2018/49 zorgvuldig niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

A. Klinkenberg en L. van Houtert (Brabants Dagblad) hebben in het artikel “Raad van State wil niks meer horen van Wob-duo uit […]” bericht over Wob-procedures waarbij klaagster is betrokken. Volgens klaagster bevat de berichtgeving diverse onjuistheden en is zij ten onrechte negatief weggezet. Zij heeft haar stellingen echter niet onderbouwd, zodat niet kan worden vastgesteld dat die stellingen juist zijn. Ook overigens is niet gebleken dat de berichtgeving onjuistheden van betekenis bevat. Bij verslaggeving over rechtszaken is de regel van hoor en wederhoor in beginsel niet aan de orde. Klinkenberg en Van Houtert hebben derhalve journalistiek zorgvuldig gehandeld. De klacht tegen P. Driessen is niet inhoudelijk behandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

A. Klinkenberg, P. Driessen en L. van Houtert, hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

Mevrouw X te […] (klaagster) heeft op 6 juli 2018 een klacht ingediend tegen de heer P. Driessen, de heer A. Klinkenberg en de heer L. van Houtert, hoofdredacteur van het Brabants Dagblad (hierna samen: Brabants Dagblad). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klaagster en het Brabants Dagblad van 12 juli 2018 en 25 september 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 28 september 2018. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 29 maart 2018 is op de website van het Brabants Dagblad een artikel verschenen van de hand van Klinkenberg met de kop “Raad van State wil niks meer horen van Wob-duo uit […]”. Het artikel luidt:
“Inwoonster van […] [X] krijgt van de Raad van State geen nieuwe hoorzitting om haar onvrede over de gemeente […] te spuien. Dit blijkt uit twee schriftelijke verzetsuitspraken die donderdag in Den Haag bekend zijn gemaakt.
[X] diende met haar medestander [Y] bij de gemeente […] honderden Wob- verzoeken in (Wet openbaarheid van bestuur) en daagde de gemeente […] hierover veelvuldig voor de rechter. De rechtbank Oost-Brabant besliste uiteindelijk dat het duo misbruik maakte van recht.
De hoger beroepen die [X] hierover bij de Raad van State aanspande werden door de hoogste bestuursrechter in juli 2017 zonder hoorzitting ongegrond verklaard. [X] vindt het ontoelaatbaar dat zij niet door de Raad van State is uitgenodigd voor een hoorzitting. Op 19 maart ging ze hiertegen in verzet. Dit verzet is ongegrond verklaard.
‘Niets nieuws’
Volgens de Raad van State voert [X] niets nieuws aan en is het haar alleen maar te doen om heropening van de discussie over haar afgewezen Wob-verzoeken. [X] werd in juli ook veroordeeld tot het betalen van de proceskosten die de gemeente heeft gemaakt. Ook daarover wilde ze nog wat kwijt.”
De kop van het online artikel is later gewijzigd in “Raad van State wil niks meer horen van […]se Wob’er [X]”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert aan dat de krant zonder toepassing van wederhoor en/of zonder feitencontrole stelselmatig en veelvuldig ten onrechte negatief over haar heeft bericht. De berichtgeving bevat diverse onjuistheden, onder meer over de financiën en bedragen die zijn gemoeid met de behandeling van Wob-verzoeken. Verder zijn haar privé gegevens vermengd met haar zakelijke gegevens, in welk verband klaagster erop wijst dat zij een zeldzame achternaam heeft.
Volgens klaagster heeft de krant fabeltjes als ‘de waarheid’ gepresenteerd, termen gebruikt die oproepen tot geweld en leugens verspreid, onder meer door te berichten dat de Raad van State genoeg van haar heeft. Ook maakt zij bezwaar tegen het gebruik van de term ‘duo’, omdat daarvan geen sprake is. Overigens heeft klaagster de indruk dat de krant heeft betaald voor een vonnis dat normaliter niet wordt geopenbaard op de website van de Raad van State.
Klaagster meent dat de krant haar doelbewust heeft zwart gemaakt. Hierdoor is haar goede naam aangetast en heeft zij ernstige schade geleden, te meer omdat de berichtgeving door anderen is overgenomen.

Het Brabants Dagblad stelt hier tegenover dat de ruim duizend Wob-verzoeken die klaagster en de heer Y bij de gemeente […] hebben ingediend, niet los van elkaar kunnen worden gezien. Klinkenberg heeft klager en X [bedoeld is: X en Y] in april 2017 ook meegemaakt tijdens een hoger beroep zitting bij de Raad van State. Ze streden beiden voor dezelfde zaak, hielden een betoog van gelijke strekking en lieten een taart bezorgen vanwege hun duizendste Wob-verzoek. Hij kon daaruit afleiden dat ze elkaar goed kenden, overleg hadden gehad en samen optrokken. Zij zijn in ieder geval medestanders en elkaars sympathisanten. In het artikel heeft Klinkenberg ze samen aangeduid als ‘Wob-duo’ met een verwijzing naar wat in het verleden is gebeurd. Die term dekt de lading en was gerechtvaardigd.
Verzetuitspraken worden inderdaad niet gepubliceerd; de krant heeft de uitspraak gekregen en gelezen. De weergave daarvan in het artikel is correct. Voor zover de klacht is gericht tegen Driessen merkt de krant nog op dat hij in mei 2017 voor het laatst schreef over het Wob-duo.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klaagster heeft gesteld dat de berichtgeving diverse onjuistheden bevat en dat zij daarin ten onrechte negatief wordt weggezet. Zij heeft haar stellingen echter niet onderbouwd, zodat de Raad reeds om die reden niet kan vaststellen dat die stellingen juist zijn. Ook overigens is niet gebleken dat de berichtgeving onjuistheden van betekenis bevat.

Verder overweegt de Raad dat bij verslaggeving over rechtszaken de regel van hoor en wederhoor, behoudens bijzondere omstandigheden, niet aan de orde is. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is echter niet gebleken.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat A. Klinkenberg en L. van Houtert, hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Voor zover klaagster bezwaar heeft gemaakt tegen journalistieke gedragingen van Driessen stelt de Raad vast dat de klacht niet is ingediend binnen de termijn van zes maanden na het verschijnen van door Driessen geschreven artikelen. Verder is niet gebleken dat Driessen bij het artikel van 29/30 maart 2018 betrokken is geweest. Dit brengt mee dat de Raad de klacht tegen Driessen niet inhoudelijk zal behandelen.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2018/34

CONCLUSIE

A. Klinkenberg en L. van Houtert, hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld. De klacht tegen P. Driessen is niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 19 november 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. dr. Y.M. de Haan, L.C. Hauben en mw. drs. M.M. Klaassen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.