2018/50 zorgvuldig

Samenvatting

AD Haagsche Courant heeft in het artikel “Restauranthouder vast voor doodslag” bericht over een strafzaak waarbij klager was betrokken. De krant heeft niet betwist dat het embargo uit de persrichtlijn van de rechtbank niet is nageleefd en dat het artikel onjuiste informatie bevatte. Met de publicatie is derhalve journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Nadat de advocaat van klager zich diezelfde dag tot de krant had gewend, is het bericht uit de middageditie weggehaald. Verder is in een vervolgartikel van de volgende dag duidelijk vermeld dat de aanklacht voor doodslag was geseponeerd. Hiermee is de eerdere onzorgvuldigheid op een passende manier hersteld en is de klacht op adequate wijze afgehandeld. AD Haagsche Courant heeft dan ook uiteindelijk journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van AD Haagsche Courant

De heer mr. M. van Stratum, advocaat te Nootdorp, heeft op 18 juli 2018 namens de heer X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van AD Haagsche Courant. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en AD Haagsche Courant van 5 en 11 september 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 28 september 2018. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 17 juli 2018 is in AD Haagsche Courant een artikel verschenen met de kop “Restauranthouder vast voor doodslag”. Het artikel luidt verder:
“De (..)-jarige uitbater van restaurant (…) aan het (…)plein staat morgen voor doodslag voor de rechter. Hij zou in april iemand hebben gedrogeerd en geslagen. Het slachtoffer overleefde het incident niet. Daarnaast zou de restauranthouder meerdere personen uit India illegaal woonruimte hebben verschaft en hebben laten werken in zijn etablissement.”

Diezelfde dag heeft mr. Van Stratum de bezwaren van klager per e-mail voorgelegd aan de krant. Hierop heeft de heer A. Veldhuijzen, nieuwschef AD Haagsche Courant, eveneens diezelfde dag gereageerd als volgt:
“Dank voor uw mail. Van Persbureau Cerberus kregen wij zojuist te horen dat zij vanmiddag zijn gebeld door de rechtbank Rotterdam met de mededeling dat de te lastenlegging in deze zaak is veranderd en de doodslag is geseponeerd.
Wij zullen dit in onze krant van morgen melden en ook online aanpassen.
De eerdere berichtgeving was gebaseerd op de te lastenlegging zoals die in eerste instantie was verstrekt.
Ook wij vinden het vervelend dat er onbewust foutieve informatie bij onze lezers is terechtgekomen, maar in deze hebben wij alle vormen van zorgvuldigheid betracht.”

De volgende dag is in AD Haagsche Courant een bericht geplaatst met de kop “Verdenking van doodslag vervalt”. Dit bericht luidt verder:
“Het Openbaar Ministerie heeft de doodslag-beschuldiging tegen de uitbater van een restaurant aan het (…)plein in (…) geseponeerd. De man wordt er nog wel van verdacht dat hij mensen uit India illegale woonruimte had verschaft en dat hij hen ook illegaal te werk had gesteld. De verdachte moet zich vandaag voor de rechtbank verantwoorden.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat in het artikel van 17 juli 2018 ten onrechte is vermeld dat hij de dag erop terecht zou staan voor doodslag. Deze bewering mist feitelijke grondslag, omdat de aanklacht ter zake wegens gebrek aan bewijs is geseponeerd. Volgens klager is het artikel feitelijk onjuist en misleidend, terwijl ten onrechte geen wederhoor is toegepast. Hij wijst erop dat de krant blijkens de persrol van de rechtbank beschikte over de namen van de zaaksofficier van justitie en zijn advocaat. Bovendien weet de krant beroepshalve dat conceptdagvaardingen vaak nog voor de zitting worden gewijzigd. Volgens klager kan de redactie worden verweten dat ze zonder toereikende controle de feitelijk onjuiste publicatie niet hebben voorkomen. Daar komt bij dat blijkens de persrichtlijn van de rechtbank er nog embargo op de informatie zat tot de zitting en dat de krant dit embargo heeft geschonden. Klager meent dat de krant zijn belangen bij de bescherming van zijn privacy onvoldoende heeft afgewogen tegen het belang dat met de publicatie is gediend.
Het feit dat later een en ander is aangepast zonder erkenning van de journalistiek onzorgvuldige handelwijze, maakt die verweten handelwijze niet minder ernstig, aldus klager.

AD Haagsche Courant stelt hier tegenover dat de redactie op 17 juli om 11:03 uur een e-mail ontving van de advocaat van klager, waarin hij wees op foutieve berichtgeving. De nieuwschef is onmiddellijk met de klacht aan de slag gegaan en heeft zich gewend tot de leverancier van het bericht, het juridische persbureau Cerberus. Deze heeft navraag gedaan bij de oorspronkelijke bron, de Rotterdamse rechtbank. In de tussentijd was het bericht al weggehaald uit de middageditie, die op dat moment op het punt stond naar de drukkerij te gaan. In de namiddag van diezelfde dag meldde het persbureau dat de inzage-dagvaarding een verouderde versie betrof. Dat had de Rotterdamse rechtbank even daarvoor laten weten en deze heeft meteen de verouderde dagvaarding aangepast. Voor de redactie was daarmee definitief duidelijk dat sprake was geweest van foutieve berichtgeving. Ook toen heeft de redactieleiding meteen gehandeld. Het betreffende artikel is van de website verwijderd en een nieuwe versie van het bericht is een dag later in de krant geplaatst. Bovendien is de afhandeling van de klacht meteen gecommuniceerd met de advocaat van klager.
Volgens AD Haagsche Courant heeft zij de klacht aldus op adequate wijze afgehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager maakt er bezwaar tegen dat in het artikel van 17 juli 2018 ten onrechte is vermeld dat hij een dag later voor de rechter moest verschijnen (mede) wegens doodslag. In dat verband heeft hij erop gewezen dat de gepubliceerde informatie valt onder het embargo dat is opgenomen in de persrichtlijn van de rechtbank; de journalist mocht die informatie pas gebruiken nadat de zaak op de zitting was uitgeroepen, omdat de dagvaarding tot dat moment nog kon worden gewijzigd.

Voor de Raad geldt als uitgangspunt dat degene die een verzoek tot een embargo aanvaardt, zich aan de overeenkomst moet houden tot de afgesproken termijn is verstreken. Het standpunt van klager dat de krant zich niet aan de embargoregeling heeft gehouden en onjuiste informatie heeft gepubliceerd, is door AD Haagsche Courant niet betwist. De krant heeft met de publicatie derhalve journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Echter, nadat de advocaat van klager diezelfde dag aan de krant had meegedeeld dat de aanklacht voor doodslag inmiddels was geseponeerd, heeft de krant het bericht uit de middageditie weggehaald en in een vervolgartikel van een dag later haar lezers duidelijk over het sepot geïnformeerd. De krant heeft hiermee de eerdere onzorgvuldigheid op een passende manier hersteld en de klacht op een adequate wijze afgehandeld.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat AD Haagsche Courant uiteindelijk journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.4 en D.
Eerdere relevante conclusies van de Raad: RvdJ 2018/28, RvdJ 2017/11 en RvdJ 2007/33

CONCLUSIE

AD Haagsche Courant heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 19 november 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. dr. Y.M. de Haan, L.C. Hauben en mw. drs. M.M. Klaassen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.