2018/32 zorgvuldig

Samenvatting

V. van der Kooi en het Eindhovens Dagblad hebben in het artikel “Kiesraad: Niks mis met registratie Groenen” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over een bestuursrechtelijke procedure waarbij J.M. van Kessel (klager) is betrokken. De uitspraak van de Raad van State is op een journalistiek juiste wijze vertaald. Ook verder is niet gebleken dat een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.M. van Kessel

tegen

V. van der Kooi en de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad

De heer J.M. van Kessel te Eindhoven (klager) heeft op 8 februari 2018 een klacht ingediend tegen mevrouw V. van der Kooi en de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en de heer J. van den Oetelaar, hoofdredacteur, van 3, 11, 19 en 26 en april 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 25 mei 2018. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 29 januari 2018 is op de website van het Eindhovens Dagblad een artikel van de hand van Van der Kooi verschenen met de kop “Kiesraad: Niks mis met registratie Groenen”. Het artikel luidt:
“Eindhovenaar Jozef van Kessel heeft zijn Raad van State-zaak tegen de Kiesraad verloren. De landelijke Kiesraad heeft terecht de naam ‘De Groenen’ vastgelegd in het register voor de Tweede Kamer, zo oordeelt de Raad van State. Van Kessel had beroep aangetekend tegen dit besluit.
Achterliggende reden is een bestuursconflict binnen de Groenen waar Van Kessel bij betrokken is. Hij vindt dat de Kiesraad vanwege dit conflict het registratieverzoek van de politieke groepering De Groenen niet in behandeling had moeten nemen.
De Raad van State stelt dat de Kiesraad volgens de regels heeft gehandeld, omdat de voorzitter en het bestuurslid die het verzoek indienden in het handelsregister als rechthebbende staan vermeld. Daarbij staat ook dat het dossier ‘in onderzoek’ is. Maar dat betekent niet dat de Kiesraad eigen onderzoek had moeten verrichten en niet had mogen afgaan op de op dat moment geregistreerde gegevens, aldus de Raad van State.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat hij beroep had ingediend bij de Raad van State tegen een bestuursbesluit van de Kiesraad tot registratie van partijnaam ‘De Groenen’. Dit had tot gevolg dat de partijnaam niet tijdig op 27 december 2017 in de Staatscourant kon worden gepubliceerd en de partijnaam niet gebruikt kon worden. Dit laatste bleek ook uit het proces-verbaal van het centraal stembureau in Amsterdam, waar men het gebruik van de partijnaam ‘De Groenen’ niet toestond. Volgens klager is in deze kwestie dus dit proces-verbaal relevant en niet de uitspraak van de Raad van State. Vanaf 27 december had hij al contact met de redactie over deze zaak. De krant is echter ten onrechte afgegaan op de informatie die de overheid heeft verstrekt in plaats van op zijn informatie als nieuwsbrenger. Zo heeft de redactie niet eens de moeite genomen om naar de Kiesraad te bellen, die dan had moeten erkennen dat het gebruik van de naam niet meer was toegestaan. Bovendien was de redactie niet aanwezig bij de zitting van de Raad van State. Daar heeft de staatsraad ook uitvoerig aan de Kiesraad gevraagd naar de status van de publicatie in de Staatscourant van 27 december 2017 en wat dit voor gevolgen had indien er alsnog een lijst zou worden ingediend onder die naam. Verder heeft klager Van der Kooi al voor de uitspraak van de Raad van State gebeld over de consequenties van het beroep, maar zij weigerde hem toen te woord te staan. Toen hij haar enkele weken later belde naar aanleiding van het bericht op de website, wilde ze niet ingaan op zijn klacht.
Volgens klager gaat het erom dat hij de zaak gewonnen heeft voor de gemeenteraadsverkiezingen 2018 en dat de Kiesraad hels was over het beroep. In plaats daarvan heeft de krant op de website een vertekend beeld geschetst van zijn beroepsprocedure bij de Raad van State, door te vermelden dat het beroep ongegrond is verklaard en dat de Kiesraad in het gelijk is gesteld. Dit is een onvolledig bericht en geeft niet de waarheid weer, aangezien de partijnaam immers niet gebruikt mocht worden. Klager acht de publicatie daarom onvolledig en dus onzorgvuldig.

Van der Kooi en het Eindhovens Dagblad stellen hier tegenover dat zij vrij zijn om bij hun berichtgeving af te wegen wat relevant is voor hun lezers. Omdat klager zijn zaak bij de Raad van State had verloren, vonden zij het minder relevant om te berichten over hetgeen zich had afgespeeld in Amsterdam. Daarbij speelde mee dat klager niet van plan was mee te doen met de Eindhovense gemeenteraadsverkiezingen. Het zou Van der Kooi tijd kosten om zijn claim over Amsterdam te checken. Een verhaal daarover zou bovendien erg complex worden en onvoldoende relevant voor Eindhovense lezers. Daarom is de berichtgeving beperkt tot de uitspraak van de Raad van State.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat ze publiceren. Dat brengt tevens mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Van der Kooi heeft in het artikel aandacht besteed aan de uitspraak van de Raad van State in de bestuursrechtelijke procedure waarbij klager is betrokken. Volgens de Raad is de uitspraak van de Raad van State op een journalistiek juiste wijze vertaald. Met de samenvatting is geen andere betekenis of lading aan de feiten gegeven, dan in de gebruikte bron het geval is. Van der Kooi was niet gehouden om in het artikel ook aandacht te besteden aan andere aspecten van de zaak, zoals die door klager zijn verwoord.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Van der Kooi en het Eindhovens Dagblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2016/33

CONCLUSIE

V. van der Kooi en het Eindhovens Dagblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 23 augustus 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. A. Karadarevic, A. Olgun en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.