2019/46 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

F. van Jole en Joop.bnnvara.nl (hierna gezamenlijk: JOOP) hebben in het artikel “Nederlandse psycholoog trekt opnieuw nazi-wetenschap uit de kast” aandacht besteed aan J. te Nijenhuis (klager). Er bestond voldoende aanleiding om met een kritische blik over klager te berichten. Het is duidelijk dat het artikel is gebaseerd op een opiniestuk van klager in Het Parool en eerdere uitlatingen van hem, die mede op grond van andere onafhankelijke bronnen door JOOP zijn geduid. Het artikel bestaat voor een groot deel uit deze analyse en is in zoverre journalistiek zorgvuldig.
Het voornaamste bezwaar van klager betreft de vraag of van de kop in samenhang met de intro de onjuiste suggestie uitgaat dat hij nazi-wetenschap bedrijft.
JOOP presenteert als feit dat klager in Het Parool ‘nazi-wetenschap’ tevoorschijn haalt (kop) en dat klager de hoge intelligentie van nazi-kopstukken roemt (intro). Door deze combinatie van kop en intro kan bij de gemiddelde lezer de indruk ontstaan dat klager zich bezig houdt met ‘nazi-wetenschap’ althans daar een voorstander van is. Voor deze suggestie biedt het opiniestuk van klager echter onvoldoende grond. Ook de rest van het artikel of het feit dat JOOP de wijze waarop klager omgaat met eugenetica verwerpelijk vindt, biedt hiervoor onvoldoende rechtvaardiging. Daarbij is de combinatie van kop met intro – gezien de uitermate beladen, negatieve connotatie van de term ‘nazi-wetenschap’ – onnodig diffamerend voor klager. Daarom heeft JOOP op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan Joop.nl om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. te Nijenhuis

tegen

F. van Jole en de hoofdredacteur van Joop.bnnvara.nl (BNNVARA)

De heer J. te Nijenhuis te Amsterdam (klager) heeft op 14 juni 2019 een klacht ingediend tegen de heer F. van Jole en de hoofdredacteur van Joop.bnnvara.nl (hierna gezamenlijk: JOOP). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van mevrouw mr. B. den Ouden, Hoofd Juridische Zaken van BNNVARA, van 8 juli 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 12 juli 2019. Klager is daar verschenen vergezeld door de heer J. Niemöller. Namens JOOP waren de heer Van Jole, eindredacteur, en mevrouw Den Ouden aanwezig. Mevrouw Den Ouden heeft het standpunt van JOOP toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

DE FEITEN

Op 3 april 2019 verscheen op de website Joop.bnnvara.nl in de rubriek ‘Nieuws’ het artikel “Nederlandse psycholoog trekt opnieuw nazi-wetenschap uit de kast” met de volgende intro:
“Psycholoog en universitair docent Jan te Nijenhuis doet vandaag een oproep in het Parool om de IQ-scores van politici openbaar te maken. In het bizarre pleidooi roemt hij de hoge intelligentie van nazi-kopstukken, de vermeende hoogbegaafdheid van Rutte en Baudet en noemt hij Emile Roemer ongeschikt als premier vanwege zijn vermeend lage IQ. Een op zijn zachtst gezegd bijzondere keuze van voorbeelden, vooral als je zijn andere uitspraken en publicaties erbij pakt.”

Het artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
“Te Nijenhuis schrijft vandaag in het Parool:
“Niet alleen democratisch gekozen politici hebben een hoog IQ. De nazikopstukken werden, voordat velen in Neurenberg ter dood werden veroordeeld, getest en een groot deel bleek hoogbegaafd te zijn: Arthur Seyss-Inquart had een IQ van 141 en Hermann Göring een van 138. Franz von Papen scoorde 134. Van Adolf Hitler zijn geen IQ-scores bekend, maar hij stond bekend als een snelle denker. Wil je als leider een linkse, rechtse, dan wel fascistische droom realiseren, dan heb je een hoog IQ nodig.”
In zijn stuk noemt hij premier Rutte en FvD-leider Thierry Baudet “zonder enige twijfel hoogbegaafd”.”

Het artikel verwijst naar een opiniestuk van klager dat diezelfde dag in Het Parool is verschenen met de kop “’De kiezer heeft recht op IQ-scores van politici’”  en het intro:
“Het IQ is essentieel voor het uitvoeren van politieke functies. Daarom zou het een rol moeten spelen bij de aanstelling van premiers, betoogt psycholoog en universitair docent Jan te Nijenhuis in dit opiniestuk.”
Het opiniestuk luidt verder:
“Tienduizenden studies laten zien dat IQ-tests, die de intelligentie van mensen in beeld brengen, verreweg de beste voorspellers zijn van school- en werkresultaten. De IQ-test voorspelt het beste voor zware managementfuncties.
Daarom had GroenLinks een aantal jaren geleden het uitstekende idee om bij de beoordelingsprocedure voor aspirant-Kamerleden een IQ-test af te nemen. Wat heb je aan een Kamerlid dat wetsvoorstellen en ingewikkelde financiële constructies niet begrijpt? Lijsttrekkers zouden hun IQ-score op het stemformulier moeten vermelden.
Zware functie
Het premierschap is een van de zwaarste functies in Nederland. De premier moet elke week koffers vol taaie stukken lezen. Hij moet beslissingen nemen over complexe onderwerpen, waarbij honderden miljarden euro's op het spel staan. Hij moet leidinggeven aan ministers, staatssecretarissen en topambtenaren, die vrijwel zonder uitzondering hoogbegaafd zijn.
Om in een dergelijk gezelschap gezag af te dwingen moet je zelf een snelle denker zijn. Een IQ van 130 is het minimum voor het premierschap van Nederland. Nederlanders hebben gemiddeld een IQ van 100. Slechts 2 procent heeft een IQ van 130 of hoger.
Sommige recente Amerikaanse presidenten moesten IQ-tests maken voor ze aan een studie aan een topuniversiteit mochten beginnen. George W. Bush had een IQ van 137. Bill Clinton: 139.
Niet alleen democratisch gekozen politici hebben een hoog IQ. De nazikopstukken werden, voordat velen in Neurenberg ter dood werden veroordeeld, getest en een groot deel bleek hoogbegaafd te zijn: Arthur Seyss-Inquart had een IQ van 141 en Hermann Göring een van 138. Franz von Papen scoorde 134. Van Adolf Hitler zijn geen IQ-scores bekend, maar hij stond bekend als een snelle denker. Wil je als leider een linkse, rechtse, dan wel fascistische droom realiseren, dan heb je een hoog IQ nodig.
Hoogbegaafd
Er is een scenario denkbaar waarin de volgende strijd voor het premierschap gaat tussen Mark Rutte (VVD) en Thierry Baudet (FvD). Rutte maakte een bliksemcarrière in de politiek: op z'n 21ste voorzitter van de JOVD, op z'n 35ste staatssecretaris en op z'n 39ste leider van de VVD. In een recent verkiezingsdebat liet de premier een steek vallen en dat viel op, omdat hij altijd zo scherp als een mes is.
Baudet rondde twee studies af, promoveerde onder twee vooraanstaande hoogleraren en publiceerde meerdere boeken. Beide heren zijn zonder enige twijfel hoogbegaafd.
Eerder hebben andere politici zich aangediend als mogelijke premier. Rond 2012 leek het er een tijdje op dat de SP de grootste zou worden bij de verkiezingen. Lijsttrekker Emile Roemer had onze nieuwe premier kunnen worden. De jonge Roemer begon op de mavo (gemiddeld IQ 100), ging verder op de havo (gemiddeld IQ 110) en is niet minder dan drie keer blijven zitten.
Scholieren die één keer doubleren hebben een gemiddeld IQ dat 10 punten lager ligt dan het IQ van scholieren die niet doubleren. Roemer ging daarna naar de pedagogische academie (gemiddeld IQ ongeveer 100). Een voorzichtige schatting van het IQ van Roemer is ongeveer 100 en dat maakt hem ongeschikt als premier.
Wat let de andere partijen om de beoordelingsprocedure van GroenLinks over te nemen en de score van hun lijsttrekker op een goede IQ-testbatterij openbaar te maken?
Vanzelfsprekend is een hoge intelligentie niet het enige selectiecriterium voor het premierschap: de premier moet over vele vaardigheden beschikken. Het is aan de kiezer om de IQ-informatie het juiste gewicht te geven.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – het volgende. Kern van zijn klacht is dat ten onrechte wordt gesuggereerd dat hij nazi-wetenschap bedrijft. In de kop is hij als onderzoeker geassocieerd met nazi-wetenschap en nazisme, terwijl in de tekst van het artikel op geen enkele manier is onderbouwd dat zijn column in Het Parool is gebaseerd op nazi-wetenschap of een voorbeeld is van nazi-wetenschap. Veel mensen lezen alleen de kop en wellicht de eerste paar zinnen, waarin zijn naam staat. Klager heeft erop gewezen dat de laatste jaren een hetze wordt gevoerd tegen intelligentie-onderzoekers en benadrukt dat eugenetica niet per definitie een negatieve wetenschapsvorm betreft. Door de onjuiste suggestie wordt hij gedemoniseerd en staat zijn wetenschappelijke reputatie op het spel.
Daarnaast heeft klager gewezen op een groot aantal feitelijke onjuistheden in de rest van het artikel. Hij merkt op dat de schrijver zich in allerlei wetenschappelijke discussies begeeft, maar dat bijna alle links in het artikel leiden naar niet-wetenschappelijke artikelen. Er zijn wel titels van een aantal van zijn wetenschappelijke publicaties genoemd, maar er is nauwelijks ingegaan op de inhoud ervan.
Klager heeft uitvoerig de achtergronden en het verloop van zijn wetenschappelijke carrière uiteen gezet. Hij heeft zijn standpunten uitgebreid toegelicht onder verwijzing naar diverse wetenschappelijke publicaties.

JOOP stelt daar – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Haar website heeft een intrinsiek opiniërend karakter. Haar platform bevat nieuwsberichten, columns en andere onderdelen. In dit geval gaat het om een redactioneel artikel. De redactie heeft de opinie van klager als nieuwsfeit gekwalificeerd, daarnaar onderzoek verricht en vervolgens daarover haar mening gegeven. Klager is in 2018 in een gepolariseerd debat over IQ-verschillen getreden. Met zijn opiniestuk in Het Parool heeft klager nog eens positie gekozen. De recente stellingen van klager zijn gekoppeld aan zijn eerdere standpunt (dat er IQ-verschillen bestaan tussen groepen) en zijn idee is in díe context geplaatst.
De kop is scherp aangezet, maar toelaatbaar. Daarmee wordt duidelijk gemaakt dat het om meerdere uitlatingen van klager gaat, die in het artikel worden aangehaald. Er is niet beweerd dat klager een marginale onderzoeker is en nazi-wetenschap bedrijft of onderzoek doet naar rasverbetering. Er wordt enkel gesteld dat hij opnieuw nazi-wetenschap ‘uit de kast trekt’. Daarmee wordt bedoeld dat klager een oude (opgeborgen) wetenschapsvorm vermeldt, benoemt of belicht. En dat is wat er is gebeurd. In het artikel is een onderbouwd verband gelegd tussen de Parool-publicatie, klagers eerdere uitlatingen en eugenetica, een wetenschapsvorm die in verband is gebracht met de Holocaust en het nazistische sterilisatiebeleid. Dergelijk beleid werd weliswaar ook in andere landen toegepast, maar de kwalificatie van eugenetica als ‘nazi-wetenschap’ geeft direct weer dat het om een zeer omstreden onderwerp gaat. Bij eugenetica speelt ook de vraag wat meer of minder geschikte genetische eigenschappen zijn en wie dat bepaalt. Vandaar dat de onderwerpen waarover klager schrijft omstreden zijn. Het is valide dat wordt gesignaleerd dat klager opnieuw begint over positieve en minder positieve genetische eigenschappen. Daarbij komt dat klager er zelf voor heeft gekozen om het hoge IQ van Nazi's in zijn opiniestuk te benoemen en te schrijven dat een hoog IQ nodig is voor het nastreven van een fascistische droom.
De kwalificatie dat het om een ‘bizar pleidooi’ gaat, betreft de mening van de redactie. Gelet op de eerdere ophef rond dit thema en het feit dat klager de selectie van politici nu ook inbrengt in dit IQ-debat, is die kwalificatie niet opmerkelijk en een geoorloofd stijlmiddel.
Ten slotte heeft JOOP alle door klager gestelde feitelijke onjuistheden gemotiveerd betwist onder verwijzing naar diverse bronnen. Volgens JOOP vindt de publicatie voldoende grondslag in de feiten. Te Nijenhuis en de intellectuelen waarmee hij zich associeert zijn er op uit, dragen er althans aan bij dat op een heel geleidelijke manier racistisch gedachtengoed gemeengoed wordt. Daarover heeft de redactie alarm geslagen, uit oprechte zorg en ongerustheid over het mengen van ras en politiek en de tweedeling die daardoor in onze samenleving drijft.
JOOP concludeert dat het artikel niet in strijd is met de regels van goede, zorgvuldige journalistiek.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel van JOOP betreft een redactioneel commentaar bij een door Joop als zodanig aangemerkt nieuwsfeit, te weten de opinie van klager in Het Parool. De Raad stelt voorop dat er voor JOOP voldoende aanleiding bestond om met een kritische blik over klager te berichten. JOOP heeft aannemelijk gemaakt dat de redactie deugdelijk onderzoek heeft verricht. Voor de gemiddelde lezer is voldoende duidelijk dat het artikel is gebaseerd op het  opiniestuk van klager in Het Parool en eerdere uitlatingen van klager, die mede op grond van andere onafhankelijke bronnen door JOOP zijn geduid. Het artikel bestaat voor een groot deel uit deze analyse van JOOP en is in zoverre journalistiek zorgvuldig.

Het voornaamste bezwaar van klager betreft de vraag of van de kop “Nederlandse psycholoog trekt opnieuw nazi-wetenschap uit de kast” in samenhang met de intro de onjuiste suggestie uitgaat dat hij nazi-wetenschap bedrijft.

Het is journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel. Het gaat hier om een grensgeval.

De term ‘nazi-wetenschap’ heeft een uitermate beladen, negatieve connotatie. In relatie tot – het meer neutrale – eugenetica zal de term in het algemeen worden begrepen in de context van misbruik van de rassenverbetering zoals die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werd voorgestaan, te weten: het bewerkstelligen van rassenzuivering door middel van het uitroeien van bepaalde bevolkingsgroepen en rassen.

JOOP presenteert als feit dat klager in Het Parool ‘nazi-wetenschap’ tevoorschijn haalt (kop) en dat klager de hoge intelligentie van nazi-kopstukken roemt (intro). Door deze combinatie van kop en intro kan bij de gemiddelde lezer de indruk ontstaan dat klager zich bezig houdt met ‘nazi-wetenschap’ (in de context als hiervoor bedoeld), althans daar een voorstander van is.

Voor deze suggestie biedt het opiniestuk van klager in Het Parool – waaraan door het woord ‘opnieuw’ in de kop en de tekst van de intro allereerst en voornamelijk wordt gerefereerd – echter onvoldoende grond. Uit de onder de feiten geciteerde passage “Niet alleen democratisch gekozen politici hebben een hoog IQ. (…) Wil je als leider een linkse, rechtse, dan wel fascistische droom realiseren, dan heb je een hoog IQ nodig.” kan immers niet worden geconcludeerd dat klager zich bezig houdt met of lof uitspreekt over ‘nazi-wetenschap’. Daarbij komt dat hij zijn opiniestuk heeft geëindigd met de nuancering dat ‘vanzelfsprekend een hoge intelligentie niet het enige selectiecriterium is voor het premierschap (…) en dat het aan de kiezer is om de IQ-informatie het juiste gewicht te geven.’

Ook de rest van het artikel of het feit dat JOOP de wijze waarop klager omgaat met eugenetica verwerpelijk vindt, biedt voor eerder genoemde suggestie onvoldoende rechtvaardiging.

De Raad komt dan ook tot de conclusie dat de combinatie van kop met intro geen grond vindt in het artikel van JOOP en daarbij onnodig diffamerend is voor klager. Daarom heeft JOOP op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2017/16

CONCLUSIE

Voor zover de klacht betrekking heeft op de combinatie van de kop met de intro hebben Van Jole en Joop.bnnvara.nl journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was hun handelwijze zorgvuldig.

De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan Joop.bnnvara.nl om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 24 oktober 2019 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, L.A.M.M. Donders, mw. M. ten Katen, mw. drs. E.M.H. Lemaier en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.



Publicatie op www.joop.bnnvara.nl d.d. 30 oktober 2019