2018/28 zorgvuldig

Samenvatting

De Stentor heeft in het artikel “Politie met getrokken pistool: ‘Liggen nu!’” een citaat van een anonieme bron opgenomen, waarmee de onjuiste indruk is gewekt dat klager als verdachte bij de kwestie was betrokken. In een vervolgbericht heeft de krant ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat – en waarom – de eerste publicatie niet juist was. De redactie heeft de concepttekst van dit bericht vooraf aan klager voorgelegd, die daarmee akkoord is gegaan. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtzetting niet passend is geweest. De Stentor heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van de Stentor

Mevrouw mr. H.H. Jansen, advocaat te Putten, heeft op 8 februari 2018 namens de heer X (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Stentor. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van de heer G. Dijkstra, adjunct-hoofdredacteur, van 7 maart 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 20 april 2018, in aanwezigheid van klager, zijn advocaat en de heer Dijkstra.

DE FEITEN

Op 24 augustus 2017 is in de Stentor een artikel verschenen met de kop “Politie met getrokken pistool: ‘Liggen nu!’”. De intro van het artikel luidt:
 “Op straat houden twee agenten twee mannen onder schot. Het blijkt te gaan om een aanhouding in een onderzoek naar drugshandel. ,,Liggen, nu!”, schreeuwt een agent.”
In het artikel is vermeld in welke plaats en welke straat het voorval heeft plaatsgevonden. Het slot luidt:
“Niemand wil met de naam in de krant ,,Want het komt op deze manier allemaal wel een beetje dichtbij,” vertelt een buurvrouw. Een van de verdachten – een [beroep] – woont in de straat, weet ze inmiddels.”

Vervolgens is op 29 augustus 2017 in de Stentor een bericht verschenen met de kop “[beroep] geen verdachte drugszaak”. Het bericht luidt verder:
“Deze krant maakte afgelopen donderdag (pagina 2) in het artikel over waarschuwingsschoten bij een mogelijke drugsdeal in [plaats] melding van een verdachte [beroep]. Een buurvrouw vertelde in het bewuste artikel dat een van de verdachten een [beroep] zou zijn die aan de [straat] woont. Onderzoek van deze krant wijst uit dat deze [beroep] niets met de zaak te maken heeft en ook geen verdachte is geweest. Van de vier mannen die wel zijn aangehouden, zit alleen de 21-jarige Apeldoorner nog vast, zo meldde de politie vrijdag.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat hij de enige [beroep] is die woont in de straat waar het voorval heeft plaatsgevonden en op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het incident. Hij is voor zijn omgeving eenvoudig in het artikel herkenbaar en is door het artikel ten onrechte in een kwaad daglicht gezet. Volgens klager had de krant vooraf de zaak beter moeten uitzoeken. Dat heeft zij echter nagelaten, waardoor hij ongerechtvaardigd is blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen, die onvoldoende steun vinden in het feitenmateriaal. Door het artikel is zijn integriteit in twijfel getrokken en zijn reputatie geschaad, aldus klager. Op de zitting voegt hij hieraan toe dat hij destijds door zijn werkgever op de publicatie is aangesproken en vervolgens een week is geschorst.
Nadat klager had kennisgenomen van de publicatie, heeft hij contact opgenomen met de redactie en verzocht om rectificatie. Hierop heeft hij een concepttekst van de krant ontvangen. Na overleg met zijn werkgever is hij met de tekst akkoord gegaan. Bij die beslissing was van belang dat in het artikel een relatie was gelegd met zijn werk. Vervolgens heeft de krant het bericht in enigszins aangepaste vorm geplaatst. De geplaatste correctie heeft echter niet tot gevolg dat de toegebrachte schade is weggenomen. Ondanks de correctie denken mensen toch nog steeds dat hij een drugsdealer is, aldus klager.

De Stentor betwist niet dat klager in het artikel van 24 augustus 2017 indirect is genoemd als een van de verdachten. En op de zitting erkent Dijkstra dat de krant niet juist heeft gehandeld door het citaat van de anonieme buurvrouw over klager op te nemen.
Nadat de politie had bevestigd dat klager geen verdachte was in de zaak, heeft de krant een rectificatie geplaatst. Het voorstel daartoe is eerst aan klager voorgelegd, die daarmee akkoord is gegaan. Overigens heeft de auteur van het artikel nog vóór de plaatsing van de correctie contact opgenomen met de werkgever van klager om mee te delen dat hij een fout had gemaakt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager heeft allereerst bezwaar gemaakt tegen het artikel van 24 augustus 2017.  

De Raad acht het aannemelijk dat klager – ondanks dat zijn naam niet is vermeld – binnen het verspreidingsgebied van de krant in het artikel kan worden herkend. In het artikel is door een anonieme buurvrouw beweerd, dat klager een van de verdachten is in de drugszaak waarover is bericht. Niet ter discussie staat dat dit niet juist is.

De krant heeft erkend dat zij met de publicatie van het citaat van de anonieme buurvrouw niet zorgvuldig heeft gehandeld en zij heeft dit op 29 augustus 2017 rechtgezet. In gevallen als deze, waarin een rechtzetting is gepubliceerd, moet de Raad beoordelen of daarmee de eerdere onzorgvuldigheid in voldoende mate is hersteld.

In het bericht heeft de krant ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat – en waarom – het artikel van 24 augustus 2017 niet juist was. De redactie heeft de concepttekst van dit bericht vooraf aan klager voorgelegd, die daarmee – in overleg met zijn werkgever – akkoord is gegaan. Er bestaat dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtzetting niet passend is geweest.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de Stentor uiteindelijk journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en D.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2017/35

CONCLUSIE

De Stentor heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 13 juli 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, M.C. Doolaard, mw. dr. Y.M. de Haan, ir. B.L. Hooghoudt en mw. H.M.M. Nietsch, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.