2018/29 onzorgvuldig

Samenvatting

AD De Dordtenaar heeft met de publicatie van het artikel “’[beroep] op dodenlijst van drugscriminelen’” journalistiek onzorgvuldig gehandeld, door daarin een combinatie van persoonsgegevens van klager op te nemen die maken dat hij voor een brede kring herkenbaar is. Waar de berichtgeving meer is dan een zakelijke mededeling, maar de nieuwswaarde (met name) wordt bepaald door specifieke persoonlijke omstandigheden kan het van belang zijn om extra terughoudend te zijn met het publiceren van persoonlijke gegevens. De krant had kunnen en moeten volstaan met een beperktere aanduiding van klager, zonder dat dit afbreuk zou hebben gedaan aan de inhoud en nieuwswaarde ervan. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat het kennelijk voor de krant ook duidelijk was, dat dit voor klager een gevoelige kwestie betrof. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan AD De Dordtenaar deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van AD De Dordtenaar

De heer mr. Y, advocaat te [plaatsnaam], heeft op 9 maart 2018 namens de heer X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van AD De Dordtenaar, waarbij hij heeft verzocht om behandeling van de klacht achter gesloten deuren. De secretaris van de Raad heeft klager in een e-mail van 9 april 2018 meegedeeld dat dit verzoek is ingewilligd. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van de heer B. Verbrugge, redactiechef, en de heer P. van den Bosch, hoofdredacteur AD Regio, van 10 april 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 20 april 2018 achter gesloten deuren, in aanwezigheid van klager en zijn advocaat. De krant is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 3 maart 2018 is in AD De Dordtenaar een artikel verschenen met de kop “’[beroep] op dodenlijst van drugscriminelen’” en de bovenkop “Advocaat: hij pleegde meineed uit pure angst”. In het artikel wordt onder meer bericht dat klager als getuige is opgetreden in een geruchtmakend proces rond een groep drugshandelaren. Hij zou daarbij belastende verklaringen hebben afgelegd. Eerder zou hij bij de rechter-commissaris hebben gelogen over het aantal keren dat hij sprak met rechercheurs. Daarom is klager vervolgd voor het plegen van meineed. Het slot van het artikel luidt:
“,,(…) Dit zijn levensgevaarlijke criminelen, waar mijn cliënt voor vreest”, aldus de advocaat. Die stelt dat [initiaal achternaam] de meineed pleegde door ‘psychische overmacht uit angst voor zijn veiligheid en die van zijn dochtertje.’”
In het artikel zijn – behalve de initiaal van de achternaam van klager – ook zijn voornaam, leeftijd en gemeente waarin hij woont genoemd. Verder is vermeld welk beroep hij uitoefent.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – kort samengevat – dat hij door de combinatie van alle vermelde persoonlijke gegevens, eenvoudig in het artikel kan worden herkend. Zo is hij door collega’s op de publicatie aangesproken. De gemeente is ook niet zo groot, dus velen wisten direct dat het om hem ging. Volgens klager had de krant kunnen volstaan met het vermelden van minder persoonsgegevens en minder herleidbare strafrechtelijke bijzondere gegevens, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. De vermelding van alle details was onnodig en niet functioneel, terwijl overigens een maatschappelijk belang ontbrak om zo uitgebreid, uitbundig en gedetailleerd te publiceren. De krant heeft onvoldoende rekening gehouden met de kwetsbaarheid van klager en ten onrechte het risico genomen dat hij onevenredig nadeel van de berichtgeving had kunnen ondervinden en dat aan zijn familie onnodig extra leed zou worden toegevoegd. Op de zitting voegt klager hieraan toe dat hij vooral bezwaar heeft tegen de vermelding van zijn beroep en de plaatsnaam. Hij wijst erop dat zijn beroep niet in het vonnis is vermeld. Het vonnis is overigens niet gepubliceerd en dus niet zo maar voor iedereen te achterhalen.
Klager meent dat zijn privacy als gevolg van de publicatie onevenredig is aangetast en dat op journalistiek onzorgvuldige wijze met het noemen van bovenmatig veel bijzondere persoonsgegevens over de strafzaak is bericht, als gevolg waarvan grenzen van journalistieke ethiek zijn overschreden. Dat de rechtszitting niet achter gesloten deuren is gehouden, de rechtbank kennelijk geen instructies heeft gegeven dat namen niet genoemd mochten worden en/of dat de toenmalige advocaat van klager daar kennelijk ook niet om heeft gevraagd, maakt dit niet anders, aldus klager.

AD De Dordtenaar stelt hier tegenover dat alle informatie is verkregen tijdens een openbare zitting   in de rechtbank van [plaatsnaam], voornamelijk door uitlatingen van klager zelf. Hij heeft eerder bij de rechtbank verzocht om de zitting achter gesloten deuren te behandelen, maar dat verzoek is afgewezen. Verder heeft klager bij aanvang van de zaak gevraagd wie de mensen op de publieke tribune waren. De rechter heeft geantwoord dat het ging om een aantal mensen van politie/OM en journalisten. Klager wist dus dat er media aanwezig waren. Dat heeft hem er niet van weerhouden uitgebreid antwoord te geven op vragen over zijn privésituatie. Dat was hij niet verplicht. Klager deed dit juist om de kwetsbaarheid van zijn positie aan te geven.
De krant mag dergelijke informatie, gebruiken mits zij de identiteit van de verdachte voor  het grote publiek niet prijsgeeft. In deze zaak is goed nagedacht hoe de herkenbaarheid van klager beschermd kon worden. Daarom is niet zijn volledige naam genoemd, maar zijn voornaam en de initiaal van zijn achternaam. Bovendien is niet het kleinere dorp genoemd waarin klager woont, maar is dit vervangen door de veel grotere gemeente waartoe het dorp behoort. Daarmee is het voor een breed publiek niet mogelijk de identiteit van klager te achterhalen. Het is de vraag of en onder welke voorwaarden het beroep van een verdachte in een publicatie kan worden genoemd. Dit aspect is gebruikt om klagers kwetsbaarheid aan te duiden. Gezien het belang dat eraan werd gehecht – vooral door klager zelf – tijdens de zitting, kan dit niet worden afgedaan als een detail. Het was functioneel en kleurt de situatie, die overigens bij de mensen die klager vreesde, bekend was. Als handreiking is het beroep van klager uit alle digitale versies van dit verhaal verwijderd en in volgende publicaties over deze zaak zal het niet meer worden vermeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Bij het vermelden van persoonlijke gegevens moet een afweging worden gemaakt tussen het belang op privacy van de betrokkene(n) en het maatschappelijk belang van de publicatie. De persoonlijke levenssfeer over wie wordt gepubliceerd mag niet verder worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is. Daarbij komt dat journalisten dienen te voorkomen dat informatie of beelden worden gepubliceerd waardoor verdachten en veroordeelden door het grote publiek eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. Bij het maken van zijn afwegingen moet de journalist rekening houden met alle omstandigheden van het geval.

Waar de berichtgeving meer is dan een zakelijke mededeling, maar de nieuwswaarde (met name) wordt bepaald door specifieke persoonlijke omstandigheden – zoals hier het geval is – kan het van belang zijn om extra terughoudend te zijn met het publiceren van persoonlijke gegevens. Waar met het mindere kan worden volstaan, moet in zo’n situatie niet naar het meerdere worden gegrepen.

De Raad acht het aannemelijk dat klager door de combinatie van alle persoonsgegevens voor een brede kring van personen in het artikel herkenbaar is. De krant had kunnen en moeten volstaan met een beperktere aanduiding van klager, zonder dat dit afbreuk zou hebben gedaan aan de inhoud en nieuwswaarde ervan. Door dit na te laten heeft zij journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat het kennelijk voor de krant ook duidelijk was dat dit voor klager een gevoelige kwestie betrof; zij heeft immers uit eigen beweging de naam van het dorp vervangen door de grotere gemeente en later het beroep van klager uit de online versie verwijderd.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat AD De Dordtenaar journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: C.1
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2017/11

CONCLUSIE

Het AD De Dordtenaar heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan AD De Dordtenaar om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 13 juli 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. dr. Y.M. de Haan, ir. B.L. Hooghoudt en mw. H.M.M. Nietsch, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.



Publicatie in AD d.d. 20 juli 2018