2018/3 zorgvuldig

Samenvatting

G. van Diepen en Onderzoeksredactietabak.nl hebben in het artikel “Webshops e-sigaretten: achtergronden” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over de webshop van de heer E.H.M. Timmermans, h.o.d.n. Pipe Line Store Eindhoven (klager). In het artikel is de feitelijke informatie over klagers bedrijf op een correcte wijze verwerkt. Het toepassen van wederhoor was niet nodig. Met de vermelding van de bedrijfsnaam en website van klager zijn diens belangen niet onevenredig geschaad.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

E.H.M. Timmermans, h.o.d.n. Pipe Line Store Eindhoven

tegen

G. van Diepen en de hoofdredacteur van Onderzoeksredactie Tabak

Mevrouw mr. R. Pansters, jurist te Roermond, heeft op 13 oktober 2017 namens de heer E.H.M. Timmermans (klager), h.o.d.n. Pipe Line Store Eindhoven, een klacht ingediend tegen G. van Diepen en de hoofdredacteur van Onderzoeksredactie Tabak. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en de heer M. Metze, hoofdredacteur, betrokken van 24 oktober 2017 en van 17 november 2017.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 24 november 2017 in aanwezigheid van klager en mevrouw Pansters. Onderzoeksredactie Tabak is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 1 augustus 2017 is op de website Onderzoeksredactietabak.nl een artikel van de hand van Van Diepen verschenen met de kop “Webshops e-sigaretten: achtergronden”. De intro van het artikel luidt:
“Updated:
Sinds 1 mei 2016 is reclame voor e-sigaretten met nicotine verboden. Sinds 1 juli 2017 vallen ook e-sigaretten zonder nicotine onder dit verbod. Beide hebben tot nu toe vrijwel geen resultaat. Webshops prijzen hun dampers en nicotine-houdende vloeistoffen nog altijd actief aan. Dat blijkt uit onderzoek van Onderzoeksredactie Tabak. De Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit zegt te zijn begonnen met handhaven.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
“Op internet zijn zeker 135 Nederlandse webshops te vinden voor e-sigaretten en/of vaping-vloeistoffen (vapour = damp). Onderzoeksredactie Tabak inventariseerde de eerste twintig Google suggesties. Een handvol uitgezonderd, lijken de shops allemaal meer of minder de regels aan hun laars te lappen (laatste controledatum: 1 augustus 2017). Soms met aanlokkelijke plaatjes, vaak met een opsomming van de voordelen ten opzichte van normale sigaretten. Elektronische sigaretten zouden ‘de oplossing’ zijn voor stoppen met roken, en vooral ‘minder schadelijk’ dan gewone sigaretten. Volgens www.pipeline-elektronische-sigaret.nl bevatten ze ‘geen schadelijke stoffen zoals teer, formaldehyde, ammoniak, blauwzuur en koolmonoxide’.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel weliswaar gaat over de verkoop en reclame van e-sigaretten via internetwinkels in het algemeen, maar dat hij specifiek ‘onder de loep’ is genomen zonder dat wederhoor is toegepast. Verder maakt hij er bezwaar tegen dat zijn bedrijfsnaam en website zijn genoemd en dat informatie van zijn website is geciteerd. Hierdoor worden zijn belangen ernstig geschaad, aldus klager. Hij licht toe dat hij bekend is met de nieuwe regelgeving die sinds 1 juli 2017 geldt voor webshops. Vanwege de zomervakantie en het feit dat de wet inwerking trad op dezelfde dag van de bekendmaking, was hij niet in staat om direct zijn website aan te laten passen. Klager vindt het onnodig belastend dat zijn bedrijfsnaam is vermeld. Doordat zijn shop als eerste in het artikel is genoemd, is hij in de schijnwerpers gezet. Er is de indruk gewekt dat het artikel vooral op hem betrekking heeft, terwijl er nog veel andere webshops zijn die de nieuwe regels niet meteen hebben kunnen doorvoeren. Daarbij komt dat bij de eigenaren van enkele andere webshops wel wederhoor is toegepast. Ten slotte voert klager aan dat sprake is van onjuiste weergave van de feiten.
Op de zitting erkent klager desgevraagd dat het van zijn website afkomstige citaat juist is. Hij heeft deze passage inmiddels van zijn site verwijderd. Verder voegt hij hieraan nog toe dat hij ten gevolge van het artikel controle heeft gehad en van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een voornemen tot boeteoplegging heeft ontvangen. Klager meent dat de e-sigaret ten onrechte doorgaans negatief wordt neergezet en dat de minister met de nieuwe regels een grote fout begaat.

Van Diepen en Onderzoeksredactie Tabak stellen hier tegenover dat de publicatie berust op uitvoerig onderzoek naar een groot aantal webshops. Dit blijkt ook duidelijk uit de tekst, waarin niet alleen het bedrijf van klager, maar ook enkele andere shops zijn genoemd. De feiten die betrekking hebben op klager, zijn afkomstig van zijn website. Er was geen reden om vooraf toestemming te vragen voor het vermelden van de bedrijfsnaam en de website van klager. Een website is openbaar en klager maakt zijn bedrijfsnaam zelf via het internet openbaar. Het toepassen van wederhoor was niet nodig. Van Diepen heeft in de passage over klager alleen feiten en termen gebruikt, die klager op zijn website heeft geplaatst. Als er belangen geschaad zouden zijn, wat niet is aangetoond, is klager daarvoor zelf verantwoordelijk. Hij erkent immers dat hij zijn website niet tijdig aan de nieuwe wettelijke regels heeft aangepast. De eventuele gevolgen daarvan zijn uiteraard voor zijn eigen rekening.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat de journalist vrij is in de selectie van nieuws en geen toestemming voor of instemming met een publicatie behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Dit brengt tevens mee dat het aan de journalist is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

In het artikel is de feitelijke informatie over klagers bedrijf, afkomstig van zijn openbare website, op een correcte wijze verwerkt. Niet is gebleken dat het artikel andere relevante onjuistheden bevat. Aangezien sprake is van berichtgeving van feitelijke aard, was het toepassen van wederhoor niet nodig.
De Raad vindt niet dat in de publicatie, waarin diverse andere webshops zijn genoemd, een (ontoelaatbare) nadruk op het bedrijf van klager is gelegd. Er bestaat ook overigens geen aanknopingspunt voor het oordeel dat met de vermelding van de bedrijfsnaam en website van klager, zijn belangen onevenredig zijn geschaad.
Uit de toelichting van klager op de zitting maakt de Raad op dat zijn bezwaren vooral betrekking hebben op de nieuwe regelgeving en de gevolgen die hij hiervan ondervindt. Dit kan Van Diepen en Onderzoeksredactie Tabak echter niet worden verweten.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Van Diepen en Onderzoeksredactie Tabak journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.

CONCLUSIE

G. van Diepen en Onderzoeksredactie Tabak hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 22 januari 2018 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, M.C. Doolaard, A. Olgun en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.