2019/52 zorgvuldig

Samenvatting

J. Bouten en De Limburger hebben in het artikel “’Wij willen de hondjes houden tot ze doodgaan’” op journalistiek zorgvuldige wijze over klagers bericht. Bouten heeft zelfstandig onderzoek verricht en waar nodig wederhoor toegepast. Niet is gebleken dat de artikelen relevante feitelijke onjuistheden bevatten. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat de berichtgeving niet-waarheidsgetrouw of tendentieus is. De privacy van klagers is niet onevenredig geschaad. Ten slotte heeft de hoofdredacteur serieus op de klacht gereageerd.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

X en Y

tegen

J. Bouten en de hoofdredacteur van De Limburger

Mevrouw X en de heer Y (klagers) hebben op 6 augustus 2019 een klacht ingediend tegen de heer J. Bouten, redacteur van De Limburger, die zij hebben aangevuld op 8 augustus 2019. Vervolgens hebben klagers op 13 augustus 2019 de klacht uitgebreid met een klacht tegen de hoofdredacteur van De Limburger. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klagers en de heer R. op het Veld, hoofdredacteur, betrokken van 18 augustus 2019 en 17 september 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 oktober 2019 in aanwezigheid van de heren Bouten en Op het Veld. Klagers zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 8 augustus 2019 is in De Limburger een artikel van de hand van Bouten verschenen met de kop “’Wij willen de hondjes houden tot ze doodgaan’” met de bovenkop “Overlast”. De  intro van het artikel luidt:
“De bewoners van de […]straat en omgeving in […] worden knettergek van de overlast van keffende hondjes van [Y] en [X]. De gemeente Bergen probeert een einde te maken aan de overlast, in Maashees probeerde de gemeente Boxmeer ooit hetzelfde.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Sinds 2016 wonen [Y] en [X] aan de […]straat. De twee bestrijden dat ze daar overlast veroorzaken. Net als in Maashees, heeft de buurt in […] schuld aan de verziekte verhoudingen. De buurt is laf, vindt [X]. Die gaat wel klagen bij de politie en gemeente, maar niet bij haar. ,,Ik wil leven zoals ik dat wil.””
en
“De gemeente heeft het stel al een rekening van 3950 euro gestuurd voor het weghalen van twaalf honden in januari. En dan moet de rekening voor de actie van twee weken geleden nog komen. ,,De rekening ligt al bij de advocaat”, zeggen [Y] en [X] strijdvaardig.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – samengevat – het volgende. Zij vinden dat Bouten hen op een onsympathieke manier heeft behandeld en hen ten onrechte van van alles beschuldigde, zonder klagers hun verhaal te laten doen. Bovendien uitte hij veel kritiek, bijvoorbeeld dat klagers overal hondenbeeldjes hadden hangen, terwijl hij zich daarmee niet heeft te bemoeien. Ook heeft hij zonder toestemming foto’s van hen gemaakt. Verder maken klagers er bezwaar tegen dat Bouten zonder hun toestemming informatie heeft opgevraagd bij anderen. Volgens Bouten heeft hij informatie ontvangen van de gemeente Bergen, maar een medewerker van de gemeente zegt dat er geen informatie aan Bouten is verstrekt. Daarbij komt dat het artikel diverse onjuistheden en valse beschuldigingen bevat. Zo is Bouten niet bij klagers binnen geweest, maar schrijft hij dat de tuin en het huis zeer verwaarloosd zijn. Ook vinden klagers dat door de vermelding van hun namen en hun adres, hun privacy onnodig is geschaad. Door de publicatie zijn zij ten onrechte weggezet als zeer asociale mensen, waarbij hun naam nu voor iedereen bekend is, aldus klagers.
Ten slotte vinden zij dat de hoofdredacteur de klacht niet correct heeft afgehandeld.

Bouten en De Limburger stellen daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Bouten heeft eigen onderzoek verricht naar de kwestie. Hij heeft zijn licht opgestoken bij de gemeente, omwonenden, de pastoor. Bovendien heeft Bouten wederhoor bij klagers toegepast, waarbij hij zich kenbaar heeft gemaakt als verslaggever van De Limburger. Klagers hebben hem te woord gestaan op hun oprit. Bouten heeft vanaf de openbare weg een foto gemaakt van twee bordjes – een met ‘Welkom’, de ander met drie hondjes – die hangen aan de gevel van het huis van klagers. Op de foto is het huis als zodanig niet te zien. De informatie over klagers is voor een deel gebaseerd op openbare stukken van de gemeente. Daaruit blijkt onder meer dat sprake is van een maatschappelijk probleem op buurtniveau; dit wilde Bouten bespreekbaar maken. Verder is relevant dat klagers hebben meegewerkt aan eerdere berichtgeving in andere media over vergelijkbare hinderklachten, waarbij hun namen zijn vermeld. Op de zitting voegt Bouten hieraan nog toe dat de namen van klagers voorkomen in openbare stukken. Bovendien zijn zij bij iedereen in de buurt bekend. Er bestond dan ook geen aanleiding om hun namen niet te vermelden.
Bouten en de krant concluderen dat zij verslag hebben gedaan van reeds publieke feiten, dat onderzoek is verricht naar de achtergronden van de kwestie, dat wederhoor is toegepast en dat zoveel als mogelijk rekening is gehouden met de privacy van klagers. Van onzorgvuldige berichtgeving is dan ook geen sprake.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat zij publiceren. Dat brengt ook mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Bouten en de krant hebben aannemelijk gemaakt dat er voldoende aanleiding bestond om over klagers te berichten op de wijze zoals zij hebben gedaan. Bouten heeft zelfstandig onderzoek verricht naar de kwestie en zijn artikel gebaseerd op diverse – deels openbare – bronnen. Het staat de journalist vrij zelf te bepalen welke bronnen hij benadert, hij heeft daarvoor geen toestemming van betrokkenen nodig.

Uit het artikel blijkt dat – waar nodig – wederhoor is toegepast. Niet is gebleken dat de reactie van klagers onjuist en/of onvoldoende is verwerkt. Verder is niet gebleken dat het artikel relevante feitelijke onjuistheden bevat.

Er bestaat dan ook geen aanleiding voor de conclusie dat een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven, dat daarmee sprake is van niet-waarheidsgetrouwe of tendentieuze berichtgeving.

Voorts is de Raad van oordeel dat de vermelding van de namen van klagers en van de naam van straat waarin zij wonen journalistiek relevant was. Daarmee zijn de belangen van klagers niet onevenredig geschaad. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat het artikel gaat over een probleem dat onderwerp is van een openbare discussie binnen de gemeente. Bovendien is aannemelijk dat klagers in hun lokale gemeenschap algemeen bekend zijn.

Ten slotte vindt de Raad dat de hoofdredacteur serieus op de klacht heeft gereageerd. Dat klagers zich daarin niet kunnen vinden, is onvoldoende voor de conclusie dat de klachtafhandeling onzorgvuldig is geweest.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Bouten en De Limburger journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2019/25 en RvdJ 2018/31

BESLISSING

Bouten en De Limburger hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 9 december 2019 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, L.C. Hauben, mw. drs. E.M.H. Lemaier, H.P.M.J. Schneider en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.