2019/8 zorgvuldig

Samenvatting

P. Venhuizen en De Gelderlander hebben in het artikel “Ophef over zoenende vrouwen in pannenkoekenhuis Rheden: ‘Ik heb er pijn van in mijn buik’” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over mevrouw A.R.L.S. Scheuer (klaagster). Klaagster heeft via Twitterberichten de openbaarheid gezocht. Uit die berichten, die in het artikel zijn geciteerd, blijkt dat zij meent in het restaurant onheus te zijn bejegend. Het was journalistiek relevant om daarop een reactie te vragen van de betrokken eigenaresse/serveerster. Dat wederhoor behoefde niet eerst nog voor een nadere reactie te worden voorgelegd aan klaagster. Beide lezingen zijn op een evenwichtige wijze in het artikel verwerkt. Niet is gebleken dat een vertekend beeld van de kwestie is geschetst of een onzorgvuldige weergave van de feiten is gegeven. Aangezien alleen de voornaam van klaagster is genoemd, die zij in haar openbare Twitterberichten gebruikt, is van een ongerechtvaardigde aantasting van haar privacy geen sprake.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A.R.L.S. Scheuer

tegen

P. Venhuizen en de hoofdredacteur van De Gelderlander

Mevrouw A.R.L.S. Scheuer te Arnhem (klaagster) heeft op 19 september 2018 een klacht ingediend tegen de heer P. Venhuizen en de hoofdredacteur van De Gelderlander. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en de heer Venhuizen, redacteur, betrokken van 9 en 15 oktober 2018 en van 8 november 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 23 november 2018. Klaagster is daar verschenen vergezeld door mevrouw F. Truijens. Aan de zijde van de krant waren de heer P. Jansen, hoofdredacteur, en de heer Venhuizen aanwezig.

DE FEITEN

Op 17 september 2018 verscheen op de website van De Gelderlander een artikel van de hand van Venhuizen met de kop “Ophef over zoenende vrouwen in pannenkoekenhuis Rheden: ‘Ik heb er pijn van in mijn buik’”. Het artikel luidt verder:
“Op Twitter is een storm van verontwaardiging uitgebroken met het Rhedense pannenkoekenhuis Strijland als doelwit. Oorzaak: een medewerkster heeft zondag twee lesbische vrouwen gesommeerd te stoppen met zoenen.
Een van de twee vrouwen, Aisha, beschreef het voorval zondag in een tweet. ,,Ik ging vandaag naar een pannenkoekenrestaurant en toen we elkaar een kus op de mond gaven werd ons verzocht om dit niet te doen omdat het onsmakelijk is voor de andere gasten.”
Aisha maakt in vervolgtweets duidelijk dat zij gelooft dat haar geaardheid een rol heeft gespeeld. ,,Daarom denk ik ook dat ze het niet had gezegd als we man en vrouw waren.”
Aisha's tweets leidden tot een storm van verontwaardiging. ,,Wat bizar. Welk pannenkoekenhuis was dat? Dan weet ik waar ik nooit naar toe ga”, luidt er een. Als Aisha de naam van het restaurant bekend heeft gemaakt, stelt een andere twitteraar voor de tolerantie van Strijland te testen. ,,En dan eerst een heterostel en een week later twee mannen.”
De serveerster die de twee vrouwen heeft aangesproken is ontdaan over wat haar op Twitter wordt toegeschreven. ,,Ik heb er helemaal pijn van in mijn buik.” Zij vertelt dat het haar er echt niet om ging dat het twee vrouwen waren. ,,Ze zaten naast elkaar en waren behoorlijk klef met elkaar. Om eerlijk te zijn: ze zaten elkaar af te lebberen. Mensen zaten er stiekem naar te kijken. ,,Moet dat nu?”, vroeg een collega. Een ander zei er misselijk van te worden. Toen ben ik er op afgestapt. Heb ik ook wel eens met een jongen en een meisje gedaan.””
Klaagster is de in het artikel bedoelde Aisha. In het artikel is een schermafdruk opgenomen van een Twitterbericht van klaagster, waarvan de tekst luidt:
“Ik ging vandaag naar een pannenkoekenrestaurant en toen we elkaar een kus op de mond gaven werd ons verzocht om dit niet te doen omdat het onsmakelijk is voor de andere gasten. Het ging er echt niet om dat we twee vrouwen waren. Was echt een topbezoek dus.”

Vervolgens is op de website van De Gelderlander nog aandacht aan de kwestie besteed op 18 september 2018 in een artikel met de kop “Pannenkoekenbaas Rheden staat achter zijn serveerster” en op 19 september in een artikel met de kop “Een zoen in een restaurant is ‘oké’, maar flikflooien? ‘Nee’”.

De klacht is gericht tegen het artikel van 17 september 2018.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat in de beschrijving van de gebeurtenissen tal van onjuist- en halve waarheden staan, waardoor een volkomen verkeerd beeld wordt geschetst van wat werkelijk is voorgevallen. Feit is dat zij haar vriendin een kus op haar mond heeft gegeven, terwijl in het artikel een totaal ander beeld is geschetst. Volgens klaagster heeft Venhuizen het artikel uitsluitend gebaseerd op de verklaringen van de eigenaresse (of vrouw van de eigenaar, door de krant consequent ‘serveerster’ genoemd) en heeft zij niet de gelegenheid gehad haar versie daar tegenover te stellen. Venhuizen zegt wel contact met haar te hebben gezocht via Twitter, maar hij heeft haar niet bereikt. Dit was voor andere nieuwsmedia terecht reden om niet te publiceren. Venhuizen en de krant beslisten anders en gaven het restaurant een podium voor een ongebreideld eenzijdige en onweersproken voorstelling van zaken, middels infame en zelfs karikaturale leugens, zoals blijkt uit het gebruik van de term ‘aflebberen’. Klaagster meent dat voorafgaand aan de publicatie haar reactie daarop had moeten worden gevraagd.
Klaagster concludeert dat Venhuizen en de krant zeer onzorgvuldig hebben gehandeld, door zonder toepassing van wederhoor toch tot publicatie over te gaan. Dat is des te ernstiger omdat zij met naam en toenaam is opgevoerd.

Venhuizen en De Gelderlander stellen hier tegenover dat zij vrij waren om over het voorval te publiceren. In de beschrijving van de gebeurtenissen staan de meningen van twee partijen tegenover elkaar en die meningen zijn correct weergegeven. Het Twitterbericht van klaagster – waarin zij vermeld dat zij haar vriendin niet meer dan een kus heeft gegeven – is in zijn geheel in het artikel opgenomen, net als de weergave van het voorval door de serveerster. Daarnaast is een tweede Twitterbericht van klaagster geciteerd. Het artikel is verder gebaseerd op andere Twitterberichten van klaagster, waarvan de strekking overeenkwam met de geciteerde berichten. Venhuizen heeft geciteerd uit deze openbare bronnen, waarna hij de serveerster om een weerwoord heeft gevraagd. Hij heeft geprobeerd klaagster via Twitter te bereiken voor aanvullende informatie, maar dat is niet gelukt. Voor publicatie was dat geen bezwaar, omdat het artikel ging over de Twitterstorm die was losgebarsten. Van het schetsen van een verkeerd beeld is geen sprake.
Verder wijzen Venhuizen en de krant erop dat in het artikel alleen de voornaam van klaagster is vermeld, zoals zij die in haar Twitterberichten heeft gebruikt. Haar achternaam was op dat moment niet bij de krant bekend. Nadat een dag later klaagster zich in een telefoongesprek met Venhuizen bekend heeft gemaakt, is in vervolgberichten haar volledige naam vermeld.
Venhuizen en de krant concluderen dat beide versies van de gebeurtenis in het artikel zijn terug te vinden en dat zij op journalistiek juiste wijze hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat Venhuizen en de krant voorafgaand aan de publicatie van 17 september 2018 geen wederhoor bij klaagster hebben toegepast.

Vaststaat dat klaagster via haar Twitterberichten zelf de openbaarheid heeft gezocht. Het stond Venhuizen en de krant vrij om (mede) op basis daarvan aandacht aan de kwestie te besteden en daarbij te bepalen vanuit welke invalshoek de zaak werd belicht.
Het is voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk dat in het artikel de ophef over de kwestie aan de orde is gesteld en dat Venhuizen niet heeft beoogd te onderzoeken c.q. aan het licht te brengen wat de feitelijke gang van zaken is geweest.

Klaagster is in het artikel – via haar Twitterberichten – uitgebreid geciteerd. Daaruit blijkt dat zij meent in het restaurant onheus te zijn bejegend. Het was dan ook journalistiek relevant om daarop een reactie te vragen van de betrokken eigenaresse/serveerster.
De beide lezingen zijn op een evenwichtige wijze in het artikel verwerkt, waarbij een duidelijk onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. De lezer kan de beweringen van beide partijen – die kennelijk lijnrecht tegenover elkaar staan – op waarde schatten.
Het was dan ook niet nodig om het wederhoor van de eigenaresse/serveerster voor een nadere reactie voor te leggen aan klaagster.

Niet is gebleken dat Venhuizen en de krant een vertekend beeld van de kwestie hebben geschetst of een onzorgvuldige weergave van de feiten hebben gegeven.

Ten slotte constateert de Raad dat in het gewraakte artikel alleen de voornaam van klaagster is genoemd, die zij ook zelf in haar openbare Twitterberichten gebruikt. Van een ongerechtvaardigde aantasting van haar privacy is dan ook geen sprake.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Venhuizen en De Gelderlander journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.1

CONCLUSIE

P. Venhuizen en De Gelderlander hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 31 januari 2019 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. L.M. van de Langenberg MSc, H.P.M.J. Schneider en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.