2018/33 zorgvuldig niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

W. Heck, A. Kouwenhoven en NRC Handelsblad hebben in het artikel “Pro-Russische activisten proberen in Nederland de publieke opinie te bespelen” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over mevrouw O.A. Plotnikova (klaagster). Niet kan worden geconcludeerd dat het artikel relevante onjuistheden over klaagster bevat en er is geen sprake van zodanige grievende kwalificaties van klaagster, dat daarmee haar belangen onevenredig zouden zijn geschaad. Bovendien is klaagster gelegenheid tot wederhoor geboden, maar zij heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij haar klacht voor zover deze is gericht tegen berichtgeving over Die Einheit. De Raad heeft daarom de klacht op dit punt niet inhoudelijk behandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

O.A. Plotnikova

tegen

W. Heck, A. Kouwenhoven en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

Mevrouw O.A. Plotnikova te Breda (klaagster) heeft op 9 maart 2018 een klacht ingediend tegen de heer W. Heck, de heer A. Kouwenhoven en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad (hierna gezamenlijk: NRC). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klaagster en mevrouw M. Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur, van 9, 13 en 23 maart 2018, 25 april 2018 en 22 mei 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 mei 2018. Klaagster is daar niet verschenen. Namens NRC waren de heren Heck en Kouwenhoven en mevrouw Breedeveld aanwezig. Heck heeft het standpunt van NRC toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

DE FEITEN

Op 14 november 2017 is op de website van NRC Handelsblad een artikel van de hand van Heck en Kouwenhoven verschenen met de kop “Pro-Russische activisten proberen in Nederland de publieke opinie te bespelen”. Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Ook in Nederland doet Rusland aan beïnvloeding, waarschuwde minister Ollongren van Binnenlandse Zaken (D66) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer. Maar hoe gaat dat in zijn werk? NRC bracht een netwerk van pro-Russische activisten in kaart die de publieke opinie proberen te bespelen via demonstraties, door aan te sluiten bij bestaand protest, door politici te beïnvloeden en op internet pro-Russische informatie te verspreiden.”
en
“Dat de pro-Russische activisten niet alleen op eigen titel demonstreren, maar zich ook mengen in bestaand protest, blijkt wel bij Break the System. Voor de actie in Eindhoven, in de zomer van 2015, bezoeken enkele activisten in januari al een grote demonstratie van Break the System op het Haagse Malieveld. Break the System is op dat moment een beweging van burgers die ageren tegen bezuinigingen, het bankensysteem, de Europese Unie en het kabinet Rutte II. Het huidige systeem heeft zijn beste tijd gehad, vinden de demonstranten.”
en
“Ook andere activisten uit het netwerk raken betrokken bij Break the System. Zoals Anneke de Laaf, oprichter van de Stichting Rijnland, die onder meer ageert tegen „de demonisering van Rusland”, zoals De Laaf eerder tegen NRC zei. En Nikita Ananjev, voorzitter van de Russische studentenorganisatie in Nederland. Ook Elena Plotnikova, actief voor de SP in Breda, doet mee. De Laaf en Ananjev organiseren samen met leden van Break the System in oktober 2015 een protest bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid in Den Haag. Demonstranten tonen een spandoek waarop staat dat het rapport van de commissie een leugen is. „Ik denk dat er ondertussen flink wat Nederlanders zijn die vragen stellen bij de manier waarop onze regering dit onderzoek uitvoert”, zegt De Laaf voor de camera van de Russische zender RT, dat internationaal wordt uitgezonden voor een miljoenenpubliek.”
en
“Telkens waar Russische belangen op het spel staan, duiken de activisten op. Zo ook een half jaar later bij het referendum over het EU-associatieverdrag met Oekraïne. Dit verdrag is Rusland een doorn in het oog. Op de Dam in Amsterdam demonstreert Natalia Vorontsova schouder aan schouder met Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) voor de nee-campagne. Ook andere Nederlandse Russen uit het netwerk van Vorontsova zijn bij het referendum betrokken. Zoals Nikita Ananjev en Plotnikova, een etnische Russin uit het Oekraïense Donetsk, die wordt gebombardeerd tot boegbeeld van de SP-campagne.
Op de uitslagenavond bij de SP komen meerdere Nederlandse Russen feestvieren. Ook bij debatten in zaaltjes over het referendum duiken de activisten op om het publiek te vertellen dat de inwoners van Oekraïne helemaal niet zitten te wachten op het associatieverdrag.
Na het Oekraïne-referendum lobbyen de activisten bij de regeringspartijen om de uitslag te respecteren. Als de VVD tachtig Nederlanders selecteert om met premier Rutte te debatteren over de vertaling van de referendumuitslag, zijn Plotnikova en Ananjev daar ook bij. Trots gaan ze met Rutte op de foto.”
en
“Ook Max van der Werff, amateuronderzoeker van de MH17-ramp, staat in contact met het netwerk. Hij werd meerdere malen gehoord door het Joint Investigation Team dat speurt naar de daders van de aanslag. Van der Werff was een van de ondertekenaars van een brief aan president Donald Trump van de Verenigde Staten waarin voor een nieuw en onafhankelijk MH17-onderzoek wordt gepleit. De pro-Russische activiste Plotnikova wordt op de website van Van der Werff genoemd als vertaalster van zijn werk. NRC is in bezit van correspondentie van Plotnikova waaruit blijkt dat zij Van der Werff in contact heeft gebracht met een ooggetuige die een ander verhaal vertelt over de toedracht van de ramp. Desgevraagd bevestigt Van der Werff dat hij in contact staat met Plotnikova, maar dat hij niet door haar wordt beïnvloed.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert – samengevat – aan dat wat over haar is vermeld, niet op feiten is gebaseerd. Zo is onjuist dat zij deelneemt aan de activiteiten van Break the System, zij heeft alleen in januari 2017 op sociale media een video gedeeld van politiegeweld tegen de demonstranten op het Malieveld. Weliswaar is niet geschreven dat zij fysiek aanwezig was bij de protesten, maar de hele passage gaat over de protestbeweging en na de zin waarin is beweerd dat zij ‘meedoet’ gaat het over een protest in oktober 2015. Dit suggereert dat zij direct betrokken is bij de protesten, wat niet waar is. Verder maakt klaagster bezwaar tegen de vermelding dat zij ‘pro-Russisch’ is. Hiermee wordt ten onrechte geïmpliceerd dat zij Russische belangen in Nederland vertegenwoordigt. In dit verband wijst klaagster ook op een eerder artikel van Heck en op een Twitterbericht van hem, waarin zij ‘Poetin-fan’ wordt genoemd.
Klaagster benadrukt dat zij geen burger van Rusland is (geweest). Dat zij in de passage over het referendum in hetzelfde rijtje is geplaatst als Natalia Vorontsova en Nikita Ananjev, is daarom feitelijk onjuist en wekt ten onrechte de indruk dat zij daadwerkelijk aan Rusland is verbonden. Bij de SP-campagne tegen het associatieverdrag met de Oekraïne was zij een van de velen die aan het woord kwamen. Zij is een actief lid van de partij, maar geen gezichtsbepalend iemand en zij is zeker niet ‘gebombardeerd tot boegbeeld’. Overigens vindt klaagster het ongepast dat het woord ‘bombarderen’ is gebruikt, omdat haar geboortestad al jaren dagelijks wordt beschoten.
Voorts meent klaagster dat de lezers onjuist zijn geïnformeerd over de oprichting van de Nederlandse afdeling van de Duitse partij Die Einheit.
Klaagster benadrukt dat zij nooit een interview heeft gegeven aan de betrokken journalisten en ook geen toestemming heeft gegeven haar naam te vermelden. Zij heeft een gesprek met Heck geweigerd, omdat hij in januari 2017 eerder onjuist over haar heeft bericht zonder haar te benaderen voor een reactie. Zij had geen vertrouwen in zijn journalistieke werkwijze en heeft daarom niet meegewerkt aan deze publicatie. Volgens klaagster heeft Heck informatie van anderen genegeerd en is hij niet geïnteresseerd in waarheidsvinding. Zij is ervan overtuigd dat haar reactie niet zou zijn verwerkt en meent dat haar beslissing om niet mee te werken, juist is geweest.
Klaagster vindt dat zij ten onrechte is geframed als ‘Kremlin agent’. Door de publicatie zijn haar naam en imago aangetast, waardoor haar economische belangen als zelfstandig onderneemster zijn beschadigd. Zij heeft haar klacht eerst voorgelegd aan de hoofdredacteur en ombudsman van NRC, maar daarop geen reacties ontvangen.

NRC stelt hier – samengevat – tegenover dat klaagster onder andere activistisch aanwezig is op sociale media, waar zij meer dan eens informatie over Break the System onder haar volgers heeft verspreid. Tegenwoordig speelt protest zich vaak meer online af dan op straat en kan het aanprijzen van een protestbeweging als Break the System worden aangeduid als ‘meedoen’. Verder is niet beweerd dat klaagster ‘Russische belangen in Nederland vertegenwoordigt’. Er is geschreven dat pro-Russische activisten vaak opduiken als Russische belangen op het spel staan. Dat dit zo is, is in het artikel uitvoerig aangetoond. Klaagster neemt het consequent op voor Rusland, zowel online als offline. NRC betwist dat klaagster ten onrechte in een rijtje van Russische burgers is geplaatst. Er is vermeld dat klaagster ‘een etnische Russin uit het Oekraïense Donetsk’ is en NRC weet dat klaagster zichzelf als ‘Russische uit Oekraïne’ beschouwt. De redactie beschikt voorts over beeld waarop klaagster naast SP-Kamerlid Harry van Bommel vanaf een podium namens de SP een groep mensen toespreekt en ook in andere campagne-uitingen van de SP nam klaagster een prominente plaats in. Klaagster fungeerde dus wel degelijk als een ‘SP-boegbeeld’ en is terecht zo aangeduid. Ten aanzien van de oprichting van de Nederlandse afdeling van de Duitse politieke partij Die Einheit beschikt de krant over de aankondiging hiervan door de partij zelf.
NRC wijst erop dat klaagster gelegenheid tot wederhoor is geboden en er zelf voor heeft gekozen daar geen gebruik van te maken.
Ten slotte stelt NRC dat toenmalig adjunct-hoofdredacteur Kalse wel degelijk per e-mail heeft gereageerd, nadat klaagster haar klacht aan de hoofdredactie had voorgelegd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad overweegt allereerst het volgende. NRC heeft op de zitting een groot aantal stukken overgelegd. Aan partijen is – zoals gebruikelijk – bericht dat aanvullende stukken uiterlijk de dinsdag voorafgaand aan de zitting door de Raad moeten zijn ontvangen. Zowel de partijen als de Raadsleden dienen zich immers deugdelijk te kunnen voorbereiden. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze regel rechtvaardigen. De Raad zal deze stukken dan ook niet betrekken bij zijn beoordeling.

Voorts overweegt de Raad dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat ze publiceren. Dat brengt tevens mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

NRC heeft aannemelijk gemaakt dat er voldoende aanleiding bestond om over klaagster te berichten op de wijze zoals is gedaan. Op grond van wat partijen hebben aangevoerd kan niet worden geconcludeerd dat het artikel relevante onjuistheden over klaagster bevat. Verder is geen sprake van zodanige grievende kwalificaties van klaagster, dat daarmee haar belangen onevenredig zouden zijn geschaad. Bovendien is klaagster gelegenheid tot wederhoor geboden. Zij had dan ook haar visie naar voren kunnen brengen en er daarmee (mogelijk) voor kunnen zorgen dat een ander beeld over haar zou zijn ontstaan. Dat klaagster niet heeft gereageerd, kan NRC niet worden tegengeworpen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Heck, Kouwenhoven en NRC Handelsblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Voor zover klaagster bezwaar heeft gemaakt tegen de wijze waarop is bericht over Die Einheit, is onvoldoende sprake van een rechtstreeks belang van klaagster. De Raad zal daarom de klacht op dit punt niet inhoudelijk behandelen.

Ten overvloede stelt de Raad vast dat de standpunten van partijen over de afhandeling van de klacht lijnrecht tegenover elkaar staan. De Raad kan niet vaststellen welk standpunt juist is en zal zich daarover dan ook niet uitspreken.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/6 en RvdJ 2013/37
Relevante artikelen uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 2 lid 1en 9 lid 2

CONCLUSIE

Voor zover de klacht betrekking heeft op de berichtgeving over klaagster hebben W. Heck, A. Kouwenhoven en NRC Handelsblad journalistiek zorgvuldig gehandeld.
Voor zover de klacht betrekking heeft berichtgeving over Die Einheit, is de klacht niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 23 augustus 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. A. Karadarevic, A. Olgun en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.