2018/39 zorgvuldig

Samenvatting

AD Haagsche Courant heeft in het artikel “Cel voor ontvoering en mishandeling” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over een strafzaak waarbij klager is betrokken. Klager is veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van zijn kinderen aan het wettig over hen gestelde gezag. Dit wordt niet alleen in het gangbaar taalgebruik als ‘ontvoering’ aangeduid, maar tevens in de uitleg in het gezaghebbend Tekst & Commentaar Strafrecht en ook zo bedoeld in het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Het gebruik van de term ‘ontvoering’ is derhalve journalistiek toelaatbaar. Het zou vollediger zijn geweest als in het artikel ook was vermeld dat klager ten aanzien van het hem tenlastegelegde feit 2 (het opzettelijk wederrechtelijk van de vrijheid beroven van zijn kinderen) was vrijgesproken. Dat dit niet is gebeurd, is echter niet onredelijk beschadigend voor klager.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van AD Haagsche Courant

De heer mr. M. van Stratum, advocaat te Nootdorp, heeft op 24 maart 2018 namens de heer X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van AD Haagsche Courant. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van de heer P. van den Bosch, hoofdredacteur AD Regio, van 24 april 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 6 juli 2018. Namens klager was mr. Van Stratum aanwezig, vergezeld door zijn kantoorgenoot mevrouw M. Timmerman-Wezepoel. AD Haagsche Courant is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 13 maart 2018 is in AD Haagsche Courant een artikel verschenen met de kop “Cel voor ontvoering en mishandeling”. Het artikel, dat gaat over een strafzaak tegen klager, bevat onder meer de volgende passages:
“[woonplaats]enaar [X] ([leeftijd]) is gisteren door de [plaatsnaam]e rechtbank veroordeeld tot een celstraf van een jaar, waarvan vier maanden voorwaardelijk, voor de mishandeling van zijn vriendin en ontvoering van hun twee kinderen.”
en
“Vervolgens haalde [X] zijn kinderen in [woonplaats] van school, waarna ze spoorloos verdwenen. ,,Er waren grote zorgen of de kinderen nog in leven waren”, zei de officier van justitie twee weken geleden bij de rechtbank. ,,Gelukkig heeft de politie die dag doortastend opgetreden.” ’s Middags werden de kinderen van [leeftijd] en [leeftijd] jaar ongedeerd teruggevonden bij de buurvrouw van een zus van de verdachte in [plaatsnaam].”

Blijkens de uitspraak van de rechtbank [plaatsnaam] van 12 maart 2018 is klager – voor zover in deze zaak van belang – ten laste gelegd dat:
“2. hij op of omstreeks 30 augustus 2017 te [woonplaats] en/of [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]
- (onder schooltijd) van school op te halen en/of
- (vervolgens) in een auto mee te nemen naar de woning van een zus van verdachte en/of de woning van een buurvrouw van die zus van verdachte en/of
- (vervolgens) in die woning(en) achter te laten en/of in een kamer met een deur zonder deurklink (waardoor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] die kamer niet zelfstandig konden verlaten), in elk geval die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te beletten te gaan en te staan waarheen zij wilden;
3. hij op of omstreeks 30 augustus 2017 te [woonplaats] en/of [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3], en/of [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4], heeft onttrokken aan het wettig over hen gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hen uitoefende, terwijl die minderjarigen beneden de twaalf jaren oud waren.”
Klager is vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde feit en veroordeeld voor (onder meer) het onder 3 tenlastegelegde feit.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert – samengevat – aan dat hij in het artikel ten onrechte is neergezet als veroordeelde voor ontvoering van zijn beide minderjarige kinderen, terwijl de rechtbank hem juist daarvan expliciet heeft vrijgesproken. De beschuldiging van ‘ontvoering’ mist derhalve feitelijke grondslag, is onvolledig en journalistiek onzorgvuldig. Dat de term ‘ontvoering’ taalkundig gezien voor meerdere uitleg vatbaar is, maakt dit niet anders en kan de krant niet baten. Gelet op de context van de zaak en de vrijspraak voor het meest ernstige tenlastegelegde feit, zonder dat die vrijspraak in het artikel is genoemd, zal het bij de gemiddelde lezer zo overkomen dat klager ook is veroordeeld voor gewelddadige ontvoering en eenzame opsluiting van zijn kinderen tegen hun wil. Dit is echter niet het geval. Daarbij moet in aanmerking worden genomen, aldus klager, dat eerder in de krant een verslag van de rechtszitting is gepubliceerd. Op de zitting benadrukt Van Stratum dat klager geen geweld heeft gebruikt bij het meenemen van zijn kinderen.
Volgens klager is door de publicatie zijn persoonlijke levenssfeer verder aangetast dan in het kader van een open berichtgeving strikt noodzakelijk is. De krant had met een meer terughoudende berichtgeving – conform de feiten en de inhoud van het strafvonnis – kunnen volstaan, zonder dat daarmee afbreuk zou zijn gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. De onjuiste berichtgeving was functioneel, terwijl ook overigens een maatschappelijk belang ontbrak om zo uitgebreid en in strijd met de vrijspraak te publiceren, aldus klager.
Hij meent dat de krant heeft gehandeld in strijd met de journalistieke ethiek, nu de ongerechtvaardigde inbreuk op zijn privacy niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie.

AD Haagsche Courant stelt hier tegenover dat de lezer met kop noch met de tekst van het artikel op het verkeerde been is gezet. Ook is het ontbreken van een feitelijke grondslag niet aan de orde.
Volgens de krant is de term ‘ontvoering’ geen strafrechtelijk begrip. Klager is onder andere veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van zijn kinderen aan het wettig over hen gestelde gezag. In het algemene spraakgebruik wordt hiervoor de term ‘ontvoering’ gehanteerd. Dit wordt ook ondersteund door het Van Dale-woordenboek dat ‘ontvoeren’ beschrijft als: ‘door weg te voeren aan iemands macht onttrekken’. Daarnaast zijn journalisten niet gehouden aan de juridische terminologie. De tekst moet immers leesbaar blijven, waardoor het gebruik van de term ‘ontvoering’ in dit kader logisch is.
Verder is achternaam van klager niet volledig genoemd, maar op de gebruikelijke wijze afgekort. Daarmee heeft de krant de belangen van klager bij de bescherming van zijn privacy voldoende afgewogen.
De krant concludeert dat zij journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat indien een journalist zich baseert op juridische stukken, waaronder vonnissen – die met nauwkeurigheid van woordkeuze plegen te worden opgezet – hij bijzonder zorgvuldig dient te zijn bij het in eigen woorden weergeven van die stukken. Voorkomen moet worden dat de parafrases en citaten van dien aard zijn dat daarmee een andere betekenis c.q. lading aan de feiten wordt gegeven, dan in de gebruikte bronnen.
Mede gezien de eerdere publicatie over de rechtszitting zou het vollediger zijn geweest, als in het artikel ook was vermeld dat klager ten aanzien van het hem tenlastegelegde feit 2 was vrijgesproken, maar dat is niet gebeurd. De Raad vindt deze omissie echter niet onredelijk beschadigend voor klager.

Niet is betwist dat klager is veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van zijn kinderen aan het wettig over hen gestelde gezag. Dit wordt niet alleen in het gangbaar taalgebruik als ‘ontvoering’ aangeduid, maar – zoals op de zitting besproken – ook in de uitleg van het desbetreffende artikel over onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag in het gezaghebbend Tekst & Commentaar Strafrecht: “De bepaling wordt onder meer toegepast in gevallen dat na een echtscheiding een kind wordt ‘ontvoerd’ door een ouder aan wie het kind niet is toegewezen”. Ook het uit 1980 daterende Haags Kinderontvoeringsverdrag ziet uitdrukkelijk mede op het overbrengen of niet doen terugkeren van een kind wanneer dat geschiedt in strijd met een gezagsrecht.
Er bestaat dan ook geen grond voor de conclusie dat het gebruik van de term ‘ontvoering’ in het onderhavige geval journalistiek ontoelaatbaar is.

Een en ander leidt tot de conclusie dat AD Haagsche Courant journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2017/1, RvdJ 2016/32 en RvdJ 2012/44

CONCLUSIE

AD Haagsche Courant heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 6 september 2018 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, L.A.M.M. Donders, dr. H.J. Evers, J. Hoogenberg en mw. A. Karadarevic, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.