2017/43 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

A. van Driel en EenVandaag (AVROTROS) hebben in een uitzending van het televisieprogramma EenVandaag aandacht besteed aan het Thomashuis in Tiel dat werd geëxploiteerd door J. Klein en J.D. Klein-Abbink (klagers). In de uitzending zijn klagers beschuldigd van mishandeling van bewoners. In de uitzending heeft EenVandaag onvoldoende inzicht gegeven in het verrichte onderzoek en het beschikbare bronnenmateriaal. Daardoor is het voor kijkers onvoldoende duidelijk waarop de ernstige beschuldigingen ten aanzien van klagers zijn gebaseerd. Op dit punt hebben Van Driel en EenVandaag journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Ten aanzien van de beschuldigingen van financiële wanpraktijken meent de Raad dat er genoeg aanleiding was om op dit punt over klagers te berichten zoals is gedaan en dat voldoende wederhoor is toegepast. De handelwijze van Van Driel en EenVandaag was op dit punt wel zorgvuldig. De Raad doet de aanbeveling aan EenVandaag om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. Klein en J.D. Klein-Abbink (Thomashuis Tiel)

tegen

A. van Driel en de hoofdredacteur van EenVandaag (AVROTROS)

De heer J. Klein en mevrouw J.D. Klein-Abbink te Maurik (klagers) hebben op 27 juli 2017 een klacht ingediend tegen mevrouw A. van Driel en de hoofdredacteur van EenVandaag (verder gezamenlijk: EenVandaag). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klagers en de heer R. van Brakel, hoofdredacteur, betrokken van 4 en 18 augustus 2017 en van 28 september 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 6 oktober 2017. Klagers waren daar aanwezig. Aan de zijde van EenVandaag zijn mevrouw A. van Driel (verslaggever) en mevrouw B. van Gool (redacteur) verschenen. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van notities.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

FEITEN

Op 26 mei 2017 is in een uitzending van het televisieprogramma EenVandaag aandacht besteed aan (vermeende) misstanden bij het Thomashuis Tiel, waar mensen met een verstandelijke beperking of gedragsstoornis samenwonen. Klagers waren tot kort voor de uitzending de beheerders van dit Thomashuis. De uitzending wordt door presentator P.J. Hagens ingeleid als volgt:
“Misstanden bij een tehuis voor meervoudig gehandicapten. EenVandaag sprak met familieleden van bewoners van het Thomashuis in Tiel. En er kwam een ontluisterend beeld uit naar voren.”
Direct daarna komt een vrouw in beeld (naar later blijkt: M. van Dee, moeder van bewoner Jeroen) die zegt:
“De eigenares is bruut en onbeschoft tegen onze kinderen. Eentje is er geslagen en een ander is geschopt.”
Vervolgens zegt een onherkenbaar gemaakte man (naar later blijkt: de man die het Thomashuis wilde overnemen en anoniem wil blijven, en daarom wordt aangeduid als ‘Arthur de Jong’):
“Bazig, bazig, ik had af en toe het gevoel dat ik weer in de 19e eeuw zat. De bewoners, voor zover ze dat konden, kropen voor haar, waren bang voor haar.”
Hierop vraagt verslaggever Van Driel aan de heer Klein:
“Nou is het zo dat wij veel kritiek hebben gehoord op uw functioneren binnen dit huis. En dan zou het gaan om het bieden van slechte zorg. Herkent u zich in die kritiek?”
Klein antwoordt daarop:
“Eh, nee, daar herken ik me niet in.”
Later in de uitzending antwoordt Van Dee op de vraag van Van Driel naar wat er niet zo goed gaat in het Thomashuis:
“De zorg, we hebben onlangs vernomen dat er vermoedelijk fraude bezig is en, ja, de eigenares is bruut en onbeschoft tegen onze kinderen. Eentje is er geslagen en een ander is geschopt.”
Ook vertelt Van Dee dat een andere voormalige bewoonster ’s nachts washandjes met tiewraps  om kreeg, omdat zij niet werd verschoond en haar ontlasting uitsmeerde. Volgens Van Dee zou de bewoonster hebben geprobeerd de tiewraps los te krijgen, maar heeft zij ze juist strakker aangetrokken. Toen de tiewraps de volgende dag weggeknipt werden, zagen de plekken eruit als tweedegraads brandwonden en omdat ze geen doorbloeding naar haar handen had gehad, raakte ze van de kaart toen de bandjes losgingen. De eigenaresse [mevrouw Klein] heeft haar toen laten liggen en het personeel moest het maar opknappen, aldus Van Dee.
Nadat vervolgens ‘Arthur de Jong’ aan Van Driel vertelt dat de dagbestedingsruimte een schuur zou zijn, zegt Van Driel in een voice-over:
“Jan Klein, een van de zorgondernemers, wil met EenVandaag praten over de kritiek die ouders hebben op de zorg die wordt geleverd.”
Daarop wordt het volgende fragment in beeld gebracht:
Van Driel: “De dagbestedingsruimte, dat is een garage.”
Klein: “Geweest.”
Van Driel: “En die zou volgens sommige ouders niet veilig zijn.”
Klein: “Nee, we zijn bezig met nieuwe ondernemers en we gaan dit in het overname-traject bespreken.”
Hierna zegt Van Driel in een voice-over:
 “Jan Klein ontkent in een gesprek met EenVandaag alle aantijgingen.”
Vervolgens wordt in beeld gebracht dat Van Driel met Klein meer in het algemeen praat over bewoners die zijn vertrokken, omdat ze niet tevreden waren over de zorg, en specifiek over kritiek van een familielid van een bewoner die veel op de grond zat en uiteindelijk niet meer kon lopen. Hiermee eindigt het deel van de reportage dat gaat over de manier waarop zorg is verleend.
Het tweede deel van de reportage heeft betrekking op de wijze waarop klagers de persoonsgebonden budgetten van de bewoners hebben besteed. In dit verband wordt eerst aandacht besteed aan de zoon van Van Dee, die al jaren werkt bij een lokale supermarkt. Zowel Van Dee als de eigenaar van de supermarkt, J. de Haas, komen aan het woord. Zij vertellen – kort gezegd – dat De Haas nooit een vergoeding voor dagbesteding heeft ontvangen, omdat er dan geen geld zou zijn voor andere activiteiten van de zoon van Van Dee.
Hierna zegt Van Driel in een voice-over:
“Jan Klein ontkent dat het om dagbesteding gaat. ‘Arthur de Jong’, die het Thomashuis in Tiel wilde overnemen, vertelt EenVandaag dat er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van geld voor het persoonsgebonden budget.”
‘De Jong’ zegt vervolgens:
“Ik heb de cijfers natuurlijk gezien. De cijfers hebben jullie denk ik ook gezien. Die hebben jullie trouwens niet van mij gekregen. Je ziet gewoon aan de pgb-gelden, wat daarmee gebeurd is. De pgb zo hoog mogelijk maken, dus dat er zoveel mogelijk geld binnenkomt en zo min mogelijk uitgeven, dat is eigenlijk het credo.”
De voice-over licht toe dat de negen bewoners van het Thomashuis in Tiel jaarlijks tussen de zes en zeven ton aan uitkeringen en pgb-gelden binnenbrengen, waarna ‘De Jong’ vervolgt:
“Ik zag dat bijna de helft van het pgb-geld naar de zorgondernemer gaat. En er gaat ook nog een ander gedeelte naar De Drie Notenboomen. Dus als je… ik denk dat er uiteindelijk maar veertig procent of zo overbleef voor de zorg. De rest gaat gewoon naar de zorgondernemer en naar de DDN.”
Iets later komt hoogleraar Openbare Financiën H. Verbon in beeld, die de financiële verslagen van het Thomashuis in Tiel heeft bekeken en laat weten dat naar zijn mening het niet juist is dat in deze sector winst wordt gemaakt. Hij zegt dat de staatssecretaris dit wel terecht vindt, als de winst maar niet buitenproportioneel is. Dit laatste is hier wel het geval, aldus Verbon. Hij zegt:
“Want er wordt hier een winst geboekt van meer dan 2 ton en in 2015 is dat bedrag zelfs gestegen tot bijna 4 ton, dat uit de onderneming gaat. Dat hadden ze naar mijn idee niet moeten doen, want dit is natuurlijk wel heel erg verdacht, als je zo’n bedrag uit je eigen onderneming haalt.”
Hierna volgt het fragment, van het gesprek dat Van Driel met Klein heeft gevoerd:
Van Driel: “De hoogte van dit bedrag, die 395.000 euro, kunt u dat uitleggen, wat dat betekent, wat dat is?” 
Klein:
“Dat is het resultaat. Kijk, als een bakker z’n brood verkoopt, de ene bakker die vraagt – ik weet niet precies wat een brood kost – maar als die 1 euro vraagt en je betaalt die euro, dan ga je de bakker toch ook niet vragen ‘Wat gaat u daarmee doen?’”
Vervolgens wordt aandacht besteed aan de overkoepelende organisatie De Drie Notenboomen en wordt in dat verband de heer W. Holleman, directeur van deze organisatie, aan het woord gelaten. Op de vraag of het Thomashuis in Tiel het goed doet in zijn ogen antwoordt hij:
“Op dit moment, gezien de situatie met alle wettelijk vertegenwoordigers, is het een huis waar de aandacht op zit en waar verbeteringen mogelijk zijn, ook financieel.”
Presentator Hagens vervolgt:
“Ook financieel. En inmiddels zijn Jan en Janke Klein daar in Tiel door De Drie Notenboomen op non-actief gezet. Op dit moment zit er een interim echtpaar.”
Hierna wordt de uitzending afgesloten met een gesprek tussen Hagens en mevrouw L. Marijnissen – lid van de Tweede Kamer namens de SP – over winst maken in de zorg en het feit dat het hier gaat om kwetsbare mensen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers voeren – samengevat – aan dat zij zonder goede grond zijn afgeschilderd als fraudeurs en mishandelaars van verstandelijk gehandicapten. De beschuldigingen zijn (met name) afkomstig van ‘Arthur de Jong’ en mevrouw Van Dee, maar dit zijn geen betrouwbare bronnen. ‘De Jong’ heeft gehandeld uit rancune, omdat hij is afgewezen als nieuwe exploitant, en heeft gehoor gevonden bij Van Dee. Van Dee heeft in de uitzending alle ruimte gekregen om beschuldigingen te uiten over mishandelingen die zouden hebben plaatsgevonden. Het zou daarbij niet gaan om haar eigen zoon, maar om andere bewoners. Van Dee is nimmer getuige geweest van de beweerde incidenten en heeft valse beschuldigingen geuit.
Ook is ten onrechte gesuggereerd dat klagers ‘over de rug van de bewoners’ oneigenlijk gebruik maken van de pgb-gelden. Het klopt dat zij winst hebben gemaakt met hun onderneming, maar dat is geoorloofd. De winst was ook niet buitensporig, gezien het aantal uren dat klagers jaarlijks aan de zorgverlening besteedden. Op de zitting licht de heer Klein toe dat een erkende dagbestedingsplek, waarbij begeleiding plaatsvindt,  in aanmerking komt voor een vergoeding. In het geval van de activiteiten van de zoon van Van Dee bij de supermarkt, gaat het om een gewone werkplek en niet om een dagbestedingsplek.
Klagers menen verder dat onvoldoende wederhoor is toegepast. Op 19 mei ontvingen zij per e-mail een aantal vragen en drie dagen later werden zij uitgenodigd voor een interview. Zij voelden druk, omdat zij op 24 mei op vakantie zouden gaan. Zij zijn niet in de gelegenheid gesteld om op alle geuite verwijten te reageren en hun reactie is zeer beperkt in de uitzending verwerkt. Van het interview van ongeveer anderhalf uur zijn slechts enkele minuten uitgezonden. Daarbij zijn fragmenten geselecteerd waarbij de heer Klein niet uit zijn woorden kon komen of anderszins slecht overkwam.
Ten slotte wijzen klagers erop dat de Inspectie voor de Volksgezondheid op 18 augustus 2017 heeft geconcludeerd dat geen sprake is geweest van fraude en/of mishandeling en daarmee het onderzoek heeft afgerond. De redactie wist dat dit onderzoek gaande was. Klagers betreuren het dat EenVandaag niet op de uitkomst daarvan heeft gewacht. Verder is er een ARGO-onderzoek – een tweejaarlijks kwaliteitsonderzoek in de Thomashuizen – uitgevoerd, waar een gemiddeld cijfer van een 8,6 uitkwam. Van Driel heeft echter met die informatie niets gedaan.
Klagers concluderen dat sprake is van eenzijdige, subjectieve en tendentieuze berichtgeving, waardoor zij ten onrechte in een kwaad daglicht zijn gesteld.

EenVandaag stelt hier – eveneens samengevat – tegenover dat ter voorbereiding met tien verschillende bronnen is gesproken, die zich allemaal op dezelfde wijze hebben uitgelaten over het Thomashuis Tiel. Velen wilden niet dat klagers erachter zouden komen dat zij hadden gepraat. De redactie heeft niemand gehoord die tevreden was over de laatste jaren in het Thomashuis. In de uitzending komen drie bronnen aan het woord – twee familieleden en ‘Arthur de Jong’ – die hetzelfde vertellen: de zorg zou niet goed zijn. Dat sprake zou zijn van mishandeling, zoals mevrouw Van Dee in de uitzending zegt, is ook door twee andere bronnen verteld. Bovendien beschikt de redactie over een gespreksverslag van zorgverzekeraar VGZ, waarin nog drie familieleden van bewoners bevestigen dat sprake is van fysieke en geestelijke mishandeling van de bewoners.
De uitlating van Van Dee over ‘vermoedelijke fraude’ is later in de uitzending bevestigd door De Haas en ‘De Jong’. Dit vermoeden wordt ondersteund door de feiten, aangezien er twee onderzoeken naar fraude lopen: een door de inspectie SZW en een door VGZ. Verder is een hoofdvraag van de uitzending: mag je winst maken met pgb-geld? Uit de uitzending blijkt dat klagers het Thomashuis runden als een bedrijf. ‘De Jong’ vertelt dat oneigenlijk gebruik werd gemaakt van pgb-gelden, omdat meer dan de helft daarvan naar klagers en de overkoepelende organisatie is gegaan. Daarbij is pgb-geld niet gegaan naar mensen die het hadden moeten krijgen, zoals de eigenaar van de supermarkt. De jaarcijfers zijn voorgelegd aan een onafhankelijk expert, hoogleraar Verbon, die bevestigt dat winst in de zorg tot op zekere hoogte moet kunnen, maar niet buitenproportioneel mag zijn. Volgens hem is dat hier wel het geval.
Het wederhoor is toegepast in een interview met de heer Klein, die uitgebreid aan het woord is geweest. Uiteraard kon niet het hele interview worden uitgezonden en heeft de redactie moeten selecteren. Zo is te zien dat de vraag over slechte zorg is voorgelegd en dat Klein zegt zich daarin niet te kunnen vinden. Verder is met Klein gesproken over de dagbestedingsruimte, het vertrek van ontevreden bewoners en de klacht van een familielid over een bewoner die fysiek achteruit ging. De antwoorden die zijn te zien, zijn allemaal reacties op de bijbehorende vragen; er is niet slecht geknipt en geplakt. De hele lange antwoorden konden niet worden uitgezonden, steeds is de kern weergegeven. De teneur was vooral dat Klein zich niet in de kritiek kon vinden. Dit komt ook duidelijk in de uitzending naar voren.
Verder heeft Van Driel met Klein gesproken over de jaarcijfers. Zijn uitleg – dat het bedrag onder de streep het resultaat is – is in de uitzending verwerkt. Verder laat Klein weten dat sprake is van goed ondernemerschap en dat je een bakker ook niet vraagt wat hij met de euro doet die hij voor een brood ontvangt. In dit verband wijst EenVandaag erop dat – in tegenstelling tot betalingen aan de bakker – pgb-gelden publieke middelen zijn, waarvan kritisch mag worden nagegaan hoe deze worden besteed. Overigens zijn de bedrijfsresultaten in het kader van wederhoor ook voorgelegd aan de directeur van de overkoepelende organisatie, De Drie Notenboomen.
Op de zitting deelt Van Gool nog mee dat ze niet hebben kunnen wachten op de uitkomsten van de lopende onderzoeken. Dergelijke onderzoeken duren vaak erg lang en bovendien verschijnt er niet altijd een rapport dan wel krijgen ze dat niet direct in handen. Overigens leest de redactie in het rapport van de IGZ niet dat klagers daarmee volledig zijn vrijgepleit van alle beschuldigingen. Dit rapport is bovendien niet openbaar. Er is dan ook geen reden om een rectificatie te plaatsen.
EenVandaag concludeert dat de redactie uitgebreid en gedegen onderzoek heeft verricht en dat van eenzijdige berichtgeving geen sprake is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft de kern van de klacht zo opgevat dat deze bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. klagers zijn beschuldigd van mishandeling, terwijl daarvoor onvoldoende grondslag bestaat en onvoldoende wederhoor is toegepast;
  2. klagers zijn beschuldigd van financiële wanpraktijken, terwijl daarvoor onvoldoende grondslag bestaat en onvoldoende wederhoor is toegepast.

De Raad zal deze onderdelen achtereenvolgens bespreken. Daarbij wordt voorop gesteld dat media een belangrijke taak hebben om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Het is dan ook maatschappelijk relevant en journalistiek geboden om onderzoek te verrichten naar en/of te berichten over (mogelijk) ontoelaatbaar gedrag van klagers als exploitanten van een tehuis voor meervoudig gehandicapten.

Ad a.
In de uitzending zegt mevrouw Van Dee dat “de eigenares bruut en onbeschoft is tegen onze kinderen. Eentje is er geslagen en een ander is geschopt”. Verder vertelt zij over het voorval van een voormalige bewoonster die ’s nachts washandjes met tiewraps om zou hebben gekregen, ten gevolge waarvan zij ’s ochtends plekken had die eruit zagen als tweedegraads brandwonden, zij bij het wegknippen ‘van de kaart’ zou zijn geraakt en mevrouw Klein haar vervolgens zou hebben laten liggen. Naar het oordeel van de Raad overstijgen deze specifieke beschuldigingen van mishandeling de verwijten ten aanzien van het bieden van slechte zorg in het algemeen, zoals de kritiek van een familielid van een bewoner die veel op de grond zat en uiteindelijk niet meer kon lopen.
Deze beschuldigingen zijn geuit door één bron (Van Dee) terwijl het niet haar eigen kind betrof, niet duidelijk is of Van Dee de handelingen zelf heeft waargenomen en zij bovendien met klagers in conflict lijkt te zijn. EenVandaag heeft aangevoerd dat deze beschuldigingen zijn bevestigd door andere (anonieme) bronnen en dat ook in een gespreksverslag van zorgverzekeraar VGZ wordt gerept over mishandeling. In de uitzending heeft EenVandaag echter onvoldoende inzicht gegeven in het verrichte onderzoek en het beschikbare bronnenmateriaal. Daardoor is het voor kijkers onvoldoende duidelijk waarop deze ernstige beschuldigingen ten aanzien van klagers zijn gebaseerd.
In de uitzending wordt verder niet duidelijk of deze specifieke beschuldigingen voor wederhoor aan klagers zijn voorgelegd: 1) dat enkele kinderen door mevrouw Klein zouden zijn geschopt en geslagen, en 2) dat een voormalig bewoonster washandjes met tiewraps om zou hebben gekregen en de gevolgen daarvan. In ieder geval is een eventuele reactie van Klein op deze aantijgingen niet in de uitzending verwerkt.
De weergegeven inhoudelijke reactie van de heer Klein op de verwijten over de zorgverlening in het algemeen en de mededeling in de voice-over “Jan Klein ontkent in een gesprek met EenVandaag alle aantijgingen.” zijn hiervoor niet toereikend.
Op dit punt heeft EenVandaag journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ad b.
De beschuldigingen van financiële wanpraktijken die in de uitzending zijn geuit, komen erop neer dat klagers pgb-gelden onjuist zouden hebben besteed en (mede daardoor) gedurende een paar jaar buitensporig hoge winsten zouden hebben behaald.
De Raad meent dat voor EenVandaag voldoende aanleiding bestond om op dit punt over klagers te berichten zoals zij hebben gedaan. Het is aannemelijk gemaakt dat de redactie deugdelijk onderzoek heeft verricht en dat de berichtgeving is gebaseerd op stukken en informatie afkomstig van diverse bronnen. Dit is inzichtelijk gemaakt in de uitzending. Hoewel Van Dee de beschuldiging zwaar heeft aangezet door te spreken van ‘vermoedelijke fraude’, wordt later duidelijk dat zij hiermee bedoelt dat de eigenaar van de supermarkt ten onrechte geen vergoeding heeft ontvangen voor de werkzaamheden die haar zoon daar heeft verricht. Daarnaast worden over de beschuldiging van financiële wanpraktijken ook de supermarkteigenaar en ‘De Jong’ aan het woord gelaten. De bedrijfsresultaten van klagers zijn verder besproken met een onafhankelijke deskundige, hoogleraar Verbon. Bovendien is ten aanzien van de financiën van de Thomashuizen in het algemeen nog gesproken met de overkoepelende organisatie.
De Raad vindt dat op dit punt voldoende wederhoor is toegepast. Klagers hebben op de zitting uitgelegd dat zij vinden dat het werk van de zoon van Van Dee bij de supermarkt niet als ‘dagbesteding’ kan worden aangemerkt en dat daarom aan de eigenaar geen vergoeding vanuit het beschikbare pgb-budget is verstrekt. De kern van klagers standpunt – er is geen sprake van ‘dagbesteding’ – is via een voice-over in de uitzending weergegeven. Daarnaast is in de uitzending te zien dat Van Driel de bedrijfsresultaten met de heer Klein bespreekt. De Raad vindt dat daarmee de reactie van klagers voldoende in de uitzending is verwerkt. Niet blijkt dat essentiële onderdelen van de reactie zijn weggelaten.
EenVandaag heeft op dit punt niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/16, RvdJ 2014/39 en RvdJ 2013/41

CONCLUSIE

Voor zover de klacht erop is gericht dat klagers zonder deugdelijke grondslag en zonder toepassing van wederhoor zijn beschuldigd van mishandeling, hebben A. van Driel en EenVandaag journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Zij hebben echter niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld bij de berichtgeving over (mogelijke) financiële wanpraktijken.

De Raad doet de aanbeveling aan EenVandaag om bij voorkeur in een uitzending aan deze beslissing aandacht te besteden en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op haar website te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 4 december 2017 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. J.R. van Ooijen, F.Th.H. Ruys en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.