2018/8 zorgvuldig

Samenvatting

Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad heeft in het artikel “Streep door parkeerverbod” de heer X (klager) aangeduid als advocaat. Vervolgens heeft de krant op verzoek van de Orde van Advocaten Limburg een rectificatie geplaatst en daarin bericht dat dit ten onrechte is gebeurd. Klager heeft geklaagd over die rectificatie, omdat de lezer zou kunnen denken dat er iets mis is met zijn praktijk voor rechtszaken. De Raad voor de Journalistiek vindt dat de krant zowel met de berichtgeving als bij de klachtafhandeling journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad

De heer X te [woonplaats] (klager) heeft op 31 oktober 2017 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en de heer B. Oostra, hoofdredacteur, van 27 november 2017 en 1 december 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 15 december 2017. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 23 oktober 2017 is in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad een artikel verschenen onder de kop “Streep door parkeerverbod”. De intro van het artikel luidt:
“Er zijn al aardig wat bekeuringen uitgedeeld. Sinds de reconstructie van de singelring in Roermond mag je aan een zijde van de Willem II Singel op de strook naast de busbaan niet meer parkeren. Volgens het gerechtshof is het verbodsbord hier echter niet geldig.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Een aantal foutparkeerders liet het er niet bij zitten en schakelde advocaat [X] uit [woonplaats] in. Die werd aanvankelijk door de kantonrechter in het ongelijk gesteld, maar haalde vorige week bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat alle hogerberoepszaken over verkeersboetes afhandelt, alsnog een succes in de zaak van de eerste ‘foutparkeerder’.”

Vervolgens is op 30 oktober onder de kop ‘Rechtgezet’ het volgende bericht in de krant gepubliceerd:
“In het artikel in De Limburger van maandag 23 oktober over het volgens het gerechtshof niet geldige parkeerverbod langs de Willem II Singel in Roermond is X abusievelijk aangeduid als advocaat. X heeft weliswaar een praktijk voor rechtszaken, maar staat volgens de orde van advocaten Limburg niet geregistreerd in het landelijk register.”
De klacht is gericht tegen dit artikel.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat in het artikel van 30 oktober 2017 ten onrechte is gesuggereerd dat het voor de uitoefening van zijn praktijk een vereiste zou zijn dat hij staat ingeschreven in het landelijk register van de Orde van Advocaten. Mensen weten niet dat juristen een juridische praktijk kunnen hebben zonder advocaat te zijn. Op basis van het bericht kan de lezer nu denken dat er iets mis is met zijn praktijk. Naar aanleiding van het bericht heeft hij diverse telefoontjes ontvangen van mensen die denken dat hij geen praktijk voor rechtszaken mag voeren en hem kritisch om uitleg vroegen. Volgens klager had dit tot een nieuwe rectificatie moeten leiden, maar die is uitgebleven. Verder vindt hij dat de krant weinig begrip heeft getoond in de klachtbehandeling.

De krant stelt hier tegenover dat zij naar aanleiding van het artikel van 23 oktober 2017 een mail heeft ontvangen van de Deken van de Orde van Advocaten Limburg met een verzoek tot rectificatie. Daarbij heeft de Deken erop gewezen dat klager ‘niet vermeld staat in het register voor advocaten’ en benadrukt dat ‘alleen personen die als advocaat staan geregistreerd zich als zodanig mogen aanduiden of aangeduid mogen worden’. Daarop heeft de krant het bericht van 30 oktober 2017 gepubliceerd. Volgens de krant is de informatie in de rectificatie correct. Dat sommigen het bericht wellicht opvatten in de zin zoals door klager aangevoerd, doet daaraan niets af.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het artikel van 30 oktober 2017 is duidelijk vermeld dat klager ‘volgens de orde van advocaten Limburg niet geregistreerd staat in het landelijk register’. Dit komt feitelijk overeen met het bericht dat de krant van de Deken heeft ontvangen.
Verder wordt nog eens benadrukt dat klager wél een praktijk voor rechtszaken heeft. Dat daarvoor een registratie in het landelijk register zou zijn vereist – die klager niet heeft – volgt niet direct uit de tekst.

Door de – wellicht wat ongelukkige – formulering kan niet worden uitgesloten dat sommige lezers het artikel zo opvatten als door klager gesteld. Er is echter geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving.

Ten slotte vindt de Raad dat de krant serieus op de klacht heeft gereageerd. Dat klager zich daarin niet kan vinden, is onvoldoende voor de conclusie dat de klachtafhandeling onzorgvuldig is geweest.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.

CONCLUSIE

Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 14 februari 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, mw. A. Karadarevic, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.