2018/7 onzorgvuldig

Samenvatting

Het Nederlands Dagblad heeft in het artikel “Ook abortuskliniek Bloemenhove sjoemelde met geld” op journalistiek onzorgvuldige wijze bericht over Beahuis & Bloemenhovekliniek (klaagster). Ten onrechte is als feit gepresenteerd dat klaagster ‘heeft gefraudeerd met declaraties, omdat zij niet aan de vereiste voorwaarden voldeed’. Bovendien heeft de krant niet op correcte wijze wederhoor toegepast. Zij had klaagster eerder moeten informeren over de aard van de voorgenomen publicatie en haar voldoende in de gelegenheid moeten stellen op de concrete beschuldigingen in te gaan. Door zonder reactie van klaagster tot publicatie over te gaan, heeft de krant eveneens journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad doet de aanbeveling aan het Nederlands Dagblad deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Beahuis & Bloemenhovekliniek

tegen

de hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad

Mevrouw Th. Schipper-Wierda, directeur, heeft op 17 oktober 2017 namens Beahuis & Bloemenhovekliniek (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van S. Kuiper, hoofdredacteur, betrokken van 16 november 2017.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 24 november 2017 in aanwezigheid van mevrouw Schipper-Wierda en mevrouw E. Stitzinger, opvolgend directeur. Namens de krant zijn daar mevrouw M. van der Breggen, redacteur, de heer H.L. Zuurman, redacteur, en de heer D. Gillissen, lid van de hoofdredactie, verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van notities.

DE FEITEN

Op vrijdag 8 september 2017 om 15:06 uur hebben Van der Breggen en Zuurman naar het algemene e-mailadres van klaagster een e-mail gestuurd met als onderwerp “Verzoek om gesprek - t.a.v. directie”. Het bericht luidt verder:
“Wij zijn bezig met een verhaal over abortusklinieken in Nederland om in kaart te brengen hoe deze wereld in elkaar steekt. Daarbij hebben we ook wat specifieke vragen die uw kliniek aangaan. Is het mogelijk dat wij op redelijk korte termijn een afspraak maken met u als directie? We begrepen van de telefoniste dat zowel de vertrekkende als nieuwe directeur dat gesprek zouden kunnen voeren? Mag van ons prima samen ;-) Enfin, we horen graag van jullie!”

Vervolgens hebben Van der Breggen en Zuurman op woensdag 13 september 2017 om 16:56 uur een e-mail naar klaagster gestuurd – wederom naar het algemene e-mailadres – met als onderwerp “Artikel Nederlands Dagblad (SPOED)”. Dit bericht luidt verder:
“Wij proberen al een aantal dagen met u als directie van de Bloemenhovekliniek in contact te komen, vandaag opnieuw gebeld, maar u weigert tot op heden contact. Waarom is ons een raadsel. We hebben in verband met ons onderzoek naar declaratiefraude door abortusklinieken ook uw kliniek bekeken en er een artikel voor het Nederlands Dagblad over geschreven. We willen graag een reactie van uw directie noteren. U kunt tot uiterlijk 18.00 uur vandaag reageren.”
Onder de e-mail is de (concept)tekst van het artikel opgenomen.

Diezelfde dag is om 18:49 uur op de website van het Nederlands Dagblad een artikel van de hand van Van der Breggen en Zuurman verschenen met de kop “Ook abortuskliniek Bloemenhove sjoemelde met geld”. Het artikel luidt verder:
 “Niet alleen de zeven abortusklinieken van Casa fraudeerden met declaraties. De Beahuis & Bloemenhovekliniek in Heemstede sjoemelde op dezelfde manier. Bij dit abortuscentrum gaat het om een bedrag van bijna acht ton.
Dat blijkt uit hetzelfde onderzoek van het Nederlands Dagblad dat de fraude bij de Casaklinieken deze week aan het licht bracht. Ook Bloemenhove berekende in de periode 2000-2014 ruim honderd euro per behandelde vrouw te veel voor de narcose. Het betreft ruim 15.000 behandelingen. Net als de Casaklinieken, de grootste speler op de abortusmarkt, voldeed Bloemenhove niet aan de voorwaarden om dat bedrag te declareren.
Deze krant deed de afgelopen maanden onderzoek naar het declaratiegedrag van alle abortusklinieken in Nederland. Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur kreeg deze krant die documenten in handen.
Abortusklinieken krijgen in Nederland subsidie voor elke behandeling. Ze dienden tot 2014 hun declaraties in bij het Zorginstituut Nederland.
Bloemenhove werkt nauw samen met Casa. Ook Bloemenhove had geen anesthesioloog in dienst, die er volgens de voorwaarden voor declaratie wel moest zijn.
Dat blijkt onder meer uit een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg van 2013. Directies van andere abortusklinieken bevestigen deze waarneming tegenover het Nederlands Dagblad.
Casa en Bloemenhove ontwikkelden ook samen een interne sedatieopleiding voor verpleegkundigen. Die voldoet niet aan de landelijke richtlijnen van de beroepsgroep.
De directie van Bloemenhove ging niet in op herhaaldelijke verzoeken van deze krant om een reactie te geven.”
De klacht is gericht tegen dit artikel.

Een dag eerder, dus op 12 september 2017, is om 21:54 uur op de website van het Nederlands Dagblad het artikel “Miljoenenfraude bij abortusklinieken” gepubliceerd. De intro van dit artikel luidt:
De abortusklinieken van Casa hebben jarenlang gefraudeerd met declaraties. Ze rekenden een extra bedrag voor het geven van narcose, terwijl ze daarop geen recht hadden. Daardoor hebben deze abortusklinieken 5,3 miljoen euro te veel subsidie gekregen van het Rijk. Ook werden behandelingen dubbel gedeclareerd.”
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passage:
“Dinsdagavond meldde minister Edith Schippers (Volksgezondheid) aan de Tweede Kamer dat Casa Nederland en dochteronderneming Casa Medical failliet zijn. Volgens de bewindsvrouw gaat haar ministerie geld terug­eisen van de abortusklinieken, omdat er ‘onrechtmatigheden’ zijn gevonden.”
Het artikel is op 13 september 2017 op de voorpagina van de papieren editie van de krant verschenen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – samengevat – dat zij ten onrechte ervan is beschuldigd te hebben gefraudeerd met declaraties. De krant heeft het onderzoek slordig uitgevoerd, waardoor de publicatie onwaarheden bevat. Het is namelijk niet juist dat voor een correcte declaratie een anesthesioloog in dienst moet zijn, dit volgt niet uit de voorwaarden. Klaagster werkt al sinds 1975 tot volle tevredenheid zonder anesthesioloog. De subsidierichtlijnen schrijven voor dat de behandeling door een bevoegd en bekwaam arts moet worden uitgevoerd, en dat de aanwezigheid van een anesthesioloog niet vereist is. Op basis van deze richtlijnen controleert de Inspectie voor de Gezondheidszorg de abortusklinieken. Klaagster heeft altijd volgens de richtlijnen gewerkt en niet gesjoemeld met subsidiegeld. Op de zitting licht Schipper toe dat de artsen van klaagster – geen anesthesiologen – zijn opgeleid tot het doen van een sedatie met score vier, teneinde in het tweede trimester abortussen te kunnen verrichten. Er wordt altijd gesedeerd met score vier en er is altijd een arts aanwezig die daartoe bevoegd is. Met deze praktijk is niets mis. Klaagster betwist dan ook dat haar hetzelfde kan worden verweten als de Casa Klinieken.
Volgens klaagster heeft de krant geen objectieve bronnen geraadpleegd. Door navraag te doen bij het Ministerie van Volksgezondheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg hadden de journalisten de juiste feiten kunnen vernemen, maar dat hebben zij nagelaten.
Ten aanzien van de contacten met de krant licht klaagster toe dat zij door het faillissement van Casa op 1 september 2017 te maken kreeg met een enorme toeloop van vrouwen, die zij nauwelijks aankon. Toen de journalisten belden met het verzoek om de directie te spreken voor een interview, heeft de telefoniste hen dan ook gevaagd de vragen per mail te stellen. Vervolgens ontving klaagster op 8 september om 15:06 uur de e-mail met het verzoek op korte termijn een afspraak te maken omdat de krant “bezig was met een verhaal over abortusklinieken in Nederland om in kaart te brengen hoe deze wereld in elkaar steekt.” Klaagster heeft dat verzoek in overweging genomen, maar kwam erachter dat de krant vanaf 16 juni 2017 negatief getinte rapportages maakt over abortusklinieken. Daarom heeft Schipper op 12 september per e-mail aan Zuurman laten weten dat zij niet geïnteresseerd was in een interview over het genoemde onderwerp en heeft zij hem voor informatie over de abortuswereld verwezen naar de website. Zuurman reageerde diezelfde middag om 14:46 uur dat hij de weigering voor een interview niet begreep, waarop klaagster niet meer heeft geantwoord. Ten slotte ontving klaagster op 13 september om 16:56 uur een e-mail, waarin haar werd verzocht diezelfde dag vóór 18:00 uur te reageren. Dit was voor klaagster een onmogelijk te halen deadline, omdat haar kliniek sluit om 17:00 uur, hetgeen duidelijk op haar website is vermeld. De krant heeft haar bewust in een kwaad daglicht gesteld door haar reactie niet af te wachten en diezelfde avond tot publicatie over te gaan. Op de zitting benadrukt Schipper dat de vraag om een interview – zoals gesteld op 8 september en herhaald op 12 september – niet kan worden beschouwd als het toepassen van wederhoor op de beschuldiging van fraude. Op dat laatste waren zij niet voorbereid. Schipper betwist dat de redactie ook op 13 september – voorafgaand aan de e-mail van 16:56 uur – nog heeft geprobeerd telefonisch contact te leggen. Als de journalisten toen kenbaar zouden hebben gemaakt dat zij van plan waren over klaagster te publiceren in verband met fraude, dan zou zij dat zeker hebben gehoord. Zij begrijpt overigens niet dat als de kwestie zo belangrijk was, dit niet eerder per e-mail duidelijk is gemaakt. 
Klaagster concludeert dat haar reputatie is geschaad door de onjuiste berichtgeving en dat de krant journalistieke ethische grenzen heeft overschreden.

Het Nederlands Dagblad stelt hier – eveneens samengevat – tegenover dat de journalisten zorgvuldig te werk zijn gegaan in het onderzoek dat zij hebben verricht, nadat eind 2016 een klokkenluider had gemeld dat de Casa Klinieken jarenlang te veel zouden hebben gedeclareerd voor abortusbehandelingen. Zij hebben wel degelijk diverse objectieve bronnen geraadpleegd, waaronder het ‘subsidiebesluit abortusklinieken’ en de subsidieberekeningen van alle abortus-klinieken (beide over de jaren 2000-2013). Verder hebben zij gesproken met een groot aantal betrokkenen die werkzaam zijn in de abortushulpverlening.
De krant wijst erop dat naar aanleiding van haar publicaties en vragen daarover uit de Tweede Kamer de minister op 27 september 2017 een brief naar de Kamer heeft gestuurd, waarin zij ingaat op het onderwerp ‘Sedatie bij abortushulpverlening’. De minister constateert dat in de subsidieregeling tot en met 2013 steeds een inhoudelijke norm stond voor sedatie/narcose bij zwangerschapsafbrekingen en dat instellingen voor abortushulpverlening verschillend met deze norm zijn omgegaan. Dit klopt met de bevindingen van de krant, dat met uitzondering van Casa en klaagster alle abortusklinieken en alle anesthesiologen in de subsidienorm lazen wat er zwart op wit staat. Namelijk: dat bij een sedatiescore vier of vijf – waarvoor narcose-opslag kon worden gedeclareerd – toezicht was vereist van een tweede, daartoe bevoegde arts en dat is een anesthesioloog. Uitsluitend Casa en klaagster meenden dat zij de handelingen zonder anesthesioloog konden verrichten, maar declareerden wél de narcose-opslag. In een vraaggesprek op 11 september beaamde de Casa-curator dat deze wijze van declareren ‘fraude’ is. Dit was voor de krant voldoende aanleiding om op 12 september, na maanden onderzoek, te berichten dat de Casa Klinieken hadden gefraudeerd met narcose-toeslagen. Hoewel de krant toen al wist dat klaagster ook zo te werk was gegaan, heeft de krant dat gegeven nog een dag laten rusten om klaagster alsnog te kunnen vragen om een reactie.
Volgens de krant heeft klaagster stelselmatig ieder contact met de redactie geweigerd. Vanaf vrijdag 8 september lag bij haar het verzoek om een gesprek. In de e-mail die Zuurman op die dag stuurde – nadat de telefoniste hem had laten weten dat telefonisch contact écht niet mogelijk was – heeft hij duidelijk geschreven dat hij ‘specifieke vragen had’ die klaagster aangingen. Hierop ontving de redactie op 12 september om 14:04 uur een ‘anonieme’ mail – ondertekend met ‘Directie Bloemenhovekliniek’ – waarin klaagster het verzoek om een vraaggesprek afwees. Vervolgens negeerde zij welbewust Zuurmans vraag om een toelichting, die hij tevergeefs per telefoon en opnieuw per e-mail van 12 september om 14:46 uur stelde. Volgens de krant kon klaagster uit de publicatie van 13 september over de Casa Klinieken opmaken met welk onderwerp de redactie precies bezig was. Ook op die dag is, rond 13:00 uur, nog geprobeerd telefonisch met haar in contact te komen. Toen dat vruchteloos bleef, is uiteindelijk om 16:56 uur de voorgenomen publicatie naar klaagster gemaild. Wederom ontving de redactie geen reactie – ook niets in de zin van ‘we gaan zo sluiten, geef ons nog een dag de tijd’. Als klaagster om meer reactietijd had verzocht, hadden ze de publicatie wel willen uitstellen, aldus Gillissen. Op de zitting licht Van der Breggen verder desgevraagd toe dat ze een open gesprek wilden met klaagster en daarom niet al in de e-mail van 8 september hebben duidelijk gemaakt dat het om fraude ging. Bovendien waren ze toen nog niet van plan op zo een korte termijn te publiceren. Vanwege een brief van de minister aan de Tweede Kamer van 12 september 2017 – over de stand van zaken betreffende het faillissement van Casa – is de publicatie uiteindelijk versneld. In het telefoongesprek van 13 september met de telefoniste is wel doorgegeven dat de publicatie betrekking had op fraude.
Ten aanzien van de door klaagster gestelde onjuistheid dat aanwezigheid van een anesthesioloog niet is vereist, voert de krant aan dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg abortusklinieken om onopgehelderde redenen niet heeft gehouden aan de kwalitatieve toezichtsnorm die in de opeenvolgende subsidiebesluiten was opgenomen. Dit handelen van de Inspectie legitimeert echter op geen enkele manier het declaratiebeleid van de klinieken. De Inspectie zal wellicht geweten en gedoogd hebben dat klaagster geen anesthesioloog paraat had. Maar de Inspectie heeft niet gecontroleerd of er intussen gedeclareerd werd voor sedatie met een score vier of vijf, waarbij toezicht van een anesthesioloog is vereist. Volgens de krant zijn er slechts twee opties voor de waarheid: óf klaagster heeft aan de lopende band cliënten in gevaar gebracht door zware sedatie (niveau vier of vijf) te laten verrichten door verpleegkundigen die daartoe niet bevoegd waren; óf klaagster heeft duizenden malen gedeclareerd voor een sedatiescore vier of vijf, terwijl de verpleegkundige in werkelijkheid niet      verder ging dan niveau drie. Het herhaalde verweer van klaagster wijst in de richting van de tweede optie, en dus is er gefraudeerd. Op de zitting voegt Van der Breggen hieraan nog toe dat twee bronnen – een hoogleraar anesthesiologie en de Casa-curator – de regelgeving aldus interpreteren dat een gewone arts niet bevoegd is/kan zijn tot het geven van sedaties met score vier.
Het Nederlands Dagblad concludeert dat journalistiek zorgvuldig is gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de klacht moet worden bezien in samenhang met de bezwaren die klaagster aan de krant heeft voorgelegd en als bijlagen bij de klacht heeft overgelegd. Dit brengt mee dat de kern van de klacht erop ziet dat:
1. klaagster zonder goede grond is beschuldigd van het frauderen met declaraties;
2. onvoldoende wederhoor is toegepast.

Ad 1.
In het artikel is als feit gepresenteerd dat klaagster op grote schaal heeft gefraudeerd met declaraties. Die fraude zou eruit bestaan dat zij in de periode 2000-2014 een opslag berekende per behandelde vrouw voor de gegeven narcose, terwijl zij niet zou hebben voldaan aan de vereiste voorwaarde daartoe, te weten dat zij daarvoor een anesthesioloog in dienst moest hebben.
Partijen hebben hun standpunten hierover uitvoerig toegelicht en daarbij allebei verwezen naar de (destijds) geldende bepaling uit de subsidieregeling voor abortusklinieken. In artikel 2.7.19.6 van die regeling was – voor zover in deze zaak van belang – het volgende bepaald: 
“In afwijking van artikel 1.2.1 wordt de maximale subsidie als volgt berekend: (…)
c. Voor eerste en tweede trimesterbehandelingen onder narcose een opslag van € 93 per behandeling bij een sedatiescore van vier of vijf overeenkomstig de door het centraal begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing vastgelegde consensus ‘Sedatie en/of analgesie door niet anesthesiologen’, indien de begeleiding in handen is van een tweede arts die daartoe bevoegd en bekwaam is.”
Volgens klaagster volgt uit de tekst van de regeling dat zij de opslag mocht declareren, omdat haar artsen zijn opgeleid tot het doen van een sedatie met score vier en dus kunnen worden beschouwd als ‘tweede arts die daartoe bevoegd en bekwaam is’.
De krant stelt daar tegenover dat zij van haar bronnen heeft vernomen dat met ‘tweede arts die daartoe bevoegd en bekwaam is’ alleen een anesthesioloog is bedoeld. Op de zitting heeft Van der Breggen toegelicht dat met name een hoogleraar anesthesiologie en de curator in het Casa-faillissement hebben verklaard dat de regeling zo moeten worden geïnterpreteerd. Verder heeft de krant in dit verband gewezen op de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 27 september 2017, waarin de minister heeft geconstateerd dat abortusklinieken verschillend zijn omgegaan met de norm uit de subsidieregeling.

Naar het oordeel van de Raad blijkt uit de letterlijke tekst van de regeling niet ondubbelzinnig dat als ‘tweede arts die daartoe bevoegd en bekwaam is’ alleen een anesthesioloog kan worden beschouwd. Niet goed verklaarbaar is, waarom de sedatie zou kunnen zijn verricht overeenkomstig de consensus ‘Sedatie en/of analgesie door niet anesthesiologen’ als voor die handeling alsnog begeleiding/toezicht van een anesthesioloog is vereist.
Dat de door de krant genoemde bronnen de regeling op deze wijze interpreteren, sluit niet uit dat andere deskundigen de bepaling opvatten zoals klaagster heeft gedaan. Daarbij komt dat de curator niet als ter zake deskundige kan worden beschouwd en dat de hoogleraar anesthesiologie, als belanghebbende, niet als (volledig) objectieve bron kan worden aangemerkt.
Voor zover al uit de brief van de minister van 27 september 2017 kan worden opgemaakt dat de opvatting van klaagster onjuist is – hetgeen de Raad betwijfelt – kan die brief, vanwege de latere datering, niet dienen als grondslag voor de publicatie van 13 september.

Dit leidt tot de slotsom dat de krant ten onrechte als feit heeft gepresenteerd dat klaagster ‘heeft gefraudeerd met declaraties, omdat zij niet aan de vereiste voorwaarden voldeed’.

Ad 2.
In lijn met eerdere conclusies overweegt de Raad dat als aan een betrokkene om een reactie wordt gevraagd, die betrokkene niet steeds vooraf volledig behoeft te worden geïnformeerd over de inhoud van de publicatie. Volstaan kan worden met duidelijk meedelen, waarop het te geven commentaar betrekking moet hebben. Daarbij is de mate waarin een journalist opening van zaken moet geven afhankelijk van de aard van het te publiceren bericht.

Uit de e-mail van de journalisten van 8 september 2017 blijkt dat zij graag met klaagster wilden spreken in verband met ‘een verhaal over abortusklinieken in Nederland om in kaart te brengen hoe deze wereld in elkaar steekt’. Weliswaar hebben zij ook duidelijk vermeld dat zij ‘specifieke vragen’ hadden die klaagster aangingen, maar zij hebben klaagster niet geïnformeerd over de beschuldiging van fraude die over haar zou worden geuit. Niet is gebleken dat dit in de telefoongesprekken en/of e-mailcorrespondentie van 12 september 2017 wel aan de orde is geweest.
De krant heeft gesteld dat op 13 september om 13:00 uur aan de telefoniste van klaagster is kenbaar gemaakt dat de journalisten de directie wilden spreken in verband met een op handen zijnde publicatie over fraude. Klaagster heeft dit echter met klem betwist en de Raad kan niet vaststellen welke lezing van de feiten juist is.
Wel staat vast dat de journalisten op 13 september om 16:56 uur per e-mail – verstuurd naar het algemene mailadres van klaagster – hebben bericht dat zij een artikel wilden publiceren over declaratiefraude door klaagster en aan haar hebben verzocht te reageren vóór 18:00 uur diezelfde dag. Hoewel daarop geen reactie van klaagster kwam, is het artikel die dag gepubliceerd om 18:49 uur.

Gelet op de ernst van de beschuldigingen had het op de weg van de krant gelegen klaagster eerder dan zij heeft gedaan nadrukkelijk te informeren over de aard van de voorgenomen publicatie. De krant heeft geen deugdelijke verklaring gegeven waarom dit pas in een e-mail op 13 september om 16:56 uur is gebeurd. Door klaagster vervolgens één uur de tijd te geven om te reageren, is haar te beperkt gelegenheid geboden op de concrete beschuldigingen in te gaan. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat de kliniek om 17:00 uur sluit en dat Schipper desgevraagd op de zitting heeft verklaard dat e-mails naar het algemene mailadres niet direct bij haar aankomen.

De Raad vindt dat de krant niet op een juiste wijze wederhoor heeft toegepast en journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder reactie van klaagster tot publicatie over te gaan. In dit verband merkt de Raad nog op dat uit de verklaring van Gillissen op de zitting  – te weten: dat de publicatie op verzoek van klaagster had kunnen worden uitgesteld – kan worden opgemaakt dat er kennelijk geen journalistieke noodzaak bestond om het artikel nog diezelfde dag om 18:49 uur te publiceren.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2012/57 en RvdJ 2010/14

CONCLUSIE

Het Nederlands Dagblad heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan het Nederlands Dagblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 14 februari 2018 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. M. Doomen, A. Olgun en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.


Publicatie in het Nederlands Dagblad d.d. 17 februari 2018