2018/31 zorgvuldig

Samenvatting

J. Born en EenVandaag hebben in radio- en televisie-uitzendingen van het item “Politie duwt kritische agenten ziektewet in” bericht over de (mogelijk) ontoelaatbare handelwijze van de politie bij het beëindigen van arbeidsrelaties met agenten. In dat verband is ook aandacht besteed aan de rol van klager als mediator. Aangezien klager niet voor het grote publiek in de uitzendingen herkenbaar is, wordt hij – objectief bezien – niet gediskwalificeerd. Het was dan ook niet nodig om wederhoor bij hem toe te passen. Dat de uitzendingen vervolgens door handelingen van derden alsnog tot klager herleidbaar zijn geworden, kan Born en EenVandaag niet worden aangerekend. Ten slotte heeft EenVandaag de klacht op zorgvuldige wijze afgehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

J. Born en de hoofdredacteur van EenVandaag (AVROTROS)

De heer X te [woonplaats] (klager) heeft op 5 februari 2018 een klacht ingediend tegen de heer J. Born en de hoofdredacteur van EenVandaag. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en mevrouw A. van Tricht, juridische zaken AVROTROS, betrokken van 28 februari 2018 en 16 april 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 20 april 2018. Klager is daar verschenen vergezeld door de heer mr. E.J.H. Reitsma, advocaat, en mevrouw J. Dierx. Namens EenVandaag waren de heer Born, senior redacteur, mevrouw F. Tijmstra, verslaggever, en de heer J. Illy, eindredacteur, aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van notities.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzendingen bekeken en beluisterd.

DE FEITEN

Op 7 september 2017 heeft AVROTROS in afleveringen van het radio- en televisieprogramma EenVandaag een item uitgezonden (hierna: de uitzendingen) met de titel “Politie duwt kritische agenten ziektewet in”. De bij de uitzendingen behorende tekst op de website van EenVandaag luidt:
“De politie probeert van kritische agenten af te komen door ze een psychiatrisch stempel te geven. Dat blijkt uit een geheime opname in bezit van EenVandaag. In de opname worden de voordelen besproken van het ontslaan van een agent op medische gronden waardoor de kosten op het UWV zijn af te schuiven.
“Als je tegen een leidinggevende zegt dat hij iets niet helemaal correct heeft gedaan, dan krijg je straf”, zegt Lea Renfurm, die de agent kritisch bijstaat. “Ze zetten je in de strafhoek. Dan zeggen ze dat je een stoornis hebt, dus ben je ongeschikt en ontslaan ze je.”
Renfurm was tot januari dit jaar Hoofd Juridische Zaken van politievakbond ANPV. Ze vindt deze zaak ‘schokkend en exemplarisch’. “Je ziet dat er een patroon is. Ik ken er tientallen.”
Fragment geheime opname
De opname is van een gesprek achter gesloten deuren tussen een mediator, een politiechef en een politiejurist. Een fragment uit de opname over hoe van de agent af te komen: (mediator) “Als je haar door een psychiater laat keuren, dan wordt het gewoon wegens ziekte. En jullie zijn ervoor verzekerd.” (politie) “Ja, ja.”(mediator) “Voor ziekte wel en voor die andere niet, dan zijn jullie eigen risicodrager, dus mijn advies aan de politie is, hoewel ik dat nooit hardop zeg, als je van iemand af wilt, doe het dan via de verzekeraar (hard gelach)’ (politie) “Dan valt ie buiten onze kostenpost, want anders krijgen we minder premie terug.” Echt onderzoek doen naar hoe de zaak in elkaar zit, wil de politie niet: (politie) “Onderzoek kunnen we wel doen maar dat moeten heel gerichte, beperkte onderzoeken zijn, niet alles wat er verkeerd gegaan is.”
Boete intrekken onder druk chef
De zaak begint in 2012, als de betrokken agent een boete uitschrijft en deze later onder druk van haar chef moet intrekken. In plaats van dat de zaak daarmee klaar is, wordt de agent vanaf dat moment het leven zuur gemaakt door onder andere haar politiechef.
Uiteindelijk komt er mediation waarbij een onafhankelijke mediator tot een oplossing moet komen tussen de politie en de agent. Bij de mediation zijn de agent met haar vertegenwoordiger, de mediator, een politiechef en een politiejurist aanwezig. Op een gegeven moment wordt de agent verzocht de ruimte te verlaten met haar vertegenwoordiger, waarna het gesprek achter gesloten deuren voortgezet wordt.
Twee weken later ontvangt de agent een audio-opname van dat gesprek. Dan blijkt dat de mediator helemaal niet boven de partijen staat en dat de politie goedkoop van haar af wil. Ze hoort hoe ze als psychiatrisch patiënt wordt weggezet, ‘de psychiatrie voorbij’ en hoe men haar op medische gronden wil ontslaan.
Strafrechtelijk onderzoek geheime opname
Inmiddels loopt er een strafrechtelijk onderzoek naar wie de geheime opname heeft gemaakt. Niet naar wat er op de opname te horen is. Advocaat Mariëlle van Essen staat de agent bij in dat onderzoek. Ze vindt het de omgekeerde wereld dat er onderzoek plaatsvindt naar wie het gesprek heeft opgenomen en niet naar wat er gezegd wordt in het gesprek: “Zonder dat de politie enig bewijs heeft, zeggen ze dat de agent het wel zal hebben opgenomen. En ze hebben het al helemaal niet over wat daar besproken is, stuitend!”
Reactie mediator en politie
De betrokken mediator wil vanwege zijn geheimhoudingsplicht niet reageren. Ook de Nationale Politie wil niet op het voorbeeld in gaan. In het algemeen zegt de Nationale Politie dat ze zich niet herkennen in de kritiek op omgang met kritische agenten.”
Zowel in de radio- als in de televisie-uitzending zijn delen van de geheime opname afgespeeld. De volledige opname is te beluisteren via de website van EenVandaag. Klager is de bedoelde mediator. Zijn naam is niet in de uitzendingen genoemd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert – kort samengevat – aan dat hij in de uitzendingen ten onrechte is beschuldigd van wanpraktijken bij de uitoefening van zijn beroep als mediator, zonder juiste toepassing van wederhoor. De uitzendingen zijn niet waarheidsgetrouw, niet onafhankelijk, unfair en met gesloten vizier gebracht. Bovendien is zonder zijn toestemming op internet de opname van een vertrouwelijk gesprek geplaatst, waaraan hij – zo te horen – deelnam.
Klager licht uitvoerig toe wat het betekent om geregistreerd mediator te zijn. In zo een geval is een mediationovereenkomst verplicht en gelden daarnaast aanvullende (gedrags)regels. Dit brengt onder meer mee dat hij niet kón ingaan – dat is anders dan dat hij niet wilde – op de inhoud van de kwestie waarover is bericht. Het uit de school klappen na een mediation is in strijd met de afspraken zoals vastgelegd in de ondertekende mediationovereenkomst. Het belang van een dergelijke schending moet wel heel groot zijn en in dit geval was daarvan geen sprake.
Verder legt klager uit dat in de opname sprake is van een zogeheten ‘caucus’: een privégesprek tussen de mediator en één van de partijen. Het is een mediator in een dergelijk gesprek onder meer toegestaan de desbetreffende partij van advies te dienen. Dat had Born kunnen en moeten weten. Daarbij had een kritische vraag hierover in de uitzending richting de betrokken agente en haar gemachtigde niet mogen ontbreken. Klager wijst erop dat de agente een klacht tegen hem heeft ingediend, die niet heeft geleid tot het door haar gewenste resultaat. Het College van Beroep van de Stichting Tuchtrechtspraak Mediators heeft in zijn uitspraak het volgende opgemerkt: “Het College van Beroep bevestigt dat een caucus naar haar aard vertrouwelijk is. Dat houdt in dat de deelnemers aan een caucus erop moeten kunnen vertrouwen dat hetgeen zij daarin bespreken tussen hen zal blijven. Een transcript van een dergelijke caucus kan daarom in beginsel niet tuchtrechtelijk worden getoetst. Dit beginsel leidt uitzondering indien komt vast te staan dat een mediator tijdens de caucus bijvoorbeeld ongeoorloofde procesafspraken maakt, de jegens de andere partij in acht te nemen vertrouwelijkheid schendt of handelingen verricht die de gelijkwaardigheid van partijen doen doorbreken. Van dat laatste is het College van Beroep echter niet gebleken.” Het college heeft dus gekeken naar zijn evaluatieve gedrag in de caucus en daar geen aanleiding ingezien om hem daarop tuchtrechtelijk aan te spreken. De nuance dat het mogelijk gaat om een caucus waarbij bijzondere spelregels gelden, blijft echter onvermeld. Daarmee is sprake van valse berichtgeving.
Volgens klager is in de uitzending ten onrechte een eenzijdig zelfbeeld geschetst van een eerzame politievrouw die het slachtoffer is geworden van een perfide  – in het belang van de kwaadaardige tegenpartij, de werkgever – handelende mediator. In vrijwel elke arbeidsmediation wordt aan de orde gesteld dat het zelfbeeld van de ene conflictpartij niet overeenstemt met het beeld dat de ander heeft. Maar om daar meer over te mogen – en dus kunnen – zeggen diende de geheimhouding te worden opgeheven en het is juist de betrokken agente die hem dat heeft geweigerd, aldus klager.
Hij wijst er verder op dat de door EenVandaag gemaakte voorstelling van zaken de agente kennelijk heeft gesterkt in haar idee dat klager niet deugt. De agente heeft hem na de uitzending op sociale media gekoppeld aan de zaak door in een retweet van de uitzending een link te plaatsen naar een artikel uit 2016 op de website van Tubantia, waarin zijn volledige naam is vermeld. Klager meent dat EenVandaag voor deze en andere uitingen van derden, die direct zijn te koppelen aan de uitzending, verantwoordelijk is.
Ten aanzien van het wederhoor benadrukt klager nog eens dat hij graag had willen reageren, maar dat niet kon. Nadat hij twee dagen voor de uitzending door Born was benaderd, heeft hij dit duidelijk in een schriftelijke verklaring uiteengezet. Daarbij heeft hij er onder meer op gewezen dat slechts het eenzijdige verhaal van de agente aan bod kan komen, terwijl zij een belanghebbende partij is. Doordat een en ander niet op een juiste wijze in de uitzending is verwerkt, is een onjuist beeld van de kwestie geschetst, waarbij bovendien ten onrechte de indruk is gewekt dat hij iets te verbergen heeft.
Klager concludeert dat het werk van Born, de uitzendingen van EenVandaag en de beantwoording van de klacht onzorgvuldig zijn.

Born en EenVandaag stellen hier – samengevat – tegenover dat Born klager op 5 september 2017 heeft benaderd en hem eerst telefonisch heeft gesproken. Toen klager werd uitgelegd dat EenVandaag de audio-opname in de uitzending wilde gebruiken – zowel op radio, televisie als online – deelde hij mee dat hij dit zou overleggen met zijn advocaat. Vervolgens heeft Born in de middag van 5 september een mail aan klager gestuurd met het verzoek om een reactie, en met de toezegging het transcript van de uitzending te zullen sturen, dat een uur later is verstuurd. Verder heeft Born in het telefonisch onderhoud met klager duidelijk gemaakt dat de opname ook online zou worden gezet. In de ochtend van 7 september heeft klager aan Born een mail gestuurd met de mededeling dat hij niet kon reageren. Klager heeft derhalve voldoende tijd gehad om een reactie te geven — althans geen bezwaar gemaakt tegen de termijn om te kunnen reageren — of desnoods verdere juridische stappen te ondernemen voordat het item werd uitgezonden. Dit heeft hij niet gedaan en in plaats daarvan beklaagt hij zich nu over de uitzendingen zonder verdere nadere onderbouwing. Het centrale punt waar Born hem over heeft benaderd, zijn de uitlatingen van klager tegen de politiefunctionarissen bij de mediation. Die uitlatingen spreken voor zich en klager lijkt zich achter de geheimhoudingsplicht te verschuilen om geen inhoudelijke reactie te hoeven geven op zijn uitspraken. Naast zijn geheimhoudingsplicht heeft een mediator echter ook een aantal andere verplichtingen die met de kern van het mediatorschap te maken hebben. Born en EenVandaag menen dat klager in zijn hoedanigheid als mediator de gedragsregels voor integriteit en neutraliteit heeft geschonden door in de caucus met de politie – waarbij de betreffende opname is gemaakt – bepaalde uitlatingen over de betrokken agente te doen die erop neerkomen dat zij op psychische gronden zou kunnen worden afgekeurd. Dat het College van Beroep de berisping van klager heeft ingetrokken berust op het feit dat het college niet beschikte over de originele audio-opname.
Verder lichten Born en EenVandaag toe dat in de uitzendingen een zaak werd belicht die exemplarisch is voor de cultuur die bij de politie is ontstaan. Uit deze en andere zaken die bij de redactie over de politiecultuur bekend zijn, blijkt dat grote druk wordt uitgeoefend op medewerkers die als lastig worden ervaren, om zo de organisatie te verlaten. Juist in het geval dat mediation wordt ingezet als een middel om partijen toch op enige wijze tot elkaar te komen, zouden partijen ervan uit mogen gaan dat de mediator voor neutraliteit en integriteit staat. Nu uit de audio-opname blijkt dat dit niet het geval is, is het juist van belang die opname te laten horen, en de betrokken mediator te vragen wat hier aan de hand is en waarom hij deze uitspraken heeft gedaan. Klager is dat gesprek jammer genoeg uit de weg gegaan.
Born en EenVandaag menen dat zij met recht de betreffende audio-opname hebben kunnen gebruiken in de uitzending, dat zij klager tijdig en met open vizier hebben benaderd en voldoende ruimte hebben gegeven voor wederhoor. Daarnaast is de naam van de klager in alle uitingen weggelaten. Tenslotte is zowel op radio als televisie als online als in het persbericht vermeld dat de mediator niet op de publicatie wilde reageren vanwege zijn geheimhoudingsplicht.
Ten aanzien van de afhandeling van de klacht wijst EenVandaag er nog op dat zij op 18 december 2017 inhoudelijk heeft gereageerd op de klacht die klager op 5 december via zijn raadsman had ingediend. Hierop heeft zij verder niets meer vernomen.
Born en EenVandaag zijn dan ook van oordeel dat zij zorgvuldig hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat klager door de uitzendingen wordt gediskwalificeerd en dat niet op juiste wijze wederhoor is toegepast.

De Raad stelt voorop dat media een belangrijke taak hebben om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Het is dan ook maatschappelijk relevant en journalistiek geboden om onderzoek te verrichten naar en/of te berichten over de (mogelijk) ontoelaatbare handelwijze van de politie bij het beëindigen van arbeidsrelaties met agenten en daarbij ook aandacht te besteden aan de rol van klager als mediator.

De Raad stelt vast dat in de uitzendingen de naam van klager niet is vermeld en dat ook anderszins niet zodanig over hem is bericht dat hij in de uitzendingen of in de publicatie op de website van EenVandaag algemeen herkenbaar is. Weliswaar is op de website de volledige opname te beluisteren van het gesprek waaraan klager kennelijk heeft deelgenomen en zijn delen daarvan in de uitzendingen te horen, maar de Raad acht het niet aannemelijk dat de opname – gelet op de kwaliteit ervan – tot klager herleidbaar is.

De Raad meent daarom dat klager niet voor het grote publiek in de uitzendingen herkenbaar is. Dit brengt mee dat niet kan worden geconcludeerd dat hij – objectief bezien – door de uitzendingen wordt gediskwalificeerd. Het was dan ook niet nodig om wederhoor bij klager toe te passen.

Niettemin heeft Born klager benaderd en de kern van zijn reactie (het beroep op zijn geheimhoudingsplicht) in de uitzendingen opgenomen. Gelet op hetgeen de Raad hiervoor heeft overwogen, kan het standpunt van klager dat zijn reactie niet adequaat is verwerkt – voor zover dit al juist zou zijn – niet leiden tot de conclusie dat Born en EenVandaag daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Dat de uitzendingen vervolgens door handelingen van derden – onder wie de betrokken agente – alsnog tot klager herleidbaar zijn geworden, maakt het voorgaande niet anders. Dit kan Born en EenVandaag niet worden aangerekend.

Ten slotte vindt de Raad dat EenVandaag serieus op de klacht heeft gereageerd. Dat klager zich daarin niet kan vinden, is onvoldoende voor de conclusie dat de klachtafhandeling onzorgvuldig is geweest.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: B.3
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/14 en RvdJ 2014/51

CONCLUSIE

J. Born en EenVandaag hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 22 augustus 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. dr. Y.M. de Haan, ir. B.L. Hooghoudt en mw. H.M.M. Nietsch, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.