2017/39 zorgvuldig

Samenvatting

K. Voskuil en het AD hebben met het artikel “Raadslid Haarlemmermeer strijkt Benetton-buit op” journalistiek zorgvuldig bericht over (vermeende) betrokkenheid van mevrouw A. van der Veer (klaagster) bij factuurfraude. De Raad vindt de kop weliswaar een grensgeval, maar is van oordeel dat die – bezien in de context – niet als onredelijk beschadigend voor klaagster moet worden aangemerkt. In het artikel is duidelijk hoe het geld op de rekening van klaagster is beland en bovendien is haar reactie – inhoudend dat het zou gaan om een ‘gewone’ effectenportefeuille en het een ‘keurige transactie’ leek – in het artikel opgenomen. Verder is het journalistiek relevant om te vermelden dat klaagster lid is van de gemeenteraad. Ook overigens is niet gebleken dat het artikel relevante feitelijke onjuistheden bevat.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

A. van der Veer

tegen

K. Voskuil en de hoofdredacteur van het AD

Mevrouw A. van der Veer te Nieuw-Vennep (klaagster) heeft op 27 juli 2017 een klacht ingediend tegen de heer K. Voskuil en de hoofdredacteur van het AD (hierna samen: AD). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klaagster en het AD van 10, 30 en 31 augustus 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 1 september 2017 in aanwezigheid van Van der Veer en Voskuil. Van der Veer heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van een notitie. Voskuil heeft zijn standpunt weergegeven. Naar aanleiding van de zitting heeft Van der Veer op 2 september 2017 per e-mail nog nadere informatie aan de Raad verstrekt. Voskuil heeft de Raad bericht geen reden te zien daarop inhoudelijk te reageren.

DE FEITEN

Op 24 juli 2017 is op de website van het AD een artikel van de hand van Voskuil verschenen met de kop “Raadslid Haarlemmermeer strijkt Benetton-buit op”. Het artikel luidt verder:
“Modebedrijf Benetton blijkt voor 1,2 miljoen euro opgelicht. Een van de sporen leidt naar het Nederlandse gemeenteraadslid Anneke van der Veer uit Haarlemmermeer. Wat doet 118.500 euro van de buit op haar rekening?
Benetton is slachtoffer van een professionele bende die tientallen keren heeft toegeslagen in Europa. Door facturen te vervalsen, wist de bende tonnen tot miljoenen euro’s per keer buit te maken. Het modebedrijf dácht de jaarhuur voor zijn kantoor in Parijs over te maken. In werkelijkheid kwam het huurbedrag van 1,2 miljoen euro in handen van fraudeurs, die gebruikmaakten van het bedrijfje EBLP uit Vught.
Meesteroplichter
Het inmiddels failliete EBLP sluisde de 1,2 miljoen euro razendsnel door naar derden. Curator Egbert van Ewijk, die het faillissement van EBLP afwikkelt, ontdekte dat ruim een miljoen euro is overgemaakt naar China en definitief lijkt te zijn verdwenen. Maar een bedrag van 118.500 euro bleef dichter bij huis: het blijkt overgeboekt op de rekening van gemeenteraadslid Anneke van der Veer uit Nieuw-Vennep.
Van der Veer, een zeer goede bekende van meesteroplichter Ari Olivier, geeft toe dat EBLP meer dan een ton naar haar overmaakte, maar van fraude wil ze niets weten. Volgens de onderneemster heeft EBLP een ‘gewone’ effectenportefeuille bij haar BV gekocht van 118.500 euro en daarmee is voor haar de kous af. ,,Hoe EBLP aan dat geld komt, is niet mijn zaak'', zegt Van der Veer met enige nadruk. ,,Het leek een keurige transactie.”
Tweede kans
Van der Veer heeft sinds 2014 zakelijke banden met plaatsgenoot Ari Olivier. Ze kende diens reputatie als meesteroplichter, maar ‘iedereen verdient een tweede kans’, vond ze toen. Inmiddels heeft ze spijt als haren op haar hoofd.
Curator Van Ewijk heeft twijfels bij Van der Veers verhaal. Hij wil de onderliggende stukken van de effectenportefeuille onderzoeken, maar meldt: ,,Tot op heden zijn de stukken, ondanks toezeggingen en rappels, niet toegezonden. Mevrouw heeft bankafschriften beloofd te laten zien. Zo moeilijk is het niet om die op te vragen.”
Het is niet de eerste fraudezaak waarmee de Haarlemmermeerse politica in verband wordt gebracht. Eerder onthulde deze krant dat een fraudebedrag van ruim 70.000 euro, afgetroggeld van een Frans bedrijf, op haar bedrijfsrekening was gestort. Ook in die zaak zegt Van der Veer niet te hebben geweten dat het om misdaadgeld ging.
Of Benetton de ontfutselde 118.500 euro ooit zal terugzien, valt te betwijfelen. Van der Veer heeft curator Van Ewijk verteld dat ‘derden met een bankpas in diverse tranches de gelden hebben opgenomen’. De politica wil desgevraagd niet zeggen of zij doelt op haar voormalige zakenpartner Ari Olivier.
Ook Olivier wast zijn handen in onschuld. Desgevraagd zegt hij: ,,Ik heb dat geld niet opgenomen." De inmiddels 77-jarige meesteroplichter ontkent met de Benetton-fraude van doen te hebben. ,,Mijn rol was om bedrijfjes te zoeken waarin zakenmensen konden investeren. Daar streek ik een mooie commissie voor op, en dat was alles.”
In de uiterst schimmige kwestie houdt politica Van der Veer vol alle instanties van dienst te zijn. ,,De curator krijgt alle banktransacties en ik werk mee met het Openbaar Ministerie.””

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster maakt met name bezwaar tegen de kop van het artikel. Daarin wordt de indruk gewekt dat zij begunstigde is van internationale factuurfraude en dat is een grove verdachtmaking, waarvoor geen grondslag bestaat. De kop is feitelijk onjuist, tendentieus, suggestief, onnodig grievend en kwetsend, aldus klaagster.
Zij benadrukt dat zij geen bezwaar maakt tegen het feit dat over deze zaak wordt bericht, waaronder begrepen het feit dat zij vermoedelijke actoren kent en het feit dat EBLP een investeringssom heeft gestort op haar bedrijfsrekening. Maar door de formulering van de kop en onderdelen van het artikel is een situatie gecreëerd waartegen geen verdediging mogelijk is. Er wordt namelijk gesuggereerd dat zij rechtstreeks gelden van Benneton zou hebben ontvangen en dat zij weet had van de malversaties die daaraan ten grondslag lagen. Voor deze beschuldigingen bestaat geen deugdelijke basis en bovendien is geen wederhoor toegepast, aldus klaagster. Zij wijst erop dat zij Voskuil gedetailleerd op de hoogte heeft gesteld van de gehele chronologie, geldstromen, personen en omstandigheden die een rol spelen in de kwestie. Op vragen van zijn kant heeft zij een zeer uitgebreide e-mail gestuurd op 13 september 2016, gevolgd door een tweede e-mail op 27 oktober 2016 met nadere informatie, onder meer over Benetton en klaagsters aangiften. Zij heeft Voskuil daarbij verzocht vertrouwelijk met de informatie om te gaan, mede gelet op het belang van het internationale opsporingsonderzoek. Volgens klaagster is Voskuil volledig op de hoogte van haar kwetsbaarheid in deze zaak. Hij heeft echter verzuimd verslag te doen van het feit dat zij, gelet op het internationale fraudeonderzoek, voorshands niet mag en kan ingaan op specifieke details om het onderzoek maar zeker ook haar positie daarin niet te frustreren. Klaagster verwijt Voskuil verder dat hij heeft nagelaten de feiten in hun exacte context te onderzoeken en op basis daarvan zijn artikel te schrijven. Bovendien heeft hij letterlijk commentaar van de curator in het artikel opgenomen, terwijl dat commentaar feitelijk onjuist is en hij klaagster niet heeft gevraagd om een weerwoord of enige uitleg over wat de curator wel van haar heeft mogen ontvangen.
Op de zitting benadrukt klaagster dat zij zelf niet eerder bankafschriften heeft ontvangen. Dat de curator het niet voldoende vindt dat zij hem downloads heeft verstrekt van alle transacties, wil niet zeggen dat ze niet meewerkt. In haar nadere reactie somt klaagster nog eens op wanneer zij de curator van informatie heeft voorzien en welke informatie dat is geweest. Hieruit blijkt volgens haar dat zij volledig en naar beste vermogen meewerkt aan de beantwoording van de vragen die de curator haar stelt. Ten slotte wijst klaagster erop dat zij niet persoonlijk is aangesproken in het faillissement van EBLP, dat ze niet wordt verdacht van een strafbaar feit en dat er geen strafrechtelijk onderzoek loopt naar haar bedrijf, en dat ze nog nooit strafrechtelijk is veroordeeld. Sterker nog, ze werkt samen met politie en het Openbaar Ministerie om de schuldigen voor de rechter te krijgen, hetgeen inmiddels genoegzaam bekend is. Overigens kan ze hierover geen inhoudelijke informatie verschaffen, omdat het onderzoek nog loopt.
Klaagster concludeert dat zij ten onrechte in een kwaad daglicht is gesteld en dat zij door het artikel zowel persoonlijk, zakelijk als politiek onevenredig is gedupeerd.

Het AD schetst allereerst de achtergronden van de kwestie. De krant onthulde op 5 maart 2016 na maandenlang onderzoek dat een bende op grote schaal Europese bedrijven had opgelicht. En op 7 maart 2016 werd bericht dat ruim 70.000 euro, afkomstig uit deze fraude, zou zijn beland op de bedrijfsrekening van klaagster. Zij is hierover om wederhoor gevraagd en haar reactie – inhoudend dat zij het geld had ontvangen vanwege de bemiddeling bij een lening – is ook gepubliceerd. Vervolgens ontdekte de krant begin 2017 dat ook Benetton in het voorjaar van 2015 slachtoffer was geworden van de factuurfraudebende. Het geld belandde bij EBLP als ‘money mule’ (doorgeefluik van fraudegeld) en werd vrijwel direct na ontvangst in tranches overgeboekt: vier keer naar bankrekeningen in China en eenmaal naar de bedrijfsrekening van klaagster. Sinds het faillissement van EBLP in de zomer van 2016 onderzoekt de curator de zaak en is hij op zoek naar het bedrag dat naar klaagster is overgemaakt. In september 2016 had de krant voor het eerst contact met de curator, die zich beklaagde over een gebrek aan transparantie bij klaagster. Omdat toen nog niet duidelijk was hoe het zat met de vermeende effectenportefeuille bij de BV van klaagster, besloot de krant niet tot publicatie over te gaan, maar de zaak te blijven volgen via de faillissementsverslagen. Dat zijn er inmiddels drie: van juni 2016, januari 2017 en juli 2017. Het laatste verslag gaf aanleiding voor de gewraakte publicatie. Blijkens dat verslag heeft de curator ruim een jaar later nog steeds geen stukken van klaagster ontvangen, die bewijzen dat het naar haar overgemaakte bedrag in een effectenportefeuille is gestoken. Bovendien blijkt uit dit verslag dat de gelden kennelijk weg zijn, opgenomen door ‘derden met een bankpas’. Op de zitting benadrukt Voskuil dat de curator klaagster heeft gevraagd om specifieke informatie, die ze – volgens de curator – nog niet heeft verstrekt.
Volgens het AD is ruim wederhoor toegepast. Sinds de eerste publicatie is meerdere keren met klaagster gesproken. Op 13 september 2016 heeft zij een lang relaas gemaild, maar omdat zij dit stuk in vertrouwelijkheid heeft verstuurd, is dit niet gepubliceerd. In verband met de voorgenomen Benetton-publicatie is op 5 juli 2017 contact opgenomen met klaagster. In dat gesprek zijn de gepubliceerde beschuldigingen aan haar voorgelegd, te weten dat 118.500 euro afkomstig van de Benetton-fraude via EBLP op haar rekening is gekomen en dat zij kennelijk geen stukken aan de curator verstrekt over de beweerde effectenportefeuille. Zij heeft toen haar verhaal gedaan, dat is genoteerd als wederhoor. Vervolgens heeft Voskuil op 7 juli 2017 klaagster nog een mail gestuurd, waarin de beschuldigingen zijn samenvat en ook het wederhoor aan haar is voorgelegd. Klaagster heeft daarop gereageerd, onder meer door te zeggen dat zij nog steeds bezig is met het opvragen van stukken rond de beleggingsportefeuille. Het conceptartikel is vervolgens herschreven, maar de beschuldigingen zijn dezelfde gebleven. Op verschillende punten is het wederhoor van klaagster opgenomen. Daarmee is ruimschoots haar visie weergegeven, die er in de kern op neerkomt dat haar niets te verwijten valt.
Het AD erkent dat klaagster niet op voorhand de kop heeft kunnen zien. Een kop wordt pas bij het opmaken van de krant bedacht, wanneer bekend is wat de beschikbare ruimte is. Op voorhand afspraken maken over de kop is daarom niet mogelijk en ook ongebruikelijk.
Stelregel is dat een kop mag prikkelen, maar de waarheid geen geweld mag aandoen. Van dat laatste is hier geen sprake. Opstrijken betekent niets anders dan ontvangen; feit is dat klaagster een deel van de Benetton-buit heeft ontvangen op haar rekening. Het artikel brengt verdere nuance, zodat de lezer juist wordt geïnformeerd. Daarin is immers vermeld dat de gelden eerst bij EBLP binnenkwamen en vervolgens werden overgeboekt naar de rekening van klaagster. Via het wederhoor kan de lezer vernemen dat klaagster niets zegt af te weten van de factuurfraude. Overigens is in de papieren editie van de krant nog de bovenkop geplaatst “Zakenrelatie meesteroplichter Olivier spreekt van ‘keurige transactie’”. Hieruit blijkt dat volgens klaagster niets mis was met de ontvangst van het geld.
Volgens het AD dient de serie artikelen rond de factuurfraude een publiek belang. Het is aan uitputtend onderzoek van de krant te danken dat ondernemers worden gewaarschuwd voor deze vorm van fraude. Dat een gemeenteraadslid voorkomt in ernstige fraudezaken, is een opmerkelijk nieuwsfeit waar burgers over dienen te worden geïnformeerd. Zij geven immers hun stem in handen van politici als klaagster. Volgens de krant is met de publicatie van 24 juli 2017 zorgvuldig gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat media in een democratische samenleving een belangrijke rol hebben – als ‘publieke waakhond’ – om misstanden aan de kaak te stellen. Het is dan ook zeker maatschappelijk relevant om onderzoek te verrichten naar c.q. te berichten over de (mogelijke) betrokkenheid van klaagster bij factuurfraude.

Klaagster maakt met name bezwaar tegen de kop van het artikel. De Raad zal bij zijn beoordeling uitgaan van de publicatie op de website van de krant – te weten: zonder bovenkop – aangezien de klacht specifiek tegen die publicatie is gericht.
Het is voorstelbaar dat de kop klaagster niet welgevallig is. Het is echter journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel.
Het gaat hier om een grensgeval. Met het gebruik van de termen ‘opstrijken’ en ‘buit’ heeft de kop ontegenzeglijk een zeer negatieve connotatie. Bezien in de context is de kop echter niet zodanig zwaar aangezet dat deze als onredelijk beschadigend voor klaagster moet worden aangemerkt. Zij heeft immers niet betwist dat een deel van het geld van de Benetton-fraude op haar rekening is beland. In het artikel is voldoende duidelijk gemaakt hoe dat is gebeurd. Bovendien is wederhoor bij klaagster toegepast en is haar reactie – inhoudend dat het zou gaan om een ‘gewone’ effectenportefeuille en het een ‘keurige transactie’ leek – in het artikel verwerkt. Verder is het journalistiek relevant om te vermelden dat klaagster lid is van de gemeenteraad. In het geheel bezien is met de kop geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee journalistiek onzorgvuldig is gehandeld.

Ook verder is niet gebleken dat het artikel relevante feitelijke onjuistheden bevat. De bewering dat de curator nog niet de juiste stukken van klaagster zou hebben ontvangen, wordt voor zijn rekening gelaten. Bovendien is ook op dit punt de reactie van klaagster opgenomen. En uit de na de zitting door klaagster gegeven nadere informatie blijkt dat zij pas op respectievelijk na de dag waarop het artikel in AD is geplaatst stukken heeft gestuurd aan de curator, maar ook dat zij nog steeds niet de beschikking had over de bij de bank gevraagde bankafschriften.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Voskuil en het AD journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2007/20

CONCLUSIE

K. Voskuil en het AD hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 7 november 2017 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, S. Kuijper en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.