2019/53 onzorgvuldig

Samenvatting

Nieuwe Revu heeft met de herpublicatie van het artikel “Zomer ’84 in Nederland – De wanhopige jacht op de zon” journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster gehandeld. De journalist dient voorafgaand aan publicatie in het algemeen – en ten aanzien van privacy in het bijzonder – een belangenafweging te maken. Dit geldt evenzeer ten aanzien van herpublicaties, te meer naarmate meer tijd is verstreken tussen de eerste publicatie en de voorgenomen herpublicatie. Niet voldoende is dat de betrokkene zich inmiddels niet meer wil herkennen in de in de eerste publicatie gedane berichtgeving. Er kunnen zich evenwel situaties voordoen waarin herpublicatie voor degene die herkenbaar in de publicatie voorkomt, zodanig belastend is dat daarmee de belangen van de betrokkene onevenredig worden geschaad. Uit niets is echter gebleken dat de vereiste belangenafweging is gemaakt. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan Nieuwe Revu om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

X

tegen

de hoofdredacteur van Nieuwe Revu

Mevrouw X te […] (klaagster) heeft op 28 augustus 2019 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Nieuwe Revu. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en de heer J. Ursem, hoofdredacteur, betrokken van 30 augustus 2019 en 10 september 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 oktober 2019. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

In juni 2019 is in een editie van Nieuwe Revu in de rubriek ‘Oude Revu’ een artikel verschenen met de kop “Zomer ’84 in Nederland – De wanhopige jacht op de zon”. Bij het artikel is een foto van klaagster geplaatst waarop zij topless is te zien, met als bijschrift: “[X] (25) [beroep] [woonplaats] ,,Ik heb het mooie weer meegebracht”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – samengevat – het volgende. De foto is zonder enige vorm van overleg opnieuw geplaatst. Zij vindt dit onzorgvuldig, zeker in deze tijd waarin privacy-gevoeligheid een actueel onderwerp is. De bewuste foto is uit 1984 en ook toen al was de impact van de publicatie van de foto heel groot. Nieuwe Revu heeft toen in het kader van een onderwerp foto’s gemaakt, maar nooit overlegd en toestemming gevraagd voor het plaatsen van de paginabrede foto, waarbij bovendien haar naam en woonplaats zijn genoemd. Destijds heeft zij hiervan al veel negatieve gevolgen ondervonden en nu wordt zij opnieuw hierop aangesproken.
Volgens klaagster bestond er geen grondslag voor het plaatsen van de foto en is er geen sprake van een gerechtvaardigd belang. De emoties die de publicatie oproept vanuit het verleden zijn erg vervelend, evenals de huidige (negatieve en positieve) geluiden.

Nieuwe Revu stelt daar het volgende tegenover. De ‘Oude Revu’ is een wekelijkse rubriek waarin een artikel uit het archief in ongewijzigde vorm wordt geherpubliceerd. Het doel is om een bepaald tijdsbeeld te schetsen waarin de lezer zich herkent. Op het ingescande artikel worden met een gele marker tekstdelen gehighlight, op de eerste spread wordt kort de context van het verhaal gegeven. Het geheel is met een rode lijn ingekaderd zodat voor de lezer duidelijk is wat binnen en wat buiten de ‘Oude Revu’ valt.
De hoofdredacteur begrijpt dat klaagster hinder ondervindt van (her)plaatsing van het artikel, en dat is oprecht ontzettend vervelend. Wel merkt hij op dat klaagster destijds vrijwillig op de foto is gegaan en haar naam, leeftijd, woonplaats en beroep aan de journalist heeft verteld. Het kan natuurlijk dat klaagster daar achteraf gezien spijt van heeft. Wat hem tegen de borst stuit, is dat klaagster de op zichzelf legitieme klacht in een breder kader trekt door te stellen dat ‘het plaatsen van een foto van een jonge topless vrouw in deze tijd not done is’. Het is niet aan klaagster om de publicatie als ‘not done’ te kwalificeren, aldus de hoofdredacteur.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist vrij is in de selectie van wat hij publiceert. Hij hoeft geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Er bestaat geen journalistieke norm, die meebrengt dat een betrokkene vooraf moet worden geïnformeerd over een voorgenomen publicatie, behoudens de situatie dat wederhoor moet worden toegepast. Dit neemt echter niet weg dat de journalist in het algemeen een afweging moet maken tussen het belang dat met een publicatie is gediend en de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.

Verder geldt dat in een publicatie de privacy van personen niet verder mag worden aangetast dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy is onzorgvuldig wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Ook in dit opzicht dient derhalve een belangenafweging plaats te vinden.

Deze uitgangspunten gelden evenzeer ten aanzien van herpublicaties. Dit betekent dat de journalist voorafgaand aan een herpublicatie een adequate belangenafweging dient te maken, zelfs als de betrokkene vrijwillig aan de eerste publicatie heeft meegewerkt en/of daartegen achteraf geen bezwaar heeft gemaakt. Dit geldt des te meer naarmate meer tijd is verstreken tussen de eerste publicatie en de voorgenomen herpublicatie. Niet voldoende is dat de betrokkene zich inmiddels niet meer wil herkennen in de in de eerste publicatie gedane berichtgeving. In de tijd kunnen opvattingen veranderen en het kan niet zo zijn dat vanwege veranderde opvattingen geen herpublicatie zou kunnen plaatsvinden. Er kunnen zich evenwel situaties voordoen waarin herpublicatie voor degene die herkenbaar in de publicatie voorkomt, (inmiddels) zodanig belastend is dat daarmee de belangen van de betrokkene onevenredig worden geschaad. Daarbij speelt een rol dat een betrokkene tegenwoordig door de vermelding van persoonlijke gegevens eenvoudiger traceerbaar is.

Uit niets is gebleken dat Nieuwe Revu de vereiste belangenafweging in de hiervoor bedoelde zin heeft gemaakt. Dit leidt tot de conclusie dat Nieuwe Revu journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2019/44

BESLISSING

Nieuwe Revu heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan Nieuwe Revu om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 13 december 2019 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, L.C. Hauben, mw. drs. E.M.H. Lemaier, H.P.M.J. Schneider en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.