2021/18 Onzorgvuldig

Vereniging Afbouwmedicatie / A. van Wanroij en de hoofdredacteur van EenVandaag (AVROTROS)

Samenvatting

A. van Wanroij en EenVandaag hebben in het artikel “Hoe je antidepressiva probleemloos afbouwt weten we niet, maar dit nieuwe onderzoek moet dat veranderen.” op onjuiste wijze aandacht besteed aan rechtszaken over de vergoeding van zogenoemde taperingstrips door zorgverzekeraars, waarbij de Vereniging Afbouwmedicatie (klaagster) was betrokken. EenVandaag heeft weliswaar een adequaat voorstel gedaan om de onjuiste berichtgeving recht te zetten, maar die rechtzetting heeft vervolgens niet deugdelijk plaatsgevonden. Van Wanroij en EenVandaag hebben aldus journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad doet de aanbeveling aan EenVandaag om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Vereniging Afbouwmedicatie
 
tegen

A. van Wanroij en de hoofdredacteur van EenVandaag (AVROTROS)
 
Mevrouw P. van Dinkelberg, voorzitter, heeft namens de Vereniging Afbouwmedicatie (hierna: klaagster) op 17 november 2020 een klacht ingediend tegen mevrouw A. van Wanroij, journalist, en de hoofdredacteur van EenVandaag (hierna samen: EenVandaag). Vervolgens heeft klaagster op 24 november 2020 aanvullende stukken aan de Raad gestuurd en op 3 december 2020 aan de Raad bericht dat zij de klacht wenst door te zetten. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en mevrouw A. van Tricht, juridische zaken AVROTROS, betrokken van 30 december 2020, 18 januari 2021 en 11 februari 2021.

De zaak is met toestemming van partijen buiten hun aanwezigheid behandeld op de zitting van de Raad van 12 februari 2021.

DE FEITEN

Op 28 oktober 2020 verscheen op de website van EenVandaag een artikel van Van Wanroij met de kop “Hoe je antidepressiva probleemloos afbouwt weten we niet, maar dit nieuwe onderzoek moet dat veranderen.” De intro van het artikel luidt:
“’Eigenlijk gek’ noemt onderzoeker Christiaan Vinkers het, dat ruim 1 miljoen Nederlanders antidepressiva gebruiken, maar dat er weinig bekend is over hoe je dit afbouwt. Amsterdam UMC en Radboud UMC starten een onderzoek, en dat is een wereldprimeur.”

Het artikel bevatte verder onder de subkop “Discussie” aanvankelijk de volgende passage:
“Naast druppels, drankjes en lagere doseringen zijn er ook taperingstrips die mensen kunnen helpen bij afbouwen. Dat is een strip waarbij je elke dag een zakje met medicatie krijgt, waarbij de dosis in hele kleine stapjes naar beneden gaat.
Over de strips bestaat al lang discussie. Er zijn rechtszaken aangespannen om te zorgen dat de taperingstrips wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Al die rechtszaken hadden als uitkomst dat de zorgverzekeraar niet verplicht is de strips te vergoeden. De reden daarvoor: geen wetenschappelijk bewijs voor de werking.”

Op 30 oktober 2020 heeft klaagster zich met haar bezwaren tegen de publicatie tot EenVandaag gewend en rectificatie verzocht. In een vervolgbericht van 3 november 2020 heeft klaagster onder meer het volgende geschreven:
“De Avro/Tros schrijft op de website https://eenvandaag.avrotros.nl/ van 28/10/20:
Er zijn rechtszaken aangespannen om te zorgen dat de taperingstrips wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Al die rechtszaken hadden als uitkomst dat de zorgverzekeraar niet verplicht is de strips te vergoeden. (cursief PD)
Dit is incorrect: de rechter vonniste op 19/12/19 dat ‘afbouwmedicatie vergoed moet worden’.  Een taperingstrip is een gratis verpakkingsvorm. Daar valt dus niets aan te vergoeden.
Er had dus moeten staan:
Er zijn rechtszaken aangespannen om te zorgen dat afbouwmedicatie (bijv. in taperingstrips) wordt vergoed door de zorgverzekeraar. De rechter vonniste op 19/12/19 dat ‘afbouwmedicatie vergoed moet worden’. (Rechtbank Gelderland in zaaknummer NL18.23783)”

In het vonnis van 19 december 2019, waarnaar klaagster heeft verwezen, heeft de rechtbank Gelderland onder meer het volgende geconcludeerd:
“Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering onder I. zal worden afgewezen, omdat deze te ruim is geformuleerd. Indien de vordering zou worden toegewezen, zou dat betekenen dat VGZ alle magistraal bereide medicatie voor het afbouwen van antidepressiva dient te vergoeden. Dat hoeft VGZ, zoals hiervoor is overwogen, niet te doen. VGZ mag daaraan voorwaarden stellen, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen. (…)
De vordering onder V. is wel toewijsbaar. Het is VGZ niet is toegestaan de vergoeding te weigeren met als reden dat het magistraal bereide geneesmiddel ook door een geregistreerd geneesmiddel in vloeibare vorm kan worden vervangen. Indien de behandelend arts van mening is dat het afbouwen met vloeibare medicatie niet passend is, dient vergoeding van magistraal bereide afbouwmedicatie plaats te vinden, zonder dat VGZ dit (achteraf) toetst.”
De beslissing van de rechtbank luidt – voor zover hier van belang – als volgt:
“De rechtbank verklaart voor recht dat bij de afweging of aanspraak bestaat op vergoeding van een magistrale bereiding bij afbouwmedicatie van antidepressiva VGZ de vergoeding niet mag weigeren met als reden dat de sterkte van het magistraal bereide geneesmiddel ook door middel van een geregistreerd geneesmiddel in vloeibare vorm bereikt zou kunnen worden;(…)”

Op 16 november 2020 heeft Van Tricht het volgende aan klaagster bericht:
“In de door u aangehaalde uitspraak van de rechtbank Gelderland stelt de rechter niet dat de afbouwmedicatie vergoed moet worden, maar dat de zorgverzekeraar niet onder de daar aangevoerde argumenten de vergoeding van de afbouwmedicatie mag weigeren. Een subtiel verschil maar juridisch maakt dit wel uit.
De tekst zal dan ook aangepast worden naar: “In die rechtszaken gaf de rechter aan dat de verzekeraars vergoeding van de taperingstrips niet zomaar mag weigeren, bijvoorbeeld op grond dat het middel ook in vloeibare vorm gebruikt kan worden.””

De gewraakte passage is uiteindelijk aangepast – conform het tekstvoorstel in het bericht van Van Tricht – op 18 januari 2021. Overigens is in het artikel op geen enkele wijze kenbaar gemaakt dat aanpassing heeft plaatsgevonden.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – kort samengevat – het volgende. Zij is een patiëntenvereniging die zich ten doel stelt patiënten en zorgverzekeraars te informeren over verantwoord afbouwen van psychofarmaca en opioïden. Daarnaast strijdt zij voor vergoeding van die lagere doseringen door de zorgverzekeraars. In het artikel is op onjuiste wijze bericht over een rechtszaak waarbij zij, als eisende partij, was betrokken. De positieve uitkomst van die rechtszaak dreigde tenietgedaan te worden door de oorspronkelijke tekst van het artikel. Daarom heeft zij EenVandaag verzocht het artikel te rectificeren.
Klaagster meent dat EenVandaag de klacht niet juist heeft afgehandeld. Het plaatsen van een nieuwe – verbeterde – tekst is niet afdoende. EenVandaag behoort op dezelfde webpagina een duidelijke rectificatie te plaatsen, waarin wordt vermeld dat aanvankelijk ten onrechte was bericht dat alle gevoerde rechtszaken als uitkomst hadden dat de zorgverzekeraar niet verplicht is de strips te vergoeden en dat die berichtgeving niet juist was. Daarmee worden personen die de website eerder hadden bekeken en deze nog eens bezoeken, in ieder geval geïnformeerd over de onjuiste berichtgeving.
Daarbij komt dat EenVandaag met de verbeterde tekst te kort door de bocht gaat, omdat daarmee geen recht wordt gedaan aan de inhoudelijke rechtsoverwegingen van de rechtbank. EenVandaag heeft in haar reactie nog verwezen naar een ander vonnis van dezelfde rechtbank, maar dat betreft een kort geding van een eerdere datum. De uitspraak van 19 december 2019 heeft betrekking op de bodemprocedure, waarin de rechtbank een inhoudelijk oordeel heeft kunnen vellen. Daarvan moet op dit moment worden uitgegaan, aldus klaagster.

EenVandaag stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De verbeterde tekst is in lijn met de beslissing van de rechtbank. Er is geen sprake van enige vorm van onrechtmatigheid waardoor een reden kan bestaan tot rectificatie van de tekst, en al zeker niet tot het plaatsen van de tekst die klaagster voorschrijft. Ter ondersteuning van haar standpunt wijst EenVandaag op een minder verstrekkende uitspraak van dezelfde rechtbank van 15 februari 2019 over dezelfde materie in een door klaagster aangespannen procedure tegen VGZ.
Desgevraagd heeft EenVandaag nog meegedeeld dat het artikel uiteindelijk op 18 januari 2021 is aangepast; door een misverstand is dat niet eerder gebeurd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Het artikel bevatte aanvankelijk de volgende passage:
“Er zijn rechtszaken aangespannen om te zorgen dat de taperingstrips wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Al die rechtszaken hadden als uitkomst dat de zorgverzekeraar niet verplicht is de strips te vergoeden.”
Gelet op de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 december 2019 is deze passage feitelijk onjuist.

Het lag daarom op de weg van EenVandaag om een passende rechtzetting te publiceren. Het voorstel dat zij daartoe op 16 november 2020 heeft gedaan, was in elk geval afdoende om de feitelijke onjuistheid in de gewraakte passage te corrigeren, en deed op dat punt voldoende recht aan de uitspraak van de rechtbank van 19 december 2019.
De rechtzetting heeft echter niet deugdelijk plaatsgevonden. Wanneer blijkt dat een publicatie onjuistheden bevat, moet de rechtzetting immers zo snel mogelijk plaatsvinden. Het artikel is uiteindelijk pas twee maanden later – op 18 januari 2021 – aangepast. Dat dit het gevolg is van een intern misverstand, dient voor rekening van EenVandaag te komen.

Vanwege het tijdsverloop had EenVandaag expliciet kenbaar moeten maken dat sprake was van een aanpassing. Uit het artikel zoals dat nu online staat, blijkt op geen enkele wijze dat de tekst is gewijzigd.
Alle omstandigheden in aanmerking genomen is aldus geen sprake van een passende rechtzetting.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat EenVandaag journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A en D
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2020/34

CONCLUSIE

A. van Wanroij en EenVandaag hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
De Raad doet de aanbeveling aan EenVandaag om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 16 april 2021 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mw. mr. N.A.M. van Herten, J. Hoogenberg, mw. M. Ten Katen en H.P.M.J. Schneider,  leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.


Publicatie op www.eenvandaag.avrotros.nl d.d. 16 april 2021