2019/11 zorgvuldig deels-onzorgvuldig

Samenvatting

S. Sonnemans en AD Rotterdams Dagblad hebben in het artikel “Drugsbaas laat een spoor van ellende achter” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over klager in relatie tot mensen uit zijn directe omgeving. Er is sprake van een weergave van wat op zittingen van verschillende rechtszaken aan de orde is geweest, waarbij feitelijke achtergrondinformatie is verstrekt. Het toepassen van wederhoor was niet nodig.
Verder heeft klager bezwaar gemaakt tegen het niet-verwijderen van persoonsgegevens uit online artikelen van 10 juni 2015 en 18 januari 2018. Ten aanzien van het laatst bedoelde artikel is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de krant had moeten overgaan tot het verwijderen van de (niet volledig vermelde) naam van klager. In het artikel van 10 juni 2015 is echter ook de naam vermeld van de straat waarin klager woont. De persoonlijke veiligheid van klager en zijn familie is hier in het geding. Bovendien is extra zorgvuldigheid geboden, gezien de eerdere ‘vergismoord’ op een onschuldige burger die vlakbij klager woonde. De straatnaam kan uit het online artikel verwijderd worden, zonder dat daardoor de betrouwbaarheid van de gearchiveerde berichtgeving wordt aangetast. Door dit na te laten heeft de krant op dit punt journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
De Raad doet de aanbeveling aan AD Rotterdams Dagblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

S. Sonnemans en de hoofdredacteur van AD Rotterdams Dagblad

De heer mr. M. Aygün, advocaat te Breukelen, heeft op 28 september 2018 namens de heer X (klager) een klacht ingediend tegen de heer S. Sonnemans en de hoofdredacteur van AD Rotterdams Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht zijn verder gezamenlijke stukken betrokken van de heren S. Sonnemans en R. van Geenen, respectievelijk verslaggever en nieuwschef van AD Rotterdams Dagblad, en de heer P. van den Bosch, hoofdredacteur AD Regio, van 24 oktober 2018 en van 21 november 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 23 november 2018. Klager is daar niet verschenen. Aan de zijde van de krant waren de heren Sonnemans en Van den Bosch aanwezig.

DE FEITEN

Op 10 juli 2015 verscheen op de website van AD Rotterdams Dagblad een artikel van de hand van Sonnemans met de kop “’Politie zette loop van wapen op hoofd van mijn zoon’”, dat gaat over de aanhouding van klager. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“De politie is [X] op het spoor gekomen nadat in 2014 informatie was binnengekomen dat hij samen zou werken met een corrupte douanier. Daarop werd een onderzoek naar die informatie gestart en dat leidde in april van dit jaar tot de aanhouding van de (..)-jarige medewerker van de douane, [Y]. De man wordt er van verdacht verschillende drugstransporten te hebben gefaciliteerd. Dat er een link bestaat tussen de grootscheepse drugssmokkel van [Y] en de vergissingsmoord op Rob Zweekhorst lijkt alsmaar waarschijnlijker te worden. Zweekhorst werd op straat doodgeschoten, volgens de politie omdat hij werd aangezien voor [X] die slechts twee straten bij Zweekhorst vandaan woonde.”
In het artikel is klager aangeduid met zijn voornaam, tussenvoegsel, de initiaal van zijn achternaam en zijn leeftijd. Ook is de naam van de straat waar klager woont, vermeld. Bovendien is een citaat van klager opgenomen, waarin staat dat ‘de weg hier [bij zijn woning] doodloopt’.

Verder verscheen op 10 januari 2018 een artikel van Sonnemans op de website van de krant met de kop “’Coke-douanier’ was voorbeeld voor zijn collega’s”, dat gaat over een strafzaak tegen Z. Het artikel bevat de volgende, voor de klacht relevante, passage:
“[Z] kwam net als de veroordeelde Rotterdamse drugsbaas [X] en ex-collega [Y] graag voor luxe vakanties op Curaçao en zou er zelfs een huis hebben willen laten bouwen.”
In dit artikel is klager aangeduid met zijn voornaam, tussenvoegsel en de initiaal van zijn achternaam.

Ten slotte verscheen op 9 juni 2018 een artikel op de website van de krant, eveneens van de hand van Sonnemans, met de kop “Drugsbaas laat een spoor van ellende achter”. De intro van dit artikel luidt:
“Drugsbaas [X] ([leeftijd]) zit een gevangenisstraf van tien jaar uit. Afgelopen week is met een serie rechtszaken tegen mensen uit zijn directe omgeving duidelijk geworden dat de Rotterdammer een spoor van ellende heeft achtergelaten.”
Klager is opnieuw aangeduid met zijn voornaam, tussenvoegsel, de initiaal van zijn achternaam en zijn leeftijd.

Mr. Aygün heeft in e-mails van 30 juli 2018 en 3 augustus 2018 de bezwaren van klager tegen de inhoud van het artikel van 9 juni 2018 voorgelegd aan de krant. Daarbij heeft hij tevens verzocht om de adresgegevens van klager te verwijderen uit het artikel van 10 juni 2015 en de naam van klager te verwijderen uit het artikel van 10 januari 2018. Deze verzoeken zijn niet gehonoreerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – dat met betrekking tot het artikel van 9 juni 2018 sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving, waardoor hij ten onrechte negatief wordt weggezet. Er zijn negatieve uitlatingen over hem gedaan, waarbij geen onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Ten onrechte is gesuggereerd dat de causaliteit tussen zijn handelen en de situatie van de andere in het artikel besproken personen vaststaat. Hierdoor is de onjuiste indruk gewekt dat hij door zijn handelen een hoop ellende heeft achtergelaten. Daarbij komt dat Sonnemans heeft nagelaten wederhoor bij hem toe te passen. Overigens bestond er, aldus klager, geen journalistieke noodzaak om het artikel te publiceren. Volgens klager is daarom met deze publicatie journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Verder stelt hij dat de vermelding van zijn adresgegevens in het artikel van 10 juni 2015 onnodig en niet functioneel is. Er ontbrak een maatschappelijk belang om zo uitgebreid en gedetailleerd over hem te berichten. Sonnemans had kunnen volstaan met het vermelden van minder persoonsgegevens en minder herleidbare strafrechtelijke gegevens, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Volgens klager hebben Sonnemans en de krant onvoldoende rekening gehouden met zijn kwetsbaarheid en ten onrechte het risico genomen dat hij onevenredig nadeel van de berichtgeving had kunnen ondervinden en dat aan zijn familie onnodig extra leed zou worden toegevoegd. Klager wijst er in dit verband op dat hij in direct levensgevaar is, vanwege mogelijke represailles door nabestaanden of vijanden. De vermelding van zijn adresgegevens is journalistiek onzorgvuldig, aldus klager. Verder stelt hij dat de vermelding van zijn naam in het artikel van 10 januari 2018 geen enkele relevantie en maatschappelijk belang heeft. Met die vermelding is eveneens journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Klager meent dat zijn persoonlijke gegevens uit de online versies van deze artikelen verwijderd moeten worden en dat zijn verzoek daartoe ten onrechte niet is gehonoreerd.

Sonnemans en AD Rotterdams Dagblad stellen hier – eveneens samengevat – tegenover dat het artikel van 9 juni 2018 tot stand is gekomen op basis van meerdere rechtszaken rond verdachten uit de directe omgeving van klager. Net als klager hebben zij een rol gespeeld in het megaproces over corruptie en drugssmokkel in de Rotterdamse haven. Voor AD Rotterdams Dagblad is dit niet alleen een journalistiek-relevant maar ook regionaal-maatschappelijk onderwerp. Sonnemans was bij alle zittingen aanwezig en heeft daarover in aparte artikelen gepubliceerd. Tijdens de zittingen kwam het beeld naar voren zoals dat uiteindelijk in het overkoepelende rechtbank-artikel van 9 juni is geschetst: verdachten laten weten (forse) schade te hebben geleden door de omgang met en betrokkenheid bij klager. Dit is ook bekrachtigd in diverse vonnissen. Het artikel is een feitelijke weergave van hetgeen tijdens de zittingen aan de orde is gekomen, uitgesproken door rechters, officier van justitie en/of verdachten. Ten slotte geldt bij een feitelijk verslag van een rechtszitting – of in dit geval een meta-verslag van meerdere zittingen – het beginsel van wederhoor niet.
Verder menen Sonnemans en de krant dat de privacy van klager in het artikel van 10 juni 2015 niet verder is aangetast dan noodzakelijk was. De genoemde straat is ruim twee kilometer lang, zodat geen sprake is van het vermelden van een adres maar van een plaatsaanduiding op wijkniveau. Er is geen huisnummer genoemd en het type woning is niet omschreven. Sonnemans en de krant wijzen er verder op dat klager een van de hoofdrolspelers is in een van de meest omvangrijke cocaïneprocessen tot nu toe in ons land. Met hem zijn twee corrupte douaniers vervolgd en veroordeeld. Bovendien werd een onschuldige burger doodgeschoten, volgens de politie vermoedelijk omdat hij werd aangezien voor klager. Voorts is van belang dat de vriendin van klager Sonnemans uitgebreid te woord heeft gestaan in haar (en klagers) huis na de arrestatie en huiszoeking. Op de zitting voegt Van den Bosch – op de vraag naar het belang van de vermelding van de straatnaam – hieraan toe dat buren en omstanders de arrestatie van klager hebben kunnen zien. Bovendien willen de lezers van een regionale krant weten wat er is gebeurd; een regionale krant mag zo gedetailleerd als mogelijk berichten. Overigens moet de lezer volgens Van den Bosch de situatie echt goed kennen, om op basis van de publicatie te weten waar klager woont. Dat klager door de vermelding van de straatnaam extra gevaar loopt is niet waarschijnlijk; degenen die hem willen vermoorden, hebben de krant niet nodig om te weten waar hij woont. Het gedrag van klager zorgt voor levensgevaar en niet de enkele vermelding van de straatnaam in de krant, aldus Van den Bosch.
Verder menen Sonnemans en de krant dat de vermelding van klager in het artikel van 10 januari 2018 journalistiek relevant is. Hij is een van de hoofdrolspelers in een groot onderzoek naar cocaïnesmokkel vanuit de Rotterdamse haven. Bij de voorliefde voor (luxe vakanties op) Curaçao is sprake van een relevante link met andere hoofdrolspelers, zoals de twee douaniers.
Sonnemans en de krant merken op dat klager jaren geleden zelf contact heeft gezocht omdat hij publiciteit wenste. Op zijn uitdrukkelijke verzoek is ook een lange tijd zijn volledige naam vermeld en zijn portret niet onherkenbaar gemaakt. Toen klager werd gearresteerd en formeel als verdachte werd aangemerkt, is de krant uit eigen beweging daarvan afgeweken. Sindsdien wordt de naam van klager geanonimiseerd en zijn portret geblurd.
Sonnemans en de krant komen tot de conclusie dat zij journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Ten aanzien van het artikel van 9 juni 2018 overweegt de Raad dat voor Sonnemans en de krant voldoende aanleiding bestond om in een overkoepelend artikel te berichten over klager in relatie tot mensen uit zijn directe omgeving, op de wijze zoals zij hebben gedaan. Er is sprake van een weergave van wat op zittingen van verschillende rechtszaken aan de orde is geweest, waarbij feitelijke achtergrondinformatie is verstrekt. Een journalist hoeft bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van rechtszaken, in beginsel geen wederhoor toe te passen. Voor een uitzondering op deze regel bestond geen aanleiding. Daarbij neemt de Raad is aanmerking dat weliswaar is vermeld dat klager ‘een spoor van ellende achterlaat’, maar dat dit nog niet betekent dat klager daarvoor individueel verantwoordelijk is. Het artikel laat de lezer voldoende ruimte om de informatie op waarde te schatten.

Niet is gebleken dat Sonnemans en de krant een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van (de achtergronden van) de kwestie hebben gegeven, dat daarmee sprake is van niet-waarheidsgetrouwe of tendentieuze berichtgeving.

Met betrekking tot de klachten over de artikelen van 10 juni 2015 en 18 januari 2018 stelt de Raad voorop dat gelet op de klachttermijn van zes maanden, te rekenen vanaf het moment van publicatie, niet meer kan worden geklaagd tegen de publicaties als zodanig.
Voor zover klager bezwaar maakt tegen het niet-verwijderen van zijn persoonsgegevens, beschouwt de Raad het niet-honoreren van klagers verzoek daartoe als een journalistieke gedraging in de zin van de statuten, zodat de Raad daarover kan oordelen.

De Raad onderkent het grote belang van een betrouwbare en integere archivering, waarvan de inhoud niet kan worden gewijzigd. Het publieke belang daarvan weegt in beginsel zwaarder dan het belang dat personen kunnen hebben bij het verwijderen of anonimiseren van gearchiveerde artikelen met een voor hen onwelgevallige inhoud. Slechts in bijzondere gevallen kan dit maatschappelijk belangrijke principe wijken voor een privébelang.
Ten aanzien van het artikel van 10 januari 2018 is van dergelijke bijzondere omstandigheden niet gebleken. Dat de publicatie voor klager mogelijk nadelig is, weegt in dit geval niet op tegen het publieke belang van de krant.

Dat ligt echter anders met betrekking tot het artikel van 10 juni 2015. De krant kan zich niet in redelijkheid beroepen op het publieke belang ten behoeve waarvan het in stand laten van de vermelding van de straatnaam is geboden. Gelet op het citaat van klager – waarin staat dat ‘de weg hier [bij zijn woning] doodloopt’ – vindt de Raad niet dat sprake is van een plaatsaanduiding op wijkniveau. Verder is van belang dat klager laat weten voor zijn leven te vrezen vanwege mogelijke represailles. In dit geval is bovendien extra zorgvuldigheid geboden, gezien de eerdere ‘vergismoord’ op een onschuldige burger die vlakbij klager woonde.
Naar het oordeel van de Raad kan de straatnaam uit het online artikel verwijderd worden, zonder dat daardoor de betrouwbaarheid van de gearchiveerde berichtgeving wordt aangetast.
De krant heeft dit ten onrechte nagelaten en daarmee op dit punt jegens klager journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3, C.1 en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/42, RvdJ 2018/21 en RvdJ 2010/17

CONCLUSIE

Voor zover de klacht is gericht tegen het niet-verwijderen van naam van de straat waar klager woont, heeft AD Rotterdams Dagblad journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was de handelwijze van Sonnemans en de krant zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan AD Rotterdams Dagblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 20 februari 2019 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. L.M. van de Langenberg MSc, H.P.M.J. Schneider en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.