan benaderen dient zich rekenschap te geven van de weerloosheid van betrokkene in die situatie, en van het risico dat onverhoeds direct contact, gelet op de geestelijke toestand waarin het slachtoffer verkeert, schade kan toebrengen.

In het onderhavige geval, van een jeugdig slachtoffer dat zich nog maar niet of nauwelijks bewust was van de situatie waarin hij verkeerde, had de journalist een andere afweging moeten maken en het directe – telefonische – contact moeten vermijden c.q. beëindigen.
Het publiceren van de inhoud van het telefoongesprek is eveneens ontoelaatbaar. Daarbij komt dat publicatie niet noodzakelijk was als extra informatie om de aard of de ernst van de vliegtuigramp weer te geven.

5. Het vermelden van de achternaam van Ruben
De Raad meent dat de inbreuk op Rubens privacy zo beperkt mogelijk dient te zijn. Derhalve is de Raad van oordeel dat vermelding van de achternaam van het slachtoffer in dit geval achterwege had dienen te blijven, nu die vermelding nadeel met zich meebrengt voor het slachtoffer, en niets toevoegt aan de informatie over de ramp, dan wel over de aard en ernst daarvan.

Leidraad
De Leidraad van de Raad voor de Journalistiek zal worden aangepast met een specifieke bepaling over de benadering van slachtoffers van ongevallen en rampen. Deze aanpassing zal tezamen met andere wijzigingen in september 2010 worden gepubliceerd.

Meer berichten