2018/1 zorgvuldig

Samenvatting

G. Kuitert, A. Weierink en De Twentsche Courant Tubantia hebben in een aantal artikelen bericht over een geschil tussen Stichting Wielerevenementen Dinkelland en haar bestuursleden A.G.J. Bruns, B.G.M. Wigger en F.PM. Willeme (klagers) en de voormalig penningmeester van de stichting. Dat is op journalistiek zorgvuldige wijze gebeurd. Er is geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving. Niet aannemelijk is geworden dat de krant vooringenomen of partijdig is geweest. Zij heeft waar nodig wederhoor toegepast en de visie van klagers voldoende in de berichtgeving verwerkt. Ook is niet gebleken dat de artikelen relevante onjuistheden bevatten.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting Wielerevenementen Dinkelland, A.G.J. Bruns, B.G.M. Wigger en F.PM. Willeme

tegen

G. Kuitert, A. Weierink en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

De heren A.G.J. Bruns, B.G.M. Wigger en F.PM. Willeme hebben op 29 augustus 2017 mede namens Stichting Wielerevenementen Dinkelland (hierna gezamenlijk: klagers) een klacht ingediend tegen G. Kuitert, A. Weierink en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van mevrouw M. Riemsma, hoofdredacteur, betrokken van 26 september 2017.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 3 november 2017.  Aan de zijde van klagers zijn daar de heren Wigger en Bruns verschenen, vergezeld door de heer J. Lammerink, voorzitter van de Oldenzaalse Wielerclub. Namens de krant waren de heren Kuitert en Weierink en mevrouw Riemsma aanwezig. Lammerink heeft het standpunt van klagers toegelicht aan de hand van een notitie.

DE FEITEN

Op 16 juni 2017 is in De Twentsche Courant Tubantia een artikel van de hand van Kuitert verschenen met de kop “Wielergeld gaat op aan geruzie”. De intro van dit artikel luidt:
“Ruziënde bestuursleden hebben het afgelopen jaar 45.000 opgemaakt uit de kas van de stichting van het NK wielrennen in Ootmarsum.”
Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Vorig jaar brak er knetterende ruzie uit tussen de bestuurders van de Stichting Wielerevenementen Dinkelland, drie keer organisator van het NK wielrennen in Ootmarsum. Volgens de penningmeester zou de stichting overheden en sponsoren met een noodkreet zover hebben gekregen 85.000 euro over te maken om de organisatie van het NK in 2014 te ‘redden’. De stichting had op dat moment echter nog een ton in kas. Ook zouden bestuursleden de jaarrekening manipuleren, frauderen en een snoepreisje op kosten van de stichting hebben gemaakt. Nu blijkt dat afgelopen jaar met de nasleep van die ruzie 45.000 euro is verspild, die bedoeld was voor een volgend NK of Twentse wielerclubs. Zo heeft het bestuur ruim 17.000 euro betaald aan een forensisch accountant die de beschuldigingen van de inmiddels oud-penningmeester René Borgerink heeft onderzocht. Ruim 18.000 euro ging naar een advocaat die bestuursleden Ben Wigger en Tonnie Bruns inhuurden om Borgerink op afstand te houden. Aanvankelijk betaalden de bestuursleden de advocaat uit eigen zak, maar toen hen dat te gortig werd, openden ze met toestemming van voorzitter Frans Willeme de stichtingskas.”
Het artikel is verderop in de krant vervolgd met de kop “Twentse wielersport als verliezer”. Enerzijds is de visie van Willeme opgenomen onder de tussenkop “Willeme: ‘Ik zie dit als rehabilitatie’”. Anderzijds is de visie van Borgerink weergegeven onder de tussenkop “Borgerink: ’Ik kan malversaties aantonen’”. Tussen de twee bijdragen is de volgende tekst opgenomen:
“Het bittere gevecht binnen de organisatie van het NK wielrennen in Dinkelland gaat over de (financiële) rug van de Twentse wielersport, zoveel is wel zeker. De stichting, bij monde van voorzitter Frans Willeme, pleit zichzelf vrij op basis van een concept rapport van een accountant. Ex-penningmeester René Borgerink ziet in het feit dat Willeme en co geen volledig rapport, inclusief zijn reactie, willen, hét bewijs dat hij gelijk heeft.”
Onderaan het artikel is onder de tussenkop “Advocaat: ‘Concept is geen rapport’” de volgende tekst weergegeven:
“Een opmerkelijke reactie van advocaat Jan Garvelink namens de accountant die het concept-rapport opstelde. Garvelink laat weten dat ,,het concept niet mag worden beschouwd als rapport”, dat het ,,niet naar buiten mag worden gebracht” en er ,,geen conclusies op mogen worden gebaseerd.””

Hierna zijn over de kwestie nog de volgende artikelen in De Twentsche Courant Tubantia verschenen:
-          op 17 juni 2017 een artikel van de hand van Kuitert met de kop “Regio Twente eist gesprek na wielerruzie”;
-          op 17 juni 2017 een hoofdredactioneel commentaar met de kop “Willeme verspeelt al zijn krediet”;
-          op 7 juli 2017 twee ingezonden stukken – van G. Groote Punt, Lid stuurgroep NK, respectievelijk J. Lammerink, voorzitter Oldenzaalse Wielerclub – onder de overkoepelende kop “En de wielersportliefhebber is de dupe”;
-          op 8 juli 2017 met de kop “Verzoek strijd NK te staken”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – kort samengevat – dat zij publiekelijk in een onjuist daglicht zijn gesteld zonder dat de krant onderzoek heeft verricht naar de juistheid van wat in de gewraakte artikelen is gesteld. Volgens klagers is zonder enig journalistiek belang gepoogd hen persoonlijk te beschadigen. De wijze van optreden van de krant is er de oorzaak van dat een voor de Regio Twente en Ootmarsum belangrijk evenement (NK wielrennen op de weg) zo niet blijvend onmogelijk is geworden dan wel in ieder geval de kans op het continueren van dit evenement zeer klein is geworden. Ook de manier waarop de krant heeft gereageerd toen zij bekend was met de klachten, heeft de schade voor klagers en het evenement alleen maar vergroot. Ten gevolge van de handelwijze van de krant hebben klagers, het evenement NK wielrennen en de wielersport in Twente grote schade geleden en zullen zij deze nog lijden.
Klagers schetsen uitvoerig de voorgeschiedenis van de kwestie. Zij zetten uiteen dat Stichting Wielerevenementen Dinkelland (SWD) in de jaren 2008, 2011 en 2014 met succes het NK Wielrennen op de weg heeft georganiseerd. In deze jaren hebben klagers herhaaldelijk contact gehad met de krant en heeft krant ook regelmatig over klagers gepubliceerd. Schaduwzijde van het laatste NK was dat tussen toenmalig penningmeester Borgerink en bestuurslid Bruns een dispuut ontstond over een futiliteit, dat daarna volledig is geëscaleerd. Klagers zijn hierover steeds transparant geweest; wekelijks werden de zogenaamde sectorhoofden volledig geïnformeerd, die op hun beurt alle onder hun verantwoordelijkheid vallende vrijwilligers informeerden. De krant was hiervan op de hoogte omdat zij steeds weer werd uitgenodigd en ook regelmatig aanwezig was bij deze bijeenkomsten. Bovendien hebben klagers herhaaldelijk stukken aan de redactie aangeboden, waaruit de feiten blijken die hebben geleid tot het conflict met Borgerink en waaruit blijkt dat klagers juist hebben gehandeld. Voor zover klagers al verwijten gemaakt kunnen worden, moeten deze verwijten uitsluitend worden toegerekend aan Borgerink. In weerwil van de feiten heeft de krant echter in de gewraakte artikelen duidelijk de kant van Borgerink gekozen, die bij iedere publicatie het laatste woord kreeg. Daarbij komt dat vooraf gegeven commentaar van klagers, onder andere op ter inzage verstrekte conceptartikelen, niet steeds volledig is verwerkt. 
Klagers hebben hun standpunten verder toegelicht aan de hand van negen specifieke onderdelen. Zij concluderen dat de krant – door zonder feitenonderzoek te publiceren en daarbij de kant te kiezen van Borgerink – op een ongenuanceerde, eenzijdige en onjuiste wijze over de kwestie heeft bericht.

Kuitert, Weierink en De Twentsche Courant Tubantia stellen hier – eveneens kort samengevat – tegenover dat zij zorgvuldig hebben gehandeld. Zij vinden het betreurenswaardig dat het evenement niet meer georganiseerd zou kunnen worden, maar menen dat de oorzaak van de problemen bij het bestuur van SWD zelf ligt. Het is de bestuursleden niet gelukt een conflict dat al sinds 2014 bestaat, te beslechten. De bestuursleden hebben geprobeerd via publicaties in de krant de publieke opinie in hun voordeel te beïnvloeden. Voorzitter Willeme wekt bovendien de indruk dat hij de krant voor zich kan laten werken zodat de kwestie op een bepaalde manier in de krant komt. Dat die pogingen niet hebben geleid tot het gewenste resultaat voor SWD, is niet te wijten aan onzorgvuldig handelen van de krant, maar aan het feit dat de journalisten en de redactie telkens een onafhankelijke en kritische houding hebben aangenomen ten aanzien van de informatie die zij verkregen.
Volgens de krant leiden de negen specifieke klachtonderdelen – die zij stuk voor stuk heeft weersproken – af van de kern van de zaak. Die draait om feiten en laakbare handelingen die SWD nooit heeft ontkend, te weten: er is sinds 2014 een conflict tussen de bestuursleden van SWD; er is publiek geld opgehaald bij overheden, zonder daarbij duidelijk te maken dat er nog altijd geld beschikbaar was in kas; er is onduidelijkheid over een aantal door bestuurslid Bruns afgenomen en blijkbaar pas in een later stadium betaalde VIP-kaarten. Er is geen bewijs van verduistering, maar er is op zijn minst erg slordig gehandeld. Het zijn feiten die niet worden betwist. Evenmin wordt betwist dat geld, bedoeld voor de promotie van de wielersport, nu wordt gebruikt om een ruzie binnen het bestuur te beslechten.
De krant meent dat zij naar vermogen onderzoek in de kwestie heeft gedaan, alle betrokkenen aan het woord heeft gelaten en niet onjuist over de kwestie heeft bericht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Mede gelet op de toelichting van klagers op de zitting heeft de Raad de kern van de klacht zo opgevat dat sprake is van onjuiste en eenzijdige berichtgeving, die is gebaseerd op onvoldoende onderzoek. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

De Raad stelt voorop dat de journalist vrij is in de selectie van nieuws. Dit brengt tevens mee dat aan de journalist is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.
Het is voorstelbaar dat de door de krant gekozen invalshoek voor klagers onaangenaam is en dat zij prijs hadden gesteld op een andere - voor klagers wellicht positievere - insteek. Er is echter geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee geen sprake meer is van waarheidsgetrouwe berichtgeving.

De Raad meent dat voor de krant voldoende aanleiding bestond om over de kwestie te berichten zoals zij heeft gedaan. Het is aannemelijk dat de redactie deugdelijk onderzoek heeft verricht en dat de berichtgeving is gebaseerd op stukken en informatie afkomstig van diverse bronnen. Duidelijk is dat de diverse bronnen een verschillende perceptie hebben van wat zich heeft voorgedaan.
De krant heeft voldoende duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Niet aannemelijk is geworden dat de krant vooringenomen of partijdig is geweest. Zij heeft waar nodig wederhoor toegepast en ook de visie van klagers voldoende in de berichtgeving verwerkt. Daarbij wijst de Raad erop dat de journalist die een artikel vooraf ter inzage geeft aan degene over wie het artikel gaat – om feitelijke onjuistheden te corrigeren en om onduidelijkheden weg te nemen – vrij is te bepalen hoe hij op- en aanmerkingen in het artikel verwerkt.

Ook is niet gebleken dat de artikelen relevante onjuistheden bevatten. In dit verband merkt de Raad op dat de onafhankelijke forensisch accountant de opdracht heeft teruggegeven en dat klagers het rapport niet hebben laten afmaken. Ten aanzien van de door klagers betwiste financiële gegevens, staan de feiten derhalve (nog) niet vast.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Kuitert, Weierink en De Twentsche Courant Tubantia journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en B.4
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/21 en RvdJ 2016/34

CONCLUSIE

G. Kuitert, A. Weierink en De Twentsche Courant Tubantia hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 15 januari 2018 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, dr. H.J. Evers, L.C. Hauben, mw. H.M.M. Nietsch en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.