2019/35 onthouding-oordeel zorgvuldig deels-onzorgvuldig

Samenvatting

D. Appels en de Gelderlander hebben in het artikel “Herveldse makelaar verdacht van verduisteren erfenis tante” bericht over een civiele procedure waarbij klager is betrokken. Er is geen sprake van rechtbankverslaggeving. Appels en de Gelderlander hebben ten onrechte nagelaten wederhoor toe te passen. Met de kop is de indruk gewekt dat klager betrokken is bij een strafzaak, hetgeen niet het geval is. Die indruk wordt niet weggenomen door de inhoud van het artikel. Door de onjuiste vermelding dat klager zou hebben gehandeld in de hoedanigheid van makelaar, is hij ten onrechte professioneel gediskwalificeerd. In combinatie met de vermelding van de vestigingsplaats is daarmee bovendien de privacy van klager onnodig aangetast. Op deze punten hebben Appels en de Gelderlander journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Voor zover klager heeft gesteld dat Appels heeft gedraaid over de bron van de informatie onthoudt de Raad zich van een oordeel. Verder was de handelwijze van Appels en de Gelderlander zorgvuldig. Zij waren – en zijn – bereid een vervolgartikel te publiceren. Klager heeft echter laten weten daar geen prijs meer op te stellen. Dit kan Appels en de Gelderlander niet worden verweten. Ten slotte is niet gebleken dat Appels zich heeft onttrokken aan zijn eigen verantwoordelijkheid.
De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan de Gelderlander deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

D. Appels en de hoofdredacteur van de Gelderlander

De heer X te […] (klager) heeft een klacht ingediend tegen de heer D. Appels en de hoofdredacteur van de Gelderlander, die door de Raad op 17 januari 2019 is ontvangen. Diezelfde dag heeft de secretaris van de Raad klager per e-mail geïnformeerd over de klachtprocedure. Vervolgens heeft klager op 18 februari 2019 aan de Raad bericht dat hij zijn klacht wenst te handhaven. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en de heer P. Jansen, hoofdredacteur, betrokken van 22 en 25 maart 2019.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 5 april 2019. Klager is daar verschenen vergezeld door de heer mr. J. Groenewegen. Aan de zijde van de Gelderlander waren de heren Appels en Jansen aanwezig.

DE FEITEN

Op 6 november 2018 is in de Gelderlander een artikel van de hand van Appels verschenen met de kop “Herveldse makelaar verdacht van verduisteren erfenis tante”. De intro van dit artikel luidt:
“Een makelaar uit Herveld hoort vandaag van de rechter of hij 336.000 euro moet betalen aan vijf goede doelen.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“De man zou het geld uit de erfenis van zijn tante via een zelf opgerichte stichting hebben verduisterd.
De tante, die ook uit Herveld kwam, had geen kinderen en liet in haar testament vijf goede doelen opnemen, die al het geld zouden erven. Haar neef werd executeur van haar nalatenschap.”
en
“De zaak kwam aan het rollen toen de broer van de erflaatster er tijdens een kascontrole achter kwam dat de stichting SONOB, die de rechtszaak aanspande, slechts 1254 euro ontving uit de erfenis. De broer was penningmeester bij die stichting die zich inzet voor arme mensen in Noord-Brazilië.”
Het slot van het artikel luidt:
“SONOB vordert ook inzage in de banktransacties die vanaf de oprichting van de familiegraf-stichting zijn gedaan.”

Klager is de in het artikel bedoelde makelaar.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – dat in het artikel ten onrechte de indruk wordt gewekt dat hij, als makelaar, betrokken is bij een strafzaak wegens het verduisteren van 336.000 euro. Hij wijst in dat verband op de hele teneur van het artikel en het gebruik van de term ‘verduistering’. Het gaat echter om een civiele procedure, waar klager pas na het wijzen van het (verstek)vonnis kennis van nam. Op het moment van de publicatie wist hij niet eens dat er een gerechtelijke procedure tegen hem liep. Hij heeft nooit een dagvaarding ontvangen en daarom gaat het om een zogenaamde verstekprocedure waarin hij geen verweer heeft kunnen voeren. Om dat alsnog te kunnen doen, heeft hij verzet ingesteld tegen het verstekvonnis.
Nadat hij het artikel onder ogen kreeg, heeft klager telefonisch contact met Appels opgenomen en hem gevraagd hoe hij aan de informatie kwam. Toen klager de naam van zijn oom noemde, begon Appels te stotteren. Klager kan aantonen dat die oom hem al eerder heeft aangeschreven, omdat hij meent dat zaken niet zouden kloppen. De in het artikel beschreven casus strookt met de gedachte die zijn oom heeft. Later belde Appels hem terug met het bericht dat een advocatenkantoor de informatie had verstrekt. Volgens klager is het niet correct dat Appels draait over de bron van zijn informatie.
Ook heeft klager aan Appels gevraagd waarom er geen wederhoor was toegepast. Appels antwoordde dat hij dat wel had moeten doen, maar dat dit erbij ingeschoten was. Bij die gelegenheid had Appels klager alsnog om een reactie kunnen vragen en op basis daarvan een aanvullend artikel kunnen schrijven, maar dat heeft hij nagelaten. Weliswaar heeft de krant later nog aangeboden een aanvullend stuk te publiceren maar toen was het kwaad al geschied. Een nieuw artikel met zijn verhaal had toen geen zin meer, aldus klager. Op de zitting heeft hij hieraan toegevoegd dat hij Appels heeft verwezen naar zijn advocaat. Omdat klager niet wist wat er gaande was, adviseerde zijn advocaat om het vonnis af te wachten.
Klager wijst er verder op dat in het artikel is vermeld dat hij makelaar is, maar dat hij werkzaam is als taxateur. De zaak waarover is bericht, betreft echter een privéaangelegenheid. Klager handelde als privépersoon en het bedrijf waar hij werkt, heeft niets met de kwestie te maken. Door de berichtgeving worden ten onrechte de makelaars en alle medewerkers van zijn kantoor hierop aangekeken.
Verder meent klager dat civiele procedures, waarbij geen strafrechtelijk element aan de orde is, zich in het kader van de privacy niet lenen voor publicatie. Hij vindt dat een journalist niet kan en mag schrijven over een mogelijke uitspraak – die er op dat moment niet is – en dat hij in dergelijke gevallen zeker wederhoor moet plegen. Overigens kwam er geen uitspraak op de dag van de publicatie, zoals in het artikel wordt beweerd. Daarover schreef Appels echter niet. Toen duidelijk werd dat er bij de rechtbank geen veroordeling werd uitgesproken, rectificeerde hij dit niet en hij besteedde daaraan ook geen aandacht in een aanvullend artikel. Volgens klager had een zorgvuldig werkende journalist dit wel moeten doen.
Ten slotte stelt klager dat hij zijn bezwaren duidelijk telefonisch heeft besproken met Appels, die feitelijk niets daarmee heeft gedaan. Volgens klager verschool Appels zich achter zijn hoofdredacteur en erkende hij zijn eigen verantwoordelijkheid niet.
Klager concludeert dat zowel hij persoonlijk als het bedrijf waarvoor hij werkt aanzienlijke schade heeft opgelopen door deze gang van zaken. Zo zijn taxatie-opdrachten ingetrokken en huizen uit de verkoop gehaald. In dat verband wijst klager erop dat zijn makelaars/taxatiekantoor het enige is in zijn dorp, dat bovendien maar 3.200 inwoners heeft.

Appels en de Gelderlander stellen hier – eveneens samengevat – tegenover dat het artikel is geschreven aan de vooravond van een uitspraak van de rechter. In het artikel komt klager niet aan het woord en dat is een tekortkoming die zij vanaf de dag van publicatie hebben geprobeerd te herstellen. Op de zitting voegt Jansen hieraan toe dat de berichtgeving genuanceerder had gekund. De krant hecht erg aan het beginsel van hoor en wederhoor, maar dat is bij rechtbankverslaggeving minder aan de orde. Deze kwestie is wat ongemakkelijk, omdat het hier niet om een echt rechtbankverslag gaat.
Appels heeft vervolgens diverse malen moeite gedaan om in contact te komen met klager en diens advocaat, ten einde de andere kant van het verhaal op te tekenen. Dat aanbod is blijven staan tot op de dag van vandaag. De opvatting van klager dat dit geen zin meer zou hebben, omdat het kwaad reeds is geschied, lijkt hen onjuist. Juist een nieuw artikel waarin aandacht zou zijn voor klagers kant van het verhaal, zou de zaak in evenwicht brengen.  
Volgens Appels en de Gelderlander blijkt uit het artikel duidelijk dat het een civiele zaak betreft. Daarin wordt immers gesproken over de stichting Sonob die de zaak aanspande en de vorderingen heeft ingesteld. Het is geen moment de bedoeling geweest om de suggestie te wekken dat het om een strafrechtelijke zaak zou gaan.
Appels heeft klager geen informatie verstrekt over zijn bronnen. Uit het oogpunt van bronbescherming doet de redactie daarover geen mededelingen. Het verwijt dat Appels daarover gedraaid heeft, snijdt geen hout.
Appels en de Gelderlander begrijpen het verwijt van klager niet dat zij geen aanvullend artikel hebben geschreven. Zij waren direct bereid om te komen tot een aanvullende publicatie en zijn dat nog steeds. Klager heeft echter te kennen gegeven, dat hij daarop geen prijs meer stelt.
Ten slotte merken Appels en de Gelderlander op dat de artikelen worden geschreven onder verantwoordelijkheid van de directe chef en daarboven de hoofdredacteur. Dit ontslaat een individuele redacteur niet van zijn verplichting om zijn werkzaamheden prudent en evenwichtig te verrichten. Appels aanvaardt die persoonlijke verantwoordelijkheid ook; van het zich onttrekken aan die verantwoordelijkheid is geen sprake.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Blijkens het klaagschrift bestaat de klacht uit de volgende onderdelen:
1.      er is geen wederhoor toegepast;
2.      de onjuiste indruk is gewekt dat de kwestie een strafzaak betreft;
3.      er is gedraaid over de bron van de informatie;
4.      er is geen aanvullend artikel gepubliceerd waarin de naam van klager is gezuiverd;
5.      klager is ten onrechte aangeduid als ‘makelaar uit Herveld’, terwijl hij handelde als privépersoon;
6.      Appels heeft zijn eigen verantwoordelijkheid niet genomen, maar zich verscholen achter zijn hoofdredacteur.

Ad 1.
De Raad stelt vast dat geen sprake is van een verslag van een rechtbankzitting of de weergave van een rechtbankvonnis of een door de rechtbank uitgebracht communiqué. Dus is geen sprake van rechtbankverslaggeving, waarbij in beginsel geen wederhoor hoeft te worden toegepast. Het artikel bevat ernstige beschuldigingen aan het adres van klager, waardoor hij ook professioneel wordt gediskwalificeerd. Appels en de Gelderlander hadden dan ook voorafgaand aan de publicatie wederhoor bij klager moeten toepassen. Door dit na te laten hebben zij journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ad 2.
Het is journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. De grenzen van journalistieke zorgvuldigheid worden evenwel overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel.
Met de kop “Herveldse makelaar verdacht van verduisteren erfenis tante” wordt – door het gebruik van de termen ‘verdacht’ en ‘verduisteren’ – de indruk gewekt dat klager betrokken is bij een strafzaak. Dat dit niet het geval is, staat niet ter discussie. Het is aannemelijk dat het artikel vervolgens wordt gelezen vanuit het (onjuiste) perspectief van de kop. Hoewel voor de oplettende lezer duidelijk wordt dat het gaat om een vordering van de stichting SONOB en dus geen strafzaak betreft, is dat – bezien in de context – onvoldoende om daarmee de in de kop ten onrechte gewekte indruk weg te nemen dat het gaat om een strafzaak wegens verduistering tegen klager. Ook op dit punt hebben Appels en de Gelderlander derhalve journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ad 3.
Klager heeft gesteld dat Appels hem tegenstrijdige informatie heeft verstrekt over de bron van de informatie en daarover derhalve heeft ‘gedraaid’. Appels en de Gelderlander hebben dit gemotiveerd betwist. Zij hebben aangevoerd dat zij ter bescherming van hun bron in het geheel geen informatie aan klager hebben gegeven. De Raad kan niet vaststellen welk standpunt juist is en onthoudt zich daarom van een oordeel hierover.

Ad 4.
Volgens klager hadden Appels en de Gelderlander in een aanvullend stuk zijn naam moeten zuiveren en hebben zij dat ten onrechte niet gedaan. Appels en de Gelderlander hebben gesteld dat zij bereid waren – en dat nog steeds zijn – om een vervolgartikel te publiceren. Klager heeft echter laten weten daar geen prijs meer op te stellen. Dit kan Appels en de Gelderlander niet worden verweten. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor de conclusie dat Appels en de Gelderlander op dit punt journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Ad 5.
Klager heeft gemotiveerd aangevoerd dat hij in de kwestie waarover is bericht, heeft gehandeld als privépersoon. Dit is door Appels en de Gelderlander niet betwist. Door tweemaal te vermelden dat klager makelaar is, wordt ten onrechte de indruk gewekt dat klager zou hebben gehandeld in die kwaliteit. Aangezien, zoals hiervoor is overwogen, tevens met de publicatie de indruk is gewekt dat klager strafbaar handelen verweten wordt, is hij daarmee niet alleen persoonlijk maar ook professioneel gediskwalificeerd. In combinatie met de vermelding van de vestigingsplaats van het kantoor van klager, is daarmee bovendien zijn privacy verder aangetast dan in het kader van de berichtgeving noodzakelijk was. Het gebruik van de aanduiding ‘makelaar uit Herveld’ is dan ook journalistiek onzorgvuldig.

Ad 6.
Het is gebruikelijk dat een journalist over zijn werk – waaronder begrepen de afhandeling van een klacht – overleg heeft met zijn direct leidinggevende dan wel met de hoofdredacteur, die eindverantwoordelijk is. Dit laat onverlet dat de journalist persoonlijk op zijn werk kan worden aangesproken. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat Appels zich heeft onttrokken aan zijn eigen verantwoordelijkheid. Van journalistiek onzorgvuldig handelen op dit punt is niet gebleken.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Appels en de Gelderlander journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld voor zover de klacht betrekking heeft op het niet toepassen van wederhoor, het wekken van de indruk dat klager betrokken is bij een strafzaak en het gebruik van de aanduiding ‘makelaar uit Herveld’. Verder was hun handelwijze zorgvuldig.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/38 en RvdJ 2017/1

CONCLUSIE

Voor zover de klacht betrekking heeft op het niet toepassen van wederhoor, het wekken van de indruk dat klager betrokken is bij een strafzaak en het gebruik van de aanduiding ‘makelaar uit Herveld’ hebben Appels en de Gelderlander journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Voor zover klager heeft gesteld dat Appels heeft gedraaid over de bron van de informatie onthoudt de Raad zich van een oordeel. Verder was de handelwijze van Appels en de Gelderlander zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan de Gelderlander om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 22 juli 2019 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, S.A. Agterberg, J. Hoogenberg, mw. M. ten Katen en S. Kuijper, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.



Publicatie in de Gelderlander d.d. 24 juli 2019