Algemeen/vooraf

Kerntaak van de Raad voor de Journalistiek is zelfregulering vorm te geven: wanneer en waarom is sprake van zorgvuldige journalistiek en in welke gevallen niet?

De Raad baseert zich in zijn werk op de Leidraad, die beschrijft aan welke eisen journalistiek moet voldoen en daarmee aan iedereen – binnen en buiten het vakgebied – duidelijk maakt wat van goede journalisten en goede journalistiek mag worden verwacht.

Media spelen een uiterst belangrijke rol in onze samenleving, op veel manieren en op een groot aantal platforms. Zij controleren gezag en organisaties, instituties en bedrijven. Ze spelen een belangrijke rol in het democratische proces in onze samenleving. Zij bieden volop ruimte voor goed, gedegen en onafhankelijk journalistiek werk in al zijn uitingen en op alle plekken. De mensen voor wie zij werken – het publiek in de breedst mogelijke betekenis – worden op deze wijze het beste bediend.

Goede journalistiek kan alleen in volle vrijheid en onafhankelijkheid verricht worden. De vrijheid van de pers is essentieel. Deze belangrijke rol schept verplichtingen en verantwoordelijkheden. Journalistiek die volle vrijheid verlangt, is tegelijkertijd open over aanpak en keuzes. Zij stelt eigen gedragingen en uitingen ter discussie, op die manier vertrouwen opbouwend en verder versterkend.
Goede journalistiek is waarheidsgetrouw en nauwgezet, onpartijdig en fair, controleerbaar en integer. Zij laat zich toetsen en gaat op open wijze om met opmerkingen, reacties en klachten.

Zelfregulering is de beste manier om daar vorm en inhoud aan te geven en die verantwoordelijkheid te nemen. De Raad voor de Journalistiek is de uitdrukking en het instrument van die zelfregulering. De Raad beoordeelt of en in hoeverre er sprake is van zorgvuldige journalistiek, binnen de ethiek van het vak. Hij houdt zich bezig met klachten over journalistieke gedragingen.[1]

De Leidraad heeft als uitgangspunt dat iedereen die zich met journalistiek bezighoudt, verantwoordelijkheid dient te nemen voor de informatie die zij of hij verspreidt en de manier waarop zij of hij opereert. Het is daarbij niet van belang in welk medium of op welk platform dit gebeurt. Het medialandschap is sterk in beweging en zal dat ongetwijfeld blijven; er ontstaan nieuwe initiatieven in de digitale wereld en daarbuiten. De journalistieke principes en uitgangspunten hebben in ieder medium en op ieder platform zeggings- en geldingskracht.

De Raad gaat ervan uit dat alle journalistieke organisaties en alle journalisten de hier geformuleerde uitgangspunten herkennen, erkennen en aanvaarden. De Raad nodigt iedereen die zich ook met journalistiek bezighoudt uit om de Leidraad als uitgangspunt te nemen.



Het beoordelen van klachten is de voornaamste taak van de Raad. Het belangrijkste doel is de kwaliteit van de journalistiek in Nederland verder te helpen verhogen, op open en transparante wijze.

De Raad voor de Journalistiek is onafhankelijk in zijn werk en oordeelsvorming.

*****
 
De Leidraad volgt in zijn opzet de gebruikelijke gang van een journalistiek product: van eerste selectie tot, uiteindelijk, publicatie[2] en archivering – open en transparant over alle stappen die daarin worden gezet.

 


[1] Onder journalistieke gedraging wordt verstaan: een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep dan wel een handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van iemand die – geen journalist zijnde – regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van publiciteitsmedia (zie artikel 4 van de Statuten).

[2] Met publicatie wordt bedoeld: elke uiting – zoals artikel, uitzending, twitterbericht – in het kader van een journalistieke gedraging.