2019/54 afgewezen

Samenvatting

De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om een conclusie over een klacht van de heer J.A. Zijlstra tegen de heer W. Maresch (RvdJ 2019/38) te herzien. Verzoeker maakt bezwaar tegen de afwegingen die de Raad in zijn conclusie heeft gemaakt, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Dat verzoeker zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van

J.A. Zijlstra

tot herziening van de conclusie van de Raad van 8 augustus 2019 (RvdJ 2019/38) betreffende zijn klacht

tegen

W. Maresch

De heer J.A. Zijlstra te Ellecom (verzoeker) heeft op 20 augustus 2019 verzocht om herziening van de conclusie van 8 augustus 2019 inzake zijn klacht tegen de heer W. Maresch. Bij de beoordeling van het verzoek is verder correspondentie van verzoeker en Maresch betrokken van 2, 12 en 24 september 2019 en van 20 oktober 2019.
 
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 8 november 2019 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen. Een van de Raadsleden heeft zich voorafgaand aan de zitting verschoond, waarna het verzoek is beoordeeld door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Verzoeker heeft op 25 februari 2019 een klacht ingediend tegen Maresch over het boek “Dwars door Dieren – Hoe de Traverse tot stand kwam”, waarin ook aandacht is besteed aan verzoeker.

De Raad heeft op 8 augustus 2019 geconcludeerd dat verzoeker niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt voor zover hij bezwaar maakt tegen het niet-vermelden van twee personen in het boek en dat Maresch voor het overige journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld. De Raad heeft daartoe het volgende overwogen:
“Allereerst stelt de Raad vast dat Maresch in zijn voorwoord een relatie heeft gelegd tussen het boek en zijn werk als hoofdredacteur van de Regiobode. De Raad ziet daarom voldoende aanleiding om het schrijven van het boek aan te merken als ‘journalistieke gedraging’, zodat hij bevoegd is om over de klacht te oordelen.
De journalist is vrij in zijn selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.
Het stond Maresch dan ook vrij om de foto van klager met bijschrift te plaatsen in een meer algemene context, zonder daarbij de achtergronden te belichten van de actie waaraan klager destijds had deelgenomen.
De Raad vindt het gebruik van Maresch van de term ‘criticaster’ niet journalistiek ontoelaatbaar, nog daargelaten dat die aanduiding niet specifiek betrekking heeft op klager.
Op deze punten heeft Maresch journalistiek zorgvuldig gehandeld.
Voor zover klager bezwaar heeft tegen het niet-vermelden van twee personen in het boek, constateert de Raad dat klager niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden beschouwd. De Raad zal dit klachtonderdeel dan ook niet inhoudelijk behandelen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Verzoeker stelt – kort samengevat – het volgende. In het boek is een belangrijk aspect niet behandeld, te weten de voorgeschiedenis die loopt tot het begin van de periode die Maresch in zijn boek beschrijft. Die voorgeschiedenis betreft de planning door de provincie Gelderland van snelweg A348 en de aanleg van de eerste fase daarvan. Stichting Twickel, eigenaar van landgoed Hof te Dieren, is erin geslaagd om doortrekking van de A348 over haar terrein te verhinderen. De rentmeester van de stichting lukte het later ook de provinciale weg N348 te doen verleggen naar de buitenzijde van het landgoed. Door de bevordering van het particulier belang van Stichting Twickel is het algemeen (verkeers-)belang in de knoei geraakt. Verzoeker beoordeelt die omstandigheid bepaald anders dan Maresch, die het in zijn boek heeft over ‘een fraai eindresultaat’. Verzoeker mist vooral de vermelding van de rentmeester als ‘voorman’ in het boek; dit doet onrecht aan waarheid en geschiedenis.
Verder voert verzoeker aan dat mede door de actie met zijn auto in 2007 een einde kwam aan het plan om een spoorbak aan te leggen. In het vervolg van ‘spoorbak nee, weg ermee’ heeft verzoeker nog verdere hulp verleend aan particulieren, die er mede door zijn aandacht en advisering ten slotte goed vanaf zijn gekomen. Verzoeker heeft daardoor bij de betrokken inwoners een goede pers. Hij stelt daarom het oordeel van de Raad over het gebruik van de term ‘criticaster’ ter discussie.
Verzoeker heeft zijn standpunten uitvoerig toegelicht. Hij concludeert dat het in de rede ligt dat de conclusie van de Raad op daarvoor in aanmerking komende punten wordt gewijzigd.
 
Maresch stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Hij heeft in zijn boek niet alleen de problemen beschreven die ontstonden door de groei van het wegverkeer vanaf pakweg 1900, maar ook de daaraan voorafgaande geschiedenis. Bij het samenstellen van de informatie voor zijn boek, is hem niets gebleken van tegenwerking van Stichting Twickel als eigenaar van landgoed Hof te Dieren en waar het de doortrekking van de snelweg langs Dieren betreft. Maresch benadrukt dat hij steeds heeft getracht zich onafhankelijk op te stellen en dat hij zich in geen enkel kamp bevindt, ook niet in dat van het gemeentebestuur of de adel. Verder maakt Maresch uit de stukken op dat het verzoeker niet (meer) gaat om het boek, maar dat hij via deze procedure vooral een in zijn ogen veel grotere misstand aan de kaak wil stellen.
Ook Maresch heeft zijn standpunten uitvoerig toegelicht. Hij vraagt de Raad te hoeden – en hem te behoeden – voor misbruik van de mogelijkheden tot het laten wegen van journalistieke producten voor een ander doel.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Herziening van een eerder gedane conclusie is alleen mogelijk indien de verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’. Verzoeker heeft dit niet gedaan.

Het verzoekschrift bevat (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoeker eerder al in zijn klacht heeft geformuleerd dan wel tijdens de mondelinge behandeling van zijn klacht naar voren heeft gebracht, en waarover de Raad een oordeel heeft gegeven. Niet aannemelijk is geworden dat de Raad zijn oordeel op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan.
In essentie vraagt verzoeker om een herbeoordeling van de klacht omdat hij zich niet kan vinden in de afwegingen die de Raad heeft gemaakt. Het Reglement van de Raad voorziet echter niet in een dergelijke (hoger beroeps)procedure. Voor een herziening op grond van (alleen) een nadere toelichting en uitgebreidere uiteenzetting van eerdere stellingen biedt het Reglement geen ruimte.

Dat verzoeker het niet eens is met de afwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.

Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2019/45
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1

BESLISSING

Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.

Zo vastgesteld door de Raad op 13 december 2019 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, L.A.M.M. Donders, mw. A. Karadarevic en mw. drs. E.M.H. Lemaier, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.