2018/17 zorgvuldig

Samenvatting

M. van Nieuwkerk en De Wereld Draait Door hebben niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door zonder voorafgaand onderzoek en toepassing van wederhoor Jelle Brandt Corstius in hun uitzending te interviewen over zijn stuk “Ik ook. Maar ik kan het niet vertellen.”, dat de dag ervoor in dagblad Trouw was gepubliceerd. Voor de kijker is voldoende duidelijk dat de uitzending met name het persoonlijke verhaal van Brandt Corstius behelst. Verder is onvoldoende aannemelijk dat G.J. van Dam (klager) voor het grote publiek in de uitzending identificeerbaar is.
Voorts stond het Van Nieuwkerk vrij om Brandt Corstius over de kwestie te bevragen op de wijze waarop hij dat heeft gedaan. Hij heeft in voldoende mate Brandt Corstius kritisch benaderd en nuances aangebracht, en de beschuldigingen niet tot de zijne gemaakt. De uitzending laat de kijker voldoende ruimte om zich een eigen oordeel over de kwestie te vormen.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

G.J. van Dam

tegen

M. van Nieuwkerk en de hoofdredacteur van De Wereld Draait Door (BNNVARA)

Mevrouw mr. M.A.M. Euverman en mr. Ph.A.J. Raaijmaakers, advocaten te Amsterdam, hebben op 27 december 2017 namens de heer G.J. van Dam (klager) een klacht ingediend tegen M. van Nieuwkerk en de hoofdredacteur van De Wereld Draait Door (BNNVARA). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en mevrouw mr. B. den Ouden, Hoofd Juridische Zaken BNNVARA, betrokken van 23 januari 2018 en 20 februari 2018.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 23 februari 2018. Klager is daar verschenen, vergezeld door mevrouw mr. Euverman, mr. Raaijmaakers en mevrouw mr. F. Brans. Namens De Wereld Draait Door (DWDD) waren de heer M. Versluis, (mede) hoofdredacteur, mevrouw P. Dekhuijzen, redactie coördinator, mevrouw M. van Oosten, lid actuele redactie en mevrouw mr. Den Ouden aanwezig. Mr. Euverman en mr. Den Ouden hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van pleitnotities.

DE FEITEN

Op 25 oktober 2017 heeft BNNVARA een aflevering van het televisieprogramma De Wereld Draait Door (DWDD) uitgezonden (hierna: de uitzending). Onderdeel van de uitzending was een gesprek tussen presentator Van Nieuwkerk en tafelgast Jelle Brandt Corstius. Daarin is onder meer aandacht besteed aan de publicatie van een stuk van Brandt Corstius in dagblad Trouw van 24 oktober 2017 (en op de website van Trouw op 23 oktober 2017) met de kop “lk ook. Maar ik kan het niet vertellen.” In dit stuk schreef Brandt Corstius te zijn gedrogeerd en verkracht, tijdens zijn werk, in het prille begin van zijn televisiecarrière. Van Nieuwkerk heeft dit gesprek aangekondigd als volgt:
“Aan tafel gaat zitten Jelle Brandt Corstius, twee aanleidingen. Straks praten wij over zijn nieuwe televisieserie Robo Sapiens, maar eerst praten we over de veelbesproken voorpagina van Trouw gisteren, daar lazen we “Ik ook, maar ik kan het niet vertellen”, en daarin schrijft Jelle dat hij in het begin van zijn televisiecarrière seksueel is misbruikt. Dit, weten we inmiddels, was tijdens zijn jaar als redacteur bij Barend & Van Dorp. Maar het verhaal kon niet gepubliceerd worden zoals het oorspronkelijk geschreven was. Namelijk met antwoord op de vragen: wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe. Zo kon het absoluut niet in de krant. Er waren namelijk geen getuigen en dan heb je uiteindelijk niet veel grond om op te staan. Dan dreigt smaad en laster. En zo was het en dat lazen we gisteren allemaal. Er is veel over nagepraat ook bij ons aan tafel met advocaat Korver. Toch even, eerst, met permissie, we hebben tijd genoeg, even terug, waarom dacht je: ik ga dat nu opschrijven? Het is al een tijd geleden, het is begin deze eeuw volgens mij heeft het plaatsgevonden...”

Verder bevat het gesprek onder meer de volgende fragmenten:

Brandt Corstius: “(…) En toen eh heb ik niet het lef gehad om met dat verhaal naar buiten te komen en wel geschreven, het lag al twee jaar in mijn la, nu ja, natuurlijk speelde dit de afgelopen weken en dat is ontzettend goed, eh…”
Van Nieuwkerk: “#MeToo…”
Brandt Corstius: “Ja, ik hoop niet dat alleen ik maar ook andere mannen en jongens en vrouwen uiteraard met dit soort verhalen...”
Van Nieuwkerk: “Voor de mensen die het niet gelezen hebben, wat is er gebeurd?
Brandt Corstius: “Dat kan ik niet vertellen, dat is een beetje de strekking van 't stuk, Matthijs.”
Van Nieuwkerk: “Nee, er staat in dat stuk wel wat er gebeurd is, wat er is voorgevallen.”
Brandt Corstius: “Ja, nou maar goed, dat staat gewoon in het stuk, ik...”
Van Nieuwkerk: “Maar niet iedereen heeft dat gelezen, dus ik dacht misschien voor degene die het nog niet heeft gelezen, misschien in het kort...”
Brandt Corstius: “Ik ben, ik ben eh, ik ben eh verkracht.”
Van Nieuwkerk: “In de omgeving van het televisieprogramma dat ik schetste..”
Brandt Corstius: “Ja. Ja. Meer dan dat kan ik eigenlijk niet zeggen.”

en

Van Nieuwkerk: “Dan ben je het op gaan schrijven en dat konden we ook lezen met alle vragen: wie, wat, waar, waarom, de vragen die een journalist moet beantwoorden in een goed journalistiek stuk en dat heeft de krant niet gehaald, want wie, ja, vertel hoe dat gaat...”
Brandt Corstius: “Dit weekend had ik genoeg moed verzameld om contact te zoeken met Trouw, ik heb daar goeie banden mee, ik ken daar hele fijne mensen, en die hebben in het kader van wederhoor het stuk ook voorgelegd aan degene over wie het stuk gaat, en gevraagd om een reactie, netjes zoals het hoort, eh, en de reactie was een brief van een advocatenkantoor, en ja, er werd gelijk met kort geding en smaad en dat soort hele bende gedreigd en ja, dat zou, ja dat zou voor mij gevolgen kunnen hebben.”
Van Nieuwkerk: “De informatie die je gaf was zo specifiek dat de hoofdredactie makkelijk kon traceren om wie het ging ...”
Brandt Corstius: “Ja, het is een hele specifieke situatie geweest dus ik kon het niet anders opschrijven, ja, dus, het zou dus eigenlijk maandag in de krant verschijnen, het ging dus niet door, en toen zat ik maandag (…) Enne, ik zat in een of andere koffiezaak, het aller slechtste moment om een stuk te schrijven, allemaal jengelende kinderen om me heen en alles, maar ik kon alleen maar denken aan, potverdomme, is die rotzak...”
Van Nieuwkerk: “die smeerlap …”
Brandt Corstius: “die komt ermee weg. Toen dacht ik, nou, dat wordt misschien mijn invalshoek, dat ik mijn verhaal niet kan vertellen, en toen ben ik gaan tikken in die koffiezaak, het is echt een wonder dat er nog een stuk uit is gekomen, eh, en dat is geplaatst.”

en

Brandt Corstius: “(…) laat ik het gewoon even tot dit beperken, terwijl ik nu denk, weet je wel, na zo'n advocaat, dan ben ik boos, weet je wel, na zo'n advocatenbrief...”
Van Nieuwkerk: “Maar zei de advocaat in de brief: mijn cliënt weet werkelijk niet waar u het over heeft?”
Brandt Corstius: “Ja, ja, dat kan ik niet allemaal zeggen, Matthijs.”
Van Nieuwkerk: “Het is niet door de cliënt ontkend?”
Brandt Corstius: “Dat kan ik ook niet zeggen. Nee.”
Van Nieuwkerk: “OK, hier staken dan de stemmen. Je zegt: ik kan dat dus niet plaatsen, want dan krijg ik dus de rechtszaak aan m'n broek en word ik waarschijnlijk vanwege, dan krijg ik een schadeclaim en die kan ik niet eens betalen, je moet een tweede hypotheek op je huis nemen, oké. Is er nazorg geweest van Frits en Henk, Barend & Van Dorp?”
Brandt Corstius: “Heel veel nazorg, ja. (…) En dan zie ik een advocaat gisteren langskomen op RTL Boulevard, ja, ik kijk natuurlijk altijd...”
Van Nieuwkerk: “Ja, dat wil je even zien zelfs hè...”
Brandt Corstius: “Ja, ik wil toch eventjes dat dat eh... kan?”
Van Nieuwkerk: “Het ging erover, ook bij ons aan tafel besproken, had je aangifte kunnen doen, of niet, aangifte betekent de politie gaat erop af, nou, dat is misschien te ver. Bij ons zei Richard Korver, je kan melding maken bij de politie en als er vijf of zes mensen ook melding maken, ja, dat weet jij dan verder niet, maar de politie wel, dan denken ze, hé met die meneer of die mevrouw is iets aan de hand. Dat had gekund. Trok je daar een lesje uit of zeg je nou: dat wist ik gewoon niet of dat...”
Brandt Corstius: “Nee, dat is ontzettend nuttig en ik wil daar ook bij zeggen dat als je dat een grote stap vindt, wat ik me ook goed kan voorstellen, kan je ook contact opnemen met bijvoorbeeld Nico Meijering met wie ik nu contact heb of met Trouw, ik bedoel, er zijn heel veel manieren om contact te zoeken.”
Van Nieuwkerk: “Nu gaan we naar RTL Boulevard.”

Tijdens het gesprek is regelmatig “#METOO” boven in beeld gebracht. Verder is enkele malen onder in beeld de kop van het verhaal  “Ik ook. Maar ik kan het niet vertellen.” getoond. Ook is een keer het citaat uit het verhaal “’Het is zijn woord tegen het mijne’” onder in beeld gebracht.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – dat de uitzending ernstige beschuldigingen, zoals verkrachting en drogeren, aan zijn adres bevat. De redactie had voorafgaand aan de uitzending moeten onderzoeken of daarvoor een feitelijke grond bestond en heeft dat ten onrechte nagelaten. Verder is de door Brandt Corstius in Trouw gepubliceerde brief in de uitzending geïmplementeerd, terwijl die brief aanleiding gaf tot het doen van eigen onderzoek. Ook vanwege het bekend zijn met de werkomgeving van klager had DWDD nader onderzoek moeten doen. Er was geen sprake van dringende en dwingende actualiteit. De redactie had tijd genoeg om het onderwerp uit te diepen, op waarheid te toetsen en wederhoor toe te passen, aldus klager.
Hij meent verder dat geen (juiste) belangenafweging heeft plaatsgevonden. Het belang van de uitzending was het leveren van een bijdrage aan de #MeToo-discussie. In die discussie speelt machtsmisbruik een essentiële rol, maar daarvan was hier geen sprake: het ging om twee personen van dezelfde leeftijd die beiden aan het begin van hun loopbaan stonden. Dit had uit eenvoudige navraag en onderzoek kunnen blijken. Bovendien had het op de weg van DWDD gelegen om een kritischer houding aan te nemen. Het verhaal van Brandt Corstius is echter zonder enige twijfel of nuance als waarheid gepresenteerd. In dit verband merkt klager op dat Brandt Corstius vaak optreedt als gast in DWDD. DWDD mag haar gasten echter geen ‘podium’ bieden voor eenzijdige en zeer verstrekkende beschuldigingen. Klager heeft de indruk dat de eenzijdige berichtgeving is ingegeven door belangenverstrengeling.
Daarbij komt dat de uitlatingen van Van Nieuwkerk onnodig grievend waren. Hij heeft klakkeloos de kwalificatie van Brandt Corstius aan het adres van ‘de dader’ bevestigt en er zijn eigen mening ‘smeerlap’ aan toegevoegd. Dit getuigt niet van enige journalistieke objectiviteit. De uitlating van Van Nieuwkerk was geen verwijzing naar de publicatie in Trouw; in die publicatie is het meervoud ‘smeerlappen’ gebruikt ter aanduiding van alle andere verkrachters, niet van klager persoonlijk. Uit de context en zinsopbouw blijkt dat Van Nieuwkerk de opsomming van Brandt Corstius aanvult. De gemiddelde kijker zal het ‘extraatje’ uit de mond van Van Nieuwkerk als diens eigen mening hebben verstaan, aldus klager.
Hij stelt verder dat de redactie zijn naam had moeten achterhalen en hem wederhoor had moeten bieden. Dat is niet gebeurd. Indien DWDD wederhoor had toegepast, dan was zijn ontkenning duidelijk naar voren gekomen en was gebleken dat het om (van beide zijden) vrijwillige seks ging. Een andere handelwijze had kunnen zijn om niet over te gaan tot het bevragen van Brandt Corstius over dit onderwerp, althans uitdrukkelijk te vermelden dat wederhoor niet was toegepast en dat derhalve slechts één zijde van het verhaal kenbaar werd gemaakt. Dit alles heeft DWDD ten onrechte niet gedaan. Klager betwist dat voor de kijkers voldoende duidelijk was dat hij de gebeurtenis had ontkend. Dit is niet expliciet in de uitzending besproken en het in beeld brengen van de zin “Het is zijn woord tegen het mijne” – de woorden van Brandt Corstius – is hiervoor ontoereikend. In dit verband merkt klager ook nog op dat Brandt Corstius en Van Nieuwkerk wel hebben gesproken over de ‘advocatenbrief’, die een reactie van klager bevatte. Zij hebben zich onnodig achter deze ‘dreigbrief’ verschuild en het standpunt van klager enkel weggezet als een beroep op ‘smaad en laster’. Op de zitting voegt klager hieraan toe dat hij nooit aan DWDD kenbaar heeft gemaakt dat hij anoniem wilde blijven. Hij heeft zich alleen jegens Trouw verzet tegen publicatie van het stuk van Brandt Corstius.
Bij het voorgaande komt dat DWDD bekend was met de enorme media-aandacht die was ontstaan na de publicatie in Trouw; de jacht op klager was geopend. In dat kader heeft DWDD een eigen bijdrage geleverd met het in een nog bredere kring bekendmaken waar klager en Brandt Corstius werkzaam waren. Van Nieuwkerk heeft immers het programma ‘Barend & Van Dorp’ genoemd als de werkomgeving waar het incident zich zou hebben afgespeeld. Als de strekking van het gesprek was ‘de onmogelijk voor een #MeToo-slachtoffer om zijn verhaal te doen’, dan had de werkkring niet genoemd hoeven worden. Het gesprek reikte echter veel verder. Volgens klager stond de inbreuk op zijn privacy niet in redelijke verhouding tot het vermeende maatschappelijk belang van de uitzending. Juist nu zijn identiteit op het punt van uitlekken stond – en in televisiekringen aantoonbaar al ruim bekend was – had DWDD nog meer zorgvuldigheid moeten betrachten, aldus klager.
Hij concludeert dat sprake is van eenzijdige en tendentieuze berichtgeving. Dat DWDD niet aan waarheidsvinding doet, ontheft haar niet van de verplichtingen tot het doen van onderzoek en toepassen van wederhoor. Van Nieuwkerk en DWDD hebben dit ten onrechte nagelaten. Zij hebben kritiekloos de beschuldigingen van Brandt Corstius als vaststaande feiten overgenomen en daarbij de privacy van klager niet gerespecteerd. Hierdoor hebben zij bijgedragen aan het waarheids-vooroordeel zoals dat in de publieke opinie ten nadele van klager is gevestigd. Klager is op basis van het eenzijdige verhaal van Brandt Corstius in de uitzending veroordeeld.

Van Nieuwkerk en DWDD stellen hier – eveneens samengevat – tegenover dat in het dagelijkse programma actualiteiten worden doorgesproken en ‘het gesprek van de dag’ wordt gevoerd. Vanwege zijn werkzaamheden als journalist en televisiemaker wordt Brandt Corstius zo nu en dan uitgenodigd. Op woensdag 25 oktober 2017 zou hij ook aan tafel zitten. Aanleiding daarvoor was zijn nieuwe VPRO-programma ‘Robo Sapiens’. Het voorgenomen gesprek werd echter ingehaald door de actualiteit: de publicatie van het persoonlijke verhaal van Brandt Corstius de dag ervoor in Trouw. Hij kwam daartoe vanwege het #MeToo-debat, dat maatschappelijk breed wordt gevoerd. Het artikel in Trouw was geanonimiseerd, maar kreeg vanaf het moment van publicatie veel aandacht in verschillende media. Journalistiek gezien was er alle aanleiding voor Van Nieuwkerk om hierover met Brandt Corstius in gesprek te gaan. Voorafgaand aan de uitzending was inmiddels door andere media bericht dat de gebeurtenis zou hebben plaatsvonden toen Brandt Corstius op de redactie van het televisieprogramma ‘Barend & van Dorp’ werkte. Van Nieuwkerk en DWDD mochten naar dit inmiddels bekende feit verwijzen en hebben daarmee geen extra of eigen bijdrage geleverd aan de identificeerbaarheid van klager. Dat de identiteit van klager uiteindelijk door derden is ontdekt, is niet veroorzaakt door de uitzending en kan hen niet worden verweten, aldus Van Nieuwkerk en DWDD.
Volgens hen was het toepassen van wederhoor niet nodig omdat het gesprek niet ging over de gebeurtenis zelf of de schuldvraag, maar over de bezwaren en moeilijkheden die Brandt Corstius als slachtoffer ervaart om zijn verhaal naar buiten te brengen. Daarbij komt dat bij Van Nieuwkerk zelf en de redactie van DWDD niet bekend was wie de ‘beschuldigde’ was. Uit het voorgesprek met Brandt Corstius wisten de programmamakers dat de beschuldigde anoniem wilde blijven en dat hij niet in de pers wenste te reageren. Dat was voor Brandt Corstius immers de reden geweest om zijn oorspronkelijke stuk te herschrijven tot het verhaal zoals dat uiteindelijk is gepubliceerd. Nog los van het feit dat DWDD geen onderzoeksjournalistiek bedrijft, zou het ongepast zijn geweest om tegen de kennelijke wens van de beschuldigde in, toch op zoek te gaan naar diens identiteit. Het gesprek is daarom zo opgezet, dat daaruit voldoende bleek dat de beschuldigde de aantijgingen weersprak. Het niet (kunnen) toepassen van wederhoor, maakt de uitzending in dit geval niet onevenwichtig, laat staan onzorgvuldig.
Verder merken Van Nieuwkerk en DWDD op dat het praatprogramma live wordt uitgezonden. De gesprekken en de wending die zij nemen, zijn spontaan en worden niet vooraf vastgesteld. Daarom kan ook niet op voorhand elke uitlating, mening of stelling worden onderzocht. DWDD is niet op één lijn te stellen met een onderzoeksprogramma dat op zoek gaat naar de waarheid of waarin misstanden aan de kaak worden gesteld. Aangezien het onderwerp niet de (vermeende) verkrachting zelf was, maar hoe het is om als (vermeend) slachtoffer naar buiten te treden, was er ook geen aanleiding om nader onderzoek te verrichten.
Bij het uitermate gevoelige onderwerp van de uitzending gold bovendien dat het aan de presentator was om — ad hoc — te beslissen welke vragen hij wel of niet aan Brandt Corstius stelde. Het is óok journalistiek zorgvuldig om rekening te houden met de positie van een gast in de uitzending. Dat Brandt Corstius vaker gast is geweest, maakt niet dat DWDD vooringenomen was. Dat in dit geval de actualiteit werd besproken met het ‘onderwerp’ zelf, maakt de uitzending niet eenzijdig of tendentieus. Voor de kijker is duidelijk dat het gesprek gaat om het persoonlijke verhaal van Brandt Corstius en dat de aantijgingen door of namens klager worden weersproken. Het feit dat de betrokken partijen elkaar tegenspreken brengt Van Nieuwkerk daarna nog eens expliciet tot uitdrukking met zijn quote: “Oké, hier staken dan de stemmen (…)”. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat het het verhaal is van de één tegen de ander. Dat beide partijen ieder een andere lezing hebben van de gebeurtenis, blijkt ook uit de vormgeving. Tijdens het gesprek wordt in de desk immers het volgende citaat geprojecteerd: “Het is zijn woord tegen het mijne”. Ook daarmee wordt aan de kijker duidelijk gemaakt dat het verhaal twee kanten heeft en dat niet vaststaat wie de waarheid spreekt. Dit volgt eveneens uit de zinsnede “dan dreigt smaad en laster” en de verwijzing naar ‘rechtszaken’. Van een onjuist of eenzijdig item, waardoor een negatief waarheidsvooroordeel is ontstaan, is dus geen sprake geweest. Het verhaal van Brandt Corstius is zeker niet als de waarheid gepresenteerd. In dit verband merken Van Nieuwkerk en DWDD verder nog op dat de advocaat van klager Brandt Corstius uitdrukkelijk verboden heeft de sommatiebrief en de daarin vervatte reactie van klager naar buiten te brengen.
Volgens Van Nieuwkerk en DWDD geeft klager voorts een verkeerde uitleg aan het gebruik van het woord ‘smeerlap’. Van Nieuwkerk heeft daarmee niet de mening van Brandt Corstius omarmd, maar heeft in abstracte zin een term geciteerd die Brandt Corstius zelf eerder gebruikte in Trouw. Dat dit ook zo is opgevat door de kijker, blijkt uit het gesprek dat klager op 26 oktober 2017 had in het televisieprogramma ‘Pauw’. Daarin zegt Jeroen Pauw namelijk: “Ja Matthijs van Nieuwkerk noemde, dacht ik wel, ‘smeerlap’ omdat  Brandt Corstius dat zelf ook als woord had gebruikt.”
Van Nieuwkerk en DWDD concluderen dat de uitzending, waaronder begrepen de totstandkoming ervan, niet in strijd is met de regels van goede, zorgvuldige journalistiek.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad meent dat gezien de opzet van de uitzending – een interview met vraag en antwoord – en de toon ervan, de bedoeling en de aard van de daarin opgenomen informatie voor kijker voldoende duidelijk zijn: de uitzending behelst met name het verhaal van Brandt Corstius, gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen, en feitelijke verslaglegging staat niet voorop.
Het is onvoldoende aannemelijk dat klager voor het grote publiek identificeerbaar is geworden, doordat Van Nieuwkerk heeft vermeld dat de gebeurtenissen zouden hebben plaatsgevonden toen Brandt Corstius als redacteur werkzaam was bij het televisieprogramma Barend & Van Dorp. In dit verband merkt de Raad op dat voorafgaand aan de uitzending andere media in hun berichtgeving het programma Barend & Van Dorp al hadden genoemd. Dit had er kennelijk niet toe geleid dat de naam van klager ten tijde van de uitzending in brede kring bekend was geworden. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat klager objectief bezien door de publicatie wordt gediskwalificeerd.
Gelet op het voorgaande hebben Van Nieuwkerk en DWDD dan ook niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door tot uitzending over te gaan, zonder voorafgaand nader onderzoek en toepassing van wederhoor. (zie de Leidraad van de Raad onder punt B.3 en vgl. onder meer RvdJ 2017/6 en RvdJ 2011/73)
Dat de uitzending door handelingen van derden – onder wie (uiteindelijk) klager zelf – en alle verdere media-aandacht alsnog tot klager herleidbaar is geworden, maakt het voorgaande niet anders. Dit kan Van Nieuwkerk en DWDD niet worden aangerekend.

Verder stond het Van Nieuwkerk vrij om Brandt Corstius over de kwestie te bevragen op de wijze waarop hij dat heeft gedaan. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat Van Nieuwkerk op zijn eigen – bij het publiek bekende – wijze gesprekken met zijn gasten voert. Niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van enige vooringenomenheid ten gunste van Brandt Corstius en ten nadele van klager. Dat Brandt Corstius een vaste gast is in het programma, is daarvoor onvoldoende.
Van Nieuwkerk heeft in voldoende mate Brandt Corstius kritisch benaderd en nuances aangebracht, onder meer met zijn opmerking “OK, hier staken dan de stemmen.”  De Raad vindt niet dat Van Nieuwkerk met de (terloopse) uitspraak “die smeerlap” de beschuldigingen van Brandt Corstius tot de zijne heeft gemaakt. De opzet (een interview), de aard (het persoonlijke verhaal van Brandt Corstius) en de vormgeving van de uitzending – waaronder mede begrepen het in beeld brengen van de zin “’Het is zijn woord tegen het mijne.’” – laten de kijker voldoende ruimte om zich een eigen oordeel over de kwestie te vormen.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dan Van Nieuwkerk en DWDD journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3, C
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/6, RvdJ 2011/73

CONCLUSIE

Van Nieuwkerk en De Wereld Draait Door (BNNVARA) hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 9 mei 2018 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, L.C. Hauben, ir. B.L. Hooghoudt en mw. drs. J.X. Nabibaks, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.