2019/51 afgewezen

Samenvatting

De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om een conclusie over een klacht van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) tegen NOS Nieuws (RvdJ 2019/33) te herzien. Verzoekster maakt bezwaar tegen de afwegingen die de Raad in zijn conclusie heeft gemaakt, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Dat verzoekster zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van

Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON)

tot herziening van de conclusie van de Raad van 5 juli 2019 (RvdJ 2019/33) betreffende haar klacht

tegen

de hoofdredacteur van NOS Nieuws

Mevrouw I. Drost, secretaris, heeft op 23 juli 2019 namens de Federatie Armeense Organisaties Nederland (verzoekster) verzocht om herziening van de conclusie van 5 juli 2019 inzake de klacht van verzoekster tegen de hoofdredacteur van NOS Nieuws. Bij de beoordeling van het verzoek is verder correspondentie van verzoekster en de heer M. Gelauff, hoofdredacteur, betrokken van 28 augustus 2019, 15 september 2019 en 24 oktober 2019.

Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 25 oktober 2019 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen. Een van de Raadsleden heeft zich voorafgaand aan de zitting verschoond, waarna het verzoek is beoordeeld door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Verzoekster heeft op 16 januari 2019 een klacht ingediend tegen NOS Nieuws over een item van 17 september 2018 waarin aandacht is besteed aan Armeense asielzoekers.

De Raad heeft op 5 juli 2019 geconcludeerd dat NOS Nieuws journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld en daartoe het volgende overwogen:
“Kern van de klacht is dat NOS Nieuws in haar berichtgeving de onjuiste indruk heeft gewekt dat Armeense asielzoekers in negatieve zin een aparte plaats innemen ten opzichte van andere groepen/gezinnen. De Raad zal zich tot deze kern beperken.
De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.
Uit de uitzending blijkt voldoende duidelijk dat NOS Nieuws haar berichtgeving heeft gebaseerd op het rapport van Solid Road. De vraag is aan de orde of de redactie de inhoud van dat rapport mocht parafraseren, op de wijze zoals ze heeft gedaan.
In het rapport komen de volgende – voor de beoordeling van de klacht relevante – passages voor:
“Een complicerend element is dat asielprocedures van Armeniërs regelmatig uitzonderlijk lang duren doordat zij de afwijzingen niet accepteren en bijna altijd in hoger beroep gaan. Zij zetten alles op alles om te proberen om tóch in Nederland te mogen blijven. Hun doorzettingsvermogen op dit punt maakt dat zij vaak jarenlang, langer dan elke andere groep op grond van herkomstland, in opvanglocaties verblijven en veelal afhoudend zijn in het accepteren van hulp bij vrijwillige terugkeer.” (hoofdstuk 1. Inleiding, paragraaf 1.1. Probleemstelling, pagina 8, met bronverwijzing naar: Boersema e.a., 2015: p.27, 155)
en
“Met de landelijke vertrekpercentages van álle vertrekplichtige vreemdelingen vergeleken (van alle nationaliteiten, zowel in gezinslocaties wonend als elders) en kijkend naar dezelfde periode zoals bij de onderzoekgroep, kunnen we inderdaad vaststellen dat de door ons bekeken Armeense vertrekplichtige vreemdelingen in de gezinslocaties vaker dan gemiddeld MOB gaan [d.w.z.: met onbekende bestemming vertrokken, RvdJ], vaker dan gemiddeld het op een gedwongen vertrek laten aankomen en veel minder vaak dan gemiddeld kiezen voor vrijwillig vertrek uit Nederland (Tabel 3).” (hoofdstuk 3. Kwantitatief beeld van Armeense gezinnen op gezinslocaties, pagina 25)
Hoewel het onderzoek van Solid Road zich tot Armeense asielzoekers beperkt, is er in deze twee passages een vergelijking gemaakt met andere bevolkingsgroepen.
Daarnaast zijn in hoofdstuk 4. “De invloed van professionals en betrokken burgers op terugkeerafwegingen” citaten van diverse professionele hulpverleners opgenomen, zoals de citaten die in de berichtgeving zijn verwerkt:
““Wat duidelijk is, is dat 90 procent van de Armeniërs onder een valse naam een asielaanvraag doet.” (Professional 15)” (pagina 32)
en
““Na afwijzing op basis van de situatie in je land, is er nog maar één houvast om hier te mogen blijven en dat is ziek zijn. Zó ziek dat je niet kan worden uitgezet. Mensen zien dat echt als een laatste strohalm en doen er alles aan om die halm te verlengen. Ze zeggen nieuwe ziektes te hebben, of geven plots aan dat één van hun kinderen iets heeft.” (Professional 15)” (pagina 33)
De Raad meent dat NOS Nieuws op grond van de hiervoor geciteerde passages uit de hoofdstukken 1. en 3. – die ondersteund worden door zowel de citaten van de professionals, zoals die in de berichtgeving zijn verwerkt, als de uitspraken van de geïnterviewden – een zorgvuldige reportage heeft gemaakt. De parafrases en geselecteerde citaten zijn niet van dien aard dat daarmee een andere betekenis c.q. lading aan de feiten wordt gegeven, dan in de gebruikte bron. Dit geldt ook ten aanzien van de inleiding door de nieuwslezeres.
Aangezien het hier gaat om berichtgeving van feitelijke aard, was het toepassen van wederhoor niet nodig. Dit neemt niet weg dat het niet had misstaan als – ter nuancering – de opmerking van het ministerie van Justitie en Veiligheid ook in de uitzending was verwerkt. Dat dit niet is gebeurd, maakt echter niet dat een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven, waardoor sprake is van niet-waarheidsgetrouwe of tendentieuze berichtgeving.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat NOS Nieuws journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Verzoekster stelt – samengevat – dat bij de aanduiding van de feiten die naar haar mening ten onrechte als vaststaand of aannemelijk zijn opgenomen in de uitzending, juist op geen enkele manier sprake is geweest van feiten, in de normale zin van het woord. Het enige feit is dat de conclusie van de Raad vrijwel alleen is gebaseerd op het rapport van Solid Road. Dat rapport is echter van twijfelachtige kwaliteit omdat er hoegenaamd geen daadwerkelijk onderzoek is gedaan. Het is een opeenvolging van allerlei meningen – anoniem en niet achterhaalbaar – en is minder dan flinterdun als basis. De omstandigheid dat andere anonieme bronnen die beweringen onderschrijven kan daaraan niets veranderen. Zowel door de corrigerende reactie van Justitie, als door de waarschuwing van Solid Road – die zelf de beperkingen van het eigen rapport maar al te goed in zag – maar ook door de inhoud van het rapport, had NOS Nieuws kunnen en moeten begrijpen dat de gekozen wijze van dit gebruik van het rapport tot een onzorgvuldige uitzending zou leiden. Door toe te geven dat de redactie op zoek was naar ferme uitspraken, heeft zij tevens de verdenking op zich geladen dat zij opzettelijk te ver is gegaan.
Het ontgaat verzoekster voorts hoe de Raad kan schrijven dat het hier gaat om ‘berichtgeving van feitelijke aard’, waarvoor het toepassen van wederhoor niet nodig was. In de uitzending was geen sprake van enige berichtgeving van feitelijke aard, anders dan het feit dat er een rapport was van Solid Road, met van alles en nog wat erin, maar geen feiten. Wederhoor is gepleegd ten aanzien van het ministerie van Veiligheid en Justitie, maar de relativerende reactie is in de uitzending opzettelijk weggelaten.
Verder wijst verzoekster erop dat de Raad in de conclusie niets heeft opgenomen over haar derde bezwaar, betreffende de zeer trage afhandeling van haar klacht door NOS Nieuws.
Verzoekster heeft haar standpunten uitvoerig toegelicht en concludeert dat de uitzending niet aan de zorgvuldigheidsnormen voldoet. Dat wat in de uitzending naar voren is gebracht laat een ‘schijn van onderzoek’ zien en is juist niet gebaseerd op feiten, terwijl het een gevoelig onderwerp betreft. Zij bestrijdt derhalve de conclusie van de Raad dat NOS Nieuws journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

NOS Nieuws stelt hier tegenover dat het herzieningsverzoek geen aanleiding geeft om het oordeel van de Raad te herzien, omdat de daarin opgenomen argumenten reeds bekend waren ten tijde van de uitspraak.
NOS Nieuws verwerpt de kritiek dat sprake zou zijn van tendentieuze en niet-feitelijke berichtgeving. Het rapport van Solid Road dat de basis vormde van haar publicaties, bevat een groot aantal gepeperde uitspraken die bij elkaar een consistent beeld schetsen van het onderwerp in kwestie. De redactie beschikt zelf over de nodige kennis, contacten en expertise, waaraan de bevindingen van de onderzoekers van Solid Road getoetst konden worden. De journalisten hebben onder meer contact gehad met asieladvocaten, activisten voor het kinderpardon, hulp- en kerkorganisaties en Armeniërs zelf. Het beeld dat uit het onderzoek van Solid Road naar voren kwam, werd door deze bronnen ondersteund. Dat de reactie van het ministerie van Justitie en Veiligheid niet in de televisie-uitzending is verwerkt, maakt dit niet anders. Bovendien bevat het onderzoek wel degelijk onderdelen van vergelijkende aard, zoals blijkt uit de passages die in de conclusie van de Raad zijn aangehaald. Tot slot benadrukt NOS Nieuws dat de samenvatting van het onderzoek zoals deze in de reportages is verwerkt, vooraf aan Solid Road is voorgelegd. Anders dan verzoekster suggereert, heeft Solid Road de redactie niet gewaarschuwd voor een onjuiste weergave.
NOS Nieuws handhaaft dan ook het standpunt dat haar publicaties journalistiek zorgvuldig zijn en geeft de Raad in overweging te concluderen tot afwijzing van het herzieningsverzoek.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Herziening van een eerder gedane conclusie is alleen mogelijk indien de verzoeker aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’. Verzoekster heeft dit niet gedaan.

Het bestaan van het rapport van Solid Road is immers een feit, waarop de conclusie van de Raad – terecht – is gebaseerd. In zijn conclusie heeft de Raad vervolgens beoordeeld of NOS Nieuws dat rapport op journalistiek zorgvuldige wijze heeft gebruikt en in haar uitzending heeft verwerkt.
Het verzoekschrift bevat ter zake (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoekster eerder al in haar klacht heeft geformuleerd dan wel tijdens de mondelinge behandeling van zijn klacht naar voren heeft gebracht, en waarover de Raad een oordeel heeft gegeven. Niet aannemelijk is geworden dat de Raad zijn oordeel op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan.
In essentie vraagt verzoekster om een herbeoordeling van de klacht omdat zij zich niet kan vinden in de afwegingen die de Raad heeft gemaakt. Verzoekster stelt met name ter discussie dat de Raad op onjuiste wijze het rapport van Solid Road heeft gewogen als (deugdelijke) basis voor de uitzending van NOS Nieuws.
Het Reglement van de Raad voorziet echter niet in een dergelijke (hoger beroeps)procedure. Voor een herziening op grond van (alleen) een nadere toelichting en uitgebreidere uiteenzetting van eerdere stellingen biedt het Reglement geen ruimte.

Dat verzoekster het niet eens is met de afwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.

Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2019/45
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1

BESLISSING

Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.

Zo vastgesteld door de Raad op 28 november 2019 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, L.C. Hauben, mw. drs. E.M.H. Lemaier en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.