2018/45 zorgvuldig

Samenvatting

W. Heck en NRC Handelsblad hebben met de publicatie van het online artikel “Pro-Russische krant blijkt betaald door Brabantse bioboer die strijdt tegen ‘joodse elite’” niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld ten opzichte van klager. Er bestond voldoende aanleiding om te berichten over de relatie tussen de bioboer en De Andere Krant – waaronder begrepen klager in zijn hoedanigheid van eindredacteur – op de wijze zoals is gedaan. Niet is gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat. Verder is geen sprake van tendentieuze berichtgeving waardoor de belangen van klager onevenredig zouden zijn geschaad. Daarbij komt dat klager – via een e-mail aan de hoofdredacteur – de gelegenheid tot wederhoor is geboden. Gelet op de eerdere contacten tussen Heck en klager, is deze werkwijze begrijpelijk en niet onzorgvuldig. Dat de hoofdredacteur, die wist dat klager Heck liever niet wilde spreken, het niet opportuun vond om Heck met klager in contact te brengen, kan NRC niet met succes worden tegengeworpen. Ten slotte is klager nog aangeboden om in een ingezonden brief te reageren. Dat hij daarop niet is ingegaan, komt voor zijn rekening.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

W. Heck en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

De heer X te […] (klager) heeft op 24 mei 2018 een klacht ingediend tegen de heer W. Heck en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad (hierna gezamenlijk: NRC). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en NRC betrokken van 5 en 13 juni 2018, van 3 juli 2018 en van 24 augustus 2018.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 31 augustus 2018 in aanwezigheid van klager en mevrouw M. Breedeveld, adjunct-hoofredacteur. Zij hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnotities.

Een van de leden van de Raad was verhinderd. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op 24 april 2018 is op de website NRC.nl een artikel van de hand van Heck verschenen met de kop “Pro-Russische krant blijkt betaald door Brabantse bioboer die strijdt tegen ‘joodse elite’”. De intro van het artikel luidt:
“Onlangs werden in Nederland 50.000 pro-Russische kranten verspreid. De geldschieter is een Brabantse bioboer die zich online richt tegen een ‘joodse elite’, blijkt uit onderzoek van NRC.”

In een kader is de volgende tekst geplaatst:
“Het nieuws in het kort:
·         De voorbije weken werd in Nederland een pro-Russische krant verspreid waarvan de geldschieter geheim werd gehouden.
·         Uit onderzoek door NRC blijkt de financier een Brabantse bioboer te zijn die eerder in het nieuws kwam door steunbetuigingen aan Vladimir Poetin, op billboards langs snelweg A4.
·         Op internet blijkt deze geldschieter zich anoniem in antisemitische bewoordingen uit te laten over een joodse elite in Israël en de VS die verantwoordelijk zou zijn voor 9/11 en diverse oorlogen die de Amerikanen voerden.
·         De man ziet het Rusland van Vladimir Poetin als natie die kan voorkomen dat de ‘joodse neocons’ definitief hun wereldheerschappij vestigen.”

Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“In oktober 2011 staat er op de Grote Markt in Breda één iglotent als onderdeel van de wereldwijde Occupy-protesten tijdens de kredietcrisis. Voor de tent staat Hugo Jansen, teler van biologische maïs uit het West-Brabantse Ossendrecht.
Waar op het Beursplein in Amsterdam honderden demonstranten tegelijk kamperen, gaat Jansen in Breda moederziel alleen de discussie met voorbijgangers aan. Het levert hem een interview op met de regionale krant BN DeStem.
Deze Hugo Jansen (66), die lokaal in 1990 al enige bekendheid verwierf als activist tegen de komst van een bedrijventerrein, is ook de financier van een pro-Russische krant die de voorbije weken werd verspreid in Nederland, blijkt uit onderzoek van NRC. De initiatiefnemers van de krant poogden hun geldschieter geheim te houden.”
en
“De drukkosten van de krant bedragen volgens de initiatiefnemers 6.500 euro. Een anonieme ‘zakenman’ zou garant staan voor het geval een crowdfundingsactie te weinig oplevert.
Die zakenman blijkt dus nu de succesvolle bioboer Jansen, die ook een agrarisch bedrijf in Nieuw-Zeeland bezit. Jansen blijkt in 2015 en 2017 ook bijeenkomsten in De Balie in Amsterdam te hebben gefinancierd waar de westerse media het moesten ontgelden en de rol van Rusland in het geopolitieke spel werd geprezen.”
en
“Jansen ziet het Rusland van Vladimir Poetin als natie die kan voorkomen dat Israël en haar joodse handlangers in de VS definitief hun wereldheerschappij vestigen. „De vraag is alleen waarom de neocons Rusland niet hebben genuked toen Rusland op z’n zwakst was (overgang Jeltsin-Poetin), nu zijn ze te laat en kunnen ze hun 100-jarige wereldhegemonie op hun buik schrijven”, aldus zijn blog. Tegen de Volkskrant zegt Jansen in 2017 onder zijn eigen naam: „Wie denkt dat Rusland de agressor is kijkt de verkeerde kant op.””
en
“Tijdens een van de avonden in De Balie ontmoet Jansen de Nederlandse freelance journalist [X]. Hij is de eindredacteur van de pro-Russische krant. [X] is volgens Jansen tijdens het maken van de krant op de hoogte van Jansens denkbeelden over de joodse invloed in de wereld, maar [X] zou daar zelf niet in hebben geloofd. [X] wil niet reageren.
Volgens Jansen stelt [X] hem voor aan Sander Compagner, de initiatiefnemer van de krant. Compagner zou niet op de hoogte zijn geweest van Jansens denkbeelden. Hij zegt de uitlatingen van Jansen op internet „onverstandig” te vinden. „Hij maakt geen onderscheid tussen joden en zionisten en scheert alles over één kam”, zo laat Compagner weten. Volgens de initiatiefnemer hebben ondertussen zo’n honderd mensen gedoneerd aan De Andere Krant, waardoor de financiële bijdrage van Jansen beperkt kan blijven.
Compagner zegt zelf alleen kritisch te zijn op de staat Israël. Op zijn Facebook deelt hij een bericht van de website Wanttoknow.nl waarin wordt geschreven dat Islamitische Staat een creatie is van de VS en Israël. Compagner laat weten dat inderdaad niet uit te sluiten. „Hoe kan IS bestaan zonder partners in de regio, wie kunnen dat zijn behalve landen die samenwerken met Amerika? Hoe komen ze aan hun wapentuig? Waarom is Israël nooit aangevallen door IS? [...] Ik weet niet waar waarheid begint en eindigt maar volgens mij is er genoeg reden om deze vragen te onderzoeken”, mailt Compagner in een reactie.”

Op 16 april 2018 heeft Heck het volgende e-mailbericht van Compagner ontvangen:
“Zou nog even terugkomen op medewerking van [X] voor commentaar mbt een eventueel artikel rond Hugo. Hij is momenteel op vakantie in Italië en komt volgend weekend terug en geeft nu dus geen reactie. Mag ik het artikel opnieuw inzien wanneer je iets publiceert?”

Op 25 april 2018 is de volgende passage aan het artikel toegevoegd:
“Correctie (25 april 2018): in een eerdere versie kon door de formulering het beeld ontstaan dat [X] bij zijn ontmoeting met Hugo Jansen al op de hoogte was van Jansens denkbeelden over de joodse invloed op de wereld. Dit is herschreven.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert – samengevat – aan dat de publicatie een aantal onjuistheden bevat. Zo is De Andere Krant geen 'pro-Russische krant’, maar een thema-krant. Alleen het eerste nummer was gewijd aan Rusland, waarbij Rusland nergens werd opgehemeld. Verder was bioboer Jansen niet ‘dé’ financier of geldschieter. Hij was borgsteller en heeft uiteindelijk maar voor een klein deel financieel bijgedragen aan De Andere krant, als één van 150-160 donateurs. Ook is onjuist dat de initiatiefnemers gepoogd hebben ‘hun geldschieter geheim te houden’. Compagner heeft Heck met Jansen in contact gebracht en aan Jansen overgelaten of hij zich bekend wilde maken of niet.
Voorts vindt klager de publicatie smadelijk en tendentieus, nu hij en De Andere Krant ten onrechte in verband zijn gebracht met antisemitisme. Hij is hierop aangesproken in zijn persoonlijke omgeving en voelt zich erg geschaad. Volgens klager is er geen enkel verband tussen de inhoud van de krant en de denkbeelden van Jansen over joden. Heck had zich kunnen beperken tot de denkbeelden van Jansen over Rusland, omdat alleen die iets verklaren over zijn bereidheid op te treden als garantsteller. In plaats daarvan heeft NRC een platform geboden aan iemand die door vrijwel iedereen wordt gezien als antisemiet en vervolgens De Andere Krant in het beklaagdenbankje geplaatst. Daar komt bij dat aanvankelijk ten onrechte was vermeld dat klager al wist van de denkbeelden van Jansen tijdens een eerdere ontmoeting in De Balie. De toegevoegde correctie vindt klager onvoldoende. Jansen heeft hem na een evenement van juni 2017 in De Balie deelgenoot gemaakt van diens ‘joods-kritische denkbeelden’. Van de passage gaat echter de suggestie uit dat klager aan de krant heeft gewerkt in de wetenschap dat Jansen borgsteller was, maar dat is niet juist.
Klager heeft weliswaar bij de totstandkoming van een eerder artikel geweigerd Heck te woord te staan, maar is voorafgaand aan deze publicatie niet benaderd. Heck heeft Compagner per e-mail verzocht klager te interviewen, terwijl Heck hem ook rechtstreeks had kunnen bereiken. Uit de reactie van Compagner volgde niet dat hij Heck niet te woord wilde staan. Er stond in dat hij op vakantie was en in het weekeinde weer zou terugkeren; hij was dus al terug toen het artikel nog moest verschijnen. Klager had Heck in principe te woord kunnen staan, maar die mogelijkheid is hem niet geboden. Hoewel Heck kon verwachten dat klager hem ook dit keer nul op het rekest zou geven, ontsloeg dit Heck niet van de verplichting het te proberen, aldus klager. Op de zitting voegt hij hieraan desgevraagd toe dat Compagner na de ontvangst van de e-mail van Heck geen contact met hem heeft gezocht, tijdens noch na zijn vakantie. Het was Compagner ook wel bekend dat hij liever geen contact met Heck wilde hebben.
Na de publicatie is hem aangeboden een ingezonden brief te schrijven, maar daarvoor voelde hij weinig. Hij ging uit van plaatsing in de papieren editie in de krant en als de brief al geplaatst zou worden, dan zou deze de volgende dag in de prullenbak verdwijnen, terwijl het artikel voor altijd online blijft staan. Er is hem toen niet meegedeeld dat zijn brief gegarandeerd geplaatst zou worden of dat de brief ook online zou verschijnen en gelinkt zou worden aan het artikel. Dit werd hem pas duidelijk na lezing van het verweer van de krant in deze procedure.

NRC stelt hier – eveneens samengevat – tegenover dat, gelet op de doelstelling van De Andere Krant en de inhoud van de eerste editie, de aanduiding ‘pro-Russisch’ op zijn plaats is. Verder heeft Compagner verklaard dat een borgsteller nodig was om de krant te realiseren. Als zodanig speelde Jansen een cruciale rol en kan hij worden aangeduid als financier. Bovendien is er uiteindelijk ook daadwerkelijk geld van Jansen naar de krant gevloeid. In het bericht van Compagner aan Heck bleef de borgsteller anoniem en ook in de brief van Jansen aan Heck kwam diens naam niet voor. De anonieme borgsteller verbond voorwaarden aan een ontmoeting met Heck. Uiteindelijk kwam het niet tot een ontmoeting waarin Jansen zijn identiteit onthulde.
Volgens NRC is er wél een verband tussen de krant, de denkbeelden van Jansen en diens inzet voor De Andere Krant. Dat verband is toegelicht in het artikel, waarin is vermeld dat Jansen het Rusland van Poetin ziet als natie die kan voorkomen dat Israël en haar joodse handlangers in de VS definitief hun wereldheerschappij vestigen. Verder is uitgelegd dat Jansen de Amerikaanse neo-conservatieven voor een belangrijk deel gelijkstelt aan een extreem invloedrijke joodse elite. Het was dus wel degelijk relevant om aan te tonen dat de pro-Russische krant niet tot stand kon komen zonder de antisemitische bioboer Jansen.
In zijn contacten met Heck heeft Jansen verklaard dat klager tijdens het maken van de krant op de hoogte was van zijn denkbeelden, maar die niet deelde. Dat is duidelijk in het artikel vermeld. Jansen heeft daarbij niet gezegd dat Compagner wel, maar klager niet wist dat hij zich financieel garant had gesteld. Aanvankelijk is ten onrechte de indruk gewekt dat klager al bij de ontmoeting in De Balie op de hoogte was van Jansens denkbeelden over de joodse invloed in de wereld. Dit was een fout van de eindredactie, die direct de ochtend na de online publicatie op initiatief van Heck is rechtgezet. Die correctie is afdoende. De aangepaste passage is feitelijk juist. Over de vraag of klager tijdens het maken van de krant ook op de hoogte was van Jansens belofte tot garantstelling, doet het artikel geen uitspraak. NRC benadrukt dat klager niet wordt beschuldigd en nergens van wordt beticht. Als de beschrijving van Jansens antisemitische opvattingen kan worden opgevat als een beschuldiging, dan wordt klager daarvan juist vrijgepleit: hij deelde die opvattingen volgens Jansen immers niet. De ‘smadelijke’ suggestie die volgens klager besloten zou liggen in de passage — hij deelde Jansens opvattingen niet, maar maakte wel met diens financiële garantie een krant — is zijn interpretatie. Het staat er niet en vloeit ook niet uit de passage voort.
Bovendien heeft klager vooraf de kans gehad een nadere toelichting te geven, maar hij weigerde met Heck in gesprek te gaan. Heck kon dus niet weten dat klager, zoals hij nu verklaart, niet wist dat er een borgsteller was. NRC verwijst in dit verband naar een tekst op de website van klager waarin staat: “In het artikel van Wilmer Heck ontbreekt mijn commentaar. Dat is niet omdat ik niet met hem wilde praten over dit onderwerp, maar omdat ik in het algemeen niet met hem wil praten. Ook voor zijn eerste artikel over De Andere Krant heb ik commentaar geweigerd. Dit omdat ik geen vertrouwen heb in Hecks journalistieke aanpak. [..] Ook vanwege een negatieve ervaring die ik heb met NRC als geïnterviewde stel ik mij niet beschikbaar voor interviews met NRC.” Ondanks dat Heck voor publicatie van een eerder artikel geen reactie kreeg van klager en klager via Twitter had laten weten hem niet te willen spreken, heeft hij niettemin via Compagner geprobeerd alsnog een reactie van klager te krijgen. Compagner liet weten dat klager op vakantie was en ook deze keer niet wilde reageren. Daarmee was redelijkerwijs alles gedaan om voor deze publicatie een reactie van klager te krijgen. Dat hij daarvan geen gebruik heeft willen maken, is zijn goed recht, maar de gevolgen daarvan zijn hem zelf aan te rekenen, niet NRC.
Daarnaast is klager evenmin ingegaan op het aanbod om zijn standpunt achteraf toe te lichten in een ingezonden brief, die altijd online zou blijven staan en had kunnen worden gelinkt aan het artikel. Ook het weigeren van dat aanbod is klagers goed recht, maar de consequenties ervan komen opnieuw voor zijn rekening.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat zij publiceren. Dat brengt tevens mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

NRC heeft aannemelijk gemaakt dat er voldoende aanleiding bestond om te berichten over de relatie tussen Jansen en De Andere Krant – waaronder begrepen klager in zijn hoedanigheid van eindredacteur – op de wijze zoals is gedaan.

Kennelijk heeft Jansen als borgsteller ingestaan voor de dekking van de drukkosten voor het geval – na het verschijnen van de eerste editie van De Andere Krant – via crowdfunding onvoldoende donaties zouden worden ontvangen. Jansen heeft aldus de uitgave van die eerste editie mogelijk gemaakt. Het is niet journalistiek ontoelaatbaar om hem dan als ‘de financier’ of ‘de geldschieter’ aan te duiden. Ook overigens is niet gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat.

Verder is geen sprake van tendentieuze berichtgeving waardoor de belangen van klager onevenredig zouden zijn geschaad. De aanvankelijke tekst waarin ten onrechte werd beweerd dat klager ten tijde van zijn ontmoeting met Jansen in De Balie al op de hoogte was van diens denkbeelden, is terstond op een deugdelijke wijze rechtgezet. Dat klager tijdens het maken van de krant op de hoogte was van die denkbeelden, zoals in de aangepaste tekst is vermeld, staat niet ter discussie.
Bovendien is klager – via een e-mail aan Compagner – de gelegenheid tot wederhoor geboden. Gelet op de eerdere contacten tussen Heck en klager, is deze werkwijze van Heck begrijpelijk en niet onzorgvuldig. Dat Compagner, die kennelijk wist dat klager Heck liever niet wilde spreken, het niet opportuun vond om Heck met klager in contact te brengen, kan NRC niet met succes worden tegengeworpen.
Ten slotte heeft NRC klager nog aangeboden om in een ingezonden brief te reageren. Een dergelijk aanbod impliceert in de regel dat het medium ook tot plaatsing van de brief zal overgaan. Gelet op het voorgaande acht de Raad dit een adequate afdoening van de kwestie. Klager had daarmee de gelegenheid gehad zijn visie op de kwestie uiteen te zetten. Dat hij niet op dit aanbod is ingegaan, komt voor zijn rekening.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Heck en NRC Handelsblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Ten overvloede overweegt de Raad dat hij het bij deze uitkomst niet nodig acht om zich uit te spreken over de vraag of klager ten aanzien van alle klachtonderdelen als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3. en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/36 en RvdJ 2018/32

CONCLUSIE

W. Heck en NRC Handelsblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 30 oktober 2018 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, dr. H.J. Evers, S. Kuijper en mw. L.M. van de Langenberg MSc, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.