2019/4 zorgvuldig

Samenvatting

V. Schildkamp en het AD hebben in het artikel “Advocaten: Rechter in India besluit dat ontvoerde Insiya bij vader blijft” journalistiek zorgvuldig bericht over een rechtszaak waarbij mevrouw N. Rashid (klaagster) is betrokken. Het is voldoende duidelijk dat de beweringen over het vonnis afkomstig zijn van de advocaten van de vader. Klaagster en haar raadsman zijn in de gelegenheid gesteld te reageren, maar hebben ervoor gekozen dat niet te doen. Verder is geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de achtergronden van de kwestie gegeven, dat daarmee sprake is van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving. Het had de krant gesierd als zij na kennisneming van het vonnis een update had geplaatst ten einde de lezer zo volledig mogelijk te informeren. Dat zij dat heeft nagelaten, maakt echter niet dat daarmee de publicatie journalistiek onzorgvuldig was.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

N. Rashid

tegen

V. Schildkamp en de hoofdredacteur van het AD

Mevrouw N. Rashid te Amsterdam (klaagster) heeft op 21 september 2018 een klacht ingediend tegen V. Schildkamp en de hoofdredacteur van het AD. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en de heer H. Nijenhuis, hoofdredacteur, betrokken van 29 en 30 oktober 2018.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 2 november 2018 in aanwezigheid van klaagster, die werd vergezeld door de heer A. Rashid. Aan de zijde van de krant zijn de heren Schildkamp en Nijenhuis verschenen.

DE FEITEN

Op 20 augustus 2018 is op de website van het AD een artikel van de hand van Schildkamp verschenen met de kop “Advocaten: Rechter in India besluit dat ontvoerde Insiya bij vader blijft”. De intro van het artikel luidt:
“Insiya Hemani, het in september 2016 ontvoerde meisje, blijft in India. Dat heeft de rechtbank in India in hoger beroep besloten, zo laten de Indiase advocaten van vader Shehzad Hemani weten. Justitie in India ziet niet de vader, maar de moeder als ontvoerder van de kleuter (4).”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
“De advocaten van Shehzad Hemani hebben vandaag de Nederlandse advocaat van vader Shehzad, Gerard Spong, geïnformeerd. ,,En ik heb geen enkele reden aan mijn collega, mevrouw Neville Majra, te twijfelen. Ik heb haar in Mumbai ontmoet, een keurig en kundig advocaat,” zegt Spong. De Hoge Raad in India moet het vonnis nog publiceren.”
Het slot van het artikel luidt:
“Justitie in India heeft ondertussen ook besloten dat moeder Nadia enkele keren per maand videocontact mag hebben met haar dochter. Peter Plasman, de advocaat van Nadia Rashid, laat weten dat de moeder niet bereikbaar is voor commentaar.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – kort samengevat – dat het artikel diverse onjuistheden bevat over haar en (de achtergronden van) de kwestie. Kern van haar klacht is dat het artikel niet strookt met de werkelijke inhoud van het vonnis van het Supreme Court in India. De onjuistheden zijn ten onrechte als vaststaande feiten gepresenteerd met als doel om daar ruchtbaarheid aan te geven, aldus klaagster.
Zij wijst erop dat het Supreme Court heeft beslist dat het Family Court (de rechtbank in eerste aanleg) vóór april 2019 moet beslissen over de bevoegdheid van de Indiase rechter en daaruit voortvloeiend over de gezagskwestie, zonder beïnvloed te worden door bevindingen in het vonnis van de Bombay High Court van 13 april 2018. Het Supreme Court vindt dat geen eerlijke procesgang heeft plaatsgevonden en dat het Family Court dat terzijde moet laten. Dit is echter niet terug te lezen in het artikel. Verder blijkt uit het vonnis van het Supreme Court dat zij drie keer per week Skype-contact mag hebben met haar dochter voor de duur van 35 minuten per keer en dat daarvan geen opnames mogen worden gemaakt.
Volgens klaagster heeft Schildkamp zich ten onrechte gebaseerd op beweringen van Hemani (de vader), die in het verleden vaker ‘fake news’ heeft verspreid, en diens advocaten. Het had op de weg van Schildkamp gelegen om te wachten met de publicatie van het artikel totdat het vonnis bekend zou worden. Daar zat slechts 12 uur tussen. Daar komt bij dat een positieve vaststelling nodig is van de betrouwbaarheid van de Indiase advocaten van de vader, maar die ontbreekt. Bovendien moet het bij de publicatie van een nieuwsartikel gaan over feiten en daarom is de verwijzing naar de conclusies en beweringen van mr. Spong onvoldoende en onzuiver.
Klaagster meent dat Schildkamp een bijzondere zorgvuldigheid in acht had moeten nemen. Hij had eerst zelf degelijk onderzoek moeten doen, het vonnis zelf moeten lezen en wederhoor moeten toepassen. Dit alles heeft hij ten onrechte nagelaten.
Ten slotte benadrukt klaagster dat de publicatie veel impact heeft gehad. Niet alleen zijn daardoor haar eer en goede naam aangetast, ook heeft het artikel invloed gehad op de zaak over haar dochter.

Schildkamp en het AD stellen hier – eveneens kort samengevat – tegenover dat zij in een reeks artikelen ruimschoots aandacht aan alle aspecten van de kwestie hebben besteed, waarbij klaagster herhaaldelijk aan het woord is gelaten. De ontvoering van Insiya en de strijd tussen haar ouders is een uiterst aangrijpende en complexe zaak. De krant heeft er daarom alles aan gedaan om eenzijdige berichtgeving te vermijden en haar lezers zo volledig mogelijk te informeren.
In het gewraakte artikel zijn de uitspraken duidelijk toegeschreven aan de bronnen – de advocaten van Hemani – en hebben Schildkamp en de krant daarvan voldoende afstand gehouden. Nadat Hemani hen ‘s ochtends vroeg via WhatsApp en later in een persbericht over de uitspraak van het Indiase hooggerechtshof informeerde, heeft Schildkamp direct een sms-bericht gestuurd aan mr. Plasman, de advocaat van klaagster. Hij heeft daarna meerdere keren gebeld en nog eens ge-smst, maar Plasman reageerde daar niet op. Verder heeft hij er alles aan gedaan om de uitspraak van het Indiase hooggerechtshof boven tafel te krijgen, maar zonder succes. Ondertussen zocht hij contact met mr. Spong, de advocaat van de vader. Deze zei aanvankelijk dat hij dezelfde mededeling van Hemani had ontvangen als Schildkamp en ‘bevestigde dat het klopt’. Nadat Spong op zijn kantoor had gecheckt welke berichten hij van zijn Indiase collega’s had ontvangen, heeft hij Schildkamp op basis van die informatie bijgepraat. Daarbij legde Spong ook uit waarom hij geen enkele reden had daaraan te twijfelen, alleen al vanwege het feit dat het niet toelaatbaar is dat advocaten elkaar van onjuiste informatie voorzien. Zijn uitspraken zijn voor een deel weergegeven in het artikel. Overigens, ook toen de uitspraak van het Indiase hof de volgende dag alsnog beschikbaar werd, bleef Spong bij hetgeen hij had gezegd.
Naast zijn pogingen om Plasman te spreken, heeft Schildkamp ook contact gezocht met klaagster zelf, ondanks dat Plasman een paar dagen eerder per sms had laten weten dat klaagster “geen berichten naar buiten wil brengen”. Elke reactie bleef echter uit. Zij heeft ook niet verzocht om de publicatie uit te stellen zolang de uitspraak nog niet beschikbaar was. Het artikel is uiteindelijk ‘s avonds gepubliceerd na zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen.
Schildkamp en het AD menen dat zij op een juiste wijze over (de achtergronden van) de kwestie hebben bericht. Ten aanzien van de gezags- en teruggeleidingsverzoeken hebben zij correct geparafraseerd en journalistiek toelaatbaar geschreven over ‘voogdij’. Het artikel is op een zorgvuldige en evenwichtige wijze tot stand gekomen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat het artikel niet strookt met het vonnis van het Supreme Court in India.

In eerdere zaken heeft de Raad overwogen dat indien een journalist zich baseert op juridische stukken, hij moet voorkomen dat parafrases en citaten van dien aard zijn dat daarmee een andere betekenis of lading aan de feiten wordt gegeven.

In dit geval was het vonnis uit India nog niet beschikbaar en doet zich de vraag voor of Schildkamp en het AD zich mochten baseren op de uitlatingen van één van de betrokken partijen. In dat verband is relevant dat de journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. Het is begrijpelijk dat Schildkamp in het persbericht van Hemani, gelet op de nieuwswaarde daarvan, aanleiding heeft gezien om over de kwestie te publiceren. Daarbij heeft hij getracht de informatie zo veel als op dat moment mogelijk was te verifiëren en ook contact gezocht met klaagster en haar raadsman.

Voor de gemiddelde lezer is voldoende duidelijk dat de beweringen over het vonnis afkomstig zijn van de advocaten van Hemani, zodat de lezer deze op waarde kan schatten. Klaagster en haar advocaat hebben de gelegenheid gehad om hun visie op de kwestie te geven en de informatie die van de kant van Hemani was verstrekt te nuanceren. Dat zij ervoor hebben gekozen niet inhoudelijk te reageren, kan de krant niet worden verweten.

Verder is niet gebleken dat Schildkamp en de krant een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de achtergronden van de kwestie hebben gegeven, dat daarmee sprake is van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving.

De Raad vindt niet dat de krant had moeten wachten met de publicatie totdat de tekst van het vonnis uit India beschikbaar was. Gelet op de gevoeligheid van de kwestie en het feit dat zij de zaak op de voet volgt, had het de krant wel gesierd als zij na kennisneming van het vonnis een update had geplaatst ten einde de lezer zo volledig mogelijk te informeren. Dat zij dat heeft nagelaten, maakt echter niet dat daarmee de publicatie van 20 augustus 2018 journalistiek onzorgvuldig was.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Schildkamp en het AD journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2018/21

CONCLUSIE

V. Schildkamp en het AD hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 18 januari 2019 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, J. Hoogenberg, S. Kuijper, A. Olgun en F.Th.H. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.