2018/34 zorgvuldig niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

A. Klinkenberg en het Brabants Dagblad hebben in het artikel met de kop “Raad van State wil niks meer horen van Wob-duo uit [plaatsnaam]” de term ‘Wob-duo’ gebruikt ter aanduiding van de heer X (klager) en mevrouw Y, die betrokken was bij de procedures waarover is bericht. Met de term is de onjuiste indruk gewekt dat klager en Y hebben samengewerkt in hun Wob-procedures. De kop van het online-artikel is dan ook terecht gewijzigd in “Raad van State wil niks meer horen van [plaatsnaam] Wob’er Y”. Dat de term ‘Wob-duo’ niet ook in de tekst is aangepast, betekent niet dat daarmee onzorgvuldig is gehandeld. De Raad vindt het gebruik van deze term, alle omstandigheden in aanmerking genomen, niet onredelijk beschadigend voor klager. Klinkenberg en het Brabants Dagblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld. De Raad heeft de klacht tegen P. Driessen niet inhoudelijk behandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

A. Klinkenberg, P. Driessen en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

De heer X te [woonplaats] (klager) heeft op 4 april 2018 een klacht ingediend tegen de heer A. Klinkenberg, de heer P. Driessen en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en de heer J. Roes, plaatsvervangend hoofdredacteur, van 17 april 2018 en 22 mei 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 mei 2018 in aanwezigheid van klager en zijn echtgenote. Klinkenberg, Driessen en de krant zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 29 maart 2018 is op de website van het Brabants Dagblad een artikel verschenen van de hand van Klinkenberg met de kop “Raad van State wil niks meer horen van Wob-duo uit […]”. Het artikel luidt:
“Inwoonster van [plaatsnaam] Y krijgt van de Raad van State geen nieuwe hoorzitting om haar onvrede over de gemeente [plaatsnaam] te spuien. Dit blijkt uit twee schriftelijke verzetsuitspraken die donderdag in Den Haag bekend zijn gemaakt.
Y diende met haar medestander X bij de gemeente [plaatsnaam] honderden Wob- verzoeken in (Wet openbaarheid van bestuur) en daagde de gemeente [plaatsnaam] hierover veelvuldig voor de rechter. De rechtbank Oost-Brabant besliste uiteindelijk dat het duo misbruik maakte van recht.
De hoger beroepen die Y hierover bij de Raad van State aanspande werden door de hoogste bestuursrechter in juli 2017 zonder hoorzitting ongegrond verklaard. Y vindt het ontoelaatbaar dat zij niet door de Raad van State is uitgenodigd voor een hoorzitting. Op 19 maart ging ze hiertegen in verzet. Dit verzet is ongegrond verklaard.
‘Niets nieuws’
Volgens de Raad van State voert Y niets nieuws aan en is het haar alleen maar te doen om heropening van de discussie over haar afgewezen Wob-verzoeken. Y werd in juli ook veroordeeld tot het betalen van de proceskosten die de gemeente heeft gemaakt. Ook daarover wilde ze nog wat kwijt.”
De kop van het online artikel is later gewijzigd in “Raad van State wil niks meer horen van [plaastnaam] Wob’er Y”.
Het artikel is op 30 maart 2018 in de papieren editie van het Brabants Dagblad verschenen onder de kop “[Plaatsnaam] Y vangt opnieuw bot”.

Nadat klager zijn bezwaren over het artikel op 29 maart 2018 had voorgelegd aan hoofdredacteur L. van Houtert, heeft deze op 3 april 2018 het volgende aan klager geschreven:
“Een blik in het archief leert mij dat mevrouw Y en u meermaals hetzelfde pad hebben bewandeld inzake toepassing van de WOB. De term WOB-duo lijkt mij in een aantal gevallen dan ook wel verdedigbaar. Of dat ook in de berichtgeving waar u naar verwijst het geval is, mag inderdaad worden betwijfeld. Ik zie dat de kop van het artikel een aantal dagen geleden al is aangepast, u had wellicht al gesignaleerd dat er in de krant een andere kop boven stond.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert – kort samengevat – aan dat in het artikel ten onrechte de activiteiten van hem en mevrouw Y aan elkaar zijn gekoppeld door hen als ‘Wob-duo’ voor te stellen. Uit de aanvankelijk gehanteerde kop zou kunnen blijken dat hij bij het geschil van Y, waarover in het artikel is bericht, was betrokken. Dat was niet het geval. Hij is ook niet genoemd in de betreffende uitspraken van de Raad van State. Klager begrijpt dan ook niet waarom hij in de berichtgeving is betrokken. Hij wijst er in dit verband op dat Driessen die term herhaaldelijk in eerdere artikelen heeft gebruikt.
Klager licht toe dat hij en Y ieder voor zich diverse Wob-verzoeken bij de gemeente [plaatsnaam] hebben ingediend om misstanden, vriendjespolitiek en mogelijk zelfs corruptie aan de orde te stellen, maar dat zij geen ‘duo’ zijn. Die term impliceert namelijk volgens het Van Dale-woordenboek ‘twee bij elkaar horende personen’ en daarvan is geen sprake. De enige keer dat Y en hij samen iets hebben gedaan was het moment dat zij vol verbazing ontdekten dat hun individuele acties samen het magische getal van 1000 bereikten. Zij hebben toen een taart aangeboden aan de ambtenaren van de gemeente.
Op de zitting deelt klager nog mee dat hij Y een paar jaar geleden heeft ontmoet, waarna hij als adviseur zakelijk contact met haar heeft gehad. Zij zijn beiden ongeveer tegelijkertijd met het indienen van Wob-verzoeken begonnen, die deels dezelfde thema’s betreffen, en hebben elkaar ontmoet op zittingen bij de gemeente en de Raad van State. Met de term ‘duo’ wordt echter de indruk gewekt dat hij en Selleraad samen optreden en dat is niet het geval. Klager is alleen verantwoordelijk voor zijn eigen daden en kan zich niet voorstellen dat de buitenwereld hem en Y als ‘duo’ ziet. Sinds de Raad van State hem maanden geleden in het ongelijk heeft gesteld en heeft beslist dat hij misbruik maakt van recht, heeft hij niets meer ondernomen en de zaak voor zichzelf afgesloten. Hij vindt het vervelend dat hij door de berichtgeving nu onnodig in de publiciteit komt.
Klager concludeert dat Klinkenberg, Driessen en het Brabants Dagblad onzorgvuldig hun werk hebben gedaan door zich niet (voldoende) op feiten te baseren, maar wel beweringen en meningen weer te geven. Zij hebben met hun niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving de grenzen van journalistieke ethiek overschreden, aldus klager.

Klinkenberg en het Brabants Dagblad stellen hier tegenover dat de ruim duizend Wob-verzoeken die klager en Y bij de gemeente [plaatsnaam] hebben ingediend, niet los van elkaar gezien kunnen worden, temeer omdat de één vragen indiende over het verzoek van de ander. Klinkenberg heeft klager en Y in april 2017 ook meegemaakt tijdens een hoger beroep zitting bij de Raad van State. Ze streden beiden voor dezelfde zaak, hielden een betoog van gelijke strekking en lieten een taart bezorgen vanwege hun duizendste Wob-verzoek. Hij kon daaruit afleiden dat ze elkaar goed kenden, overleg hadden gehad en samen optrokken. Zij zijn in ieder geval medestanders en elkaars sympathisanten. In het artikel heeft Klinkenberg ze samen aangeduid als ‘Wob-duo’ met een verwijzing naar wat in het verleden is gebeurd. Die term dekt de lading en was gerechtvaardigd.
Driessen merkt op dat hij in mei 2017 voor het laatst schreef over het Wob-duo en dat de bezwaren van klager over zijn berichtgeving rijkelijk laat zijn.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat door het gebruik van de term ‘Wob-duo’ de activiteiten van klager ten onrechte zijn gekoppeld aan die van Y en dat de onjuiste indruk is gewekt dat klager betrokken was bij de procedures van Y, waarover is bericht.

De Raad vindt dat de term ‘Wob-duo’ impliceert dat klager en Y hebben samengewerkt in hun Wob-procedures. Klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat daarvan geen sprake is geweest, anders dan het eenmalig aanbieden van een taart vanwege het duizendste Wob-verzoek. De lading van de term ‘Wob-duo’ wordt derhalve niet (voldoende) door de feiten gedekt.

Mede in aanmerking genomen dat klager niet betrokken was bij de uitspraken van de Raad van State die de aanleiding vormden voor de berichtgeving, is het Brabants Dagblad terecht overgegaan tot aanpassing van de kop van het online artikel. Het was beter geweest als de term ‘duo’ ook in de tekst was gewijzigd, maar dat is niet gebeurd. Deze omissie is echter niet van zodanige aard dat de krant kan worden verweten hiermee journalistiek onzorgvuldig te hebben gehandeld. Gelet op hetgeen partijen hebben aangevoerd ten aanzien van de contacten tussen klager en Y alsmede bezien in de context kan het gebruik van de term ‘duo’ – hoewel deze strikt genomen niet door de feiten wordt gedekt – niet als onredelijk beschadigend voor klager worden aangemerkt.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Klinkenberg en het Brabants Dagblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Voor zover klager bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruik van de term ‘Wob-duo’ door Driessen, stelt de Raad vast dat de klacht niet is ingediend binnen de termijn van zes maanden na het verschijnen van de door Driessen geschreven artikelen. Verder is niet gebleken dat Driessen bij het artikel van 29/30 maart 2018 betrokken is geweest. Dit brengt mee dat de Raad de klacht tegen Driessen niet inhoudelijk zal behandelen.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2016/33

CONCLUSIE

A. Klinkenberg en het Brabants Dagblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld. De klacht tegen P. Driessen is niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 23 augustus 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. A. Karadarevic, A. Olgun en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.