2019/31 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat klager de Raad voor de Journalistiek kennelijk niet erkent, heeft de Raad zijn klacht tegen L. Mascini en H. Schneider, hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander, over het artikel “Gele Hesjes-demonstratie bij Gooiland” niet inhoudelijk behandeld. Niet is gebleken dat de klacht van algemene strekking of principieel belang is, op grond waarvan de Raad de klacht zou moeten behandelen (analoge toepassing van artikel 9 lid 5 Reglement).

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

L. Mascini en H. Schneider, hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander

De heer  X te […] (klager) heeft op 28 maart 2019 een klacht ingediend tegen de heer L. Mascini en de heer H. Schneider, hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander. Naar aanleiding daarvan heeft de secretaris van de Raad klager op 1 april 2019 geïnformeerd over de klacht procedure. Hierna heeft klager nog e-mails aan de Raad gestuurd – deels in CC – op 4, 5, 14, 15 en 16 april 2019, op 20 en 30 mei 2019 en op 4, 5, 7 en 13 juni 2019.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 14 juni 2019 buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN

Op 1 februari 2019 is op de website van De Gooi- en Eemlander een artikel van de hand van Mascini gepubliceerd met de kop “Gele Hesjes-demonstratie bij Gooiland”.

Na het indienen van de klacht heeft klager zich zowel in correspondentie aan de Raad als publiekelijk – in ieder geval op zijn eigen weblog en in correspondentie met de NVJ – uitgelaten over de Raad en zijn secretaris in onder meer de volgende bewoordingen:
“RvdJ ONTMASKERD: RAAD voor de JOURNALISTIEK (behandelaar) SPANT SAMEN MET LASTER-/ SMAADKRANT 'GOOI en EEMLANDER' (beklaagde)!”
en
“Óók de RvdJ - RAAD voor de JOURNALISTIEK bewijst TOTALE NEP te zijn. Blijkt NIET-ONAFHANKELIJK maar: KEIHARD PARTIJDIG - ONTMASKERD!”
en
“NVJ móet ingrijpen bij RAAD van de HOERNALISTIEK - ONTSLAG van PARTIJDIGE alsook VERWARDE NEP-SECRETARIS VEREIST!”

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt – kort samengevat – dat hij niet voor- en niet achteraf geïnformeerd is over het artikel van De Gooi- en Eemlander. Volgens klager is de berichtgeving feitelijk onjuist, onevenwichtig en tendentieus. Bovendien is hem geen gelegenheid voor wederhoor geboden en heeft hij ook achteraf niet kunnen reageren, aldus klager. Hij meent dat sprake is van nepnieuws, dat ten onrechte niet door de krant is gerectificeerd.
Klager vindt deze ernstige journalistieke vergrijpen onacceptabel. De handelwijze is niet alleen schadelijk voor hem persoonlijk maar ook voor het vertrouwen in de journalistiek en de (regionale) media in het algemeen.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

In het Reglement voor de werkwijze van de Raad is een specifieke bepaling opgenomen ten aanzien van klachten tegen media en journalisten die de Raad niet erkennen. Artikel 9 lid 5 van het Reglement luidt als volgt:
 “Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

De Raad meent dat in deze zaak aanleiding bestaat voor een analoge toepassing van deze bepaling.

Blijkens de bewoordingen van klager, zoals hiervoor geciteerd onder De Feiten, is de Raad ‘nep’, ‘niet-onafhankelijk’ en ‘keihard partijdig’. Hieruit volgt dat klager de Raad niet erkent als onafhankelijke en onpartijdige instantie voor zelfregulering in de media. Met het verspreiden van zijn uitlatingen heeft klager de indruk gewekt dat hij vastbesloten is de reputatie van de Raad en zijn personeel te schaden. Het gedrag van klager is in strijd met het doel van de klachtprocedure en levert een misbruik van het klachtrecht op.

De Raad heeft, artikel 9 lid 5 van het Reglement analoog toepassend, bezien of sprake is van een klacht van algemene strekking of principieel belang, op grond waarvan toch tot inhoudelijke behandeling van de klacht moet worden overgegaan. Daarvan is de Raad echter niet gebleken.

De Raad zal de klacht dan ook niet inhoudelijk te behandelen.

CONCLUSIE

De klacht wordt niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 20 juni 2019 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, L.C. Hauben, mw. drs. M.M. Klaassen, F.Th.H. Ruys en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.