2018/2 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

S. Motké en P. van Riessen (Quote en Quotenet.nl) hebben in het artikel “Gooise yogalerares (huisvriendin John de Mol) verliest stalkingszaak van fraudeur” aandacht besteed aan een juridisch geschil tussen klager en zijn ex-partner. De wijze waarop en de mate waarin melding is gemaakt van de eerdere strafrechtelijke veroordeling van klager, is disfunctioneel en nodeloos grievend. Het had op de weg van betrokkenen gelegen om klager op enigerlei wijze tegemoet te komen in zijn bezwaren, maar dat is niet gebeurd. Hiermee is journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Verder is op zorgvuldige wijze over klager bericht in de artikelen “Rechter dwarsboomt nieuwe job fraudeur [X]” en “Gebeten hond”.
De Raad doet de aanbeveling aan Quote en Quotenet.nl deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

S. Motké en P. van Riessen, adjunct-hoofdredacteur van Quote en Quotenet.nl

De heer X te […] (klager) heeft op 18 juli 2017 een klacht ingediend tegen de heer S. Motké en de heer P. van Riessen, adjunct-hoofdredacteur van Quote en Quotenet.nl (hierna gezamenlijk: Quote). Vervolgens heeft klager zijn klacht uitgebreid bij brief van 8 september 2017. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van mr. Chr. A. Alberdingk Thijm, advocaat te Amsterdam, van 14 september 2017 en 31 oktober 2017.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 3 november 2017 in aanwezigheid van klager. Namens Quote zijn daar de heer Motké, de heer Van Riessen, de heer mr. Alberdingk Thijm en mevrouw mr. E. Janssen, advocaat, verschenen. Klager en mevrouw mr. Janssen hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van notities.

DE FEITEN

Op 9 mei 2017 is op de website Quotenet.nl een artikel van de hand van Motké verschenen met de kop “Rechter dwarsboomt nieuwe job fraudeur [X]”. De intro van dit artikel luidt:
“Hij moest vorig jaar de cel in wegens faillissementsfraude, maar inmiddels loopt de [woonplaats]se bedrijvendokter [X] weer vrij rond. En hoe: hij speelt een opmerkelijke rol in een rechtszaak tussen twee gebrouilleerde zakenpartners.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
Vorig jaar zomer werd [X] definitief veroordeeld tot tien maanden onvoorwaardelijke celstraf wegens faillissementsfraude. (…) Onduidelijk is sinds wanneer en onder welke voorwaarden [X] zich weer onder de mensen begeeft, maar feit is dat hij in februari opduikt als directeur bij de […] Investment Group. Dit is een vehikel in de Achterhoek dat tot dat moment in bezit is van twee Gelderse zakenmannen: verzekeraar [A] en agrotech-ondernemer [B]. De twee zijn al een paar jaar niet meer ‘on speaking terms’. (…) na het wegvallen van [A] junior gaat de accu-handel failliet en ontstaat een meningsverschil tussen de achterblijvers over pandrechten, welke uiteindelijk uitgroeit tot serieuze beschuldigingen van malversaties. Het vormt de ideale voedingsbodem voor [X], die zich al eens eerder opwierp als wandelend geneesmiddel tussen bozige partners. De [woonplaats]se bedrijvendokter krijgt van [A], die kampt met een zwakke gezondheid, een volmacht om de problemen binnen […] Investment op te lossen.”
en
“De beslissingen zorgen voor ontsteltenis bij [B], die geen andere mogelijkheid ziet dan zijn compagnon [A] voor het gerecht te slepen om de activiteiten van [X] te stoppen. In zijn pleidooi meldt [B]’ advocaat Pim Plattel dat daaronder valt het verstrekken van ‘onjuiste informatie’ aan de Kamer van Koophandel, het eenzijdig veranderen van correspondentieadressen en de aanvraag van nieuwe ING-bankpassen.
(…) Die [X] ontkent op zijn beurt met klem bij ING langs te zijn gegaan: ‘Heb nooit enige bankpas gehad. Dat kan de heer [B] niet zeggen, die heeft daar gemalverseerd.’
De Arnhemse voorzieningenrechter zag zich genoodzaakt snel vonnis te wijzen in de hoogoplopende vete. Blijkens een ongepubliceerd vonnis, welke in handen is van Quote, oordeelt de rechter dat [A] zich schuldig heeft gemaakt aan ‘vennootschapspiraterij’ en dat [X] per direct ontheven moet worden van zijn functies binnen […] Investment. Daarnaast moeten, op straffe van een dwangsom, door hem genomen besluiten worden teruggedraaid. Let wel: over de verwijten aan het adres van [B] geeft de rechter geen oordeel; er wordt enkel gesteld dat als [A] wil ingrijpen in de bedrijfsvoering hij dat op een formeel juiste wijze moet doen.”
en
“En de 'gun-for-hire' [X] zelf? Die meldt in een schriftelijke reactie al te graag dat De Telegraaf een artikel over deze netelige kwestie heeft verwijderd én gerectificeerd. Hij volhardt in de ‘aperte’ malversatiebeschuldigingen aan het adres van [B], die ook een bedenkelijke rol zou hebben gespeeld bij de inmiddels failliete vennootschap van de overleden [A], alwaar de vermogenspositie slechter was dan uit jaarstukken bleek.”

Vervolgens is op 27 juni 2017 op de website Quotnet.nl een artikel verschenen, wederom van de hand van Motké, met de kop “Gooise yogalerares (huisvriendin John de Mol) verliest stalkingszaak van fraudeur”. De intro van dit artikel luidt:
“Het Gooi is in rep en roer wegens een affaire tussen een bij BN’ers geliefde yoga-instructrice en ex-bajesklant [X]. De notoire bedrijvendokter claimt circa €60.000 van zijn voormalige vlam, die en passant wordt beschuldigd van fiscale fraude. In de hoogoplopende zaak vallen ook de namen van multimiljardair John de Mol en misdaadverslaggever Peter R. de Vries.”
Dit artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Dat [X] een ster is in het maken van geruchtmakende juridische meters was bekend, maar de [woonplaats]se bedrijvendokter heeft zichzelf ditmaal overtroffen in een rechtszaak met […], eigenaresse van een [woonplaats]se yogapraktijk die geliefd is onder bekende Nederlanders als Toppers-zanger Jeroen van der Boom, die zich bij Koffietijd lovend uitliet over […]. [X] en […] startten in 2013 een knipperlichtrelatie waarbij de [bedrijfsnaam]-eigenaar ook handig gebruik kon maken van ‘diensten van juridische aard’. Niet voor niets is [X] een wandelende adviespraktijk, door zijn advocaat Hans Koets omschreven als ‘het slimste jongetje van de klas’. Enig nadeel: hij is wél veroordeeld vanwege faillissementsfraude. Vorig jaar zomer moest de in Limburg geboren [X] zich melden om een maandenlange celstraf uit te zitten.”
en
“[X] heeft inmiddels drie rechtszaken gestart tegen […] én haar moeder om financiële vergelding af te dwingen voor zijn geleverde diensten. (…) Door deze ontwikkeling is de sfeer tussen de voormalig tortelduifjes grimmig geworden: begin deze maand poogde […] middels een kort geding een contact- en spreekverbod tegen [X] af te dwingen.  De bevallige blondine beschuldigt haar gewezen liefde van stalking en laster, gewag makende van een karrevracht aan incidenten: [X] bedelft haar onder grote aantallen e-mails en whatsappberichten, houdt zich op rond haar woning en yogaschool, intimideert bekenden en maakt haar zwart bij overheidsinstanties. De veroordeelde  fraudeur claimt zélf een gevalletje van fraude op het spoor te zijn: in een dit voorjaar aan Quote verstuurde mail rept [X] over ‘onjuiste facturen en fiscale afdrachten’ bij de yogaschool waardoor ‘erg bekende Nederlanders onjuiste facturen in hun BV hebben’. […] hoopte middels het kort geding tevens haar fiscale 'friends with benefits' te verbieden om, onder andere, financiële en juridische munitie te verstrekken die betrekking hebben op haar eenmanszaak.”
en
“De voorzieningenrechter velde deze week uiteindelijk geen oordeel over de fraudebeschuldigingen,  maar doet wel de koude mededeling dat alle vorderingen van […] zijn afgewezen.”

Ten slotte is in Quote, in de editie van september 2017, een artikel verschenen met de kop “Gebeten hond”, dat luidt:
“FOEI Sonny Motké houdt de voor fraude veroordeelde bedrijvendokter [X] nauwlettend in de gaten. Tot grote onvrede en frustratie van de [woonplaats]. Ten einde raad vraagt hij de hoofdredactie maatregelen te nemen tegen de Limburgse terriër. ‘Op 27 juni heeft de heer Motké gemeend wederom een artikel over mij te moeten schrijven, waarbij toon en inhoud van het artikel (wederom) onnodig grievend en/of kwetsend en daardoor schadelijk voor mij zijn.’
NASCHRIFT Naar ons idee heeft Motké keurig verslag gedaan van de diverse rechtszaken waarin u hebt gefigureerd. De term ‘fraudeur’ lijkt ons terecht wanneer je – tot aan de Hoge Raad – veroordeeld bent voor faillissementsfraude. Deal with it.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – kort samengevat – dat sprake is van onjuiste, suggestieve en grievende berichtgeving. Hij legt de vraag voor of de voor hem erg beschamende strafrechtelijke veroordeling Quote het (aanhoudende) recht geeft over hem te publiceren zoal zij dat doet. Klager is gestraft en heeft recht op een nieuwe kans, maar die wordt hem door Quote ontnomen. Hij licht zijn standpunt nader toe per artikel.
Ten aanzien van de publicatie van 9 mei 2017 voert hij aan dat vaststaat dat de heer [B] voor vele tonnen heeft gemalverseerd. Verder heeft klager nimmer bankpasjes aangevraagd en heeft deze dus ook nooit ontvangen. De strafrechtelijke veroordeling waarvan melding is gemaakt, heeft betrekking op vermeend gepleegde faillissementsfraude in 2005 en 2006. Dit heeft niets te maken met de twist tussen de heren [A] en [B], waarbij hij is betrokken. Volgens klager heeft de vermelding van die veroordeling geen toegevoegde journalistieke waarde, maar alleen het doel hem verder publicitair te beschadigen. Dit is niet fair, aldus klager.
Ook voor wat betreft het artikel van 27 juni 2017 geldt volgens klager dat zijn veroordeling niets te maken heeft met de kwestie waarover wordt bericht. Hij wijst erop dat in dit artikel ook geen melding wordt gemaakt van vergelijkbare achtergrondinformatie over mevrouw […]. Dit is ook terecht, omdat die informatie niets van doen had met de essentie van het rechtsgeschil tussen hem en […], aldus klager. Hij meent dat Quote zich ten onrechte op hem heeft geconcentreerd en aspecten uit zijn verleden erbij heeft ‘gesleept’ om hem welbewust te beschadigen.
Uit het artikel uit de september-editie van Quote blijkt volgens klager een volstrekte minachting voor de toekomstige oordeelsvorming door de Raad. Verder is sprake van een schending van de uitgangspunten van de Leidraad van de Raad, onder meer ten aanzien van zijn privacy.
Op de zitting voegt klager hieraan nog toe dat de vermelding van zijn volledige naam niet relevant is en dat dus sprake is van een disproportionele aantasting van zijn privacy. In dat verband merkt hij op dat hij nooit zelf de publiciteit heeft gezocht, maar enkele malen op berichtgeving heeft gereageerd.
Klager maakt er ten slotte bezwaar tegen dat Quote heeft geweigerd de berichtgeving aan te passen c.q. te verwijderen.

Quote stelt hier – eveneens samengevat – tegenover dat de rechtszaken waarin klager is verwikkeld, nieuwswaardig zijn voor haar lezers, die vooral zijn geïnteresseerd in financiële malversaties in het zakenleven. Het is haar taak de lezers te informeren over een financieel adviseur (‘bedrijvendokter’) die te pas en te onpas ruzies uitvecht in de rechtbank en met regelmaat wordt beschuldigd van malversaties. De suggestie dat de faillissementsfraude in een ver verleden ligt en ten onrechte is opgerakeld, is onjuist. Klager is pas in mei 2016 definitief veroordeeld en heeft daarna zijn celstraf uitgezeten. Na zijn vrijlating heeft hij zich weer in de kijker gespeeld door de kwesties waarover in de gewraakte artikelen is bericht. Klager is nog altijd actief als bedrijvendokter en ontplooit activiteiten waardoor hij wederom bij allerlei fraudezaken betrokken raakt. Hij is door eigen toedoen een publiek figuur geworden, die zich een zekere mate van ongewilde publiciteit moet laten welgevallen. Door verschillende media is uitgebreid gepubliceerd over klager, waarbij zijn naam volledig is vermeld. Tegen eerdere naamsvermelding door Quote heeft klager nooit geprotesteerd.
In de artikelen van 9 mei en 27 juni 2017 zijn de bronnen genoemd en is een helder onderscheid gemaakt tussen het geschil, de standpunten van partijen, het oordeel van de rechter en wat dit inhoudt. Er is wederhoor toegepast en de reactie van klager is op een deugdelijke manier verwerkt. Quote heeft niets gepubliceerd waardoor klager enige bijzondere schade oploopt. Dat hij een ‘fraudeur’ wordt genoemd is terecht; dat staat vast sinds zijn onherroepelijke veroordeling. Klager bezorgt zichzelf een slechte naam, de publicaties zijn een gevolg van zijn eigen handelen.
De rechtszaak waarover op 9 mei 2017 is bericht, is illustratief voor de werkwijze van klager. Het staat niet vast dat [B] voor velen tonnen heeft ‘gemalverseerd’. Dit wordt in de publicatie ontkend noch bevestigd; het artikel vermeldt de standpunten van partijen ter zake. Verder is vermeld dat de advocaat van [B] het standpunt innam dat klager bankpasjes zou hebben aangevraagd. Ook het standpunt van klager hierover is opgenomen.
Het geschil tussen klager en […] waarover op 27 juni 2017 is bericht, betreft deels een conflict over financiële diensten en overstijgt daarmee de privésfeer. Gelet op de geuite beschuldigingen is het van belang om te melden dat klager zélf in een recent verleden veroordeeld is voor fraude. Quote heeft bovendien eerder over klager bericht in een financiële context en mag daarnaar teruggrijpen in een andere context. Het is niet juist dat welbewust aspecten uit het verleden van klager erbij zijn gesleept, terwijl niet over het ‘randgebeuren’ rondom […] is bericht. In het artikel is verder helder vermeld wat de uitkomst is van het juridisch geschil, dat uiteindelijk in klagers voordeel is beslist. Overigens heeft klager zelf contact gezocht met de redactie. Hij wilde zelf graag dat gepubliceerd zou worden over de zaak, zolang het maar in zijn voordeel gespind kon worden.  
Het artikel in het september-nummer van Quote is geen redactioneel stuk, maar bevat slechts de reactie van klager op de eerdere publicaties en is opgenomen in de sectie reacties en brieven van lezers. Het staat de redactie vrij daar een naschrift bij te publiceren. Zowel wat betreft inhoud als stijl is het artikel als fatsoenlijk te beschouwen. Het is geschreven in de stijl die Quote typeert: direct, tongue-in-cheek en een tikkeltje brutaal.
Volgens Quote is er geen reden de artikelen te verwijderen of aan te passen aan klagers wensen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft de kern van de klachtonderdelen over de artikelen van 9 mei en 27 juni 2017 zo opgevat, dat daarin is bericht over de strafrechtelijke veroordeling van klager terwijl dit voor de berichtgeving niet noodzakelijk was en dat die berichtgeving daardoor onnodig grievend is voor klager. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

Vaststaat dat de strafrechtelijke veroordeling betrekking heeft op door klager verrichte zakelijke diensten en, kort gezegd, inhoudt dat hij opzettelijk de rechten van de schuldeisers van failliete rechtspersonen heeft verkort. Op 31 mei 2016 heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van klager – ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 17 december 2014, waarbij klager is veroordeeld – verworpen. Nadien heeft klager zijn straf uitgezeten.

De Raad overweegt dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat ze publiceren. Dat brengt tevens mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Verder bestaat in het algemeen geen bezwaar tegen vermelding van de namen van partijen die zijn betrokken in een civielrechtelijke procedure.

Het voorgaande neemt echter niet weg dat de journalist het belang dat met een publicatie is gediend moet afwegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad.

Ten aanzien van het artikel van 9 mei 2017 overweegt de Raad dat daarin verslag is gedaan van een juridisch geschil waarbij klager als financieel adviseur is betrokken. Blijkens het vonnis van 19 april 2017 is sprake van een ‘hele reeks van handelingen, geregisseerd door klager, die, geëffectueerd of niet, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ontoelaatbaar zijn’ en heeft de rechter gedaagden geboden ‘ervoor zorg te dragen dat per heden klager niet langer als gevolmachtigde is betrokken’ bij de desbetreffende vennootschappen. In dat licht bezien was het journalistiek relevant om melding te maken van de eerdere strafrechtelijke veroordeling van klager wegens faillissementsfraude. Dit is gebeurd op een zorgvuldige wijze. Er is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de standpunten van de partijen in het geschil – waaronder de (vermeende) malversaties van [B] en het (vermeende) aanvragen van bankpasjes door klager – en het oordeel van de rechter. Op dit punt heeft Quote niet journalistiek ontoelaatbaar behandeld.

Voor wat betreft het artikel van 27 juni 2017 ligt dit naar het oordeel van de Raad anders. In deze publicatie is bericht over een juridisch geschil tussen klager en zijn ex-partner dat (hoofdzakelijk) betrekking heeft op het privéleven van betrokkenen. Daarin spelen op de achtergrond ook mee een financiële claim van klager wegens aan zijn ex-partner geleverde diensten van juridische aard en de door klager geuite insinuatie dat zijn ex-partner fiscale fraude zou hebben gepleegd. 
Het is niet zonder meer ontoelaatbaar om ook in deze context melding te maken van de strafrechtelijke veroordeling van klager. Echter, de wijze waarop en de mate waarin dit is gebeurd, is – bezien in de context – niet functioneel en nodeloos grievend voor klager. Quote had op een meer terughoudende wijze kunnen berichten over de veroordeling van klager zonder dat dit afbreuk zou hebben gedaan aan de inhoud en nieuwswaarde van de publicatie. Zij heeft dit ten onrechte nagelaten en daarmee journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Het had bovendien op de weg gelegen van Quote om klager op enigerlei wijze in zijn bezwaren tegemoet te komen, hetgeen – eveneens ten onrechte – niet is gebeurd.

Ten slotte heeft klager nog bezwaar gemaakt tegen het artikel in het september-nummer van Quote, dat is opgenomen in de sectie reacties en brieven van lezers. Volgens de Raad is voldoende duidelijk dat de publicatie ironisch is bedoeld. Het artikel is niet zodanig kwetsend of beledigend, dat Quote daarmee ontoelaatbaar heeft gehandeld. Dat klager door de publicatie onaangenaam is getroffen is daarvoor onvoldoende.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., C. en D.

CONCLUSIE

Voor zover de klacht is gericht tegen het artikel van 27 juni 2017 hebben S. Motké en P. van Riessen (Quote en Quotenet.nl) journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was hun handelwijze zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan Quote en Quotenet.nl om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 15 januari 2018 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, dr. H.J. Evers, L.C. Hauben, mw. H.M.M. Nietsch en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.