2019/28 zorgvuldig

Samenvatting

H. Haveman, P. Berkhout en De Twentsche Courant Tubantia hebben – alle omstandigheden in samenhang bezien – op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan kritiek op een boek van klager, klagers bezwaren daarover en de handelwijze van de krant.
Het stond Haveman vrij om in het artikel “Historicus: ‘blunders’ in boek Kollen” over de kwestie te berichten. Klager is vooraf in de gelegenheid gesteld op de kritiek te reageren. Dat hij van die mogelijkheid geen adequaat gebruik heeft gemaakt, kan de krant niet worden tegengeworpen. De Raad vindt de kop een grensgeval. In het hoofdredactionele artikel “Harde kritiek doet boek over Kollen geen recht” heeft Berkhout echter met zoveel woorden duidelijk gemaakt dat de krant de kritiek heeft overgenomen ‘onder de te harde kop’. Het was beter geweest als de zin “Dat nog los van het feit dat het artikel zelf enkele fouten bevatte die te voorkomen waren geweest.” niet was geschrapt. Dat neemt niet weg dat met dit artikel voldoende recht is gedaan aan de bezwaren van klager.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

H. Haveman, P. Berkhout en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

De heer X te […] (klager) heeft op 23 december 2018 een klacht ingediend tegen de heer H. Haveman, de heer P. Berkhout en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (hierna gezamenlijk: De Twentsche Courant Tubantia). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en mevrouw M. Riemsma, hoofdredacteur, betrokken van 31 januari 2019 en 7 februari 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 22 februari 2019. Klager is daar verschenen, vergezeld door de heer H. Faber, uitgever Artisan Publishing. Namens de krant was Berkhout aanwezig.

Een van de leden van de Raad was verhinderd. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op 6 oktober 2018 verscheen in De Twentsche Courant Tubantia een artikel van de hand van Haveman met de kop “Historicus: ‘blunders’ in boek Kollen” en het volgende intro:
“De in Zuna geboren en getogen amateur-historicus Jan Lohuis stelt dat de schrijver [X] ‘historische blunders’ maakte in zijn nieuwe boek over Gerrit-Jan Kollen.”
Het artikel luidt verder:
“Gerrit-Jan Kollen emigreerde in 1851 als 8-jarige naar Amerika. Zijn moeder, een weduwe met vijf kinderen, volgde de afgescheiden dominee Van Raalte die in Michigan de nederzetting Overisel had gesticht.
Lohuis is bestuurslid van de Historische Kring Hellendoorn-Nijverdal en doet regelmatig historisch onderzoek naar de voormalige marke Notter-Zuna.
In het kader van zijn eigen onderzoek stuitte Lohuis op de aankoopakte van boerderij Averesch aan de Schapendijk in Notter, waar weduwe Kollen-Scholten (de moeder van Gerrit-Jan) in 1847 haar intrek nam. Vier jaar later emigreerde het gezin vanuit deze boerderij. ,,Dus niet vanuit boerderij De Höfte, zoals [X] schrijft. Die boerderij lag aan de overkant. Dit staat ook fout op de plaquette.”
Volgens Lohuis heeft [X] voor diens boek ‘onvoldoende historisch onderzoek’ gedaan en heeft hij zich gebaseerd op verkeerde bronnen, waardoor in het boek fouten staan.
,,Daar baal ik echt van”, zegt Lohuis. ,,Zo lees ik dat Hendrika Kollen, een zus van Gerrit-Jan, in 1829 levenloos ter wereld kwam. Maar levenloos geboren kinderen kregen in die tijd geen naam. In werkelijkheid overleed Hendrika twee jaar later”, aldus Lohuis.
De Nijverdaller heeft [X] met de veronderstelde fouten geconfronteerd. [X] omschrijft de kritiek als de sop die de kool niet waard is en benadrukt dat hij in een telefoongesprek met Lohuis die ‘zogenaamde fouten’ heeft ontkracht.
[X]: ,,Het kan best zo zijn dat ergens een fout staat in het boek, maar ik heb mij gebaseerd op meerdere historische bronnen en diverse gesprekken met de familie Kollen. Lohuis is vast een autoriteit op het terrein van boerderijen in dat gebied, maar daar ging het mij niet om in het boek. Ik wilde met name de persoon van Gerrit-Jan Kollen goed neerzetten en daar ben ik goed in geslaagd.””

Nadat klager zich op 8 oktober 2018 met zijn bezwaren tegen de publicatie tot de krant had gewend, hebben partijen diverse malen contact gehad. In een e-mail van 30 november 2018 heeft Berkhout onder meer aan klager het volgende bericht:
“Ik heb de andere betrokkenen gesproken. lk zie mogelijkheden om een hoofdredactioneel stuk te wijden aan deze kwestie die voor u mogelijk meer recht doet aan uw boek. (…)
Han Haveman heeft derhalve geen riooljournalistiek gepleegd, zoals u stelt. Hij heeft het verhaal van Lohuis aangehoord, vastgesteld dat de man relevante informatie had en u gebeld met het verzoek om een reactie. Dat is een normale, journalistieke handelswijze. Dat in het artikel vervolgens een aantal fouten staan, is zeer slordig en zal zeker in het stuk aan de orde komen. Ook zal ik ingaan op de scherpe bewoordingen in de kop: is blunders correct gebruikt? Ontbreekt hier de nuance?
Ook zullen we melden dat u een aantal zeer relevante bronnen heeft op basis waarvan u tot uw boek  bent gekomen. Het zijn ook slechts twee punten waarop Lohuis meent dat er een vergissing wordt begaan. (…)”

Ten slotte heeft Berkhout op 8 december 2018 in de rubriek ‘Geachte lezer – Rubriek over kwesties die krant en lezer raken’ aandacht aan de kwestie besteed onder de kop “Harde kritiek doet boek over Kollen geen recht”. Het artikel luidt verder:
“Bij de boekhandel in Wierden trof amateurhistoricus [X] deze week niet eens meer zijn boek over het teven van Gerrit Jan Kollen aan. Na een negatief stukje in de krant, had de verkoper het historische werk uit het zicht gelegd.
Het is voor [X] het bewijs dat hem onrecht is aangedaan door deze krant. „Door klakkeloos kritiek af te drukken van een persoon, verkoopt mijn boek nauwelijks meer.”
De presentatie van het boek over deze pionier uit Notter verliep op 3 oktober nog wel zo feestelijk. Burgemeester Robben overhandigde het eerste exemplaar aan de ambassadeur van de Verenigde Staten, Pete Hoekstra. De onthulling van een fraaie plaquette, benadrukte het belang van wat [X] geschreven had. Reden voor de krant om ermee uit te pakken. Maar een paar dagen later bedierf de kritiek van een collega-streekhistoricus veel van de vreugde. Jan Lohuis meende dat er enkele fouten in het boek stonden en zocht daarover zelf contact met de redactie. De krant nam die kritiek over onder de te harde kop: Historicus: ‘blunders’ in boek Kollen.
[X] is daar om twee redenen verontwaardigd over. Ten eerste betwist hij de zienswijze van Lohuis (zelf betrokken bij de geschiedenis van de buurtschappen Zuna en Notter). Ook meent hij dat de krant, als die iets schrijft over fouten, dat zelf moet onderzoeken en niet zo maar af kan gaan op de mening van anderen. Dat laatste verwijt van [X] zette de redactie aan het denken. De krant beroept zich in dit soort kwesties op hoor- en wederhoor. Partij A signaleert, partij B verweert en de journalist heeft zijn werk gedaan. Een niet ongebruikelijke handelswijze, die vaak ook volstaat. Dat leidde in dit geval tot het bekritiseerde stuk. Maar het artikel zou inhoudelijk sterker worden indien de krant in zo'n discussie ook zelf onderzoekt wat het waarheidsgehalte is van bepaalde beweringen. In deze discussie: over welke bronnen beschikt Lohuis waar [X] mogelijk niet van op de hoogte is? En hoe bepalend zijn de opmerkingen van Lohuis voor de betekenis van het gehele boek? Pas als uit dat onderzoek blijkt dat het bewijs van de criticus stand houdt, wordt het interessant er een stuk over te schrijven. Voor diepgaand onderzoek naar de feiten heeft de journalist niet gekozen in dit geval. Uit die keuze blijkt wel dat de redactie het onderwerp opmerkelijk vond, maar niet heel zwaarwegend. Gezien de gevolgen die de publicatie heeft voor [X] en zijn werk – waarvan toch de indruk wordt gewekt dat het niet geheel foutloos is – was het verstandiger geweest om het stuk niet in deze vorm te plaatsen. Nu lag het accent op een twist tussen twee lokale geschiedschrijvers, terwijl een zoektocht naar wat de ware geschiedenis was veel meerwaarde zou hebben gehad voor de lezer.
Of Lohuis een punt heeft met zijn kritiek – [X] weet zeker van niet – valt op deze plaats niet vast te stellen. Zeker is dat het boek over Gerrit Jan Kollen, een prominent Wierdenaar, een betere behandeling had verdiend. Het kan in elk geval gerust terugkeren in de etalages van de lokale boekhandels.”
Voorafgaand aan deze publicatie heeft Berkhout de concepttekst aan klager gestuurd. In dat concept werd de voorlaatste alinea afgesloten met de volgende zin: “Dat nog los van het feit dat het artikel zelf enkele fouten bevatte die te voorkomen waren geweest.”
Op 9 december 2018 heeft Berkhout nog aan klager bericht dat “deze zin is verwijderd door de eindredactie om het artikel passend te maken. Er is geen sprake van dat iemand Han Haveman daarmee in bescherming wilde nemen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – dat op 3 oktober 2018 de Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra het eerste exemplaar van zijn boek “Gerrit Jan Kollen, een prominent Wierdenaar” in ontvangst heeft genomen. Een dag later werd klager telefonisch benaderd door amateurhistoricus Lohuis, die hem liet weten dat het boek vol fouten zou staan en dat hij De Twentsche Courant Tubantia daarover had geïnformeerd. Klager heeft toen aan Lohuis gemeld het curieus te vinden dat deze eerst de krant had gebeld in plaats van klager en vervolgens gevraagd wat er dan fout stond in het boek. Lohuis somde toen vier zaken op, maar dat waren geen fouten. Klager heeft het relaas van Lohuis gelijk ontkracht en hem verzocht aan de krant kenbaar te maken dat zijn inzichten en interpretaties onjuist zijn.
Vervolgens werd klager op 4 oktober ook gebeld door Haveman, die duidelijk getriggerd was door de kritiek van Lohuis. Klager heeft toen aan Haveman gemeld dat hij hem niet te woord wilde staan, omdat Lohuis ten onrechte stelde dat er fouten in het boek staan en hij de zogenaamde fouten al richting Lohuis had ontkracht. Verder heeft klager laten weten dat een dergelijke ‘sensatie’ geen recht doet aan het boek en dat hij niet geciteerd wilde worden. Overigens deed Haveman voorkomen alsof hij Lohuis goed kende en dat kwam vooringenomen over, aldus klager. Op de zitting voegt hij hieraan toe dat hij het idee kreeg dat het verhaal al grotendeels klaar was en dat hij geen kans meer had. Hij heeft Haveman daarom nadrukkelijk gezegd dat hij geen wederhoor wilde geven.
Klager heeft Haveman vervolgens terugverwezen naar Lohuis. Niettemin heeft Haveman de kritiek van Lohuis opgenomen in zijn artikel. Het gevolg daarvan is dat klagers boek volledig onderuit is gehaald door de onterechte kritiek van Lohuis én onjuiste vermelding van feiten door Haveman. Dit heeft een zodanig vernietigend effect gehad op zijn boek, dat zelfs de lokale boekwinkel in Wierden het niet in de winkel heeft liggen, maar in het magazijn. Bovendien voelt klager zich tot op het bot gekrenkt – vooral door het gebruik van de term ‘blunder’ – en hij is door velen in zijn omgeving op het artikel aangesproken.
Verder meent klager dat de krant zijn klacht niet juist heeft afgehandeld. In het artikel van Berkhout komt de nuance ten aanzien van ‘slechts twee punten waarop Lohuis meent dat een vergissing wordt begaan’ niet tot uiting. Bovendien is ondanks een harde toezegging achterwege gelaten dat ‘het zeer slordig is dat in het artikel vervolgens een aantal fouten staan’. De uit het concept geschrapte zin “Dat nog los van het feit dat het artikel zelf enkele fouten bevatte die te voorkomen waren geweest.” was voor klager essentieel. Nu behelst het artikel, behoudens de kop, niets meer of minder dan dat het gaat om een twist tussen twee amateurhistorici die door de krant te sterk is aangezet. Hiermee doet het artikel van Berkhout geen recht aan de kwestie en heeft de krant zich er te gemakkelijk vanaf gemaakt, aldus klager.

De Twentsche Courant Tubantia stelt hier – eveneens samengevat – tegenover dat het menings-verschil tussen twee amateurhistorici over de toedracht rond de emigratie van de boerenfamilie uit Zuna nieuwswaardig genoeg was om over te publiceren. Daarbij is noch de verslaggever, noch de eindredactie, noch de chef nieuws te kwader trouw geweest.
Volgens de krant heeft zij het recht om meningen van mensen te publiceren, mits daarbij wederhoor wordt gevraagd. Het verdient de voorkeur om zelf onderzoek te doen, maar in de meeste gevallen mag zij vertrouwen op de expertise van de bron die wordt opgevoerd. Lohuis is een plaatselijk erkende bron, die zich had gestoord aan enkele omissies in het boek en geen andere bedoeling had dan het juiste te doen. Naar zijn mening had klager zich vergist en zich te weinig gebaseerd op bekende, geschreven bronnen. Lohuis heeft dit aan de krant en klager gemeld, omdat hij het als vrijwilliger bij de Historische Kring Hellendoorn betreurt dat geschiedschrijving niet correct is. Haveman heeft op zijn beurt een opmerkelijk nieuwsfeit nagetrokken en opgeschreven. Daarbij heeft hij nadrukkelijk getracht om een goed wederhoor te halen bij klager, die hem echter nauwelijks de kans bood om vragen te stellen en niet wilde ingaan op de kritiek.
Voor een rectificatie bestond geen aanleiding. De fouten waar Lohuis over sprak, lijken daadwerkelijk serieuze fouten. Lohuis – die zelf onderzoek heeft gedaan en nog doet naar het betreffende buurtschap – stelt dat er een fout staat op de plaquette die is onthuld en dat klager namen van overleden kinderen door elkaar haalt. Volgens hem baseert klager zich niet op correcte bronnen, maar slechts op familieoverleveringen, hetgeen klager overigens erkent. Tegelijkertijd ging de krant ook niet vrijuit, omdat Haveman een aantal zaken door elkaar had gehaald: de plaats in Michigan (Holland, niet Overijssel) en de leeftijd van Kollen (7, niet 8). Dat is slordig is, zeker in een artikel dat iemand de maat neemt. Deze omissies hadden overigens geen betrekking op de feiten die Lohuis aandroeg en deden geen afbreuk aan zijn opvatting.
Van de boekhandelaar in Wierden had de krant vernomen dat er, na de kritiek, minder behoefte was het boek van klager goed zichtbaar neer te leggen. Die opmerking gaf de krant de overtuiging dat het nodig was de angel uit dit conflict te halen. Vandaar dat aan klager werd voorgesteld om in een hoofdredactioneel artikel aandacht te besteden aan de kwestie, waarin meer recht zou worden gedaan aan de standpunten van zowel klager als de redactie. Dit stuk heeft klager vooraf mogen inzien en met de oorspronkelijke versie had hij vrede. De versie die in de krant verscheen was met ongeveer 100 woorden ingekort, waarbij een van de zinnen die klager waren toegezegd – ten aanzien van het functioneren van Haveman – werd geslachtofferd. Het was echter een zin die op zichzelf stond en die verder geen afbreuk deed aan de strekking van het verhaal. Hiermee heeft de verzoeningspoging wel een interessant artikel opgeleverd, maar helaas niet tot een verzoening geleid.
De krant betreurt het dat klager zich geschaad voelt in zijn goede naam, maar concludeert dat de publicatie zorgvuldig is en dat meer dan voldoende nazorg is verleend. Op de zitting voegt Berkhout hieraan toe dat de krant van deze kwestie heeft geleerd. Hij realiseert zich dat de term ‘blunder’ hard is aangekomen bij klager. De krant zal voortaan in vergelijkbare gevallen behoedzamer zijn. Verder was het – met de wijsheid van nu – beter geweest als de voor klager zo cruciale zin niet was geschrapt uit het hoofdredactionele artikel.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat zij publiceren. Dat brengt mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Het stond Haveman dan ook vrij om nadat hij door Lohuis was benaderd, aandacht te besteden aan diens kritiek op klager. Daarbij heeft hij in zijn artikel een duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Bovendien heeft Haveman klager vooraf in de gelegenheid gesteld op de kritiek van Lohuis te reageren. Dat klager geen adequaat gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot wederhoor kan de krant niet worden tegengeworpen.

Verder is het journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp(er) wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel. Naar het oordeel van de Raad gaat het – met name door het gebruik van de term ‘blunders’ – om een grensgeval.

In het hoofdredactionele artikel heeft Berkhout echter aan de lezer met zoveel woorden duidelijk gemaakt dat de krant de kritiek van Lohuis heeft overgenomen “onder de te harde kop: Historicus: ‘blunders’ in boek Kollen.” 
Gezien de correspondentie tussen partijen was het beter geweest als de zin “Dat nog los van het feit dat het artikel zelf enkele fouten bevatte die te voorkomen waren geweest.” niet was geschrapt, hetgeen Berkhout op de zitting heeft toegegeven.
Dat neemt niet weg dat met het hoofdredactionele artikel voldoende recht is gedaan aan de bezwaren van klager. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de krant zowel met de kop als in het artikel uitdrukkelijk heeft erkend dat ‘de harde kritiek geen recht doet’ aan klagers boek, dat ‘het verstandiger was geweest het stuk niet in deze vorm te plaatsen’ en dat ‘het boek een betere behandeling had verdiend’.

Alle omstandigheden in samenhang bezien komt de Raad tot de conclusie dat Haveman, Berkhout en De Twentsche Courant Tubantia journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3, C. en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2019/5, RvdJ 2018/24, RvdJ 2018/22, RvdJ 2017/39

BESLISSING

H. Haveman, P. Berkhout en De Twentsche Courant Tubantia hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 27 mei 2019 door prof.mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, dr. H.J. Evers, L.C. Hauben en F.Th.H. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.