2019/7 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

Het Eindhovens Dagblad heeft in het artikel “Rechtszaak puppyhandelaar – ‘Paarden houden mag wél’” bericht over een rechtszaak waarbij klagers zijn betrokken. De krant heeft erkend dat zij op drie punten onjuist over klagers heeft bericht. De Raad vindt dat twee punten op een juiste wijze zijn rechtgezet. De rectificatie van de onjuistheid ten aanzien van de inbeslagneming en het onderzoeken van honden was echter onvoldoende. Op dat punt heeft de krant journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was de handelwijze van de krant zorgvuldig. Niet is gebleken dat het artikel andere relevante onjuistheden bevat. In de berichtgeving is alleen de bedrijfsnaam en niet de achternaam van klagers genoemd. Van een ongerechtvaardigde aantasting van de privacy is dan ook geen sprake. Aangezien in het artikel aandacht is besteed aan een gerechtelijke uitspraak, waarbij feitelijke achtergrondinformatie over de kwestie is verstrekt, was het toepassen van wederhoor niet nodig. De Raad doet de aanbeveling aan het Eindhovens Dagblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Y

tegen

de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad

De heer X en mevrouw Y te Hapert (klagers) hebben op 6 september 2018 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klagers, de heer J. van den Oetelaar, hoofdredacteur, en de heer B.-J. van Rooij, journalist, betrokken van 9 en 21 oktober 2018 en van 6 en 20 november 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 23 november 2018. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 29 juni 2018 verscheen in het Eindhovens Dagblad een artikel van de hand van Van Rooij met de kop “’Paarden houden mag wél’” en de bovenkop “Rechtszaak puppyhandelaar”. De intro van het artikel luidt:
“Twee jaar geleden werden de Hapertse puppyhandelaar voor tonnen aan dwangsommen in het vooruitzicht gesteld. De hondenhandel blijft illegaal, maar paarden houden mag best.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Wel paarden houden maar géén honden en géén illegale bouwsels. De rechtbank in Den Bosch trapt flink op de rem bij de Hapertse hondenhandelaar De Cartierhoeve. Die was een zaak tegen de gemeente Bladel begonnen. De gemeente heeft de beruchte puppyhandelaar 325.000 euro aan dwangsommen in het vooruitzicht gesteld. Een van die dwangsommen is onterecht, vindt de rechter: paarden houden mag best.”
en
“Het is een kwestie die het voorlopig hoogtepunt bereikte in 2016. Niets van de familie van achter twee Hapertse hondenhandels werd door de gemeente nog door de vingers gezien. En het doel lijkt duidelijk: de familie, het gaat om twee neven, tot stoppen dwingen. In april 2016 deden instanties als het Openbaar Ministerie, de gemeente, Dierenbescherming en de Belastingdienst gezamenlijk een inval bij de twee handelaren. Honden werden in beslag genomen en onderzocht. Sindsdien gaan de betrokkenen van rechtszaak naar rechtszaak.”
Het slot van het artikel luidt:
“Op internet wordt al jarenlang gewaarschuwd voor de Hapertse hondenhandelaren die op internet-fora als berucht bekendstaan. Veel mensen die bij de Hapertse handelaren een hond kochten, meldden dat hun puppy snel ziek werd. Nog steeds worden via Marktplaats jonge teckels, Mechelse herders en chihuahuas aangeboden door een Hapertse aanbieder met hetzelfde telefoonnummer als waarvan de Cartierhoeve gebruik maakte.”
Een vergelijkbaar artikel is een dag eerder onder de kop “Puppyhandelaar in Bladel mag best paarden houden” op de website van het Eindhovens Dagblad verschenen.

In de ochtend van 29 juni 2018 heeft Van Rooij telefonisch contact gehad de heer X, die naar aanleiding daarvan diezelfde dag een e-mail heeft gestuurd naar het mailadres bvrooij@ed.nl. Daarin heeft hij onder meer een opsomming gemaakt van diverse passages uit het artikel die naar zijn mening niet juist zijn.

Een dag later – op 30 juni 2018 – is in het Eindhovens Dagblad in de rubriek ‘Aanvullingen en correcties’ onder de kop “Telefoonnummer puppyhandelaar” het volgende bericht geplaatst:
“In het artikel over een Hapertse puppyhandelaar stond dat deze handelaar, de Cartierhoeve, nog een telefoonnummer gebruikt dat ook staat bij advertenties op Marktplaats waarin jonge honden worden aangeboden. Dat nummer is echter niet van de Cartierhoeve, maar van een andere handelaar in Hapert.”

Vervolgens heeft advocaat mevrouw mr. M.J.A. Weda zich op 5 juli 2018 namens klagers tot de krant gewend en de bezwaren van klagers tegen de berichtgeving kenbaar gemaakt. In haar brief schrijft zij onder meer:
“Nog ernstiger is dat u geen onderscheid maakt tussen het bedrijf van cliënte en het bedrijf van de neef van haar man. Dit terwijl er geen enkele zakelijke binding bestaat tussen de beide bedrijven. U schrijft derhalve ten onrechte: “Niets van de familie van achter twee Hapertse hondenhandels werd door de gemeente nog door de vingers gezien. En het doel lijkt duidelijk: de familie, het gaat om twee neven, tot stoppen dwingen.” U vervolgt: “Honden werden in beslag genomen en onderzocht.” […] “Op internet wordt al jarenlang gewaarschuwd voor de Hapertse hondenhandelaren die op internetfora als berucht bekendstaan. Veel mensen die bij de Hapertse handelaren een hond kochten, meldden dat hun puppy snel ziek werd.” Deze passages zijn onrechtmatig, nu u zich schuldig maakt aan “trial by media”  zonder dat sprake is van enige strafrechtelijke veroordeling. Dit klemt eens te meer nu er bij cliënten geen honden in beslag zijn genomen.”
Hierna hebben mevrouw Weda en de heer L. Tordoir, bedrijfsjurist van de Persgroep, gecorrespondeerd over een tweede rectificatie. In een e-mail van 27 juli 2018 heeft Tordoir voorgesteld de volgende tekst te plaatsen:
“In het artikel “’Paarden houden mag wel’” gepubliceerd op 29 juni 2018 is geschreven dat in 2016 bij een inval van diverse (overheids)instanties bij de Cartierhoeve honden in beslag zijn genomen. Niet is komen vast te staan of er destijds wel of geen honden bij de Cartierhoeve in beslag zijn genomen. Verder wordt in het artikel de suggestie gewekt dat er een zakelijke binding bestaat tussen de twee Hapertse hondenhandels. Dit is echter niet gebleken.”
In antwoord daarop heeft mevrouw Weda nog diezelfde dag een reactie van mevrouw Y doorgestuurd naar de heer Tordoir. In haar reactie schrijft mevrouw Y onder meer:
“Daarnaast is de rectificatie ook nog eens onvoldoende omdat vast staat dat er bij mij helemaal geen honden in beslag genomen zijn. Het ED kan dit ook verifiëren bij andere partijen. Door slechts te stellen dat er is niet gebleken wekt men toch een bepaalde, en onjuiste, indruk.”

Hierop heeft de heer Tordoir op 30 juli 2018 aan mevrouw Weda bericht dat de krant de volgende tekst zou plaatsen:
“In het artikel “’Paarden houden mag wel’” gepubliceerd op 29 juni 2018 – waarin onder andere is bericht over hoe de activiteiten van de Cartierhoeve zich verhouden tot het bestemmingsplan – is geschreven dat in 2016 bij een inval van diverse (overheids)instanties bij de Cartierhoeve honden in beslag zijn genomen. Dit is niet vast komen te staan. De eigenaar van de Cartierhoeve ontkent dat er honden in beslag zijn genomen. Verder wordt in het artikel de suggestie gewekt dat er een zakelijke binding bestaat tussen de twee Hapertse hondenhandels. Dit is echter niet gebleken.”
Dit bericht is op 1 augustus 2018 in het Eindhovens Dagblad gepubliceerd. Daarnaast is het artikel op de website aangepast.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – kort samengevat – dat de krant eerder artikelen over hen heeft geplaatst. Na klachten van hun kant werden deze berichten veelal later steeds weer gerectificeerd met een veel kleiner, en minder opvallend, bericht. De publicatie van 29 juni 2018 heeft hen doen besluiten ditmaal een formele klacht bij de Raad in te dienen.
Klagers wijzen erop dat de achtergrond van de inval op 11 april 2016, waarover in het artikel is bericht, was gelegen in een langdurig geschil met een aantal personen binnen de gemeente Bladel. De heer X heeft direct op 29 juni 2018 zijn bezwaren tegen de publicatie kenbaar gemaakt in een e-mailbericht aan de verslaggever. Als reactie daarop is in eerste instantie alleen gerectificeerd dat de telefoonnummers waarmee wordt geadverteerd, niet van klagers zijn. Pas op 1 augustus 2018 is een meer uitgebreide rectificatie geplaatst. Dat was onnodig laat, waardoor zij in de tussenliggende periode extra zijn beschadigd. Verder blijkt uit de berichten in de papieren editie en op de website van de krant nog altijd onvoldoende dat klagers geen enkele relatie hebben met de andere hondenhandel in Hapert. De berichtgeving over beide bedrijven loopt te veel parallel, terwijl er geen enkel verband is. Klagers worden hierdoor ten onrechte in verband gebracht met berichten over pups die in beslag zouden zijn genomen en klachten over zieke honden waarmee zij helemaal niets te maken hebben. De krant is hierin onvoldoende zorgvuldig geweest, aldus klagers.
Zij menen verder dat voorafgaand aan de publicaties wederhoor had moeten worden toegepast. Daarmee had voorkomen kunnen worden dat onjuiste berichten werden geplaatst. Het ‘rücksichtslos’ plaatsen van artikelen om ze vervolgens (veel) later te rectificeren brengt hen onnodig schade toe. Ook had het ED klachten uit het verleden over onjuiste publicaties in acht moeten nemen om te voorkomen dat herhaaldelijk dezelfde fouten worden gemaakt.
Ten slotte ziet de klacht op het feit dat in het artikel de volledige naam van X is gebruikt, terwijl hij in het geheel niet handelt in honden.
 
Het Eindhovens Dagblad stelt hier – eveneens samengevat – tegenover dat sprake is van de weergave van een uitspraak van de rechtbank, die is aangevuld met een toelichting op de rechtszaak. Het beginsel van hoor en wederhoor is in dat geval niet aan de orde.
Op de ochtend van de publicatie ontdekte journalist Van Rooij dat in de slotalinea van het bericht twee personen door elkaar waren gehaald. Deze storende fout was de reden dat hij direct telefonisch contact zocht met beide mannen, [voornaam] en [voornaam] X. Zijn doel was om excuses aan te bieden en te zoeken naar een oplossing. Hij heeft daarom aangeboden de fout recht te zetten in een rectificatie. X wilde echter niet met hem praten en liet weten hem persoonlijk aansprakelijk te stellen. Vervolgens heeft Van Rooij, zoals toegezegd, een rectificatie gemaakt voor de rubriek ‘correcties en aanvullingen’, die op 30 juni 2018 is geplaatst. De e-mail van de heer X van die dag heeft hem nooit bereikt, omdat in het mailadres een punt ontbrak.
Latere correspondentie was aanleiding om het artikel nogmaals tegen het licht te houden. De krant heeft toen geconcludeerd dat zij over twee zaken niet helder had bericht. Allereerst was geschreven dat in 2016 diverse (overheids)instanties invallen hadden gepleegd bij twee Hapertse hondenhandels, waaronder de Cartierhoeve. Vervolgens was gesteld dat er honden in beslag waren genomen en onderzocht. De lezer zou daaruit kunnen concluderen dat destijds ook bij de Cartierhoeve honden in beslag waren genomen. Daarvan was echter niet gebleken. Ten tweede was de suggestie gewekt dat er een zakelijke binding bestaat tussen de twee Hapertse hondenhandels. Dit was evenmin gebleken. De krant is daarom overgegaan tot rectificatie van deze punten. De tekst daarvan is op 30 juli 2018 door haar bedrijfsjurist aan de advocaat van klagers voorgelegd en vervolgens gepubliceerd. De krant meent dat zij hiermee alle mogelijke onduidelijk- c.q. onjuistheden heeft gecorrigeerd.
Verder wijst de krant erop dat de naam ‘X’ niet is genoemd in het artikel van 29 juni en ook niet in de rectificaties van 30 juni en 1 augustus 2018.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klagers hebben allereerst aangevoerd dat het artikel van 29 juni 2018 diverse onjuistheden bevat. De krant heeft (gaandeweg) erkend dat zij op drie punten onjuist over klagers heeft bericht:
1.      ten aanzien van de telefoonnummers op Marktplaats;
2.      ten aanzien van de gesuggereerde zakelijke binding tussen de twee hondenhandels;
3.      ten aanzien van de inbeslagneming en het onderzoeken van honden.
Naar het oordeel van de Raad zijn punten 1. en 2. op een juiste wijze rechtgezet in de rectificaties van 30 juni 2018 en 1 augustus 2018. Wel valt te betreuren dat de tweede rectificatie pas enkele weken later heeft plaatsgevonden.

De Raad vindt echter dat de rechtzetting van punt 3. in het artikel van 1 augustus 2018 onvoldoende is geweest. Door in het gewraakte artikel te schrijven “In april 2016 deden instanties als het Openbaar Ministerie, de gemeente, Dierenbescherming en de Belastingdienst gezamenlijk een inval bij de twee handelaren. Honden werden in beslag genomen en onderzocht.” is tenminste de suggestie gewekt dat  er ook honden in beslag zijn genomen en onderzocht bij de hondenhandel van klagers c.q. mevrouw Y. Gelet op de verdere inhoud van het artikel in kwestie was dit een suggestie die het bedrijf in grote mate diskwalificeert. Toen klagers te kennen hadden gegeven dat de berichtgeving op dit punt voor wat betreft de Cartierhoeve feitelijk onjuist was, had de krant dit op eenvoudige wijze ruimhartig behoren te rectificeren. Dat heeft de krant nagelaten. Door te vermelden dat de in beslagneming ‘niet is vast komen staan’ en dat de eigenaar van de hondenhandel ‘ontkent dat er honden in beslag zijn genomen’ is ook het rectificatiebericht voor meerdere interpretaties vatbaar. De mogelijkheid wordt immers open gehouden dat er wel degelijk honden in beslag zijn genomen en onderzocht. Hierdoor is van een passende en faire rectificatie geen sprake.

Voor het overige is niet gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat. Voor zover ten onrechte is vermeld dat klagers als echtpaar het bedrijf runnen, hetgeen de Raad niet kan vaststellen, is dit geen zodanige omissie dat daarmee journalistiek onzorgvuldig is gehandeld.

Verder heeft de Raad geconstateerd dat in de berichtgeving alleen de bedrijfsnaam en niet de achternaam van klagers is genoemd. Er is derhalve geen sprake van een ongerechtvaardigde aantasting van de privacy van de heer X.

Ten slotte overweegt de Raad dat in het artikel aandacht is besteed aan een uitspraak van de rechtbank Den Bosch in een procedure waarbij klagers zijn betrokken. Daarbij is feitelijke achtergrondinformatie over de kwestie verstrekt. Een journalist hoeft bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van rechtszaken, in beginsel geen wederhoor toe te passen. Voor een uitzondering op deze regeling bestond geen aanleiding. Het siert de krant dat zij onder het artikel op haar website alsnog een reactie van klagers heeft opgenomen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het Eindhovens Dagblad journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door de onjuistheid ten aanzien van de inbeslagneming en het onderzoeken van honden onvoldoende recht te zetten. Verder was zijn handelwijze zorgvuldig.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3, C.1 en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/21 en RvdJ 2011/57

CONCLUSIE

Het Eindhovens Dagblad heeft journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door de onjuistheid ten aanzien van de inbeslagneming en het onderzoeken van honden onvoldoende recht te zetten. Verder was zijn handelwijze zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan het Eindhovens Dagblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 31 januari 2019 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. L.M. van de Langenberg MSc, H.P.M.J. Schneider en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.