2019/49 zorgvuldig

Samenvatting

De Groene Amsterdammer heeft in de rubriek ‘Voorbij het eigen gelijk’ een interview met Dominic Boot gepubliceerd onder de titel “Van Shell-directeur tot voorleesopa”. In het interview laat Boot zich ook uit over Buurtcentrum De Mussen (klager), waar hij als vrijwilliger heeft gewerkt. De publicatie behelst vooral het persoonlijke verhaal van Boot en zijn visie op verschillende gebeurtenissen in zijn leven – zoals zijn vertrek bij klager – en betreft geen feitelijke verslaglegging. De Groene Amsterdammer behoefde de uitlatingen van Boot niet te verifiëren dan wel bij klager wederhoor toe te passen. Er bestond voor De Groene Amsterdammer geen aanleiding om tot rectificatie over te gaan. Met het aanbod om een ingezonden brief van klager te publiceren heeft zij adequaat op de klacht gereageerd. De Groene Amsterdammer heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Buurtcentrum De Mussen

tegen

de hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer

Mevrouw N. Grötzebauch, directeur, heeft op 6 juli 2019 namens Buurtcentrum De Mussen (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en mevrouw X. Schutte, hoofdredacteur, betrokken van 8 en 12 juli 2019.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 30 augustus 2019 in aanwezigheid van mevrouw Grötzebauch, die het standpunt van klager heeft toegelicht aan de hand van een notitie, en mevrouw Schutte.

DE FEITEN

Op 8 mei 2019 is op de website van De Groene Amsterdammer in de rubriek ‘Voorbij het eigen gelijk’ een artikel verschenen met de titel “Van Shell-directeur tot voorleesopa”. De intro van het artikel luidt:
“Dominic Boot was ooit een meedogenloze directeur in dienst van het grootkapitaal, maar zijn hart lag altijd al ergens anders. In de Haagse Schilderswijk gaf hij les aan mensen met een migranten- en vluchtelingenachtergrond. ‘Als je één ding over mij kunt zeggen, is het dat ik de milieus onderzoek waar ik niet bij hoor.’”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Deze zelfde Dominic Boot (79) vindt het nog steeds erg dat buurthuis De Mussen in de Haagse Schilderswijk hem jaren later bedankte voor zijn lessen aan mensen met een migranten- en vluchtelingenachtergrond. Sinds 2001 bracht hij ze de Nederlandse taal en cultuur bij. Toen De Mussen zich in 2013 ging richten op geïsoleerd levende vrouwen in de Schilderswijk, de meesten met een islamitische achtergrond, bleek dat zij alleen een vrouwelijke docent accepteerden en kon hij gaan.”
en
“Alles veranderde met het aantreden van een nieuwe directrice bij De Mussen, die inzette op vrouwen die in de Schilderswijk in een isolement leefden, de meesten met een moslimachtergrond. Boot dacht dat hij hun docent zou worden, want hij had de expertise en een kant-en-klaar pakket van lesmateriaal. Maar de vrouwen wilden geen man voor de klas en toen werd er een vrouw ingehuurd. Hij had zijn lessen altijd voor niets gegeven, deze vrouw kreeg betaald.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – het volgende. In het interview is door Boot een onjuist en negatief beeld van klager neergezet. In het buurtcentrum wordt ook door mannen lesgegeven aan vrouwen. De feiten liggen dus anders dan zoals zij door Boot zijn voorgesteld. Dat had voorkomen kunnen worden door het toepassen van wederhoor, maar dat is niet gebeurd. Het checken van de website van klager is daartoe geen adequaat middel. Bovendien staat nergens op de website dat alleen vrouwen lesgeven aan vrouwen. Op de website is het persbericht te vinden, dat klager na een eerder artikel in De Telegraaf heeft verstuurd. Daarin is onder meer vermeld dat mannen verschillende lessen geven aan vrouwen en dat zij als mentor mannen én vrouwen begeleiden naar werk.
Daarnaast doet Boot het ten onrechte voorkomen alsof hij als een meubelstuk bij het grofvuil is gezet. Juist omdat hij zich lang heeft ingezet zijn er talloze gesprekken met hem gevoerd, er is zeer veel aandacht en tijd aan hem gegeven.
Klager kan zich dan ook niet vinden in het beeld dat in het artikel is geschetst. Hij wijst erop dat ook een interview zeer schadelijk kan uitpakken. Het is dan een kwestie van goed fatsoen om de lezers in een kader naast het interview de andere kant van het verhaal te laten weten. Klager heeft het aanbod om in een ingezonden brief zijn standpunt te verwoorden afgewezen, omdat hij dat geen adequate compensatie vindt voor het niet plegen van wederhoor. Bovendien wil hij niet op die wijze in een conflict worden getrokken.
Het eenzijdige, onjuiste beeld dat van klager is geschetst, heeft gezorgd voor reputatieschade en mogelijke derving van inkomsten. Klager is voor zijn inkomsten afhankelijk van politieke besluitvorming (subsidies), giften en donaties. Naar aanleiding van de eerdere publicatie in De Telegraaf zijn er gemeenteraadsvragen gesteld en heeft klager met alle politieke partijen in de gemeenteraad gesprekken moeten voeren om het ontstane beeld bij te stellen en de politieke schade te beperken. Vervolgens is klager naar aanleiding van de publicatie in De Groene Amsterdammer door diverse donateurs benaderd met vragen over de kwestie en is zijn directeur bij lezingen daarop aangesproken. Klager benadrukt in dit verband dat het land sterk gepolariseerd is en dat de samenleving al geruime tijd wordt gespleten door vraagstukken rondom integratie en diversiteit. Het verhaal van een vrijwilliger die claimt door moslima's te zijn weggestuurd omdat hij een man is, is in deze tijd dan ook zeer schadelijk voor de reputatie van een organisatie zoals klager. Medewerkers van klager – vrijwilligers én professionals – zetten zich dagelijks in ten bate van integratie, participatie en emancipatie van bewoners in de buurt.
Klager concludeert dat De Groene Amsterdammer een eenzijdig verhaal van een rancuneuze vrijwilliger zonder toepassing van wederhoor heeft geplaatst en voorbij is gegaan aan de belangen van klager als maatschappelijke organisatie.

De Groene Amsterdammer stelt daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De publicatie behelst een interview met Dominic Boot, ex-vrijwilliger van het buurtcentrum, dat onderdeel uitmaakt van de serie ‘Voorbij het eigen gelijk’. In die serie komen mensen aan het woord  die uit hun ‘bubbel’ stappen. Kenmerk van een interview is dat de geïnterviewde meestal alleen aan het woord wordt gelaten en dat diegene zijn eigen verhaal vertelt. Dat verhaal is altijd persoonlijk, soms emotioneel en zelden objectief. In zo een geval komt doorgaans dus maar één kant van een zaak aan de orde. Dat is algemeen bekend; bij geïnterviewden, interviewers en lezers.
In het interview karakteriseert Boot zich in zijn eigen woorden. De publicatie bevat duidelijk zijn visie op zijn ontslag en op het nieuwe beleid bij klager. De passages gaan slechts gedeeltelijk over zijn noodgedwongen vertrek en het conflict. Als Boot daarover praat, is hij emotioneel. Dat zal voor de lezer ook duidelijk zijn. Daarnaast spreekt Boot over zijn liefde voor het werk dat hij in het buurtcentrum deed. Het interview heeft nergens de pretentie de waarheid over het conflict te geven. Overigens gaat de publicatie maar gedeeltelijk over klager. Boot vertelt ook over zijn verleden bij Shell, zijn lidmaatschap van de Rotary en over hoe hij tegen de multiculturele samenleving aankijkt.
De interviewster had na afloop van het gesprek niet de indruk dat zij iets had gehoord dat vroeg om wederhoor. Bij interviews wordt doorgaans wederhoor toegepast als iemand ernstige beschuldigingen uit of op de man/vrouw speelt, maar daarvan was hier geen sprake. De interviewster heeft zich ervan vergewist dat Boot geen fantast was en heeft daartoe uitgebreid gesproken met iemand die Boot goed kent. Verder heeft zij het interview gelezen dat Boot aan De Telegraaf gaf – waarin staat dat mevrouw Grötzebauch geen commentaar wilde geven – en checkte op de website van klager of de belangrijkste onderdelen van Boots verhaal klopten. Boots voornaamste punt – dat klager vrouwen door vrouwen laat onderwijzen – bleek op die website te vinden te zijn. Overigens heeft de interviewster een aantal uitspraken van Boot niet opgenomen, juist om te voorkomen dat het een al te subjectief of zelfs rancuneus artikel zou worden.
Het algemene beleid van De Groene Amsterdammer is dat feitelijke onjuistheden ruiterlijk worden gerectificeerd. Als het om een visie gaat, zoals in het interview met Boot, is een redactionele rectificatie vaak niet zomaar mogelijk, omdat het dan niet zozeer om een feitelijke onjuistheid gaat als wel om een andere visie. Grötzebauch noemde in haar e-mail ook geen feitelijke onjuistheden die eenvoudig konden worden hersteld. Niettemin trekt de redactie het zich aan als een betrokkene zich stoort aan een beeld dat is geschetst. In zo een geval wordt aangeboden dat diegene een ingezonden brief kan schrijven, die dan ook wordt geplaatst. Daar wordt niets aan veranderd zonder overleg en wordt ook geen naschrift bij geplaatst, om niets af te doen aan de visie van de brievenschrijver. Dit aanbod is ook aan Grötzebauch gedaan en De Groene Amsterdammer betreurt het dat zij daarop niet is ingegaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Gezien de opzet van de publicatie – die is gepresenteerd als aflevering 13 in de serie ‘Voorbij het eigen gelijk’ – en de toon ervan, zijn de bedoeling en de aard van de daarin opgenomen informatie voor de lezer voldoende duidelijk. De publicatie behelst vooral het persoonlijke verhaal van Boot en zijn visie op verschillende gebeurtenissen in zijn leven, zoals zijn vertrek bij klager, en betreft geen feitelijke verslaglegging. Het stond De Groene Amsterdammer vrij om aandacht te besteden aan het verhaal van Boot op de wijze zoals zij heeft gedaan.

Vanwege de context van de uitlatingen van Boot behoefde De Groene Amsterdammer die niet te verifiëren dan wel bij klager wederhoor toe te passen. De Raad vindt niet dat in het artikel als (onjuist) feit is gepresenteerd dat bij klager in het geheel geen mannen welkom zijn om les te geven aan vrouwen noch dat dit als (onjuiste) beschuldiging aan het adres van klager is geuit. Verder is sprake van een onvrijwillig vertrek van Boot bij klager. Dat partijen over die kwestie van mening verschillen, zal de lezer duidelijk zijn.
Gezien de gevoeligheid van het onderwerp is het begrijpelijk dat de publicatie klager onaangenaam heeft getroffen en het was dan ook voorstelbaar geweest als de interviewster zich vooraf tot klager had gewend. Dat zij dat heeft nagelaten, maakt de handelwijze van De Groene Amsterdammer echter niet onzorgvuldig.

Gelet op het voorgaande bestond voor De Groene Amsterdammer geen aanleiding om tot rectificatie over te gaan. Met het aanbod om een ingezonden brief van klager te publiceren heeft zij adequaat op de klacht gereageerd.

Een en ander leidt tot de conclusie dat De Groene Amsterdammer journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en D.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2018/11

CONCLUSIE

De Groene Amsterdammer heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 12 november 2019 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, L.A.M.M. Donders, mw. M. ten Katen, M. Keppels en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.