2017/6 zorgvuldig

Samenvatting

De Volkskrant heeft in de rubriek ‘Wat zou u doen’ op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan een lezersdilemma onder de kop “Moeder torpedeert elke omgangsregeling”. Het is duidelijk dat de publicatie de persoonlijke visies bevat van degene die de vraag heeft voorgelegd en van de lezers die daarop hebben gereageerd. Bovendien zijn de personalia van alle betrokkenen geanonimiseerd. Het is niet aannemelijk dat klaagster voor het grote publiek identificeerbaar is. De krant mocht tot publicatie overgaan en hoefde geen wederhoor bij klaagster toe te passen. Ten aanzien van de klachtafhandeling kan de Volkskrant evenmin ontoelaatbaar handelen worden verweten.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van de Volkskrant

Mevrouw X te […] (klaagster) heeft op 1 december 2016 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant. Nadat de secretaris van de Raad klaagster heeft geïnformeerd over de klachtprocedure, heeft klaagster op 15 december 2016 kenbaar gemaakt dat zij haar klacht wilde doorzetten. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van mevrouw C. de Vries, managing editor, betrokken van 10 januari 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 3 februari 2017 in aanwezigheid van klaagster, die werd vergezeld door de heer Y. Aan de zijde van de krant waren mevrouw De Vries en de heer M. van Breda, bedrijfsjurist, aanwezig.

DE FEITEN

Op 19 november 2016 is in Volkskrant Magazine in de rubriek ‘Wat zou u doen’ aandacht besteed aan een zogeheten ‘lezersdilemma’ onder de kop “Moeder torpedeert elke omgangsregeling”. Het dilemma is verwoord als volgt:
“Mijn zoon (38) is gescheiden en heeft een dochter van 2, die hij al anderhalf jaar niet ziet. Zijn ex wil geen omgangsregeling. Ze procedeert pro deo en grijpt alles aan, van het wraken van de rechter tot het ontkennen dat het zijn kind is. Wij hebben het dna laten testen, het is inderdaad zijn dochter. Voor mijn zoon zijn de advocaatkosten niet meer op te brengen. We zijn al 20 duizend euro verder en ze gaat nu in hoger beroep omdat ze verloren heeft. Wat zou u doen? – Naam bij de redactie bekend.”

In Volkskrant Magazine van 5 november 2016 is het onderwerp aangekondigd en aan lezers de oproep gedaan te reageren.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert aan dat zij na de aankondiging van 5 november 2016 vanuit haar omgeving signalen heeft ontvangen dat Volkskrant Magazine aandacht aan haar gezinssituatie zou gaan besteden. Zij heeft op 15 november 2016 in een aangetekende brief aan de Volkskrant verzocht niet tot publicatie over te gaan, maar heeft op die brief nooit een reactie ontvangen.
Volgens klaagster is voor de omgeving duidelijk dat zij de in het dilemma bedoelde moeder is. Het geschetste dilemma is echter volkomen bezijden de waarheid. Er is geen sprake van een ex en geen sprake van een omgangsregeling. De man heeft altijd ontkend de vader van het kind te zijn en hij is dat ook niet. Hij heeft een valse vaderschapstest laten uitvoeren zonder dna van het kind en zonder toestemming van de ouder met het eenhoofdig gezag. Hij heeft kosten voor rechtsbijstand niet zelf betaald, maar procedeert op kosten van zijn ouders. Klaagster meent dat de krant ten onrechte geen wederhoor heeft toegepast en zich door de man en diens moeder heeft laten misbruiken om hun visie op de kwestie tot waarheid te maken. Daarmee kunnen zij in de nog lopende juridische procedures hun voordeel doen, aldus klaagster.
Zij vindt dat de krant niet tot publicatie had behoren over te gaan, aangezien het een buitengewoon delicate zaak betreft die nog onder de rechter is. Verder acht zij het van belang dat de man een medewerker is van een overheidsinstantie op het gebied van nationale veiligheid. Volgens klaagster heeft de krant onvoldoende rekening gehouden met haar belangen en die van haar minderjarige kind.

De Volkskrant betreurt het dat niet op de brief van klaagster is gereageerd. De brief is niet te vinden in de registers van aangetekend ontvangen post en was – te oordelen naar de adressering op de brief zelf – vermoedelijk niet gericht aan de redactie. Hierdoor is de brief kennelijk gaan zwerven in het bedrijf en belandde deze pas op 24 november 2016, dus ná de publicatie, op de redactie van Volkskrant Magazine. Op die dag is de zaak ook gemeld aan de hoofdredactie. Als de brief op tijd was aangekomen, dan had de redactie zich over de publicatie kunnen beraden. Nu kon echter niet meer worden voldaan aan het verzoek van klaagster om publicatie achterwege te laten. Door een misverstand is verder niet meer op de brief gereageerd. De krant biedt daarvoor haar verontschuldigingen aan. Zij merkt nog wel op dat de redactie niet vaak communiceert met iemand die geen telefoonnummer of e-mailadres doorgeeft.
Ten aanzien van de publicatie voert de krant aan dat in de rubriek ‘Wat zou u doen’ gebruik wordt gemaakt van echte ingezonden vragen. De redactie kent de inzender en verzekert zich ervan dat die persoon echt bestaat. De kwestie zelf wordt echter niet gecontroleerd, dat zou ondoenlijk zijn. Het is ook niet bezwaarlijk als de inzender het probleem inkleurt; het is geen nieuws of onderzoeksjournalistiek. De ingezonden brieven worden anoniem geplaatst en ontdaan van zoveel mogelijk details die kunnen leiden tot identificeerbaarheid van betrokken personen. Dat neemt niet weg dat meest direct betrokkenen zich mogelijk persoonlijk kunnen herkennen in de geschetste gang van zaken. Veel casussen zijn in het verleden herkenbaar geweest voor betrokkenen, maar het komt ook geregeld voor dat mensen zich menen te herkennen, terwijl het hen niet betreft. Het gaat er in de rubriek ook juist om dat lezers zich in de situatie kunnen verplaatsen. De krant betwist echter dat klaagster in de beschreven casus identificeerbaar is en dat haar privacy is geschaad. Ten slotte meent de krant dat, gelet op de aard van de rubriek, toepassing van wederhoor niet nodig is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De publicatie waartegen klaagster bezwaar heeft, maakt deel uit van een vaste rubriek waarin wekelijks een ‘lezersdilemma’ wordt behandeld. Het staat de redactie vrij om dat zo te doen. Gezien de opzet – een ingezonden vraag met antwoorden – en de toon ervan, zijn de bedoeling en de aard van de daarin opgenomen informatie voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk: de publicaties behelzen de persoonlijke visies van degene die de vraag heeft voorgelegd en van de lezers die daarop hebben gereageerd, en worden voor hun rekening gelaten. Het gaat hierbij om een algemeen gestelde vraag die door lezers wordt beantwoord, niet om de verslaggeving over herkenbare personen die bij het dilemma (zouden) zijn betrokken. Essentieel daarbij is dat de personalia van alle betrokkenen zijn geanonimiseerd. Gelet op de opzet van de rubriek is wederhoor dan in beginsel niet nodig.

Het is voorstelbaar dat klaagster – nu zij zichzelf in de publicatie meent te herkennen en daarop in haar omgeving is aangesproken – het artikel als grievend heeft ervaren. De Raad acht het echter  niet aannemelijk dat klaagster voor het grote publiek identificeerbaar is. Niet kan worden geconcludeerd dat zij objectief bezien door de publicatie wordt gediskwalificeerd. De Volkskrant heeft dan ook niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door tot publicatie over te gaan en daarbij geen wederhoor bij klaagster toe te passen.

Ook ten aanzien van de klachtafhandeling kan de Volkskrant geen ontoelaatbaar handelen worden verweten. Dat de redactie niet voorafgaand aan de publicatie op de brief van klaagster heeft gereageerd, kan haar niet worden aangerekend, nu klaagster haar brief kennelijk niet expliciet aan de (hoofd)redactie had gericht en ook niet op een andere gangbare wijze – telefonisch en/of per e-mail – rechtstreeks contact met de redactie heeft gezocht. Weliswaar was het beter geweest als de redactie ná de publicatie alsnog op de brief van klaagster had gereageerd en de krant heeft terecht haar verontschuldigingen aangeboden voor het feit dat dit niet is gebeurd. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is dat in dit geval onvoldoende voor de conclusie dat de krant hiermee journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: B.3 en C.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2014/51

CONCLUSIE

De Volkskrant heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 6 maart 2017 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, A. Mellink MPA, F.Th.H. Ruys, H.P.M.J. Schneider en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.