2017/46 onthouding-oordeel zorgvuldig

Samenvatting

BN DeStem heeft in het artikel “Eeuwige twist rond [bedrijfsnaam]” aandacht besteed aan een langlopend conflict tussen mevrouw X (klaagster) en de gemeente Geertruidenberg. Niet aannemelijk is dat de verslaggever de gemaakte afspraak over inzage vooraf niet goed is nagekomen. Aangezien de later opgenomen informatie van de gemeente van feitelijke aard is, behoefde geen wederhoor bij klaagster te worden toegepast. Verder hebben de verslaggever en de hoofdredacteur serieus op de bezwaren van klaagster gereageerd. Op deze punten heeft de krant journalistiek zorgvuldig gehandeld. Voor zover de klacht betrekking heeft op de – aan een woordvoerster van de gemeente toegeschreven – bewering dat aan klaagster ook een celstraf is opgelegd, onthoudt de Raad zich van een oordeel.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van BN DeStem

De heer mr. C. van Aken, advocaat te Geertruidenberg, heeft op 6 september 2017 namens mevrouw X (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van BN DeStem. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en mevrouw H. van der Kaa, hoofdredacteur, betrokken van 3 en 31 oktober 2017.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 3 november 2017 in aanwezigheid van mr. Van Aken, die het standpunt van klaagster heeft toegelicht aan de hand van een notitie. De krant is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 8 maart 2017 is in BN DeStem een artikel verschenen met de kop “Eeuwige twist rond [bedrijfsnaam]” en de bovenkop “Gemeente Geertruidenberg en uitbaatster al jaren verwikkeld in strijd”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Uitbaatster [X] trekt het niet meer. ,,Ik stop  in september.” Het lijkt een gewoon donkerbruin café, […]. Gevestigd in de charmant kronkelende Brandestraat, nabij de statige panden van de Geertruidenbergse Markt. Maar al enkele jaren kleeft aan deze kroeg een dik dossier met bezwaarschriften en boetes. Het is een continu juridisch getouwtrek tussen uitbaatster [X] en de gemeente Geertruidenberg.”
en
“De kwestie betreft geluidsovertredingen, door de omgevingsdienst diverse malen geconstateerd in de 5,5 jaar dat [X] [bedrijfsnaam] exploiteert. ,,lk ben de dupe van de problemen die een ander maakt”, doelt [X] op de gemeente. Een verwijt van [bedrijfsnaam]: belangrijke informatie en stukken worden bewust achtergehouden. De adviescommissie voor bezwaarschriften gaf daarin het café eerder een keer gelijk.”
en
“De kwestie rond [bedrijfsnaam] escaleerde twee jaar geleden, toen een buurtbewoonster insprak bij de gemeenteraad over het geluid. Van Aken: ,,Vanaf dat moment was [bedrijfsnaam] het gesprek van de dag. Er kwam een buurtdialoog. Wij hebben zelf heel actief ingezet op een oplossing en mediation.”
Diverse malen legde de gemeente een dwangsom op van 1.500 euro. Volgens een woordvoerster is er contact geweest met het Openbaar Ministerie, omdat dat ook een boete en een voorwaardelijke celstraf heeft opgelegd vanwege de geluidsovertredingen. ,,Gezien de vele klachten en het feit dat telkens een overtreding werd geconstateerd, was het terecht om aan de gemeenteraad mede te delen dat [bedrijfsnaam] zich aan de wet moet houden. Gelukkig hebben wij van deze bevoegdheid om te sluiten geen gebruik hoeven te maken. Vanaf die tijd hebben we geen klachten meer vernomen.
Volgens de gemeente zijn klachtengegevens van voor 2013 niet meer beschikbaar. Er lopen nog diverse procedures, waaronder een bezwaar op het niet-openbaar maken van informatie. ,,lk heb niet veel meer te verliezen en wil dat de feiten boven tafel komen”, meent de emotioneel gesloopte [X]. ,,De gemeente heeft me kapotgemaakt.”
Daar is de gemeente het niet mee eens. ,,Wij hebben vaak een handreiking gedaan om eruit te komen, maar daar is geen gebruik van gemaakt. Erg jammer.””

Voorafgaand aan de publicatie hebben verslaggever S. Marcelissen en mr. Van Aken gecorrespondeerd over de conceptversie van het artikel. Marcelissen heeft het concept op 3 maart 2017 aan Van Aken toegestuurd met de volgende begeleidende zin:
“Zoals afgesproken. Laat me vandaag even iets weten. Wat betreft de juridische twist heb ik het bij hoofdlijnen [ge]houden.”
Nadat Van Aken op 6 maart 2017 zijn inhoudelijke reactie op het concept aan Marcelissen heeft gestuurd, heeft Marcelissen diezelfde dag daarop geantwoord als volgt:
“Bedankt voor de aanvullingen. Ik heb nog wat aanvullende vragen gesteld richting de gemeente en rond het verhaal vanmiddag af.”
Kort daarna heeft Van Aken gereageerd:
“Dank, ik zie e.e.a. dan nog verschijnen.”
Waarop Marcelissen even later aan Van Aken bericht:
“Hierbij aangepast. Ik wacht overigens nog tot een laatste reactie van de gemeente.”
Aan het eind van die dag meldt Van Aken nog aan Marcelissen:
“Dank voor de aanpassingen., voor zover zijdens de Gemeente Geertruidenberg nog wijzingen worden aangebracht vernemen wij dat dan nog wel.”
Op 8 maart 2017 bericht Van Aken per e-mail aan Marcelissen:
“Kunt u mij conform afspraak berichten of er nog een reactie zijdens de gemeente is gekomen en/of er nog voorgestelde wijzigingen zijn aangebracht in het concept. Daarnaast ontvang ik gaarne nog — eveneens conform afspraak — de definitieve tekst (voor akkoord) alvorens u tot plaatsing overgaat en verneem ik gaarne wanneer het stuk daadwerkelijk wordt geplaatst.”
Daarop heeft Marcelissen op 9 maart 2017 gereageerd als volgt:
“Het artikel heeft in de krant gestaan. Zoals afgesproken hebben jullie van mij een definitieve versie ontvangen betreft het gedeelte dat voor de rekening komt van [bedrijfsnaam]. Zelfs tweemaal heeft u dit stuk kunnen inzien. En dat lijkt me meer dan voldoende. Zoals die dinsdagmiddag ook gezegd is het een verhaal met hoor- en wederhoor en hoort daarin een reactie van de gemeente Geertruidenberg.
Het onderstaande [de inhoud van het bericht van Van Aken van 8 maart] is nooit afgesproken. Jullie mogen zeggen wat voor de rekening van [bedrijfsnaam] komt, jullie mochten zelfs tweemaal controleren wat voor de rekening van [bedrijfsnaam] komt. Dat is afgesproken. Maar de gemeente spreekt voor eigen rekening en dan ga ik niet hierover nog eens goedkeuring vragen aan [bedrijfsnaam]. Dit hoort bij een journalistiek verhaal, met hoor- en wederhoor.”
Verder e-mailcontact tussen Van Aken enerzijds en de verslaggever en hoofdredacteur anderzijds heeft niet tot een oplossing geleid.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – kort samengevat – dat zij aan de totstandkoming van het artikel heeft meegewerkt onder de voorwaarde dat zij voorafgaand aan de publicatie het conceptstuk ter controle en verbetering toegezonden zou krijgen. Zij heeft echter de uiteindelijke versie niet vóór de publicatie ontvangen.
Volgens klaagster bevat de publicatie een aantal feitelijke onjuistheden. Zij maakt met name bezwaar tegen de passage waarin is vermeld dat zij een voorwaardelijke celstraf zou hebben gekregen. De passage is grievend, tendentieus en feitelijk onjuist, en maakt daardoor bovendien een onevenredige inbreuk op haar privacy. De krant had vóór publicatie moeten onderzoeken of deze verstrekkende stelling waarheidsgetrouw is. Klaagster heeft de indruk dat dit niet (correct) is gebeurd. Op de zitting deelt Van Aken mee dat hij navraag heeft gedaan bij het OM. Dit heeft uitgewezen dat er geen contact is geweest tussen de verslaggever en persvoorlichters van het Arrondissementsparket Zeeland West-Brabant en evenmin tussen de verslaggever en het functioneel parket. Verder deelt hij desgevraagd met klem mee dat aan klaagster alleen een geldboete is opgelegd, waarvan een deel voorwaardelijk. Volgens Van Aken is het helemaal niet mogelijk dat voor een geluidsovertreding een celstraf wordt opgelegd.
Verder stelt klaagster dat de feitelijke onjuistheden gecorrigeerd hadden kunnen worden, als zij in de gelegenheid was gesteld om vooraf te reageren op de door de gemeente verstrekte informatie, die op het laatste moment nog aan het artikel is toegevoegd. Dit is ten onrechte niet gebeurd, aldus klaagster.
Zij stelt ten slotte dat de krant onzorgvuldig heeft gehandeld door niet inhoudelijk te reageren op haar bezwaren.

BN DeStem stelt hier tegenover dat in het gesprek met klaagster en haar advocaat is afgesproken dat zij het stuk vooraf mochten inzien vanwege de gevoeligheid van het dossier. Daarbij heeft de verslaggever benadrukt dat de afspraak betrekking had op het tekstdeel dat voor rekening van klaagster zou komen. Verder heeft hij nadrukkelijk gemeld dat hij de gemeente nog zou bellen en dat klaagster op de reactie van de gemeente uiteraard geen invloed zou hebben. Daarmee is het journalistieke proces, met hoor- en wederhoor, zorgvuldig verlopen.
Verder wijst de krant erop dat Van Aken zelf aan de verslaggever heeft meegedeeld dat er contact is geweest tussen de gemeente en het Openbaar Ministerie. Omdat Van Aken niet wist wat de reden van dat contact was, heeft de verslaggever hierover gebeld met de gemeente en het OM. De ambtenaar van de gemeente heeft toen aan de verslaggever gemeld dat het contact ging over een voorwaardelijke celstraf. De verslaggever heeft deze informatie bij het OM gecheckt via de perswoordvoering van het OM. Omdat de woordvoerder de stelling van de gemeente bevestigde, was er voor hem geen reden aan de juistheid daarvan te twijfelen.
BN DeStem concludeert dat zij niet aan tendentieuze of onjuiste journalistiek heeft gedaan.
Ten slotte merkt de krant op dat na de publicatie zowel de verslaggever als de hoofdredacteur meerdere keren contact heeft gehad met Van Aken. De verslaggever heeft na vragen per e-mail een toelichting gegeven op de gang van zaken. Vervolgens heeft de hoofdredacteur Van Aken langdurig telefonisch gesproken, waarbij zij nogmaals uitvoerig een inhoudelijke toelichting heeft gegeven. Latere e-mails van Van Aken zijn altijd van een antwoord voorzien door het secretariaat van de hoofdredactie met een verwijzing naar de eerder gegeven toelichting. Verder heeft de hoofdredacteur voorgesteld om persoonlijk in gesprek te gaan met klaagster. De uitnodiging voor dit gesprek staat nog altijd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft uit de toelichting van Van Aken op de zitting begrepen dat de klacht over feitelijke onjuistheden ziet op de onwaarheid dat aan klaagster door het Openbaar Ministerie ook een voorwaardelijke celstraf is opgelegd.

De Raad kan niet beoordelen of het opleggen van een vrijheidsbenemende sanctie door het Openbaar Ministerie überhaupt (grondwettelijk) mogelijk is.
In het artikel is de uitlating dat er contact is geweest tussen de gemeente en het Openbaar Ministerie, omdat dat ook een boete en een voorwaardelijke celstraf heeft opgelegd vanwege de geluidsovertredingen, toegeschreven aan een woordvoerster van de gemeente. De Raad dient daarom te beoordelen of de woordvoerster van de gemeente die uitlating al dan niet heeft gedaan. De standpunten van partijen hierover staan lijnrecht tegenover elkaar en er is geen materiaal voorhanden op grond waarvan de Raad kan vaststellen welk standpunt juist is. Mede omdat de krant niet op de zitting is verschenen – hetgeen de Raad betreurt – kan daarom niet met de vereiste zorgvuldigheid worden beoordeeld of de krant op dit punt al dan niet journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld. De Raad onthoudt zich daarom op dit punt van een inhoudelijk oordeel.

Verder maakt de Raad uit de standpunten van partijen op dat er in ieder geval een afspraak bestond dat klaagster het artikel voor publicatie mocht inzien en feitelijke onjuistheden mocht corrigeren. De verslaggever heeft zich daaraan gehouden. Daarbij merkt de Raad op dat de verslaggever niet gehouden was alle door klaagster voorgestelde wijzigingen over te nemen. Immers, de journalist die een artikel vooraf ter inzage geeft aan degene over wie het artikel gaat, is vrij te bepalen hoe hij eventuele op- en aanmerkingen in het artikel verwerkt.
Dat de verslaggever daarna nog enige informatie van de gemeente aan het artikel heeft toegevoegd, maakt dit niet anders. Het conceptartikel en het uiteindelijke artikel wijken niet zodanig van elkaar af dat de verslaggever klaagster het uiteindelijke artikel nog had moeten laten inzien vóór publicatie.
Aangezien in het artikel sprake was van vermelding van door de gemeente als feitelijke informatie verstrekte gegevens behoefde de verslaggever ook geen wederhoor bij klaagster toe te passen. Dat de advocaat van klaagster gemotiveerd heeft bestreden dat geen sprake kan zijn van feitelijke informatie aangezien aan klaagster geen voorwaardelijke celstraf is opgelegd, doet daaraan niet af.

Ten slotte meent de Raad dat zowel de verslaggever als de hoofdredacteur serieus op de klacht heeft gereageerd. Dat klaagster zich niet in die reacties kan vinden, is onvoldoende voor de conclusie dat de klachtafhandeling onzorgvuldig is geweest.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en B.4
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/4, RvdJ 2016/9 en RvdJ 2012/65

CONCLUSIE

Voor zover de klacht betrekking heeft op de bewering dat aan klaagster ook een celstraf is opgelegd, onthoudt de Raad zich van een oordeel. Voor het overige heeft BN DeStem journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 20 december 2017 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, dr. H.J. Evers, L.C. Hauben, mw. H.M.M. Nietsch en mw. J.R. van Ooijen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.