2018/35 onzorgvuldig

Samenvatting

NRC Handelsblad heeft in een reeks artikelen bericht over de rol van de heer K. Zuidhof (klager) als lobbyist bij de parlementaire besluitvorming ten aanzien van het toelaten van een geneesmiddel tot het verzekerde pakket. Daarbij is uitvoerig bericht over klachten die in dat verband tegen klager waren ingediend bij de Beroepsvereniging van Public Affairs en de aanstaande behandeling daarvan door de interne Klachtencommissie. Vanwege de door de krant gekozen insteek van haar berichtgeving – met een centrale rol voor klager – had het op haar weg gelegen om tevens aandacht te besteden aan de oordelen en nuanceringen van de Klachtencommissie. Doordat dit niet is gebeurd, is de berichtgeving niet evenwichtig. Dit leidt tot de conclusie dat de krant journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan NRC Handelsblad deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

K. Zuidhof

tegen

de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

De heer K. Zuidhof te Den Haag (klager) heeft op 19 maart 2018 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van mevrouw M. Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur, van 30 maart 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 mei 2018. Klager is daar verschenen vergezeld door kantoorgenoot de heer J. van der Jagt. Aan de zijde van NRC waren de heer E. van Steenbergen, redacteur, de heer J. Wester, redacteur, en mevrouw Breedeveld aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnotities.

DE FEITEN

Op 17 november 2017 verscheen op de website van NRC Handelsblad een artikel van de hand van Van Steenbergen en Wester met de kop “De keiharde lobby voor een extreem duur medicijn”. De intro van het artikel luidt:
“Meer dan een jaar lobbyde een farmaceut voor een duur medicijn tegen taaislijmziekte – dat de minister uiteindelijk besloot te vergoeden. Reconstructie van een lobby met verborgen belangen en vals spel.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Irène Mols (1979) heeft taaislijmziekte, ook wel CF genoemd, een erfelijke aandoening waarbij de longen en andere organen steeds verder achteruitgaan. Patiënten worden gemiddeld veertig jaar oud. Zij hopen op het nieuwe middel Orkambi, het eerste medicijn dat gericht is op de oorzaak in plaats van op de symptomen. (…) De strijd om de prijs van Orkambi werd, zo blijkt uit een reconstructie, op keiharde wijze beïnvloed door een lobby die het doel had de autoriteiten onder druk te zetten om het medicijn te vergoeden. Patiënten roerden zich in de media, Tweede Kamerleden werden bestookt met e-mails en telefoontjes van artsen, wetenschappers en lobbyisten. Het blijkt allemaal onderdeel te zijn geweest van een geslaagde lobby vol ondoorzichtige belangen, waarbij bovendien vals werd gespeeld.”
en
“Een goede lobbyist opereert achter de schermen, liefst ver vóór een onderwerp politiek actueel is. Dat doet Kevin Zuidhof (1971) ook, een doorgewinterd communicatiestrateeg met een eigen lobbykantoor in Den Haag. Zuidhof is behalve lobbyist ook oud-voorzitter van beroepsvereniging BVPA – een club die strijdt voor transparante lobbyprocessen.”
en
“NRC heeft mails ingezien van twee parlementariërs waarin Vertex-lobbyist Kevin Zuidhof precies dezelfde informatie geeft. „Sinds haar ontstaan heeft Vertex, op één kwartaal na nog nooit winst gemaakt”, schrijft de lobbyist in verschillende e-mails. Enige probleem: het is onzin. Toegegeven, het concern heeft sinds zijn oprichting veel verliezen geleden, mede door mislukte medicijnen, maar slechts één kwartaal winst sinds zijn ontstaan is een onjuiste voorstelling van zaken. Wie in de jaarverslagen grasduint, vindt zonder problemen negen kwartalen waarin Vertex winst maakte. Sommige kwartalen zijn al een tijdje geleden, zoals het vierde kwartaal van 1999 of het tweede kwartaal van 2000. Maar vele winsten werden ook in meer recente kwartalen behaald zoals in het eerste kwartaal van 2017, het laatste kwartaal van 2016, het vierde kwartaal van 2013 en het eerste kwartaal van 2012. Zuidhof liet parlementariërs ook weten dat Vertex 86 procent van de inkomsten in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen investeert – een cijfer waarmee de farmaceut zelf ook graag schermt in openbare communicatie. Dat percentage kan alleen via een rekentruc worden opgemaakt uit de Vertex-boeken: wie een gewogen berekening uitvoert ziet dat Vertex 75 procent van de inkomsten besteedt aan Research & Development. Dat is een gemiddelde over de laatste vijf jaar. Dat het om een gemiddelde gaat vermeldt de lobbyist overigens soms wel in zijn e-mails, maar soms ook niet. Wat voor Tweede Kamerleden ook verborgen bleef is dat Vertex een nogal ruime definitie hanteert van investeringen in nieuwe medicijnen.”
en
“Lobbyist Kevin Zuidhof weigert inhoudelijk in te gaan op vragen. Hij laat in een mail weten: „Ik hoop dat u begrip heeft voor mijn positie als extern adviseur. Wij werken met gevalideerde en publiek beschikbare informatie die we vanuit onze opdrachtgevers aangereikt krijgen. Wij zijn al jaren actief in de politieke arena en staan bekend als een integer adviesbureau dat betrouwbare informatie verstrekt.””

In een apart artikel met de kop “Uitgebreide reacties op het onderzoek naar de Orkambi-lobby” is de volgende reactie van klager geplaatst:
“Lobbyist Kevin Zuidhof weigert inhoudelijk in te gaan op vragen over de onterechte claim dat Vertex maar één kwartaal in zijn bestaan winst maakte. Hij laat via mail weten: “U moet begrijpen dat wij met al onze opdrachtgevers een vertrouwelijkheidsrelatie hebben en om die reden kan ik niet inhoudelijk op opdrachten ingaan. Ik hoop dat u begrip heeft voor mijn positie als extern adviseur. Wij werken met gevalideerde en publiek beschikbare informatie die we vanuit onze opdrachtgevers aangereikt krijgen. Wij zijn al jaren actief in de politieke arena en staan bekend als een integer adviesbureau dat betrouwbare informatie verstrekt.”

Verder is die dag op de website van NRC een artikel van Van Steenbergen en Wester geplaatst met de kop “Hoe een leugen van een farmaceut de Tweede Kamer bereikte”. De intro van dit artikel luidt:
De fabrikant van Orkambi zou pas één kwartaal winst hebben gemaakt. Die claim kwam meerdere keren voorbij, op tv en in de Tweede Kamer. Maar er klopt niets van. Hoe kan dat?”

Een dag later verscheen op de website van NRC een artikel, eveneens van Van Steenbergen en Wester, met de kop “Valse informatie lobbyist ‘vervuilde’ debat duur medicijn”.

Ten slotte verscheen op 30 november 2017 op de website van NRC een artikel van Van Steenbergen en Wester met de kop “Intern onderzoek naar handelwijze Orkambi-lobbyist”. De intro van dit artikel luidt:
“NRC onthulde eerder dat de lobbyist onjuiste informatie verstrekte aan Tweede Kamerleden.”
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passages:
“De beroepsvereniging van lobbyisten (BVPA) opent een intern onderzoek naar de eigen oud-voorzitter Kevin Zuidhof. Directe aanleiding zijn twee klachten over Zuidhofs handelwijze bij zijn lobby voor Orkambi, een medicijn tegen taaislijmziekte. Dit bevestigt de huidige voorzitter, Jaap Jelle Feenstra, tegen NRC. Het is pas de tweede keer in de geschiedenis dat de BVPA een intern onderzoek instelt naar de gedragingen van een lobbyist.
Twee weken geleden onthulde NRC dat de lobbyist bij zijn werkzaamheden voor een groot Amerikaans farmaceutisch bedrijf onjuiste informatie verstrekte aan Tweede Kamerleden. Zuidhof claimde in e-mails aan de volksvertegenwoordigers dat farmaceut Vertex op één kwartaal na nog nooit winst maakte. Uit de cijfers van het bedrijf blijkt echter dat de firma zeker negen kwartalen winst maakte.”
en
“Cijfers oppoetsen gaat in tegen bepalingen in het handvest voor BVPA-lobbyisten. De opgepoetste informatie van lobbyist Zuidhof ging een rol spelen in het maatschappelijke en politieke debat: diverse Tweede Kamerleden en de invloedrijke patiëntenorganisatie gebruikten de onjuiste informatie over de kwartaalwinsten. Ze koppelden daaraan de conclusie dat Vertex weinig zou verdienen en veel zou investeren in onderzoek, waardoor het bedrijf een betere indruk maakte.
Tot het interne onderzoek naar de medicijnlobby werd dinsdagavond besloten tijdens de algemene ledenvergadering van de BVPA. BVPA-voorzitter Jaap Jelle Feenstra: „We zetten niemand van tevoren in de beklaagdenbank, maar de vragen over de correctheid van feiten en gedrag raken het imago van de hele beroepsgroep van lobbyisten. Dat vinden we zo serieus dat we voor hoor- en wederhoor onze Commissie van Beroep inschakelen.””
en
“Voormalig topambtenaar Roel Bekkers zal onderzoek gaan doen naar de gevoerde lobby rond Orkambi. Het onderzoek duurt zes weken.”

De artikelen zijn in (nagenoeg) gelijkluidende vorm ook geplaatst in de papieren editie van de krant.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat in de berichtgeving van 17/18 november 2017 is gesteld dat hij aan enkele Tweede Kamerleden heeft laten weten dat zijn opdrachtgever Vertex sinds haar bestaan slechts één kwartaal winst heeft gemaakt, dat dit onzin zou zijn en dat hij zou hebben valsgespeeld. Hij licht toe dat de lobby tot doel had het ministerie van VWS en Vertex om de onderhandelingstafel te krijgen. Daarbij zijn ook enkele Tweede Kamerleden, die verder geen enkele formele rol in het besluitvormingsproces hadden, van informatie voorzien. Op basis van door Vertex aangeleverde informatie heeft hij in enkele mails bericht dat het bedrijf sinds zijn bestaan slechts één kwartaal winst heeft gemaakt. Dit had  moeten zijn: sinds zijn bestaan heeft het bedrijf slechts één jaar winst gemaakt als gevolg van één sterk kwartaal binnen dat jaar. Hoewel daarmee het gecommuniceerde onbedoeld onzorgvuldig was, heeft het de strekking van de boodschap op geen enkele wijze aangetast; het ging om een verliesgevend bedrijf. De verkeerde informatie heeft het politieke debat dus niet kunnen beïnvloeden. Doordat de journalisten hebben beweerd dat ‘wel negen winstkwartalen zijn geboekt’ zonder de complete financiële prestaties in kaart te brengen, is echter ten onrechte gesuggereerd dat het bericht van klager een onjuist beeld gaf van de daadwerkelijke situatie. Klager benadrukt dat er van de kant van Vertex geen sprake was van opzet of verkeerde intentie en dat hijzelf te goeder trouw heeft gehandeld. Verder wijst hij erop dat hij als extern public affairs consultant een vertrouwensrelatie heeft met zijn opdrachtgevers, waardoor hij niet kan ingaan op vragen vanuit de media en zich daardoor ook niet kan verweren. Dat brengt hem in een lastig parket als hij in de media wordt aangevallen.
Naar aanleiding van de artikelen zijn klachten ingediend bij de Beroepsvereniging voor Public Affairs (BVPA) die vervolgens zijn behandeld door de interne Klachtencommissie. Hieraan is aandacht besteed in het artikel van 30 november 2017, dat eindigt met de mededeling dat het onderzoek zes weken duurt. Daarna heeft NRC echter niet meer over de kwestie bericht, terwijl op 7 februari 2018 over de conclusies van het onderzoek is gecommuniceerd en door de Klachtencommissie het volgende is vastgesteld: “De commissie is op basis van de beschikbare feiten van oordeel dat in het algemeen geen sprake is geweest van een onbehoorlijke manier van uitvoering van het werk als lobbyist of van een wijze van werken die in strijd zou zijn met letter of geest van het Handvest. De heer Zuidhof kan niet verweten worden dat hij de informatie over de winst zelf heeft bedacht of buiten zijn opdrachtgever om in omloop heeft gebracht. Buiten kijf lijkt ons ook dat de heer Zuidhof te goeder trouw heeft gehandeld en in de communicatie met zijn opdrachtgever zorgvuldig heeft gecommuniceerd. De commissie heeft waardering voor de wijze waarop Zuidhof heeft gereageerd toen naar buiten kwam dat de verstrekte informatie niet bleek te kloppen.” Door dit oordeel is de eerdere berichtgeving achterhaald, aldus klager. Hij is door de artikelen in een zeer negatief daglicht geplaatst en dat is, zowel gelet op de conclusies van de Klachtencommissie als op basis van de feiten, onterecht. In dit verband merkt klager nog op dat een ingezonden brief van econoom Marc Pomp had kunnen bijdragen aan een genuanceerder beeld, maar dat deze brief niet is geplaatst. Op de zitting voegt klager hieraan toe dat hij zo snel mogelijk actie heeft ondernomen en een brief heeft gestuurd naar de voorzitter van de Tweede Kamer en de parlementariërs met wie hij contact heeft gehad.
Klager concludeert dat een onjuist en onvolledig beeld geschetst van de kwestie, omdat NRC geen aandacht heeft besteed aan het oordeel van de Klachtencommissie, ook niet nadat hij NRC hierover had benaderd. Zijn persoonlijke integriteit is ten onrechte in twijfel getrokken, waardoor hij zowel in zijn zakelijke- als privébelangen is geschaad.

NRC stelt hier tegenover dat de artikelen zijn gebaseerd op uitgebreid journalistiek onderzoek, waarbij de journalisten diverse bronnen hebben geraadpleegd. De toelating van medicijnen tot het verzekerde pakket is een lastig doordringbaar politiek spel, waarin de krant de lezer graag inzicht wilde bieden. De journalisten wilden graag weten welke rol artsen, wetenschappers, politici en eventueel lobbyisten speelden in een dergelijke discussie. Gaandeweg bleek dat klager een belangrijke rol speelde in de lobby voor toelating van het medicijn Orkambi. Toen uit nader onderzoek bleek dat hij onjuiste gegevens had gedeeld met parlementariërs, kwam hij centraal te staan in de berichtgeving. In de artikelen is heel duidelijk bericht over de financiële kant van het verhaal, waarbij is vermeld dat Vertex sinds zijn oprichting veel verlies leed. Er is vermeld in welke jaarverslagen de winstcijfers zijn gevonden. Kopieën daarvan zijn inzichtelijk gemaakt in een apart artikel, waarin alle bewijsstukken zijn opgesomd. Vervolgens is beschreven hoe de farmaceut komt aan cijfers over ‘Research & Development’ en dat een groot deel van de ‘investeringen’ in nieuwe medicijnen gaat naar aandelenbeloningen voor het personeel. Er is dus niet alleen vermeld dat klager politici voorzag van onjuiste informatie, maar ook geduid hoe Vertex met financiële cijfers omgaat. Aangezien klager in zijn informatie de nadruk op een kwartaal had gelegd, is het niet onzorgvuldig dat ook de journalisten specifieke aandacht aan bepaalde kwartalen hebben besteed. Het is juist dat Tweede Kamerleden bij financiële prijsarrangementen geen formele rol hebben, maar klager heeft hen via vele e-mails in de discussie betrokken. Verschillende Tweede Kamerleden voelden zich niet prettig bij de gedachte dat zij werden gevoed met onjuiste informatie en dat alleen al maakte het maatschappelijk relevant daarover te berichten. NRC beseft dat publicaties over lobbyprocessen gevoelig kunnen liggen. Juist daarom is vanaf het begin zo transparant mogelijk gehandeld. Meerdere malen is klager gevraagd om een weerwoord, maar daar zag hij grotendeels vanaf.
NRC heeft de indruk dat de klacht vooral gaat om het artikel “Intern onderzoek naar handelwijze Orkambi-lobbyist” en het vervolg dat daaraan volgens klager gegeven had moeten worden. In zijn standpunt over het oordeel van de Klachtencommissie gaat klager eraan voorbij dat de uitspraak van de Klachtencommissie juist de kern van de publicaties in NRC bevestigde, te weten dat er feitelijk onjuiste informatie werd verspreid bij de lobby voor Orkambi die een gunstiger beeld moest geven van medicijnfabrikant Vertex. Klager liet Tweede Kamerleden weten dat Vertex maar één kwartaal in zijn bestaan winst had gemaakt, omdat het bedrijf zoveel investeert in onderzoek en ontwikkeling. Die informatie was van groot politiek belang om het vriendelijke gezicht van Vertex te tonen: Vertex is geen farmaceut die op snel rendement uit is, was de boodschap. NRC achterhaalde en meldde negen kwartalen winst. Over de door klager verstrekte informatie constateerde de Klachtencommissie: „De concrete informatie over de winstgevendheid van het bedrijf was onjuist.” en „De informatie is bewust door de lobbyist ingebracht maar klopte niet en is onvoldoende gecheckt”. Dat is in strijd met de eigen beroepsregels „en daarmee schadelijk voor het aanzien en imago van de gehele beroepsgroep”. Klager is door zijn beroepsgroep niet gestraft omdat hij in correspondentie al snel de fouten erkende, de ‘onzorgvuldige’ communicatie betreurde en aankondigde de interne procedures aan te hebben gescherpt. Ook was klager volgens de Klachtencommissie al geconfronteerd „met de nodige negatieve publiciteit”. De journalisten hebben op de dag van publicatie kennisgenomen van de uitspraak van de Klachtencommissie en de journalistieke afweging gemaakt daaraan geen artikel te wijden. De uitspraak bevestigde de kern van hun berichtgeving en bevatte onvoldoende nieuwe informatie. Sterker nog, zij vonden het niet chique hun eigen gelijk te bevestigen in een nieuw artikel, dat opnieuw de schijnwerpers zou richten op de feitelijke onjuistheden die klager eerder deelde met politici. Dat hij lid mocht blijven van zijn vereniging, was niet nieuwswaardig genoeg.
NRC meent dat zij fair, transparant, nauwgezet, onpartijdig en integer heeft gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft de kern van de klacht zo opgevat, dat NRC onvolledig over de kwestie heeft bericht door geen aandacht te besteden aan de uitspraak van de Klachtencommissie. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

De Raad stelt voorop dat media in een democratische samenleving een belangrijke rol hebben om als ‘publieke waakhond’ onderzoek te verrichten naar en aandacht te besteden aan politieke besluitvormingsprocessen, zoals in dit geval rond de toelating van het geneesmiddel Orkambi tot het verzekerde pakket.

NRC heeft aannemelijk gemaakt dat er voldoende aanleiding bestond om in het hiervoor bedoelde  kader in de artikelen van 17/18 november 2017 te berichten over de betrokkenheid van klager als lobbyist. Daarbij kwam klager – zoals de krant heeft aangevoerd – gaandeweg het journalistieke onderzoek centraal te staan in de berichtgeving. Dit leidde vervolgens tot het artikel van 30 november 2017, waarin uitvoerig is bericht over de klachten die tegen klager waren ingediend en de aanstaande behandeling daarvan door de interne Klachtencommissie.

De Raad constateert dat de berichtgeving ontegenzeglijk ernstige beschuldigingen aan het adres van klager in de uitoefening van zijn beroep bevat, waardoor zijn integriteit is aangetast.
Voorts stelt de Raad vast dat de Klachtencommissie enerzijds heeft geoordeeld dat de door klager verstrekte informatie onvoldoende gecheckt en onjuist was, maar dat de klachtencommissie anderzijds diverse nuanceringen heeft aangebracht en onder meer heeft beslist dat klager te goeder trouw heeft gehandeld.

Vanwege de door NRC gekozen insteek van haar eerdere berichtgeving – met een centrale rol voor klager en de aankondiging van het interne onderzoek naar de handelwijze van klager – had het dan ook op de weg van de krant gelegen om tevens aandacht te besteden aan de oordelen en nuanceringen van de Klachtencommissie, zij het niet uit eigen beweging dan toch in ieder geval nadat klager de krant hierover had benaderd.
In dit verband overweegt de Raad dat journalisten weliswaar vrij zijn in de selectie van nieuws, maar dat dit niet wegneemt dat zij zo volledig mogelijk dienen te berichten en eenzijdige berichtgeving behoren te vermijden.
Doordat geen aandacht is besteed aan de uitspraak van de Klachtencommissie is de berichtgeving niet evenwichtig. Dit leidt tot de conclusie dat NRC Handelsblad journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.  

CONCLUSIE

NRC Handelsblad heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan NRC Handelsblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 31 augustus 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. A. Karadarevic, A. Olgun en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.