2019/34 onzorgvuldig

Samenvatting

R. Zijlstra en E. Wijnholds (Dagblad van het Noorden) hebben in het artikel “Een rechter op de tennisbaan” ten onrechte de uitlatingen ‘asociale buitenlander’ en ‘jij hoort hier niet thuis’ aan klager toegeschreven. Zij hadden dit uit eigen beweging op passende wijze behoren recht te zetten, maar hebben dat niet gedaan. Zijlstra en Wijnholds hebben aldus journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan Dagblad van het Noorden deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C.J.R. de Locht

tegen

R. Zijlstra en E. Wijnholds, hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden

De heer C.J.R. de Locht te Haren (klager) heeft op 9 januari 2019 een klacht ingediend tegen de heer R. Zijlstra en de heer E. Wijnholds, hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden (hierna gezamenlijk: Dagblad van het Noorden). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en de heer Wijnholds betrokken van 14 februari 2019 en 1 april 2019.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 5 april 2019. Klager is daar verschenen, vergezeld door zijn partner, en heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van Dagblad van het Noorden waren de heren Zijlstra en Wijnholds aanwezig.

DE FEITEN

Op 14 juli 2018 verscheen in Dagblad van het Noorden een artikel van de hand van Zijlstra met de kop “Een rechter op de tennisbaan”. De intro van het artikel luidt:
“Een op de grond gevallen colaflesje, gevolgd door een onvriendelijke woordenwisseling heeft geleid tot een slepend conflict met tuchtzaken en een echte rechtszaak tussen twee leden van de Groninger Lawn Tennis Bond (GLTB). Het ene lid is ondernemer, de ander is rechter.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Wat is er gebeurd op het lommerrijke tennispark Vorenkamp in Groningen-zuid, de thuisbasis van de oudste tennisclub van Groningen – sinds 1913 – waar meer dan duizend mensen lid van zijn?
Op een zonnige lentedag, op 8 mei 2016, laat Nico Salas op het terras een flesje Pepsi-cola op de grond vallen. Hij ruimt het glaswerk op, maar in de ogen van clubgenoot Joep de Locht – hij zit ook op het terras – doet hij dat niet naar behoren. Tussen beide heren ontstaat een woordenwisseling, die allesbehalve vriendelijk is.
Op het volle terras krijgt Nico Salas te horen dat hij een ’asociale buitenlander’ is die ‘niet eens fatsoenlijk Nederlands kan praten’ en bovendien ‘een hufter is die vrouwen lastigvalt’. De Locht bijt zijn clubgenoot toe: ‘Jij hoort hier niet thuis.’”
en
“De Locht is gevraagd te reageren. Een gesprek wil hij niet. Voor vragen verwijst hij naar de afdeling communicatie van de rechtbank Noord-Nederland. Een voorlichter laat vervolgens weten dat De Locht de gang van zaken betreurt en dat hij er beter aan had gedaan zich aan de situatie te onttrekken.”
De zin “De Locht bijt zijn clubgenoot toe: ‘Jij hoort hier niet thuis.’” is bovendien in het rood afgedrukt in een separate tussenkop.

Na de publicatie hebben partijen uitvoerig overleg gevoerd, maar dit heeft niet tot een oplossing geleid.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – dat in het artikel ten onrechte de woorden ‘asociale buitenlander’ en ‘jij hoort hier niet thuis’ aan hem zijn toegeschreven. Het is een welbewuste selectie uit de beschuldigingen van Salas aan zijn adres om ze geloofwaardig te laten overkomen, kennelijk suggererend dat hij zich bezondigde aan discriminerende uitlatingen. Klager heeft deze woorden echter nooit gebezigd. Dit is ook nimmer vastgesteld, noch door de KNLTB, noch door het OM of anderszins. Bovendien staat aan de hand van de getuigenverklaringen vast dat klager dit  niet heeft gezegd. Hij heeft Salas dit dus ook niet toegebeten, zoals in het artikel is vermeld. Die vermelding is onjuist en behalve dat ook zeer tendentieus. In dit verband wijst klager erop dat alle getuigenverklaringen weergeven dat hij volstrekt rustig was en dat Zijlstra dat had kunnen weten. De krant heeft weliswaar aangevoerd dat zij zich onder meer heeft gebaseerd op uitspraken van de Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep van de KNLTB, maar die hebben betrekking op een ander voorval dan is beschreven in de passage waartegen hij bezwaar maakt. Aangezien zijn werkgever hem te verstaan had gegeven de kwestie te zullen bespreken met de krant, heeft klager geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om gehoord te worden. Dat ontslaat de journalist evenwel niet van de opdracht zo waarheidsgetrouw mogelijk te berichten. Dat is niet gebeurd, aldus klager.
Verder maakt hij er bezwaar tegen dat Dagblad van het Noorden niet is overgegaan tot het op passende wijze en zo snel mogelijk corrigeren van de onjuiste berichtgeving. Hij voert ter zake aan dat Zijlstra na de publicatie heeft erkend dat klager niet heeft gezegd ‘asociale buitenlander’ en ‘jij hoort hier niet thuis’, maar dat het gaat om beschuldigingen die zijn geuit door Salas. Zijlstra heeft klager toen laten weten dat hij deze fouten zou herstellen na instemming van de hoofdredactie en na lezing van de concepttekst door klager. Hierop ontving klager een tekstvoorstel van Wijnholds, met de vraag of hij daarmee kon instemmen. Hoewel klager het aanbod niet passend vond, heeft hij zich terughoudend opgesteld omdat hij er graag in der minne een punt achter had gezet. Nadat hij er om praktische redenen voor koos om toch maar met het tekstvoorstel akkoord te gaan, heeft Wijnholds dit echter ingetrokken. Uiteindelijk heeft geen rechtzetting plaatsgevonden, hetgeen klager onzorgvuldig vindt.
Klager heeft op de zitting uitvoerig de achtergronden van de kwestie geschetst en zijn standpunt nader toegelicht.

Dagblad van het Noorden stelt hier – eveneens samengevat – tegenover dat Zijlstra zich heeft gebaseerd op diverse juridische documenten. Hoewel wederhoor op zich niet is vereist in het geval een journalist zich baseert op vaststaande of niet weersproken feiten is klager benaderd voor een reactie. Hij heeft toen laten weten alleen op schriftelijke vragen te willen reageren, hetgeen hij vervolgens summier heeft gedaan. Ook heeft de President van de Rechtbank Noord-Nederland in algemene zin op een aantal vragen geantwoord.
Dagblad van het Noorden stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding bestaat voor rectificatie. Klager heeft zich naar het oordeel van de Tuchtcommissie van de club schuldig gemaakt aan wangedrag, dat door de commissie wordt gekarakteriseerd als ‘discriminerend’, ‘kleinerend’ en ‘intimiderend’. Het wangedrag is bevestigd door de Commissie van Beroep van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) en de rechtbank in Almelo. Om de lezer mee te nemen in het verhaal heeft de verslaggever de dialoog tussen klager en Salas weergegeven en daarbij bepaalde passages tussen enkelvoudige aanhalingstekens gezet. De scene is gebaseerd op de verklaringen van Salas. Door de gekozen stijlfiguur is het wellicht niet voor alle lezers duidelijk dat dit hetgeen is wat Salas heeft gemeend te hebben gehoord. Het meest zuivere was geweest als de gang van zaken tijdens de dialoog was toegeschreven aan Salas. Dat is omwille van de stijl niet gebeurd, maar dit verandert niets aan de portee van het verhaal. De dialoog is, hoewel mogelijk niet letterlijk overeenkomend met de werkelijkheid, een illustratie van het gedrag van klager. Alles overwegend is het niet nodig om dit te rectificeren, ook omdat in een apart kader verantwoording is afgelegd over de bronnen.
Na de publicatie heeft herhaaldelijk contact met klager plaatsgevonden. In gesprekken is gebleken dat klager bleef volharden in zijn verzoek om een rectificatie. Om hem tegemoet te komen – ondanks dat er volgens de krant geen noodzaak was – is hem aangeboden in een zaterdagkrant een nuancering op te nemen.
De mailwisseling met klager verliep dermate moeizaam dat de krant na een door haar gestelde deadline besloot haar handreiking terug te nemen. Dat klager na het verstrijken van de deadline nog instemde met de voorgestelde tekst doet niet meer ter zake.
Volgens de krant heeft zij zich in het hele proces welwillend opgesteld en is van onzorgvuldig handelen geen sprake.
Ook de krant heeft haar standpunt uitvoerig toegelicht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt vast dat de klacht is dat ten onrechte aan klager de woorden ‘asociale buitenlander’ en ‘jij hoort hier niet thuis’ zijn toegeschreven, alsmede dat deze toeschrijving niet is gerectificeerd.

De Raad vindt dat door de context waarbinnen de woorden ‘asociale buitenlander’ en ‘jij hoort hier niet thuis’ zijn weergegeven, bij de gemiddelde lezer de indruk is gewekt dat klager die woorden tijdens het voorval daadwerkelijk heeft uitgesproken. Klager heeft gemotiveerd aangevoerd dat dit niet het geval is geweest en dat het gaat om uitlatingen die hem door Salas zijn toegedicht. Dagblad van het Noorden heeft dit niet betwist en heeft erkend dat het beter was geweest als de betreffende woorden waren toegeschreven aan Salas. Door de indruk te wekken dat deze woorden werden gesproken door klager, is hij onnodig gediskwalificeerd. 

Vanwege de niet waarheidsgetrouwe berichtgeving had Dagblad van het Noorden een passende rechtzetting behoren te publiceren, waarin zij had duidelijk moeten maken dat en waarom de berichtgeving van 14 juli 2018 niet juist was. Zij heeft dat ten onrechte niet gedaan. De door  Dagblad van het Noorden beschreven gang van zaken na de publicatie biedt daarvoor geen rechtvaardiging. Dat partijen met elkaar in overleg waren getreden over een op te nemen herstelbericht en dat zij het over de tekst daarvan niet eens werden, ontslaat de krant niet van haar verplichting de hiervoor bedoelde onzorgvuldigheden zo spoedig mogelijk uit eigen beweging recht te zetten.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Zijlstra en Wijnholds, door te handelen zoals hiervoor omschreven, journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2014/49 en RvdJ 2011/43

CONCLUSIE

R. Zijlstra en E. Wijnholds, hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden, hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan Dagblad van het Noorden om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 22 juli 2019 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, S.A. Agterberg, J. Hoogenberg, mw. M. ten Katen en S. Kuijper, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.



Publicatie op dvhn.nl en in Dagblad van het Noorden d.d. 30 juli 2019